EUROPESE EN BELGISCHE
PRIVAATSRECHTSGESCHIEDENIS
Gitte Dekens
Ugent 2024-2025
Dirk Heirbaut
,EXTERN RECHT
Mensen gaan maar regeltjes volgen als ze het ook logisch vinden
Maar ook regels die niet logisch in elkaar zitten → geschiedenis nodig
Vb.: EOT (echtscheiding onderlinge toestemming) → sowieso naar rechtbank ook al gaat u ‘goed’ uit
elkaar
Waarom? Kerk in Middeleeuwen wou niet dat je uit de echt kon scheiden, wel tafel en bed scheiden,
maar je moest per sé langs kerk passeren
Ander vb.: 1674 BW → je hebt iets verkocht en je kan eisen dat koop vernietigd wordt als het gaat om
onroerend goed en je bent benadeeld voor meer dan 7/12 benadeeld
Kanttekening: oud BW – BW (opgelet)
BW van 1804: oud BW
BBW: nieuw BW
Soms lijkt het ook logisch te zijn, maar is het niet zo logisch
Vb.: art 1382 oud BW → schade vergoeden als je iemand anders schade berokkent hebt
U bent afgestudeerd en verliefd geworden op iemand en krijgt een kindje
Er rijdt iemand uw kindje dood met de auto → privaatrechtelijk gezien zou u moeten redeneren
volgens art 1382 oud BW = nooit de eerste reactie van iemand
Extern recht kennen om intern recht te kunnen snappen → bronnen van het recht
Materiële bronnen: maatschappelijke verandering die zorgt dat er iets moet gebeuren
Formele bronnen: diegene die het recht veranderd → wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, gewoonte
Onderscheid publiek-privaatrecht
Private personen onderling = privaatrecht
Met de overheid = publiekrecht
Probleem onderscheid: veel te simpel → stellen vast dat overheid bijna altijd tussenkomt (vb.:
arbeidsrecht)
Vroeger bij leenrecht: 2 vrije personen sluiten contract waarbij vazal heer zal dienen en heer heeft
onderhoud en bescherming → bij Graaf van Vlaanderen en koning van Frankrijk = publiekrecht
Strafrecht: nu vooral publiekrecht, vroeger privaatrecht (oog om oog)
Wel nog iets blijven hangen van privaatrecht: burgerlijke partijstelling
Externe privaatrechtsgeschiedenis: historisch van romeinen tot vandaag → nadruk op West-Europa
Interne privaatrechtsgeschiedenis: vooral de Zuidelijke Nederlanden
➔ Romeins, canoniek, costumier recht
In praktijk: geen muren tussen
Vb.: verzekeringen
Kwam voor voor zeeverzekeringen (als schip zou vergaan of overvallen), daarbuiten heel weinig
Pas 1990 goede regeling gekomen → niet echt een geschiedenis
! gaan heel lange periode bekijken
Problemen:
➔ Niet steeds Nederlands van vandaag de dag = in het Latijn (zie woordenlijst ufora)
➔ Voortdurende veranderingen (komt vaak aan bod in intern recht)
,Let op met 2 termen in het Latijn!!!
Concilium (uitgesproken met een K): groep mensen die over iets beslist of advies geeft
Vb.: Vlaamse milieuraad
Consilium: advies geven
Vb.: advocaat
WAAROM DIT VAK?
- Recht begrijpen
- Recht relativeren
Recht vandaag ≠ universele waarheid
Vb.: Zweedse studenten kregen vraag voor of tegen grondwettelijk Hof
Studenten die het niet hadden stemden tegen grondwettelijk hof omdat ze dat zo gewoon
zijn en denken dat dat het beste is
Voorbeeld causa: oorzaak in het verbintenissenrecht → eigenlijk totaal achterhaald, want
oorzaak is niet uitlegbaar
- Recht verbeteren
Zeer efficiënte procedure voor rechtbank in laat Romeinse rijk
Vandaag: gerechtelijke achterstand
Oorzaak: advocaten grote macht
Vroeger: macht bij de rechter
Belang niet overdrijven → niet bruikbaar voor alles
Bij nieuwere fenomenen weinig doen met rechtsgeschiedenis, maar vaak worden vroegere regels
toegepast van vroeger en beetje aangepast
Vb.: computercriminaliteit → concept diefstal overgenomen maar elektriciteit toegevoegd
HOE BESTUDEREN?
historisch :nadruk op wat er vroeger gebeurde
juridisch: wat is recht vandaag en hoe zijn rechtsregels er gekomen?
