WETGEVING EN VERGUNNINGSPROCES
DEEL 1: RUIMTELIJKE ORDENING
HOOFDSTUK 1: OVERZICHT VAN DE WETGEVING
VERLEDEN
INLEIDING
België = land zonder waarachtig stedenbouwkundig beleid (veel vrijheid ivm bouwactiviteit)
1960: grens v/d onbewoonbaarheid
- Verlies van specifieke kwaliteiten en kenmerken van stad, dorp en landschap
Beperkingen door wetgevingen die het ruimtegebruik in goede banen hebben proberen te leiden
- Vroeger: grond is een consumptiegoed → eigenaar beschikt vrij over de grond & grond is een middel tot winst
- Later: bij het maken van wetten over RO & stedenbouw → vrijheid wordt beperkt
PERIODE VAN 1830 – 1962
1830-1946: wetsvoorstellen op gebied van RO
- Besluitwet van ‘46 → niet gerealiseerd maar wel aanzet voor de stedenbouwwet van ‘62
o Stelde het opmaken van gemeentelijke plannen en het afleveren van bouwvergunningen voorop
Naoorlogse jaren: woningtekort in België
- Er werden na de oorlog amper nieuwe woningen gebouwd door de bouwstop
- 1945: woningnood van 250.000 woningen
- 1948: nieuw woonbeleid wegens politieke en ideologische spanningen tussen de CVP en BSP
Huisvestigingsbeleid na WOII, 3 grote wetten:
1) WET DE TAEYE (1948)
- Antwoord op de woningnood na de oorlog
- Bevestigde de voorkeur van eigendomsverweving
- Privaat initiatief via premies en de toekenning v/e staatswaarborg aan hypothecaire leningsmaatschappijen
o Verschillende dwingende/voorwaardelijke regels inzake opp, comfort, uitrusting + indeling woning
- Zorgde voor een hoge vlucht voor de gespreide verstelijking in Vlaanderen
- Lintbebouwing + patchwork verkavelingen
2) WET BRUNFAUT (1949)
- Gericht op lage inkomens
- Stimuleerde de bouw van sociale huurwoningen en infrastructuur in sociale woonwijken
- Oprichting: Nationaal Fonds voor Huisvestiging
- De staat werd door deze wet verantwoordelijk gemaakt voor het uitvoeren v/d wegeninfrastructuur van sociale
woonwijken → beschouwd als een wet ter bevordering v/d collectieve sociale (huur)woningen
3) HOGE RAAD NAAR VOLKSHUISVESTIGING EN VOLKSWONINGEN
- Veel onrust over epidemieën → oprichting “Hoge Raad naar Vlokshuisvesting en Volkswoningen”
- Kerntaak: advies geven over de krotwoningen die moesten worden gesloopt
o 1953: Wet op de krotopruiming
§ Zette in op de sanering van krotwoningen waarbij sociale huisvestigingsmaatschappijen dienden
in te staan voor de heropbouw v/d vrijgekomen ruimte waarbij een deel v/d woningen was
voorbestemd voor de bewoners v/d gesloopte woningen
§ Gebeurde voornamelijk in overbevolkte verstedelijkte wijken (bv Kiel in Antwerpen of Brusselse
Marollenwijk) → hygiëne stond hier nooit hoog op de agenda
o 1957: raad werd opgedoekt (want genoeg verkortte buurten waren weggesaneerd)
,PERIODE VAN 1962 – 1999
1962: ‘de organieke wet op de stedenbouw en ruimtelijke ordening’ → als reactie op naoorlogse verkavelingswoede
- 1ste wettelijke kader voor de organisatie v/d ruimtelijke ordening in België
o Bood de mogelijkheid aan gemeenten om verkavelingsvergunningen uit te reiken
o Gevolg: verdere wildgroei van verkavelingen en linten
Grondbeginselen:
- De R.O. moet onder toezicht v/h rijk gebeuren tot en met het opmaken door de gemeenten van hun plannen van
aanleg en het afgeven van bouw- en verkavelings vergunningen
- De gemeenten maken hun plannen van aanleg op; het rijk maakt de streek- en gewestplannen op. De provinciale
overheid heeft een adviserende taak
- Alle gemeenten vallen onder de wet maar gemeenten met minder dan 10.000 inwoners kunnen ontheven worden
v/d plicht om een plan van aanleg te maken
