100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting celfysiologie

Rating
-
Sold
-
Pages
32
Uploaded on
12-01-2026
Written in
2023/2024

Samenvatting van celfysiologie

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 12, 2026
Number of pages
32
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

CELFYSIOLOGIE
ROL VAN IONENKANALEN: ELEKTROGENESE
1. DIVERSITEIT VAN IONENKANALEN
1.1. Na+ kanalen
• inactivering is belangrijk voor tijdelijke beperking van depolarisatie + helpen bij repolarisatie
• α & β subeenheid, β ~ inactivatie versnellen

1.2. Spanningsgestuurde K+ kanalen
• Door depolarisatie is K conductantie toegenomen
• Alleen inactivering
• Repolarisatie → Na conductantie daalt nog sneller + deactivatie K kanalen
• Variatie in inactivering: ball and chain (N-type) / C-type / versneld dr β subeenheid

1.3. Ca2+ afhankelijke K+ kanalen
• Open door [Ca]intracellulair die stijgt + potentiaalafhankelijk
• Ca verschuift spanningsafhankelijkheid naar negatievere potentialen
• β subeenheid sensibiliseert het kanaal voor Ca
• beperken elektrische activiteit in neuronen door hyperpolariserende pauzes

1.4. Kir familie
• Sluit bij Vm meer positief dan EK door intracellulaire Mg2+ blok, zo kunnen lange depolarisa-
ties bereikt worden
• Door kleine ladingsverschuiving grote depolarisatie mogelijk ( belangrijk voor lange AP in
hart)
• Beperkt hyperpolarisatie door Na/K pomp
• Belangrijk voor rustpotentiaal
• Vb.: ROMK (nier), GIRK (controle slagfrequentie hart)

1.5. ATP-gevoelig K+ kanaal
• Gevormd door Kir 1.6 en SUR (ABC transporter)
• Open als ATP concentratie onder kritische waarde daalt
• Trigger insuline secretie: glc stijgt – opgenomen door β cellen – ATP stijgt in deze cellen – K
kanaal sluit – ontstaan van een depolarisatie – spanningsafhankelijke Ca kanalen open – Ca in-
flux – exocytose insuline
• In hartspier: zuurstoftekort – ATP daalt – AP inkorting (K kanalen veroorzaken hyperpolari-
satie die AP inkort) – trigger stoornissen hartritme na hartinfarct, ischemie, enz.

1.6. Ca2+ kanalen
• In vgl met Na kanalen: hogere activeringsdrempel, (in)activering gebeurt trager
• Overzichtje p .31 + p.33

1.7. Chloride kanalen
• ECl door passieve verdeling bij de rustpotentiaal → door activering Cl kanalen potentiaal ge-
stabiliseerd
• CFTR: secretie
• ClCa: Ca activated Cl channels: in epitheel Cl secretie
• VRAC: door celzwelling geactiveerd, belangrijk voor volumeregeling, elektrogenese, transport
AZ en organische osmolyten, beïnvloeden de celcyclus, rol in celproliferatie



1

,1.8. Niet-selectieve kationenkanalen
• Sommige door [Ca]intracellulair gestuurd
• Andere door een cyclisch nucleotide te binden: CNG kanalen
• HCN (If): door hyperpolarisatie geactiveerd en door een cyclisch nucleotide
In cellen die automatisch AP kunnen genereren
Permeabel voor Na en K
Stroom: inwaarts, depolariserend
Via [cAMP]intracellulair gemoduleerd door Ach, (nor)adrenaline

1.9. TRPC kanaalfamilie
• TRP: transient receptor potential
• N-terminus: domein dat ankyrine (cytoskelet) bindt
• C-terminus: domein rijk aan proline, interactie met andere proteïnen
• STRPC (short): Receptor geactiveerde kationenkanalen, via GPCR, PLC, (DAG, VZ, arachidon-
zuur). Andere: CRAC of SOC: Ca influx
• LTRPC (long): melastatin: celproliferatie
• OTRPC (osmotisch-senstitieve): perceptie peper, paprika, hitte, pijn. Belangrijk lid eCaC
(nier, dunne darm Ca reabsorptie)


2. AP IN PRIKKELBARE CELLEN
2.1. Skeletspier
• Na-depolarisatie verklaard door verandering van E K door ophoping van extracellulaire K in T-
tubuli. Door verschuiving van EK ontstaat er een depolarisatie tov rustcondities
• Door Na/K pomp weer naar rustwaarde

2.2. Hartspier
• Tijdens plateau fase: Ca influx
• In SA knoop: prikkelvorming met hoogste frequentie
• Snelheid van geleiding neemt toe van atrium naar ventrikel
• In AV knoop geleiding het meest vertraagd (zodat contractie atria gedaan is voor contractie
ventrikels begint)
• 3 mechanismen voor ontstaan diastolische depolarisatie in rustfase van het hart
- activering T-type Ca kanalen (lagere drempelpotentiaal)
- activering If (HCN)
- IK daalt
NCX: spontane AP
Steilheid diastolische depolarisatie bepaalt hoe snel de drempel voor snelle depolarisatie be-
reikt wordt
• Regeling slagfrequentie:
- snelheid diastolische depolarisatie (helling)
- maximale diastolische depolarisatie
- drempelpotentiaal
• AP duurt het langst bij overgang Purkinje netwerk en arbeidsmusculatuur (te vroege excita-
tie voorkomen)