Anachronismen: structuur vandaag toepassen op verleden terwijl dat nog niet bestond
Periode na de romeinen: 476 → West-Romeinse rijk
476-1100 → costumier recht
Primitieve maatschappij met lokaal gewoonterecht
Einde 11e eeuw → periode van ius commune (= geleerde recht: rechtsleer)
bestaat uit 2 componenten = romeins recht en romano-canoniek recht
1800: revolutionaire periode (FR) → Verlichting als reactie met vernunftrecht
Daarna: periode van nationaal recht → elk land heeft eigen recht met wetgeving
Opmerkingen: periodisering beetje gebrekkig
Overgang tussen periodes gebeuren geleidelijk, niet van ene dag op andere dag
+ veranderingen niet altijd op hetzelfde moment
Periodisering verschil van periodisering in middelbaar: daar lag breuk in 1500 en nu 1100
2 verklaringen:
- Op vlak van rechtsgeschiedenis
1100: verandering door ius commune
1500: niet echt verandering
, - Algemene geschiedenis
1100: fundamentele verandering in maatschappij → landbouwproductiviteit stijgt →
toename bevolking
Europa maakt grote sprong voorwaarts
1500: continuïteit vooral
Ontdekking Amerika? Past in expansieproces in Europa (was ook al begonnen reeds 1100)
Reformatie? Gebeurde ook niet voor de eerste keer
! renaissance relativeren
Chronologie ook vooral gericht op West-Europa, er is veel meer dan dat
Ook een algemene chronologie: soms kan dat voor ander thema beter zijn om andere chronologie te
kiezen
DEEL I: Romeinse periode
1) Oud-Romeinse periode
Wanneer? 753 v.C. – 250 v.C.
Waarom 753 v.C.? → stichting van Rome volgens de romeinen
Maar: archeologisch onderzoek toont aan dat het niet klopt
Belang: Rome was primitief, maar maakte enige evolutie mee
Dia 4 kaart → merkwaardig: Rome was in het begin zwarte bol en evolueerde naar bruine
vlek
Primitief: maatschappij van herders en boeren → ‘familia’ centraal in deze periode
Familia: groep mensen die op boerderij leeft, maar ook boerderij zelf (grond, gebouw, dieren)
Hoofd: pater familias
Vb. uit de tekst: iemand moest geld betalen, maar deed dat niet en werd veroordeeld met
vonnis
Krijgt nog maand tijd om te bepalen en doet hij dat niet → naar magistraat
Doet hij dat nog niet → mag je meenemen naar huis
Nog altijd niet → naar markt in Rome (forum romanum)
Na 3 keer nog altijd niemand die betaalt in uw plaats → schuldeiser mag u verkopen of
doden = zeer primitief recht
De instellingen
Tijdens de koningstijd
Onder de Koning zijn er 3 standen: patriciërs, plebejers, clientes (afhankelijk van patriciërs)
Personen met grond of belangrijk beroep: staan niet onder patriciërs
Willen ze toch bescherming: stellen zich onder patriciërs (client worden)
Strikt gezien nog 4e groep mensen → slaven, voor de Romeinen waren de slaven ‘dingen’
Vanaf 510 v.C. → republiek → tweestrijd tussen patriciërs en plebejers
Plebejers vechten om meer politieke macht
Macht ligt bij Senaat (woord komt van ‘oude man’)
Verschil met onze senaat:
PRIVAATSRECHTSGESCHIEDENIS
Gitte Dekens
Ugent 2024-2025
Dirk Heirbaut
,EXTERN RECHT
Mensen gaan maar regeltjes volgen als ze het ook logisch vinden
Maar ook regels die niet logisch in elkaar zitten → geschiedenis nodig
Vb.: EOT (echtscheiding onderlinge toestemming) → sowieso naar rechtbank ook al gaat u ‘goed’ uit
elkaar
Waarom? Kerk in Middeleeuwen wou niet dat je uit de echt kon scheiden, wel tafel en bed scheiden,