- De R.O. is zaak v/d gemeenschap. Een goede R.O. kan slechts bij samenwerking van alle openbare besturen maar
ook met de particuliere sector
- Alle bestemmingen ingeschreven in een plan van aanleg kunnen door onteigening voor algemeen nut tot stand
komen. Bedreiging van onteigening moet in tijd beperkt zijn
- De gemeenten maken hun bouwverordeningen op. Het rijk zorgt voor de landelijke verordeningen en brengt
eenheid in de verordeningen voor de agglomeraties
- De gemeentebesturen geven bouw- en verkavelingsvergunningen af. Zolang het BPA niet goedgekeurd is heeft het
bestuur van stedenbouw een adviserend bemoeiingsrecht
- Vergoeding voor eigendomsbeperking is enkel verschuldigd wanneer verboden wordt te bouwen of te verkavelen
t.g.v. een goedgekeurd plan van aanleg of een uitzicht op onteigening
1980: regionalisering v/d staat België
- Ruimtelijke ordening → materie voor de gewestregeringen
Regionalisering => herziening bestaande wetgeving => in 1966: 2 nieuwe decreten
- Planningsdecreet: het decreet dat de aanzet gaf tot de structuurplanning en de goedkeuring v/h RSV
- Coördinatiedecreet: de meest recente versie v/d stedenbouwwet van 1962 en al haar wijzigingen
PERIODE VAN 1999 - HEDEN
18 mei 1999: nieuw decreet ivm RO goedgekeurd
- Dit decreet bundelt het planningsdecreet en het coördinatiedecreet
Bevat volgende grondbeginselen & is bepalend voor de hedendaagse werking v/d ruimtelijke ordening in Vlaanderen:
Algemene bepalingen:
- Opmaken van jaarverslagen en jaarprogramma’s op de 3 niveaus : gemeente, provincie en gewest
- Oprichten commissies voor RO (Vlaams, Provinciaal, Gemeentelijk)
- Aanstellen stedenbouwkundige ambtenaren in het gewest en de provincies, ook verplicht in elke gemeente
Planning:
- Opmaken Ruimtelijke structuurplannen opnieuw op de drie niveaus, bestaande uit 3 delen
1. Bindend gedeelte
2. Richtinggevend gedeelte
3. Informatief gedeelte
- Opmaken Ruimtelijke uitvoeringsplannen opnieuw op de 3 niveaus
- Opmaken van stedenbouwkundige verordeningen op de 3 niveaus
- Aanpassing naar recht op voorkoop en onteigeningen met het oog op de verwezelijking v/e ruimtelijk
uitvoeringsplan
- Opmaak rooilijnplannen met het oog op de verwezenlijking v/e ruimtelijk uitvoeringsplan
- Inrichten herverkaveling, ruilverkaveling met het oog op de verwezenlijking v/e ruimtelijk uitvoeringsplan
- Bepalen planbaten en planschaden met het oog op de verwezenlijking v/e ruimtelijk uitvoeringsplan
Vergunningen:
- Bepalingen inzake stedenbouwkundige vergunningen
- Bepalingen inzake verkavelingsvergunningen
- Opmaak plannen- en vergunningenregister
,PLANNENREGISTER: een inventaris van alle plannen die aanwezig zijn binnen een gemeentebestuur bestaande uit:
- Een lijst met gegevens van al deze plannen
- De plancontouren op kaart
- De eigenlijke plannen
Ook wel een gemeentelijk gegevensbestand waarin voor het grondgebied v/d gemeente alle plannen opgenomen zijn die
een invloed kunnen hebben op een beslissing ivm ruimtelijke ordering
- Geldende plannen van aanleg, de ruimtelijke uitvoeringsplannen + ontwerpen, de stedenbouwkundige
verordeningen en de onteigeningsplannen
Doel: consultatie bij:
- Beoordeling v/e stedenbouwkundige vergunningsaanvraag
- Elke vraag naar de gebruiksmogelijkheden v/e perceel / gebouw
VERGUNNINGEN REGISTER: een inventaris van alle verleende vergunningen en diverse (stedenbouwkundige
vergunningen, verkavelingsvergunningen, bouwmisdrijven, stedenbouwkundige attesten,...) binnen het gemeentebestuur
sinds 1962, eventueel ook weergegeven op kaart.
Ook wel: een gegevensbestand over perceelsgebonden informatie mbt de ruimtelijke ordening en stedenbouw op het
grondgebied. Nuttig voor alle bestuurlijke niveaus en noodzakelijk bij het ruimtelijk beleid
- Geen stedenbouwkunidge vergunning door vermelding in het vergunningen register
PLANREGISTER – VERGUNNINGENREGISTER:
Allebei bestuursdocumenten → burgers kunnen het inzien of tegen vergoeding een uitreksel opvragen
- Verantwoordelijken voor de overeenstemming v/d registers met de stukken die erin moeten worden opgenomen
= college voor burgemeester en schepenen
DECREET:
Diverse bepalingen
- Vastleggen regels inzake informatieverstrekking en informatieplicht door de Vlaamse OH
- Vastleggen regels inzake heffen van belastingen
- Regels inzake beheer v/h grondfonds
- Regels inzake schadevergoeding bij vernieling zonevreemde constructies
Handhavingsmaatregelen
- Regels inzake strafsancties en herstelmaatregelen
Opheffingsbepalingen
- Opsomming artikels die worden opgeheven uit andere decreten als gevolg v/h nieuwe decreet
Inwerkingtreding:
- Trad in werking op 1 mei 2000
o Artikelen ivm de planbatenheffing in werking 1/01/2004
Overgangsbepalingen:
Er was sprake v/e geleidelijke toepassing v/h decreet. Gemeenten die op 1/05/2005 voldeden aan 5 voorwaarden, zijn
toegetreden tot het decreet en kunnen autonoom handelen bij het verlenen van vergunningen (Ontvoogding):
1. Een goedgekeurd gemeentelijk structuurplan
2. Een stedenbouwkundige ambtenaar
3. Vastgesteld plannenregister
4. Vastgesteld vergunningenregister
5. Register van onbebouwde percelen
Niet voldaan aan de voorwaarden?
- Verlies v/d volledige autonomie inzake vergunningsverlening + overdragen v/d bevoegdheid aan de provincie
Wel voldaan aan de voorwaarden?
- Gemeenten zullen niet langer BPA’s opmaken maar RUP’s
o Indien geen vervangend RUP opgemaakt is → bestaande BPA blijft van kracht
, [LET WEL: bij het in voege treden v/d omgevingsvergunning op 1 januari 2018 werd de ontvoogding geen vereiste meer. De
gemeenten moeten wél nog over een structuurplan, plannenregister, vergunningenregister, en register van onbebouwde
percelen beschikken. De stedenbouwkundig ambtenaar moet een gemeentelijke omgevingsambtenaar worden.]
HEDEN
PERIODE VAN 2009 – HEDEN
2009: kader v/d ruimtelijke ordening gevormd door de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
- Gevolg van ingrijpende wijzigingen in het ruimtelijke plannings-, vergunningen en handhavingsbeleid + de daarop
volgende coördinatie v/d geldende regels
2009: inwerkingtreding v/e reeks uitvoeringsbesluiten
De herziening + wijziging v/h decreet van 1999 beoogt flexibilisering, administratieve vereenvoudiging en meer
rechtszekerheid
CODEX: wijzigingen op vlak van (1) planologie, (2) vergunningen en (3) handhaving
PLANOLOGIE
Planologie is een term die verwijst naar de studie en praktijk van stedenbouw en RO. Planologen kunnen verantwoordelijk
zijn voor het opstellen en implementeren van plannen en beleid met betrekking tot grondgebruik, mobiliteit, infrastructuur
en milieuduurzaamheid, onder andere.