• AP in arbeidsmusculatuur
- snelle depolarisatie door Na kanalen
- plateau: afname K conductantie, activering L-type Ca kanalen
- repolarisatie door K kanalen, toename K conductantie



2

,2.3. Gladde spier
• Tonisch (graduele veranderingen) of fasisch (transiënte veranderingen: AP of trage golf)
• AP door L-type Ca kanalen (uterus, longitudinale intestinale spier)
• Trage golf: plateau: L-type Ca kanalen (circulaire intestinale spier)
• Vaak trage oscillaties: L-type Ca kanalen – depolarisatie – [Ca]intracellulair stijgt – activatie Ca
gevoelig K kanaal – K influx – repolarisatie – Ca daalt – Ca gevoelig K kanaal sluit (bij negatieve
potentiaal) – K daalt – depolarisatie die weer L-type Ca kanalen opent

2.4. Modulatie AP
2.4.1. vegetatieve transmitter en neurotransmitter
• Orthosympaticus:
NA vrijgezet: positief inotroop en chronotroop effect
NA bindt aan β receptoren – G proteïne –AC – cAMP – moduleert If (activering verschuiven in
depolariserende richting) – versnelling diastolische depolarisatie
cAMP activeert ook PKA – Ca kanaal gefosforyleerd – Ca influx – contractie

• Parasympaticus:
Ach vrijgezet: negatief inotroop en chronotroop
Ach bindt aan m-receptoren – G proteïne – K kanaal geactiveerd – gK neemt toe – hyperpolarisatie
– vertraging diastolische depolarisatie
Via ander G proteïne negatieve koppeling aan AC

2.4.2. metabolisme
Metabolische inhibitie
[Ca]intracellulair stijgt: K en Cl kanalen actief
[ATP]intracellulair daalt: activeert K stroom, Na/K pomp wordt afgeremd → [K]intracellulair daalt,
[Na]intracellulair stijgt

2.4.3. refractaire periode
Absoluut  relatief refractair
Traag herstel inactivering

2.4.4. repetitieve ontlading van AP
Celmembraan van een axon blijvend boven de drempel gedepolariseerd: 1 AP ontstaat
Depolarisatie cellichaam van een zenuw die het gevolg is van meerdere synaptische potentialen:
ontstaan van een reeks van AP
Depolarisatie groter → frequentie stijgt = repetitieve ontlading: “alles of niets”AP kan toch in-
formatie doorsturen over intensiteit vd prikkel (amplitudemodulatie (AM) naar frequentiemodu-
latie (FM)

2.4.5. Adaptatie
Aanhoudende prikkeling cellichaam van zenuw → trein van AP, als frequentie AP afneemt, spreekt
men van adaptatie
Bepaald door snelheid van herstel van inactivering van Na kanalen

2.4.6. Invloed extracellulaire Ca2+ op prikkelbaarheid
Polaire koppen van een aantal fosfolipiden in de membraan zijn negatief geladen en membraan-
proteïnen dragen negatieve lading bij neutrale pH: Ca neemt een deel van deze gefixeerde nega-
tieve ladingen weg → invloed op potentiaalverschil en activeringsdrempel
Ca extracellulair daalt → drempel daalt → meer prikkelbaar (hyperexcitatie bij hyperventileren)


3

, 2.4.7. Invloed farmaca op prikkelbaarheid
Blokkeren: anaesthetica, tetrodotoxin
Neurotoxines: kanalen al open bij rustpotentiaal
Ca antagonisten: gebruikt voor bloeddrukverlaging
DHP blokkeert L en N-type Ca kanalen
Giffen blokkeren Ca afhankelijke K kanalen


3. PRIKKELVOORTGELEIDING
3.1. Passief
• Electrotonus: potentiaalverandering zonder activering AP, neemt af in functie vd afstand
door weglekken van stroom
• Potentiaalverandering: tijdsafhankelijk
Vt = Vmax x (1-e-t/)
 = CM x RM
• Ruimtelijke uitbreiding:
Hoe hoger de weerstand, hoe verder de depolarisatie zich zal uitstrekken
Vx = V0 x e-x/
 = wortel van RM/Ri+Ro
Dikkere vezel → kleinere R →  stijgt (dikkere zenuwvezel is beter)

3.2. Actief
• Uitbreiding door kortsluitstromen
• Stimulatie door niet-spanningsafhankelijke kanalen

3.3. Saltatorisch
• Myelineschede gevormd door Schwanncellen in perifere axonen, door oligodendrocyten in
axonen van het centraal zenuwstelsel
• Weerstand in knoop van Ranvier veel kleiner
•  en snelheid veel groter in gemyeliniseerde vezels

Pathologie
MS en syndroom van Guillain-Barré: verlies van myeline → vertraging of wegvallen voortgeleiding,
grotere lekstroom

3.4. Prikkelvoortgeleiding in hart, skeletspier en gladde spieren
• Celbeschadiging in hart: [Ca]i en H+ stijgt, ATP daalt → gap juncties sluiten → impulsvoortge-
leiding beperkt
• Skeletspier: vanuit motorische eindplaat AP in alle richtingen
• Gladde spier: vaak gap juncties (syncitiële voortgeleiding). Sommige prikkelbaar, zelfs auto-
matisch actief, sommige niet prikkelbaar




4
$11.94
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
studiestrever

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
studiestrever Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
4 days
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions