1Psy Methode d1 LIJST
TE KENNEN BOEK
-p1-26, p44-48, p50-80, p109-304 (niet p292-293)n p305-380
ZIE VOORBEELDVRAGEN BOEK
BELANGRIJK
-Focus op kwantitatieve methoden=sem1
-INZICHT!!! (verbanden leggen tss H, nieuwe toep. bestuderen,…)
->hoorcolleges & handboek=aparte leerstof (ook leerstof als niet
behandeld id les)
-Alle kennis methode 1e jaar nodig in 3e jaar
-KRITISCH NADENKEN (hoe komt kennis tot stand)
-Deadline onderzoek=23 mei + minstens 5 punten niet online
ECTS fiche
Doelstellingen: Na het voltooien van dit OPO kan de student:
-de basisconcepten van de logica beheersen
-de empirische cyclus begrijpen en de fasen beheersen
-het concept variabiliteit kritisch vatten en inschatten
-associaties tussen variabelen kritisch evalueren, met kennis van
begrippen zoals causaliteit en counterfactuals
-onderzoek systematisch evalueren op vlak van validiteit en
betrouwbaarheid
-kritisch reflecteren over verschillende onderzoeksdesigns en hun
beperkingen aangeven
-verschillende onderzoeksmethoden herkennen en vergelijken
-resultaten van verschillende onderzoeksdesigns correct interpreteren
-aangeven wat responsible research practices zijn en waarom deze van
belang zijn
Inhoud: Tijdens de hoorcolleges worden volgende thema’s behandeld:
->Logica: redeneren en argumenteren, logische geldigheid (NIEUW)
->De empirische cyclus
->Variabelen en meetniveaus
->Associaties tussen variabelen, causaliteit en counterfactuals (NIEUW)
->Steekproeftrekking
->Betrouwbaarheid en validiteit
->Onderzoeksdesigns in de psychologie (survey onderzoek, correlationeel
onderzoek, experimenteel onderzoek, quasi-experimenteel onderzoek,
single-case onderzoek, etc.)
->Responsible research practices (repliceerbaarheid, open science,
preregistratie, etc.)
1
,1Psy Methode d1 LIJST
H1: INLEIDING (p1-26)
-Algemeen:
1) Niet-wetenschappelijke methoden (tenacity, intuïtie, autoriteit,
rationalisme, empirie)
2) De wetenschappelijke methode (5 stappen)
3) Empirische cyclus
Waarom methoden? -Psychologen: interessante vragen beantwoorden
->methode kennisclaims: kritisch evalueren
2 methodes kennis 1) Niet-wetenschappelijke methoden
krijgen 2) Wetenschappelijke methode
1.1. Niet-wetenschappelijke methoden
5 methoden 1) Vasthoudendheid/tenacity
->gewoonte/bijgeloof
2) Intuïtie
->buikgevoel
3) Autoriteit
->expert
4) Rationalisme
->redeneren, logische conclusie
5) Empirie
->directe zintuigelijke observatie
-1-3 ≠kritisch, nuttig snel antwoord maar niet als
zware consequenties bij fout antwoord
-4-5: stellen meer eisen aan info & antwoorden,
cruciale componenten vd wetenschappelijke
methode
1) Vasthoudendheid =idee/geloof wordt vastgehouden omdat het
/ tenacity eerder als waar is aanvaard
-door gewoonte/bijgeloof: ervan uitgaan: kennis
die we hebben= waar (“altijd al zo geweest”)
->info kan foutief zijn, corrigeren zeer moeilijk
(men klampt zich eraan vast)
2) Intuïtie =informatie is aanvaard op basis van een
voor-/buikgevoel
-Gebruik:
1) Het “voelt juist aan”
2) Snelle manier vragen beantwoorden
3) Moeten uitspraak doen, hebben 0 info: dan
2
,1Psy Methode d1 LIJST
vaak intuïtie
4) Ethische/morele dilemma’s hiermee vaak
opgelost (bv: abortus ja/nee)
5)…
->probleem: geen manier onderscheiden accurate
& foutieve info
3) Autoriteit =vertrouwen op informatie v.e. autoriteit/expert
-kennis via bv ‘google it’/boeken=info krijgen v.
experten
->goed startpunt kennis vergaren (snel +
makkelijk)
-gevaar: methode van geloof (=blind vertrouwen
info autoriteitsfiguur zonder kritisch nadenken)
-Problemen:
1) Niet altijd accurate info
2) Info kan gebiast zijn (subj. opinie)
3) Expertise gegeneraliseerd naar andere
domeinen (ook als is die persoon daar geen expert
op)
->bv: acteur≠parfumexpert
4) Expertise in vraag gesteld
5) Expert is niet echt een expert
6) …
->altijd kritisch nadenken/verder doorzoeken!!