Er was nood aan administratieve vereenvoudiging & flexibilisering van procedures → sneller projecten uitvoeren
Vereenvoudigingsmaatregelen:
- Gezamelijke structuurplannen:
o Aangrenzende gemeenten mogen samen 1 ruimtelijk structuurplan opstellen (ipv elk apart)
- Afspraken tussen planningsniveaus:
o Verschillende bestuursniveaus (gewest, provincie, gemeente) kunnen onderlinge afspraken maken over
hun bevoegdheden en samenwerking
Versnelling van grote projecten
- Voor grote ruimtelijke projecten van strategisch belang (zoals infrastructuurwerken of PPS-projecten) geldt
een versnelde, gezamenlijke procedure:
o Men kan afwijken v/d normale, trage regels.
o Het wordt mogelijk om tegelijk een:
§ Ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken
§ Ruimtelijk structuurplan (RSP) te herzien
(zodat beide meteen op elkaar afgestemd zijn)
De Vlaamse Regering beslist of een project gewestelijk strategisch belang heeft
De provincie of gemeente beslist over een provinciaal of gemeentelijk strategisch belang
→ Belangrijk: het mag nooit gaan om een puur commercieel project (dus niet enkel winstgedreven)
Het planbatenstelsel is geactiveerd door dit nieuwe decreet:
- Wanneer een perceel meer waard wordt door een bestemmingswijziging via een RUP (bijv. landbouwgrond →
bouwgrond) moet de eigenaar een planbatenheffing betalen
- Dit is een soort belasting op de meerwaarde die ontstaat door overheidsbeslissingen
VERGUNNINGEN
WIJZIGING VERGUNNINGSPLICHT
Onderscheiding van 3 categorieën handelingen:
1. Vergunningsplichtige handelingen
2. Meldingsplichtige handelingen
3. Vrijgestelde handelingen
DEEL 1: RUIMTELIJKE ORDENING
HOOFDSTUK 1: OVERZICHT VAN DE WETGEVING
VERLEDEN
INLEIDING
België = land zonder waarachtig stedenbouwkundig beleid (veel vrijheid ivm bouwactiviteit)
1960: grens v/d onbewoonbaarheid
- Verlies van specifieke kwaliteiten en kenmerken van stad, dorp en landschap
Beperkingen door wetgevingen die het ruimtegebruik in goede banen hebben proberen te leiden
- Vroeger: grond is een consumptiegoed → eigenaar beschikt vrij over de grond & grond is een middel tot winst
- Later: bij het maken van wetten over RO & stedenbouw → vrijheid wordt beperkt
PERIODE VAN 1830 – 1962
1830-1946: wetsvoorstellen op gebied van RO
- Besluitwet van ‘46 → niet gerealiseerd maar wel aanzet voor de stedenbouwwet van ‘62
o Stelde het opmaken van gemeentelijke plannen en het afleveren van bouwvergunningen voorop
Naoorlogse jaren: woningtekort in België
- Er werden na de oorlog amper nieuwe woningen gebouwd door de bouwstop
- 1945: woningnood van 250.000 woningen
- 1948: nieuw woonbeleid wegens politieke en ideologische spanningen tussen de CVP en BSP
Huisvestigingsbeleid na WOII, 3 grote wetten:
1) WET DE TAEYE (1948)
- Antwoord op de woningnood na de oorlog
- Bevestigde de voorkeur van eigendomsverweving
- Privaat initiatief via premies en de toekenning v/e staatswaarborg aan hypothecaire leningsmaatschappijen
o Verschillende dwingende/voorwaardelijke regels inzake opp, comfort, uitrusting + indeling woning
- Zorgde voor een hoge vlucht voor de gespreide verstelijking in Vlaanderen
- Lintbebouwing + patchwork verkavelingen
2) WET BRUNFAUT (1949)
- Gericht op lage inkomens
- Stimuleerde de bouw van sociale huurwoningen en infrastructuur in sociale woonwijken
- Oprichting: Nationaal Fonds voor Huisvestiging
- De staat werd door deze wet verantwoordelijk gemaakt voor het uitvoeren v/d wegeninfrastructuur van sociale