maar je moest per sé langs kerk passeren
Ander vb.: 1674 BW → je hebt iets verkocht en je kan eisen dat koop vernietigd wordt als het gaat om
onroerend goed en je bent benadeeld voor meer dan 7/12 benadeeld
Kanttekening: oud BW – BW (opgelet)
BW van 1804: oud BW
BBW: nieuw BW
Soms lijkt het ook logisch te zijn, maar is het niet zo logisch
Vb.: art 1382 oud BW → schade vergoeden als je iemand anders schade berokkent hebt
U bent afgestudeerd en verliefd geworden op iemand en krijgt een kindje
Er rijdt iemand uw kindje dood met de auto → privaatrechtelijk gezien zou u moeten redeneren
volgens art 1382 oud BW = nooit de eerste reactie van iemand
Extern recht kennen om intern recht te kunnen snappen → bronnen van het recht
Materiële bronnen: maatschappelijke verandering die zorgt dat er iets moet gebeuren
Formele bronnen: diegene die het recht veranderd → wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, gewoonte
Onderscheid publiek-privaatrecht
Private personen onderling = privaatrecht
Met de overheid = publiekrecht
Probleem onderscheid: veel te simpel → stellen vast dat overheid bijna altijd tussenkomt (vb.:
arbeidsrecht)
Vroeger bij leenrecht: 2 vrije personen sluiten contract waarbij vazal heer zal dienen en heer heeft
onderhoud en bescherming → bij Graaf van Vlaanderen en koning van Frankrijk = publiekrecht
Strafrecht: nu vooral publiekrecht, vroeger privaatrecht (oog om oog)
Wel nog iets blijven hangen van privaatrecht: burgerlijke partijstelling
Externe privaatrechtsgeschiedenis: historisch van romeinen tot vandaag → nadruk op West-Europa
Interne privaatrechtsgeschiedenis: vooral de Zuidelijke Nederlanden
➔ Romeins, canoniek, costumier recht
In praktijk: geen muren tussen
Vb.: verzekeringen
Kwam voor voor zeeverzekeringen (als schip zou vergaan of overvallen), daarbuiten heel weinig
Pas 1990 goede regeling gekomen → niet echt een geschiedenis
! gaan heel lange periode bekijken
Problemen:
➔ Niet steeds Nederlands van vandaag de dag = in het Latijn (zie woordenlijst ufora)
➔ Voortdurende veranderingen (komt vaak aan bod in intern recht)
,Let op met 2 termen in het Latijn!!!
Concilium (uitgesproken met een K): groep mensen die over iets beslist of advies geeft
Vb.: Vlaamse milieuraad
Consilium: advies geven
Vb.: advocaat
WAAROM DIT VAK?
- Recht begrijpen
- Recht relativeren
Recht vandaag ≠ universele waarheid
Vb.: Zweedse studenten kregen vraag voor of tegen grondwettelijk Hof
Studenten die het niet hadden stemden tegen grondwettelijk hof omdat ze dat zo gewoon
zijn en denken dat dat het beste is
Voorbeeld causa: oorzaak in het verbintenissenrecht → eigenlijk totaal achterhaald, want
oorzaak is niet uitlegbaar
- Recht verbeteren
Zeer efficiënte procedure voor rechtbank in laat Romeinse rijk
Vandaag: gerechtelijke achterstand
Oorzaak: advocaten grote macht
Vroeger: macht bij de rechter
Belang niet overdrijven → niet bruikbaar voor alles
Bij nieuwere fenomenen weinig doen met rechtsgeschiedenis, maar vaak worden vroegere regels
toegepast van vroeger en beetje aangepast
Vb.: computercriminaliteit → concept diefstal overgenomen maar elektriciteit toegevoegd
HOE BESTUDEREN?
historisch :nadruk op wat er vroeger gebeurde
juridisch: wat is recht vandaag en hoe zijn rechtsregels er gekomen?