(verifiëren)
4) Rationalisme =antwoorden zoeken door logisch te redeneren
(op basis v. assumpties/premissen)
-Premissen (gekende feiten) -> logica gebruiken -
> logische conclusie
-Rationele methode start pas NA de premissen
(alleen verder denken naar conclusie toe)
-Voordeel
->als premissen juist + logica toegepast: conclusie
sws juist
-Nadelen:
->premissen moeten juist zijn
->mensen kunnen slecht logisch redeneren (zou
100% correct moeten zijn, mensen kunnen dit
niet)
Argument a set of premise statements that are logically
combined to yield a conclusion
->premissen=feiten/assumpties dat als waar
aangenomen worden
5) Empirie =antwoorden zoeken door directe
observatie/directe sensorische ervaring
“Alle kennis verworven door de zintuigen”
3
, 1Psy Methode d1 LIJST
(+ervaringen)
->bv: i.d. zomer warmer dan winter (temp. voel je
gwn)
-OBSERVATIE
-Nadeel:
->onze waarneming/interpretatie vd wereld niet
altijd correct:
1) Sensorische ervaring kan ons misleiden
(visuele illusies)
->bv p7
2) Invloed voorkennis, verwachtingen, gevoelens,
overtuigingen op perceptie (waarneming gekleurd
hierdoor)
3) Misinterpretatie v. sensorische ervaring
4) Kost tijd: m.d. empirische methode bij e.
probleem: verschillende oplossingen uitproberen
(<-> rationele methode)= trial-and-error
5) Kan gevaarlijk zijn (“Paddenstoelen eetbaar of
giftig?”)
Voorbeeld -Geen vervoer voor examen?
1) Alle opties overwegen (openbaar vervoer,
iemand bellen,…) -> beste kiezen =rationalisme
2) Alle opties uitproberen en dan beste
kiezen=empirisme
1.2. De wetenschappelijke methode
Definitie =manier om kennis te vergaren waarbij specifieke
vragen geformuleerd worden en er vervolgens
systematisch naar antwoorden gezocht wordt
->bevat elementen vd niet-wetens. methoden
(combo: vermijden problemen bij individuele
methoden)
->Doel=zo accuraat mogelijke antwoorden
bekomen
-5 stappen
Stap 1 OBSERVATIE V. GEDRAG/ANDERE FENOMENEN
->informeel, natuurlijk, niet gepland/systematisch
-bv:
->direct: neiging vloeken als onderzoekers
4
TE KENNEN BOEK
-p1-26, p44-48, p50-80, p109-304 (niet p292-293)n p305-380
ZIE VOORBEELDVRAGEN BOEK
BELANGRIJK
-Focus op kwantitatieve methoden=sem1
-INZICHT!!! (verbanden leggen tss H, nieuwe toep. bestuderen,…)
->hoorcolleges & handboek=aparte leerstof (ook leerstof als niet
behandeld id les)
-Alle kennis methode 1e jaar nodig in 3e jaar
-KRITISCH NADENKEN (hoe komt kennis tot stand)
-Deadline onderzoek=23 mei + minstens 5 punten niet online
ECTS fiche
Doelstellingen: Na het voltooien van dit OPO kan de student:
-de basisconcepten van de logica beheersen
-de empirische cyclus begrijpen en de fasen beheersen
-het concept variabiliteit kritisch vatten en inschatten
-associaties tussen variabelen kritisch evalueren, met kennis van
begrippen zoals causaliteit en counterfactuals
-onderzoek systematisch evalueren op vlak van validiteit en
betrouwbaarheid
-kritisch reflecteren over verschillende onderzoeksdesigns en hun
beperkingen aangeven
-verschillende onderzoeksmethoden herkennen en vergelijken
-resultaten van verschillende onderzoeksdesigns correct interpreteren
-aangeven wat responsible research practices zijn en waarom deze van
belang zijn
Inhoud: Tijdens de hoorcolleges worden volgende thema’s behandeld:
->Logica: redeneren en argumenteren, logische geldigheid (NIEUW)
->De empirische cyclus
->Variabelen en meetniveaus
->Associaties tussen variabelen, causaliteit en counterfactuals (NIEUW)
->Steekproeftrekking
->Betrouwbaarheid en validiteit
->Onderzoeksdesigns in de psychologie (survey onderzoek, correlationeel
onderzoek, experimenteel onderzoek, quasi-experimenteel onderzoek,
single-case onderzoek, etc.)
->Responsible research practices (repliceerbaarheid, open science,
preregistratie, etc.)