woonwijken → beschouwd als een wet ter bevordering v/d collectieve sociale (huur)woningen
3) HOGE RAAD NAAR VOLKSHUISVESTIGING EN VOLKSWONINGEN
- Veel onrust over epidemieën → oprichting “Hoge Raad naar Vlokshuisvesting en Volkswoningen”
- Kerntaak: advies geven over de krotwoningen die moesten worden gesloopt
o 1953: Wet op de krotopruiming
§ Zette in op de sanering van krotwoningen waarbij sociale huisvestigingsmaatschappijen dienden
in te staan voor de heropbouw v/d vrijgekomen ruimte waarbij een deel v/d woningen was
voorbestemd voor de bewoners v/d gesloopte woningen
§ Gebeurde voornamelijk in overbevolkte verstedelijkte wijken (bv Kiel in Antwerpen of Brusselse
Marollenwijk) → hygiëne stond hier nooit hoog op de agenda
o 1957: raad werd opgedoekt (want genoeg verkortte buurten waren weggesaneerd)
,PERIODE VAN 1962 – 1999
1962: ‘de organieke wet op de stedenbouw en ruimtelijke ordening’ → als reactie op naoorlogse verkavelingswoede
- 1ste wettelijke kader voor de organisatie v/d ruimtelijke ordening in België
o Bood de mogelijkheid aan gemeenten om verkavelingsvergunningen uit te reiken
o Gevolg: verdere wildgroei van verkavelingen en linten
Grondbeginselen:
- De R.O. moet onder toezicht v/h rijk gebeuren tot en met het opmaken door de gemeenten van hun plannen van
aanleg en het afgeven van bouw- en verkavelings vergunningen
- De gemeenten maken hun plannen van aanleg op; het rijk maakt de streek- en gewestplannen op. De provinciale
overheid heeft een adviserende taak
- Alle gemeenten vallen onder de wet maar gemeenten met minder dan 10.000 inwoners kunnen ontheven worden
v/d plicht om een plan van aanleg te maken
- De R.O. is zaak v/d gemeenschap. Een goede R.O. kan slechts bij samenwerking van alle openbare besturen maar
ook met de particuliere sector
- Alle bestemmingen ingeschreven in een plan van aanleg kunnen door onteigening voor algemeen nut tot stand
komen. Bedreiging van onteigening moet in tijd beperkt zijn
- De gemeenten maken hun bouwverordeningen op. Het rijk zorgt voor de landelijke verordeningen en brengt
eenheid in de verordeningen voor de agglomeraties
- De gemeentebesturen geven bouw- en verkavelingsvergunningen af. Zolang het BPA niet goedgekeurd is heeft het
bestuur van stedenbouw een adviserend bemoeiingsrecht
- Vergoeding voor eigendomsbeperking is enkel verschuldigd wanneer verboden wordt te bouwen of te verkavelen
t.g.v. een goedgekeurd plan van aanleg of een uitzicht op onteigening
1980: regionalisering v/d staat België
- Ruimtelijke ordening → materie voor de gewestregeringen
Regionalisering => herziening bestaande wetgeving => in 1966: 2 nieuwe decreten
- Planningsdecreet: het decreet dat de aanzet gaf tot de structuurplanning en de goedkeuring v/h RSV
- Coördinatiedecreet: de meest recente versie v/d stedenbouwwet van 1962 en al haar wijzigingen
PERIODE VAN 1999 - HEDEN
18 mei 1999: nieuw decreet ivm RO goedgekeurd
- Dit decreet bundelt het planningsdecreet en het coördinatiedecreet
Bevat volgende grondbeginselen & is bepalend voor de hedendaagse werking v/d ruimtelijke ordening in Vlaanderen:
Algemene bepalingen:
- Opmaken van jaarverslagen en jaarprogramma’s op de 3 niveaus : gemeente, provincie en gewest
- Oprichten commissies voor RO (Vlaams, Provinciaal, Gemeentelijk)
- Aanstellen stedenbouwkundige ambtenaren in het gewest en de provincies, ook verplicht in elke gemeente
