Communicatie thema 9
Hoofdstuk 2
Mensen kunnen op verschillende manieren boodschappen overbrengen, deze
boodschap kan via allerlei kanalen worden gezonden
Inhoudsniveau: de zakelijke informatie
Betrekkingsniveau: de relatie tussen de zender en de ontvanger
Non-verbale communicatie speelt een veel grotere rol dan de verbale communicatie
Als het gesprek inhoudelijk goed is voorbereid, is er meer ruimte om aandacht te
hebben voor het non-verbale aspect van het gesprek
Metataal: de woorden en de zinnen die de werkelijke bedoelingen verhullen. Het is
de ‘’smeerolie’’ van de taal: een beetje houdt de machine draaiend, te veel maakt er
een glibberige bende van -> verzacht de boodschap, maakt het mogelijk om stiekem
te manipuleren, en geeft de kans emoties te uiten zonder al te onaardig te worden ->
kun je opzettelijk of onopzettelijk gebruiken -> het effectief laten verlopen van een
gesprek
Elke boodschap bestaat uit vier lagen:
- Referentiele laag: de inhoud van de boodschap die de leerkracht wil
overbrengen -> valt onder het inhoudsniveau
- Relationele laag: hoe de leerkracht de ouder ziet -> betrekkingsniveau
- Expressieve laag: hoe de leerkracht zichzelf ziet en wat hij daarin laat zien
aan de ouder -> betrekkingsniveau
- Appellerende laag: wat de leerkracht graag wil dat de ouder (niet) gaat doen
of voelt -> betrekkingsniveau
Ruis: storingen tijdens het communiceren
Verschillende soorten storingen:
- In de taal: bijv. als de leerkracht te veel vakjargon gebruikt, is de info voor de
ouder moeilijk te volgen
Hoofdstuk 2
Mensen kunnen op verschillende manieren boodschappen overbrengen, deze
boodschap kan via allerlei kanalen worden gezonden
Inhoudsniveau: de zakelijke informatie
Betrekkingsniveau: de relatie tussen de zender en de ontvanger
Non-verbale communicatie speelt een veel grotere rol dan de verbale communicatie
Als het gesprek inhoudelijk goed is voorbereid, is er meer ruimte om aandacht te
hebben voor het non-verbale aspect van het gesprek
Metataal: de woorden en de zinnen die de werkelijke bedoelingen verhullen. Het is
de ‘’smeerolie’’ van de taal: een beetje houdt de machine draaiend, te veel maakt er
een glibberige bende van -> verzacht de boodschap, maakt het mogelijk om stiekem
te manipuleren, en geeft de kans emoties te uiten zonder al te onaardig te worden ->
kun je opzettelijk of onopzettelijk gebruiken -> het effectief laten verlopen van een
gesprek
Elke boodschap bestaat uit vier lagen:
- Referentiele laag: de inhoud van de boodschap die de leerkracht wil
overbrengen -> valt onder het inhoudsniveau
- Relationele laag: hoe de leerkracht de ouder ziet -> betrekkingsniveau
- Expressieve laag: hoe de leerkracht zichzelf ziet en wat hij daarin laat zien
aan de ouder -> betrekkingsniveau
- Appellerende laag: wat de leerkracht graag wil dat de ouder (niet) gaat doen
of voelt -> betrekkingsniveau
Ruis: storingen tijdens het communiceren
Verschillende soorten storingen:
- In de taal: bijv. als de leerkracht te veel vakjargon gebruikt, is de info voor de
ouder moeilijk te volgen