1
,1Psy Methode d1 LIJST
H1: INLEIDING (p1-26)
-Algemeen:
1) Niet-wetenschappelijke methoden (tenacity, intuïtie, autoriteit,
rationalisme, empirie)
2) De wetenschappelijke methode (5 stappen)
3) Empirische cyclus
Waarom methoden? -Psychologen: interessante vragen beantwoorden
->methode kennisclaims: kritisch evalueren
2 methodes kennis 1) Niet-wetenschappelijke methoden
krijgen 2) Wetenschappelijke methode
1.1. Niet-wetenschappelijke methoden
5 methoden 1) Vasthoudendheid/tenacity
->gewoonte/bijgeloof
2) Intuïtie
->buikgevoel
3) Autoriteit
->expert
4) Rationalisme
->redeneren, logische conclusie
5) Empirie
->directe zintuigelijke observatie
-1-3 ≠kritisch, nuttig snel antwoord maar niet als
zware consequenties bij fout antwoord
-4-5: stellen meer eisen aan info & antwoorden,
cruciale componenten vd wetenschappelijke
methode
1) Vasthoudendheid =idee/geloof wordt vastgehouden omdat het
/ tenacity eerder als waar is aanvaard
-door gewoonte/bijgeloof: ervan uitgaan: kennis
die we hebben= waar (“altijd al zo geweest”)
->info kan foutief zijn, corrigeren zeer moeilijk
(men klampt zich eraan vast)
2) Intuïtie =informatie is aanvaard op basis van een
voor-/buikgevoel
-Gebruik:
1) Het “voelt juist aan”
2) Snelle manier vragen beantwoorden
3) Moeten uitspraak doen, hebben 0 info: dan
2
,1Psy Methode d1 LIJST
vaak intuïtie
4) Ethische/morele dilemma’s hiermee vaak
opgelost (bv: abortus ja/nee)
5)…
->probleem: geen manier onderscheiden accurate
& foutieve info
3) Autoriteit =vertrouwen op informatie v.e. autoriteit/expert
-kennis via bv ‘google it’/boeken=info krijgen v.
experten
->goed startpunt kennis vergaren (snel +
makkelijk)
-gevaar: methode van geloof (=blind vertrouwen
info autoriteitsfiguur zonder kritisch nadenken)
-Problemen:
1) Niet altijd accurate info
2) Info kan gebiast zijn (subj. opinie)
3) Expertise gegeneraliseerd naar andere
domeinen (ook als is die persoon daar geen expert
op)
->bv: acteur≠parfumexpert
4) Expertise in vraag gesteld
5) Expert is niet echt een expert
6) …
->altijd kritisch nadenken/verder doorzoeken!!
(verifiëren)
4) Rationalisme =antwoorden zoeken door logisch te redeneren
(op basis v. assumpties/premissen)
-Premissen (gekende feiten) -> logica gebruiken -
> logische conclusie
-Rationele methode start pas NA de premissen
(alleen verder denken naar conclusie toe)
-Voordeel
->als premissen juist + logica toegepast: conclusie
sws juist
-Nadelen:
->premissen moeten juist zijn
->mensen kunnen slecht logisch redeneren (zou
100% correct moeten zijn, mensen kunnen dit
niet)
Argument a set of premise statements that are logically
combined to yield a conclusion
->premissen=feiten/assumpties dat als waar
aangenomen worden
5) Empirie =antwoorden zoeken door directe
observatie/directe sensorische ervaring
“Alle kennis verworven door de zintuigen”
3
, 1Psy Methode d1 LIJST
(+ervaringen)
->bv: i.d. zomer warmer dan winter (temp. voel je
gwn)
-OBSERVATIE
-Nadeel:
->onze waarneming/interpretatie vd wereld niet
altijd correct:
1) Sensorische ervaring kan ons misleiden
(visuele illusies)
->bv p7
2) Invloed voorkennis, verwachtingen, gevoelens,
overtuigingen op perceptie (waarneming gekleurd
hierdoor)
3) Misinterpretatie v. sensorische ervaring
4) Kost tijd: m.d. empirische methode bij e.
probleem: verschillende oplossingen uitproberen
(<-> rationele methode)= trial-and-error
5) Kan gevaarlijk zijn (“Paddenstoelen eetbaar of
giftig?”)
Voorbeeld -Geen vervoer voor examen?
1) Alle opties overwegen (openbaar vervoer,
iemand bellen,…) -> beste kiezen =rationalisme
2) Alle opties uitproberen en dan beste
kiezen=empirisme
1.2. De wetenschappelijke methode
Definitie =manier om kennis te vergaren waarbij specifieke
vragen geformuleerd worden en er vervolgens
systematisch naar antwoorden gezocht wordt
->bevat elementen vd niet-wetens. methoden
(combo: vermijden problemen bij individuele
methoden)
->Doel=zo accuraat mogelijke antwoorden
bekomen
-5 stappen
Stap 1 OBSERVATIE V. GEDRAG/ANDERE FENOMENEN
->informeel, natuurlijk, niet gepland/systematisch
-bv:
->direct: neiging vloeken als onderzoekers
4