Planning:
- Opmaken Ruimtelijke structuurplannen opnieuw op de drie niveaus, bestaande uit 3 delen
1. Bindend gedeelte
2. Richtinggevend gedeelte
3. Informatief gedeelte
- Opmaken Ruimtelijke uitvoeringsplannen opnieuw op de 3 niveaus
- Opmaken van stedenbouwkundige verordeningen op de 3 niveaus
- Aanpassing naar recht op voorkoop en onteigeningen met het oog op de verwezelijking v/e ruimtelijk
uitvoeringsplan
- Opmaak rooilijnplannen met het oog op de verwezenlijking v/e ruimtelijk uitvoeringsplan
- Inrichten herverkaveling, ruilverkaveling met het oog op de verwezenlijking v/e ruimtelijk uitvoeringsplan
- Bepalen planbaten en planschaden met het oog op de verwezenlijking v/e ruimtelijk uitvoeringsplan
Vergunningen:
- Bepalingen inzake stedenbouwkundige vergunningen
- Bepalingen inzake verkavelingsvergunningen
- Opmaak plannen- en vergunningenregister
,PLANNENREGISTER: een inventaris van alle plannen die aanwezig zijn binnen een gemeentebestuur bestaande uit:
- Een lijst met gegevens van al deze plannen
- De plancontouren op kaart
- De eigenlijke plannen
Ook wel een gemeentelijk gegevensbestand waarin voor het grondgebied v/d gemeente alle plannen opgenomen zijn die
een invloed kunnen hebben op een beslissing ivm ruimtelijke ordering
- Geldende plannen van aanleg, de ruimtelijke uitvoeringsplannen + ontwerpen, de stedenbouwkundige
verordeningen en de onteigeningsplannen
Doel: consultatie bij:
- Beoordeling v/e stedenbouwkundige vergunningsaanvraag
- Elke vraag naar de gebruiksmogelijkheden v/e perceel / gebouw
VERGUNNINGEN REGISTER: een inventaris van alle verleende vergunningen en diverse (stedenbouwkundige
vergunningen, verkavelingsvergunningen, bouwmisdrijven, stedenbouwkundige attesten,...) binnen het gemeentebestuur
sinds 1962, eventueel ook weergegeven op kaart.
Ook wel: een gegevensbestand over perceelsgebonden informatie mbt de ruimtelijke ordening en stedenbouw op het
grondgebied. Nuttig voor alle bestuurlijke niveaus en noodzakelijk bij het ruimtelijk beleid
- Geen stedenbouwkunidge vergunning door vermelding in het vergunningen register
PLANREGISTER – VERGUNNINGENREGISTER:
Allebei bestuursdocumenten → burgers kunnen het inzien of tegen vergoeding een uitreksel opvragen
- Verantwoordelijken voor de overeenstemming v/d registers met de stukken die erin moeten worden opgenomen
= college voor burgemeester en schepenen
DECREET:
Diverse bepalingen
- Vastleggen regels inzake informatieverstrekking en informatieplicht door de Vlaamse OH
- Vastleggen regels inzake heffen van belastingen
- Regels inzake beheer v/h grondfonds
- Regels inzake schadevergoeding bij vernieling zonevreemde constructies
Handhavingsmaatregelen
- Regels inzake strafsancties en herstelmaatregelen
Opheffingsbepalingen
- Opsomming artikels die worden opgeheven uit andere decreten als gevolg v/h nieuwe decreet
Inwerkingtreding:
- Trad in werking op 1 mei 2000
o Artikelen ivm de planbatenheffing in werking 1/01/2004
Overgangsbepalingen:
Er was sprake v/e geleidelijke toepassing v/h decreet. Gemeenten die op 1/05/2005 voldeden aan 5 voorwaarden, zijn
toegetreden tot het decreet en kunnen autonoom handelen bij het verlenen van vergunningen (Ontvoogding):
1. Een goedgekeurd gemeentelijk structuurplan
2. Een stedenbouwkundige ambtenaar
3. Vastgesteld plannenregister
4. Vastgesteld vergunningenregister
5. Register van onbebouwde percelen
Niet voldaan aan de voorwaarden?
- Verlies v/d volledige autonomie inzake vergunningsverlening + overdragen v/d bevoegdheid aan de provincie
Wel voldaan aan de voorwaarden?
- Gemeenten zullen niet langer BPA’s opmaken maar RUP’s
o Indien geen vervangend RUP opgemaakt is → bestaande BPA blijft van kracht
, [LET WEL: bij het in voege treden v/d omgevingsvergunning op 1 januari 2018 werd de ontvoogding geen vereiste meer. De
gemeenten moeten wél nog over een structuurplan, plannenregister, vergunningenregister, en register van onbebouwde
percelen beschikken. De stedenbouwkundig ambtenaar moet een gemeentelijke omgevingsambtenaar worden.]
HEDEN
PERIODE VAN 2009 – HEDEN
2009: kader v/d ruimtelijke ordening gevormd door de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
- Gevolg van ingrijpende wijzigingen in het ruimtelijke plannings-, vergunningen en handhavingsbeleid + de daarop
volgende coördinatie v/d geldende regels
2009: inwerkingtreding v/e reeks uitvoeringsbesluiten
De herziening + wijziging v/h decreet van 1999 beoogt flexibilisering, administratieve vereenvoudiging en meer
rechtszekerheid
CODEX: wijzigingen op vlak van (1) planologie, (2) vergunningen en (3) handhaving
PLANOLOGIE
Planologie is een term die verwijst naar de studie en praktijk van stedenbouw en RO. Planologen kunnen verantwoordelijk
zijn voor het opstellen en implementeren van plannen en beleid met betrekking tot grondgebruik, mobiliteit, infrastructuur
en milieuduurzaamheid, onder andere.
Er was nood aan administratieve vereenvoudiging & flexibilisering van procedures → sneller projecten uitvoeren
Vereenvoudigingsmaatregelen:
- Gezamelijke structuurplannen:
o Aangrenzende gemeenten mogen samen 1 ruimtelijk structuurplan opstellen (ipv elk apart)
- Afspraken tussen planningsniveaus:
o Verschillende bestuursniveaus (gewest, provincie, gemeente) kunnen onderlinge afspraken maken over
hun bevoegdheden en samenwerking
Versnelling van grote projecten
- Voor grote ruimtelijke projecten van strategisch belang (zoals infrastructuurwerken of PPS-projecten) geldt
een versnelde, gezamenlijke procedure:
o Men kan afwijken v/d normale, trage regels.
o Het wordt mogelijk om tegelijk een:
§ Ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken
§ Ruimtelijk structuurplan (RSP) te herzien
(zodat beide meteen op elkaar afgestemd zijn)
De Vlaamse Regering beslist of een project gewestelijk strategisch belang heeft
De provincie of gemeente beslist over een provinciaal of gemeentelijk strategisch belang
→ Belangrijk: het mag nooit gaan om een puur commercieel project (dus niet enkel winstgedreven)
Het planbatenstelsel is geactiveerd door dit nieuwe decreet:
- Wanneer een perceel meer waard wordt door een bestemmingswijziging via een RUP (bijv. landbouwgrond →
bouwgrond) moet de eigenaar een planbatenheffing betalen
- Dit is een soort belasting op de meerwaarde die ontstaat door overheidsbeslissingen
VERGUNNINGEN
WIJZIGING VERGUNNINGSPLICHT
Onderscheiding van 3 categorieën handelingen:
1. Vergunningsplichtige handelingen
2. Meldingsplichtige handelingen
3. Vrijgestelde handelingen