Anachronismen: structuur vandaag toepassen op verleden terwijl dat nog niet bestond
Periode na de romeinen: 476 → West-Romeinse rijk
476-1100 → costumier recht
Primitieve maatschappij met lokaal gewoonterecht
Einde 11e eeuw → periode van ius commune (= geleerde recht: rechtsleer)
bestaat uit 2 componenten = romeins recht en romano-canoniek recht
1800: revolutionaire periode (FR) → Verlichting als reactie met vernunftrecht
Daarna: periode van nationaal recht → elk land heeft eigen recht met wetgeving
Opmerkingen: periodisering beetje gebrekkig
Overgang tussen periodes gebeuren geleidelijk, niet van ene dag op andere dag
+ veranderingen niet altijd op hetzelfde moment
Periodisering verschil van periodisering in middelbaar: daar lag breuk in 1500 en nu 1100
2 verklaringen:
- Op vlak van rechtsgeschiedenis
1100: verandering door ius commune
1500: niet echt verandering
, - Algemene geschiedenis
1100: fundamentele verandering in maatschappij → landbouwproductiviteit stijgt →
toename bevolking
Europa maakt grote sprong voorwaarts
1500: continuïteit vooral
Ontdekking Amerika? Past in expansieproces in Europa (was ook al begonnen reeds 1100)
Reformatie? Gebeurde ook niet voor de eerste keer
! renaissance relativeren
Chronologie ook vooral gericht op West-Europa, er is veel meer dan dat
Ook een algemene chronologie: soms kan dat voor ander thema beter zijn om andere chronologie te
kiezen
DEEL I: Romeinse periode
1) Oud-Romeinse periode
Wanneer? 753 v.C. – 250 v.C.
Waarom 753 v.C.? → stichting van Rome volgens de romeinen
Maar: archeologisch onderzoek toont aan dat het niet klopt
Belang: Rome was primitief, maar maakte enige evolutie mee
Dia 4 kaart → merkwaardig: Rome was in het begin zwarte bol en evolueerde naar bruine
vlek
Primitief: maatschappij van herders en boeren → ‘familia’ centraal in deze periode
Familia: groep mensen die op boerderij leeft, maar ook boerderij zelf (grond, gebouw, dieren)
Hoofd: pater familias
Vb. uit de tekst: iemand moest geld betalen, maar deed dat niet en werd veroordeeld met
vonnis
Krijgt nog maand tijd om te bepalen en doet hij dat niet → naar magistraat
Doet hij dat nog niet → mag je meenemen naar huis
Nog altijd niet → naar markt in Rome (forum romanum)
Na 3 keer nog altijd niemand die betaalt in uw plaats → schuldeiser mag u verkopen of
doden = zeer primitief recht
De instellingen
Tijdens de koningstijd
Onder de Koning zijn er 3 standen: patriciërs, plebejers, clientes (afhankelijk van patriciërs)
Personen met grond of belangrijk beroep: staan niet onder patriciërs
Willen ze toch bescherming: stellen zich onder patriciërs (client worden)
Strikt gezien nog 4e groep mensen → slaven, voor de Romeinen waren de slaven ‘dingen’
Vanaf 510 v.C. → republiek → tweestrijd tussen patriciërs en plebejers
Plebejers vechten om meer politieke macht
Macht ligt bij Senaat (woord komt van ‘oude man’)
Verschil met onze senaat: