1. Herhaling persoonlijkheidspsychologie (vorig jaar)
1.1. Trekvisie
PID =psychologie van verschillen
1. (vooral) tss mensen (tss individuen, M & V, gr...)
2. (maar ook bijkomend) binnen mensen (over tijd, in
versch sit., + hoe dit anders kan zijn vr versch personen)
<-> Algemene psychologie: algemene wetten
2 grote 1) Intelligentie/cognitief functioneren
deeldomeine 2) PH (karakter, emoties)
n ->2 grote visies op PH (korte herh.)
1. Trekvisie
2. Interactionistische visie
3 cruciale Trekken=
eig. 1) Interne, stabiele eig van individu
nomothetisc ->meegedragen van moment tot moment, van sit. tot
h sit.
trekconcept ≠tijdelijke eig! (altijd mee, aan leiding consistent
patroon van gedrag)
Bv: haarkleur/haarsnit, agressie vs mening
2) Causaal
~verklaren G van individu
->interne eig. beïnvloeden/bepalen G (bv extraversie)
3) Vorm van (hypothetische) dimensies
->mensen nemen hierop versch plaatsen in (continuüm)
Belangrijkste 1) HE van persoon =belangrijkste manier IV in PH & G op
implicaties te vatten (versch tss personen blijven stabiel over tijd)
2) Gedrag: gekenmerkt dr relatief hoge type A, B, C & D
consistentie
Type A =cross-temporele stabiliteit van (IV in) gedrag
consistentie ~zelfde G, zelfde S (ander moment)
Type B =cross-situationele stabiliteit van IV in) gedrag
consistentie ~zelfde G, andere S (ander moment)
Type C =cross-uitingsstabiliteit van (IV in) gedrag
consistentie ~ander G, zelfde S (zelfde moment)
Type D =predictie van concreet gedrag obv trekscores
consistentie ~ander G, andere S (ander moment)
1
,Bv: IV in An>Jan
stress-
gevoeligheid
tss Jan & An
1.2. Interactionistische visie
Cruciale 1) PH =systeem van processen: bepalen iemands reactie
assumpties op/e concrete situatie
~CAPS systeem Mischel
2) G=functie vd interactie tss persoon & OG!
->bep. sit. lokken bij bep. pers. andere processen
3) Uitkomst functie =PH kan beschreven w itv ALS (bep.
sit) DAN (bep gedrag) gedragshandtekeningen
Belangrijkste 1) Interactie tss persoon & sit =belangrijkste manier IV in
implicaties PH & G op te vatten
2) G gekenmerkt dr relatief hoge type A consistentie
(cross-temporele stabiliteit)
->lage B, C & D consistentie
Wie heeft Evidentie trekpsy
gelijk? 1. Trekken relatief cross-temporeel consistent
2. Consistente IV in algemene gedragstendenzen
->IV voorspellen belang. levensoutcomes
Evidentie interactie
1. Concreet G: weinig consistent van sit. tot sit.
2. Concrete gedragsuitingen correleren niet sterk
onderling
+ slechts in beperkte mate voorspeld dr trekken
Conclusie Mensen gekenmerkt dr IV in algemene
gedragstendenzen:
1. Relatief stabiel + voorspellende kracht
levensoutcomes
2. Weinig informatief vr predictie concreet G
->want: concreet G bepaald in interactie met specifieke
situatie
Hedendaags Trekvisie domineert
2
,PHonderzoek 1. wijd verspreide empirische theo van structuur PH (Big
Five, Hexaco)
2. consistent theoretisch kader geeft mogelijkheid tot
cumulatieve wetenschap
3. makkelijk te onderzoeken (eenvoudige
trekvragenlijsten)
Interactionisme
1. assumpties nochtans algemeen aanvaard
2. maar moeilijker te onderzoeken
3. gebrek aan omvattende theo PH die de voornaamste
processen & structuren met naam noemt
->dit gereflecteerd in komende lessenreeksen
2. Genen & persoonlijkheid (H6)
2.1. Inleiding
Tweelingen ~identieke tweelingen gescheiden bij geboorte: anders
opgegroeid mr toch gelijkenissen
->IV PH >genen, OG of beide?
Vragen bij PH erfelijk? In welke mate, wat wel/niet?
Ggenetica ->hoe onderzocht?
->rol opvoeding/OGinvloeden?
->hoe ziet hedendaagse Ggenetica eruit?
2.1.1. Het menselijk genoom
Genoom =hele verzameling genen dat/e organisme bezit
->bestaat uit DNA/DesoxyriboNucleïneZuur (dubbele
helix opgebouwd uit nucleotiden):
1. Fosfaatgroep (zuur)
2. Suikers (desoxyribose)
3. 4 soorten basen (Adenine-Thymine, & Guanine-
Cytosine)
Gen ~bestaat uit specifieke combinaties DNA-nucleotiden
->coderen vr specifiek proteïne/eig
1. bouw lichaam & functies
2. aanleg voor bep aandoeningen
3. rol in psychologische eig
Menselijk ~20,000-25,000 genen op 23 paar chromosomen (helft
genoom vader, helft moeder)
Complex geheel: veel genen
->manier van coderen kan sterk variëren
->“genetisch afval” (98% niet coderend) blijkt toch
functioneel (bv. bepaalt in welke mate omliggende genen
tot expressie komen)
3
, Human ~doel: sequentie menselijk genoom identificeren
Genome (specifieke DNA molecule sequenties in mens)
Project ->succesvol afgerond in 2003
->complex want meeste eig. niet door één gen, mr
combo vele genen gedetermineerd + mate van
genexpressie
Gelijkenissen 1. Meeste genen menselijk genoom: zelfde voor iedereen
& versch (99+%), bv lichaamseig
2. Kleiner #genen kan versch tss mensen
>inserties, deleties, vervangingen van DNA
Bv: genen die coderen vr lich & psychische trekken (kleur
ogen, extraversie, introversie...)
=>mensen verschillen in:
1) Genotype (genoom) + uiting ervan
2) Fenotype (genotype kan samenhangen met bep.
versch in hoe ze zijn)
2.1.2. Doelen van gedragsgenetica
Vraag =hoe interageren & correleren gen. & OG (i/h bepalen vd
variantie)
->wat exact zijn de omgevings- & genetische F (welke
hebben invloed op IV)
Bv OG : ouders, siblings, peer-groep, unieke invloeden
Bv genetisch: enkele genen, complex van genen, etc…
2.2. Gedragsgenetica
Doel KG =hoeveel (%) variantie toegeschreven aan genetische
versch. & hoeveel aan omgevingsversch.
->dit bepalen=doel KG
Doel MG =bepalen hoe genen & OG interageren/correleren in
bepalen IV
2.2.1. Klassieke gedragsgenetica (KG)
Overerfbaarh =proportie variantie (%) van geobserveerde versch.
eid (variantie) in groep individuen die
verklaard/toegeschreven w aan genetische versch
(variantie)
->hoeveel % IV te verkl adhv genetische versch?
=verband tss fenotype & genotype
->prop verklaarde var ~prop var fenotype die
toegeschreven kan w aan prop var in genotype (h2
heritability) (zie s50-52)
Fenotype =’uiterlijk’ voorkomen (eig) organisme (G, fysieke kenm,
PH)
Genotype =genetische constellatie organisme
4