0 ,
ARBEIDSRECHT
Gitte Dekens
Alexander De Becker
2025-2026
,ARBEIDSRECHT
INLEIDING
Sociaal recht heeft 2 onderdelen: arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht
Arbeidsrecht = verhouding tussen werkgever en werknemer en de arbeid die daarin wordt verricht
Socialezekerheidsrecht = model voor mensen die geen arbeid kunnen verrichten (tijdelijk of definitief)
om die toch uitkeringen te laten genieten
Wordt gefinancierd doordat werkgevers en werknemers sociale bijdragen betalen
Is er overlap?
Ja, sociaal handhavingsrecht zoals bijvoorbeeld mensen in het zwart tewerkstellen
Inhoud: het verrichten van werk en hoe we dat regelen
Belangrijk om regels te maken, want anders zouden slechte werkgevers durven uitbuiten (het geval
eind 19e eeuw)
In de 20ste eeuw hebben we arbeidsrecht ontwikkeld als oplossing voor slechte omstandigheden
ontwikkeld op basis van ideeën die in die tijd bestonden
Bedoeling om 1 job te hebben die je heel je leven zou uitoefenen, werk was veel meer gelijkaardig en
hadden nood aan groepen om zich te organiseren
Principes: collectiviteit en collectieve onderhandelingen (tussen vakbonden en werknemers)
Wat gebeurt er in de 21e eeuw?
Een veel grote individualisering van de arbeidsrelatie zoals bijvoorbeeld werk verrichten vanachter de
laptop
Gevolg grens tussen werknemer en zelfstandige wordt klein
DEEL I. ONTSTAAN & BRONNEN
HOOFDSTUK 1: ONTSTAAN EN FINALITEIT VAN HET ARBEIDSRECHT
Arbeidsrecht is een relatieve jonge rechtstak
Reden? Er was geen arbeidsrecht bij de Romeinen want er waren slaven en hetzelfde geldt voor de
middeleeuwen
Als je tewerkgesteld was, was je volledig afhankelijk
Het is lang zo gebleven dat er niets geregeld was
Op het einde van de 18e eeuw (FR) er werden voor het eerst regels gemaakt
Belangrijk begrip geïntroduceerd = vrijheid van nijverheid
1791 met het Decreet d’Allarde: ontwikkel ondernemingen zoveel als je wilt en regel zelf de
arbeidsvoorwaarden
Men ging ervan uit dat absolute vrijheid een grotere gelijkheid ging genereren
Hoeveel uren je mensen tewerkstelt en hoe je dat doet is aan diegene die de onderneming opricht
19e eeuw: misbruik van de vrijheid van nijverheid
Als je de volledige vrijheid geeft aan mensen om te regelen hoe de arbeidsvoorwaarden van hun
werknemers zich moeten ontwikkelen, dan krijg je misbruik
Gentse katoennatie had uren van 12 tot 14 uren
Dat resulteerde later ook in kinderarbeid
1866: coalitieverbod (= je mag je niet verenigen als werknemers) afgeschaft
Je bent er op dat ogenblik nog niet, er waren wel al feitelijke vakorganisaties vanaf 1860 maar we zijn
er nog niet zolang organisaties nog niets kunnen doen
Je moet impact op de regelgeving kunnen hebben
1
,1885: oprichting Belgische werkliedenpartij
Vanaf 1866 is ook het stakingspostenverbod opgegeven je mocht posten zetten tot staken
Ze gaan druk zetten op werkwilligen om ervoor te zorgen dat ze toch gaan meedoen
1892: verbod druk op werkwilligen
Men is een burgeroorlog gestart (sociale onlusten)
Gevolg: ze gaan commissie instellen voor Nijverheidsarbeid om nieuwe regels in te stellen
Men heeft het zogenaamde Werkboekje ingeschreven (hoeveel uren je werkt)
Wat met het bewijsrecht?
