LES 1: WAT ZIJN DE GRONDSLAGEN VAN HET RECHT?
-Interne fundamenten vh recht: juridische doctrines, rechtsregels
-Externe fundamenten vh recht: geschiedenis, filosofie, maatschappij
-> Wederzijdse relatie tussen recht en de m’pij
GESCHIEDENIS
-Wetten koning Hammurabi (Mesopotamië, Babylon)
-Oude Griekse wetgeving (Plato en Aristoteles: natuurrecht, wet weerspiegelt waarheid en
tijdloze deugden)
-Romeins recht (droit civil en ius gentium)
-Kanoniek recht (rooms-katholieke kerk, kerkelijke aangelegenheden en morele principes)
-Common law
-Verlichting
o Idee van het sociaal contract, Hobbes (Levitian) ,Locke en Rousseau
De fictie dat mensen die deel uitmaken van eenzelfde gemeenschap een
contract zouden hebben gesloten om de soevereiniteit van de staat te
vestigen. De theorieën over het sociaal contract kwamen tot bloei tijdens de
vernieuwing van het politieke denken in de moderne tijd. Dit is dus een fictief
gedachte experiment
Verticaal sociaal contract (Hobbes) : waarbij individuen hun macht
toevertrouwen aan een autoriteit die zij zelf vormen en daarmee afstand doen
van die macht. Hobbes heeft negatieve visie over de mens: ze zijn constant in
oorlog met elkaar. Om aan deze situatie te ontsnappen, stemmen zij ermee in
hun vrijheid op te geven ten gunste van een almachtige soeverein, in ruil voor
de garantie van hun veiligheid.
Horizontaal sociaal contract (Locke): contract dat niet een contract van
onderwerping is, maar een contract van vereniging. Locke gaat ervan uit dat
mensen vreedzaam samenleven, hoewel ze te maken hebben met
moeilijkheden die enerzijds voortvloeien uit de barre levensomstandigheden
en anderzijds uit het ontbreken van een derde partij die in staat is om hun
conflicten te beslechten. Volgens J. Locke vormen mensen een georganiseerde
politieke gemeenschap om een betere bescherming te krijgen van hun
natuurlijke rechten, die zowel betrekking hebben op hun persoon als op hun
bezittingen.
Rousseau zijn visie omtrent sociaal contract: vereist dat de macht wordt
uitgeoefend door het volk in zijn geheel, zonder dat er sprake is van delegatie
aan regeringsleiders, teneinde het ontstaan van een algemene wil mogelijk te
, maken die boven de individuele wil uitstijgt. Deze opvatting van
volkssoevereiniteit, die de nadruk legt op het beginsel van gelijkheid in plaats
van op dat van vrijheid, heeft niet alleen de Franse revolutionairen sterk
beïnvloed, maar ook het socialistische en communistische denken
-Constitutionalisme, tot stand gekomen na Amerikaanse en Franse revolutie.
Rechtstheorie die stelt dat soevereine macht en grondrechten moeten worden
gewaarborgd door een geschreven grondwet. Wet als barrière tegen macht opdat
individuele vrijheden beschermt kunnen worden. Voorbeeld: Duitse grondwet van
1949, die zelfs bepaalt dat bepaalde grondrechten niet kunnen worden gewijzigd,
zelfs niet door het volk.
STROMINGEN VAN HET RECHT
-Natuurrecht
o Het recht ontleent zijn geldigheid aan de inhoudelijke, morele juistheid ervan. De
feitelijkheid van een wet is niet voldoende voor hun geldigheid, het hangt af of de
wet overeenstemt met wat we als rechtvaardig beschouwen. Hierbij is het recht
gefundeerd op de moraal, de moraal kan dan als toetsing gebruikt worden in het
domein van het recht
o Artistoteles (4e E v.Chr.), Thomas van Aquino (13e E), Immanuel kant (17e E)
-Rechtsposivitivisme
o Een wet is geldig als het tot stand is gekomen door via de juiste procedures door
de bevoegde overheid.
o Hart en John Austin
-Juridisch realisme
o Recht is geen vaststaan systeem van regels, maar iets dat in de praktijk vorm
krijgt.
o De 'echte' wet niet is wat er in wetboeken staat, maar wat rechters en andere
juridische actoren daadwerkelijk doen.
o Rechters laten zich in hun beslissingen vaak leiden door sociale, economische en
psychologische factoren, niet alleen door de wetstekst.
