Thema 1
Biochemie en Atomen
Belangrijkste Elementen in het Lichaam
Percentage Functie van Belangrijke Mineralen
Atoom
Lichaamsmassa (sporenelementen)
Zuurstof
65% -
(O)
Koolstof
(C) 18,5% Basis van organische moleculen.
Waterstof
9,5% -
(H)
Stikstof
3,3% -
(N)
Calcium (skeletbouw), Ijzer
Andere 1,7% (zuurstofgastransport), Chloor (zure omgeving
in de maag)…
Anorganische en Organische Moleculen
Anorganische Moleculen
Water: meest voorkomende en belangrijkste anorganische molecule.
o Functies water: Transportmiddel (bloed), warmteregulatie
(zweten), stevigheid (plantencellen) en afvoer van afvalstoffen
(urine).
Oplosbaarheid: Hydrofiele (polaire) moleculen zijn wateroplosbaar.
Hydrofobe (apolaire) moleculen zijn niet of slecht oplosbaar in water.
Organische Moleculen
Koolstof (C): basis organische moleculen want kan vier bindingen
aangaan met zichzelf en andere elementen.
Aanwezigheid andere atomen vormt functionele groepen die
eigenschappen van moleculen bepalen.
Biomoleculen: organische stoffen die door levende organismen
worden aangemaakt.
o 4 belangrijkste: sachariden, lipiden, proteïnen en
nucleïnezuren.
2
, Sachariden (Koolhydraten)
Type Sacharide Bouwstenen Voorbeelden en Functie
Monosachariden Glucose: energiebron.
(Enkelvoudige 1 suikermolecule
Fructose: vruchtensuiker.
suikers) C6 H12 06
Galactose: hersenontwikkeling.
Vorming via condensatiereactie
(water wordt afgesplitst, binding =
Disachariden 2
glycosidebinding).
monosachariden
Afbraak via Hydrolyse (water
toegevoegd).
Zetmeel: reserve bij planten, trage
10 tot duizenden suiker.
Polysachariden Glycogeen: reserve bij dieren.
monosachariden
Cellulose: bouwstof planten, zorgt
voor stevigheid in celwand.
Thema 2
De Cel als Bouwsteen van het Leven
Alle levende organismen zijn opgebouwd uit 1 (eencellig) of meer
cellen (meercellig).
De vorm van een cel is direct gelinkt aan zijn functie.
Organisatieniveaus van groot naar klein: Organisme - Stelsels -
Organen – Weefsels - Cel – Celorganel - Molecule – Atoom.
Cel bouw: Microscopisch en Submicroscopisch
Belangrijkste Cel onderdelen (Lichtmicroscopisch)
1. Celmembraan (Plasmamembraan): Omgeeft de celinhoud en is
semipermeabel (selectieve barrière). Regelt het transport van
voedings- en afvalstoffen.
2. Celkern (Nucleus): Bevat het genetisch materiaal.
3. Cytoplasma: De waterige vloeistof met opgeloste moleculen en
ionen.
4. Celwand: Een extra beschermende en structuur gevende laag buiten
het celmembraan, vooral bij plantencellen.
5. Bladgroenkorrels & Vacuole: Duidelijk zichtbaar in het cytoplasma
van plantencellen.
2
Biochemie en Atomen
Belangrijkste Elementen in het Lichaam
Percentage Functie van Belangrijke Mineralen
Atoom
Lichaamsmassa (sporenelementen)
Zuurstof
65% -
(O)
Koolstof
(C) 18,5% Basis van organische moleculen.
Waterstof
9,5% -
(H)
Stikstof
3,3% -
(N)
Calcium (skeletbouw), Ijzer
Andere 1,7% (zuurstofgastransport), Chloor (zure omgeving
in de maag)…
Anorganische en Organische Moleculen
Anorganische Moleculen
Water: meest voorkomende en belangrijkste anorganische molecule.
o Functies water: Transportmiddel (bloed), warmteregulatie
(zweten), stevigheid (plantencellen) en afvoer van afvalstoffen
(urine).
Oplosbaarheid: Hydrofiele (polaire) moleculen zijn wateroplosbaar.
Hydrofobe (apolaire) moleculen zijn niet of slecht oplosbaar in water.
Organische Moleculen
Koolstof (C): basis organische moleculen want kan vier bindingen
aangaan met zichzelf en andere elementen.
Aanwezigheid andere atomen vormt functionele groepen die
eigenschappen van moleculen bepalen.
Biomoleculen: organische stoffen die door levende organismen
worden aangemaakt.
o 4 belangrijkste: sachariden, lipiden, proteïnen en
nucleïnezuren.
2
, Sachariden (Koolhydraten)
Type Sacharide Bouwstenen Voorbeelden en Functie
Monosachariden Glucose: energiebron.
(Enkelvoudige 1 suikermolecule
Fructose: vruchtensuiker.
suikers) C6 H12 06
Galactose: hersenontwikkeling.
Vorming via condensatiereactie
(water wordt afgesplitst, binding =
Disachariden 2
glycosidebinding).
monosachariden
Afbraak via Hydrolyse (water
toegevoegd).
Zetmeel: reserve bij planten, trage
10 tot duizenden suiker.
Polysachariden Glycogeen: reserve bij dieren.
monosachariden
Cellulose: bouwstof planten, zorgt
voor stevigheid in celwand.
Thema 2
De Cel als Bouwsteen van het Leven
Alle levende organismen zijn opgebouwd uit 1 (eencellig) of meer
cellen (meercellig).
De vorm van een cel is direct gelinkt aan zijn functie.
Organisatieniveaus van groot naar klein: Organisme - Stelsels -
Organen – Weefsels - Cel – Celorganel - Molecule – Atoom.
Cel bouw: Microscopisch en Submicroscopisch
Belangrijkste Cel onderdelen (Lichtmicroscopisch)
1. Celmembraan (Plasmamembraan): Omgeeft de celinhoud en is
semipermeabel (selectieve barrière). Regelt het transport van
voedings- en afvalstoffen.
2. Celkern (Nucleus): Bevat het genetisch materiaal.
3. Cytoplasma: De waterige vloeistof met opgeloste moleculen en
ionen.
4. Celwand: Een extra beschermende en structuur gevende laag buiten
het celmembraan, vooral bij plantencellen.
5. Bladgroenkorrels & Vacuole: Duidelijk zichtbaar in het cytoplasma
van plantencellen.
2