Als er geschil was over uitbetaling van loon, dan werd de werkgever op zijn woord geloofd
= 1781 BW
Vanaf het einde van de 19e eeuw sociale wetten uitgevaardigd
Wet 1887: verbod op het truck systeem (= loon uitbetalen in goederen van de fabriek waar je werkt
of van bevriende winkels of bons die je moet besteden bij bevriende winkeliers)
Wet 1889: verbod op vrouwen en kinderarbeid (laatste bestaat nog steeds)
Wet 1896: werkplaatsreglement (hoe omschrijf je omstandigheden waarin mensen moeten werken
en hoe probeer je die te verbeteren)
Wet 1900: wet op arbeidscontract
we maken afspraken enkel nog maar voor de arbeiders: loon, onder welk gezag, taak
wet 1905: wet op zondagsrust
Na WOII komt er algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen
Dit is ook een gevolg geweest van sociale hervormingen en vooruitgang
Wet 1921: vrijheid van vereniging
21e eeuw: flexibilisering van arbeid
= je begint niet meer in het begin van je carrière in een bepaalde fabriek tot het einde van je carrière,
maar je gaat verschillende jobs doen
Gevolg: de rol van vakbonden en afspraken gebeurt veel moeilijker tussen partners
De effectieve sociale bescherming gebeurt niet langer door de partners, maar door de politiek
Gevolg: het oude model is een discussiepunt geworden
Gevaar van alles aan de politiek te geven elke coalitie zal er anders aan sleutelen
HOOFDSTUK 2: STRUCTUUR EN COHERENTIE VAN HET ARBEIDSRECHT
6 deelgebieden
- Arbeidsbeschermingsrecht
= hoe bescherm ik mensen die arbeid verrichten
Vb.: arbeidsvoorwaarden op het werk
- Arbeidsovereenkomstenrecht
= regelt de wederzijdse contractuele rechten en verplichtingen van werkgever en werknemer
- Loonregulering en loonbescherming
- Collectief arbeidsrecht
= collectieve verhoudingen tussen werkgever en werknemer
- Arbeidsmarktrecht
Arbeidsmarkt: je probeert om vacatures en werklozen met elkaar in overeenstemming te
brengen
- Sociaal handhavingsrecht
= mogelijkheden tot naleving + sancties
2
, Codificatie arbeidsrecht lijkt een moeilijke klus: niet 1 wetboek zoals bij andere takken
Reden? Jonge rechtstak + maatschappelijke realiteit dat men veel schuift met regels zowel tussen
sociale partners als door parlement
Beperkte codificaties: Codex Welzijn op het Werk, Sociaal Strafwetboek, CAO-wet (private sector),
Arbeidsovereenkomstenwet (alle mogelijke arbeidsovereenkomsten proberen te integreren, maar
niet helemaal geslaagd)
BRONNEN
Internationale bronnen
Functie: leggen sociale grondrechten vast (= rechten die je aan het feit dat je arbeid verricht
ontleent)
Standstill-beginsel: je hebt een zekere mate van sociale bescherming en die mag niet
achteruit gaan
1. De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens
Art 23 UVRM: “eenieder heeft recht op arbeid, vrije keuze van beroep, rechtmatige en
gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid
Eenieder heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid …”
Het betekent niet alleen dat je mag gaan werken, maar eigenlijk is er verplichting zolang je
gezond bent
Nog altijd wordt er vastgesteld dat er geen gelijk loon is tussen man en vrouw
Het UVRM heeft geen rechtstreekse werking je kan het niet rechtstreeks inroepen
tegenover rechter
2. ECOSOC-verdrag
BUPO heeft in grote mate rechtstreekse werking, het ECOSOC-verdrag niet
De sociale rechten bevinden zich echter in het ECOSOC-verdrag
Het is grotendeels gelijkaardig aan art 23 van UVRM
Er is geen directe werking, maar er is rechtspraak die dit toch lijkt toe te passen
3. Internationale Arbeidsorganisatie
Ze heeft ongeveer 200 verdragen gesloten waarvan België er 113 heeft geratificeerd
Harde kern:
- Vakbondsvrijheid (IAO verdrag 87)
- Collectief overleg (IAO verdrag 98)
- Verbod gedwongen arbeid (IAO verdrag 25 en 105)
Belang? Om algemene principes af te spreken die we over de hele wereld proberen te
respecteren
Deze verdragen hebben ook geen rechtstreekse werking
Het belang ligt dus voornamelijk in het morele gezag
In België vergen ze uitvoering door een wet, besluit of CAO
4. OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling)
OESO heeft richtlijnen voor multinationale ondernemingen (21 juni 1976)
! geen directe werking en niet juridisch afdwingbaar
3
ARBEIDSRECHT
Gitte Dekens
Alexander De Becker
2025-2026
,ARBEIDSRECHT
INLEIDING
Sociaal recht heeft 2 onderdelen: arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht
Arbeidsrecht = verhouding tussen werkgever en werknemer en de arbeid die daarin wordt verricht
Socialezekerheidsrecht = model voor mensen die geen arbeid kunnen verrichten (tijdelijk of definitief)
om die toch uitkeringen te laten genieten
Wordt gefinancierd doordat werkgevers en werknemers sociale bijdragen betalen
Is er overlap?