-Kritische Rechtstheorie
o Stroming binnen de rechtswetenschap die stelt dat het recht niet neutraal is, maar
juist de machtsverhoudingen in de samenleving weerspiegelt en versterkt
o Juridische beslissingen vertegenwoordigen vaak de belangen van de dominante
groepen (zoals politieke of economische elites) in plaats van het idee van
universele rechtvaardigheid
o De stroming bekritiseert het idee dat het recht objectief of neutraal zou zijn.
o Bekende auteurs: Duncan Kennedy en Pierre Bourdieu
INSTITUTIONELE GRONDSLAGEN
,-Rechtbanken en interpretatie
o Rechtbanken spelen een centrale rol in de rechterlijke interpretatie en het
vaststellen van het jurisprudentiële precedent.
o Hiërarchie van rechtbanken: rechtssystemen handhaven een hiërarchie van
rechtbanken, waarin hogere rechtbanken bindende precedenten scheppen voor
lagere rechtbanken. Deze structuur zorgt voor uniformiteit van juridische
interpretaties en legt de verantwoordelijkheid voor precedenten bij de hogere
rechtbanken.
o Stare Decisis (Latijn voor "blijf bij de beslissingen") is een principe in common law-
systemen, waarbij rechters eerdere uitspraken (precedenten) volgen.
o Het juridisch redeneren evolueert door de jurisprudentie (het geheel van
uitspraken van rechters) en de wetten
-Wetgevers en creatie
o Wetgevende organen hebben een fundamentele rol in het opstellen van wetten en
het creëren van het normatieve kader
-Rechtstaat
o Principe dat de wet primeert boven willekeurige macht
-Globalisering
o Interactie van juridische systemen
Nationale en internationale juridische systemen beïnvloeden elkaar
wederzijds.
o Internationale instituties
Grote internationale organisatie en rechtbanken zoals de VN, EVRM en
Internationaal Strafhof bepalen geleidelijk het nationale recht door het
opleggen van nieuwe, transnationale juridische standaarden.
APPLICATIE LES 1
Recht op abortus
Tot 1990 werd abortus afgestraft. Het voorstel Lallemand-Herman-Michielsens werd in
1990 goedgekeurd. Koning Boudewijn weigerde dit aanvankelijk te ondertekenen, wat
leidde tot de uitzonderlijke 'mini-koningskwestie'. De koning was een diep overtuigd
katholiek en had ernstige gewetensbezwaren tegen deze wet. De grondwet vereist echter
dat de koning (als deel van de wetgevende macht) alle wetten bekrachtigt. Oplossing:
Koning Boudewijn werd voor korte periode “in onmogelijkheid om te regeren” verklaard.
In 2018 in België symbolisch uit het strafwetboek gehaald, waardoor het niet langer als
een gedoogd misdrijf maar als een recht wordt beschouwd.
In amerika: Roe v. Wade en Dobbs v. Jackson
Roe v. Wade (1973), was een mijlpaalarrest waarin vrouwen het recht kregen tot
abortus voor levensvatbaarheid. Het legaliseerde abortus in heel de VS en beperkte de
bevoegdheid van staten om te reguleren.
, Dobbs v. Jackson Women's Health Organization (2022), dit arrest herriep de
uitspraak van Roe v. Wade. De bevoegdheid om abortus te reguleren of te verbieden
werd teruggegeven aan de individuele staten, wat leidde tot onmiddellijke of verwachte
abortusverboden in veel staten.
In frankrijk: Proces van Bobiny
Deze zaak betrof een 16-jarig meisje, Marie-Claire Chevalier, dat zwanger was geraakt na
verkrachting en een illegale abortus had ondergaan. Haar moeder en drie andere
vrouwen die haar hadden geholpen, werden ook aangeklaagd. Marie-Claire Chevalier
werd vrijgesproken door de kinderrechter, en de andere beklaagden kregen symbolische
of lichte straffen. De zaak zorgde voor een cruciale verschuiving in de publieke opinie. Dit
leidde uiteindelijk tot de goedkeuring van de Wet Veil in 1975, die abortus in Frankrijk
decriminaliseerde. In 2024 werd het recht op abortus in grondwet verankerd. Frankrijk
was hier mee de eerste ter wereld
Dit voorbeeld toont ons dat er een veranderd evenwicht is tussen juridische interne
elementen (rechtspraak, interpretatie) en externe maatschappelijke factoren (sociale
waarden, politieke bewegingen).
WAT IS HET RECHT?
VOOR DE WET, FRANZ KAFKA
De boer begrijpt het systeem niet. De logica van het systeem is onbegrijpelijk voor
degenen die er niet voor zijn opgeleid; de persoon die zijn zaak wil verdedigen is niet in
staat dit te doen.
De wachter stelt vragen over goddelijke gerechtigheid en autoriteit.
Kortom, de analyse benadrukt de verwarring en onmacht van het individu (de
boer) tegenover een duister, ondoordringbaar juridisch en bureaucratisch
systeem, en bevraagt de aard van de autoriteit (de wachter) die de toegang tot de
wet blokkeert.
H.L.A. HART, THE CONCEPT OF LAW 1961
Hoofdstuk 1 draait rond volgende vragen:
- Is recht slechts de wil van de soeverein, ondersteund door sancties (zoals in de theorie
van John Austin)? -> Hart zal dit standpunt bekritiseren.
- Wat maakt een rechtsplicht anders dan een morele plicht? Wat is het verband tussen
recht en moraal?
-Speelt het recht zich uitsluitend af binnen een systeem van regels, en zo ja, wat voor
soort regels zijn dat?
Hart wil de vragen verduidelijken door de kenmerken te onderzoeken die rechtsregels
onderscheiden van andere sociale regels.