Ja, sociaal handhavingsrecht zoals bijvoorbeeld mensen in het zwart tewerkstellen
Inhoud: het verrichten van werk en hoe we dat regelen
Belangrijk om regels te maken, want anders zouden slechte werkgevers durven uitbuiten (het geval
eind 19e eeuw)
In de 20ste eeuw hebben we arbeidsrecht ontwikkeld als oplossing voor slechte omstandigheden
ontwikkeld op basis van ideeën die in die tijd bestonden
Bedoeling om 1 job te hebben die je heel je leven zou uitoefenen, werk was veel meer gelijkaardig en
hadden nood aan groepen om zich te organiseren
Principes: collectiviteit en collectieve onderhandelingen (tussen vakbonden en werknemers)
Wat gebeurt er in de 21e eeuw?
Een veel grote individualisering van de arbeidsrelatie zoals bijvoorbeeld werk verrichten vanachter de
laptop
Gevolg grens tussen werknemer en zelfstandige wordt klein
DEEL I. ONTSTAAN & BRONNEN
HOOFDSTUK 1: ONTSTAAN EN FINALITEIT VAN HET ARBEIDSRECHT
Arbeidsrecht is een relatieve jonge rechtstak
Reden? Er was geen arbeidsrecht bij de Romeinen want er waren slaven en hetzelfde geldt voor de
middeleeuwen
Als je tewerkgesteld was, was je volledig afhankelijk
Het is lang zo gebleven dat er niets geregeld was
Op het einde van de 18e eeuw (FR) er werden voor het eerst regels gemaakt
Belangrijk begrip geïntroduceerd = vrijheid van nijverheid
1791 met het Decreet d’Allarde: ontwikkel ondernemingen zoveel als je wilt en regel zelf de
arbeidsvoorwaarden
Men ging ervan uit dat absolute vrijheid een grotere gelijkheid ging genereren
Hoeveel uren je mensen tewerkstelt en hoe je dat doet is aan diegene die de onderneming opricht
19e eeuw: misbruik van de vrijheid van nijverheid
Als je de volledige vrijheid geeft aan mensen om te regelen hoe de arbeidsvoorwaarden van hun
werknemers zich moeten ontwikkelen, dan krijg je misbruik
Gentse katoennatie had uren van 12 tot 14 uren
Dat resulteerde later ook in kinderarbeid
1866: coalitieverbod (= je mag je niet verenigen als werknemers) afgeschaft
Je bent er op dat ogenblik nog niet, er waren wel al feitelijke vakorganisaties vanaf 1860 maar we zijn
er nog niet zolang organisaties nog niets kunnen doen
Je moet impact op de regelgeving kunnen hebben
1
,1885: oprichting Belgische werkliedenpartij
Vanaf 1866 is ook het stakingspostenverbod opgegeven je mocht posten zetten tot staken
Ze gaan druk zetten op werkwilligen om ervoor te zorgen dat ze toch gaan meedoen
1892: verbod druk op werkwilligen
Men is een burgeroorlog gestart (sociale onlusten)
Gevolg: ze gaan commissie instellen voor Nijverheidsarbeid om nieuwe regels in te stellen
Men heeft het zogenaamde Werkboekje ingeschreven (hoeveel uren je werkt)
Wat met het bewijsrecht?
Als er geschil was over uitbetaling van loon, dan werd de werkgever op zijn woord geloofd
= 1781 BW
Vanaf het einde van de 19e eeuw sociale wetten uitgevaardigd
Wet 1887: verbod op het truck systeem (= loon uitbetalen in goederen van de fabriek waar je werkt
of van bevriende winkels of bons die je moet besteden bij bevriende winkeliers)
Wet 1889: verbod op vrouwen en kinderarbeid (laatste bestaat nog steeds)
Wet 1896: werkplaatsreglement (hoe omschrijf je omstandigheden waarin mensen moeten werken
en hoe probeer je die te verbeteren)
Wet 1900: wet op arbeidscontract
we maken afspraken enkel nog maar voor de arbeiders: loon, onder welk gezag, taak
wet 1905: wet op zondagsrust
Na WOII komt er algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen
Dit is ook een gevolg geweest van sociale hervormingen en vooruitgang
Wet 1921: vrijheid van vereniging
21e eeuw: flexibilisering van arbeid
= je begint niet meer in het begin van je carrière in een bepaalde fabriek tot het einde van je carrière,
maar je gaat verschillende jobs doen
Gevolg: de rol van vakbonden en afspraken gebeurt veel moeilijker tussen partners
De effectieve sociale bescherming gebeurt niet langer door de partners, maar door de politiek
Gevolg: het oude model is een discussiepunt geworden
Gevaar van alles aan de politiek te geven elke coalitie zal er anders aan sleutelen
HOOFDSTUK 2: STRUCTUUR EN COHERENTIE VAN HET ARBEIDSRECHT
6 deelgebieden
- Arbeidsbeschermingsrecht
= hoe bescherm ik mensen die arbeid verrichten
Vb.: arbeidsvoorwaarden op het werk
- Arbeidsovereenkomstenrecht
= regelt de wederzijdse contractuele rechten en verplichtingen van werkgever en werknemer
- Loonregulering en loonbescherming
- Collectief arbeidsrecht
= collectieve verhoudingen tussen werkgever en werknemer
- Arbeidsmarktrecht
Arbeidsmarkt: je probeert om vacatures en werklozen met elkaar in overeenstemming te
brengen
- Sociaal handhavingsrecht
= mogelijkheden tot naleving + sancties
2
, Codificatie arbeidsrecht lijkt een moeilijke klus: niet 1 wetboek zoals bij andere takken
Reden? Jonge rechtstak + maatschappelijke realiteit dat men veel schuift met regels zowel tussen
sociale partners als door parlement
Beperkte codificaties: Codex Welzijn op het Werk, Sociaal Strafwetboek, CAO-wet (private sector),
Arbeidsovereenkomstenwet (alle mogelijke arbeidsovereenkomsten proberen te integreren, maar
niet helemaal geslaagd)
BRONNEN
Internationale bronnen
Functie: leggen sociale grondrechten vast (= rechten die je aan het feit dat je arbeid verricht
ontleent)
Standstill-beginsel: je hebt een zekere mate van sociale bescherming en die mag niet
achteruit gaan
1. De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens
Art 23 UVRM: “eenieder heeft recht op arbeid, vrije keuze van beroep, rechtmatige en
gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid
Eenieder heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid …”
Het betekent niet alleen dat je mag gaan werken, maar eigenlijk is er verplichting zolang je
gezond bent
Nog altijd wordt er vastgesteld dat er geen gelijk loon is tussen man en vrouw
Het UVRM heeft geen rechtstreekse werking je kan het niet rechtstreeks inroepen
tegenover rechter
2. ECOSOC-verdrag
BUPO heeft in grote mate rechtstreekse werking, het ECOSOC-verdrag niet
De sociale rechten bevinden zich echter in het ECOSOC-verdrag
Het is grotendeels gelijkaardig aan art 23 van UVRM
Er is geen directe werking, maar er is rechtspraak die dit toch lijkt toe te passen
3. Internationale Arbeidsorganisatie
Ze heeft ongeveer 200 verdragen gesloten waarvan België er 113 heeft geratificeerd
Harde kern:
- Vakbondsvrijheid (IAO verdrag 87)
- Collectief overleg (IAO verdrag 98)
- Verbod gedwongen arbeid (IAO verdrag 25 en 105)
Belang? Om algemene principes af te spreken die we over de hele wereld proberen te
respecteren
Deze verdragen hebben ook geen rechtstreekse werking
Het belang ligt dus voornamelijk in het morele gezag
In België vergen ze uitvoering door een wet, besluit of CAO
4. OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling)
OESO heeft richtlijnen voor multinationale ondernemingen (21 juni 1976)
! geen directe werking en niet juridisch afdwingbaar
3