Samenvatting – Elektriciteit
(Natuurkunde)
1. Wat is elektriciteit?
Elektriciteit is een vorm van energie die ontstaat door de beweging van elektrische lading.
Alles in de natuur is opgebouwd uit atomen. In een atoom zitten positief geladen protonen,
neutrale neutronen en negatief geladen elektronen. De elektronen kunnen zich verplaatsen,
vooral in metalen. Als elektronen zich verplaatsen, ontstaat er een elektrische stroom.
Elektriciteit speelt een grote rol in ons dagelijks leven: lampen, telefoons, computers, treinen
en bijna alle moderne apparaten werken met elektrische energie.
2. Elektrische lading en stroom
Er bestaan twee soorten elektrische lading: positief en negatief. Protonen zijn positief
geladen en elektronen negatief. Gelijke ladingen stoten elkaar af en tegengestelde ladingen
trekken elkaar aan.
Wanneer elektronen zich in een geleider (zoals een koperdraad) verplaatsen, spreken we
van elektrische stroom.
De elektrische stroom wordt aangegeven met de letter I en gemeten in ampère (A).
Hoe meer elektronen er per seconde door een draad stromen, hoe groter de stroomsterkte.
3. Spanning
Om elektronen te laten bewegen is er een “duw” nodig. Deze duw noemen we elektrische
spanning.
Spanning wordt aangegeven met U en gemeten in volt (V).
Een batterij of stopcontact zorgt voor spanning. Aan de ene kant van de bron is er een
overschot aan elektronen (negatief) en aan de andere kant een tekort (positief). Hierdoor
gaan elektronen door een aangesloten draad stromen.
, Je kunt spanning vergelijken met waterdruk in een waterleiding: hoe groter de druk, hoe
sterker het water stroomt. Zo geldt ook: hoe hoger de spanning, hoe sterker de elektrische
stroom kan worden.
4. Weerstand
Niet alle materialen laten elektronen even makkelijk door. De mate waarin een materiaal de
stroom tegenwerkt heet weerstand.
Weerstand wordt aangegeven met R en gemeten in ohm (Ω).
Materialen met een kleine weerstand, zoals koper, noemen we geleiders.
Materialen met een grote weerstand, zoals plastic of rubber, noemen we isolatoren.
In een elektrische schakeling zorgt weerstand ervoor dat de stroom niet te groot wordt.
Apparaten zoals lampen en motoren hebben een bepaalde weerstand zodat ze veilig
kunnen werken.
5. De wet van Ohm
De relatie tussen spanning, stroom en weerstand wordt gegeven door de wet van Ohm:
U=I×RU = I \times RU=I×R
Dit betekent:
● Spanning = stroom × weerstand
● Stroom = spanning ÷ weerstand
● Weerstand = spanning ÷ stroom
Met deze formule kun je berekenen hoe groot de stroom is in een schakeling, of hoeveel
weerstand een apparaat heeft.
6. Elektrische schakelingen
(Natuurkunde)
1. Wat is elektriciteit?
Elektriciteit is een vorm van energie die ontstaat door de beweging van elektrische lading.
Alles in de natuur is opgebouwd uit atomen. In een atoom zitten positief geladen protonen,
neutrale neutronen en negatief geladen elektronen. De elektronen kunnen zich verplaatsen,
vooral in metalen. Als elektronen zich verplaatsen, ontstaat er een elektrische stroom.
Elektriciteit speelt een grote rol in ons dagelijks leven: lampen, telefoons, computers, treinen
en bijna alle moderne apparaten werken met elektrische energie.
2. Elektrische lading en stroom
Er bestaan twee soorten elektrische lading: positief en negatief. Protonen zijn positief
geladen en elektronen negatief. Gelijke ladingen stoten elkaar af en tegengestelde ladingen
trekken elkaar aan.
Wanneer elektronen zich in een geleider (zoals een koperdraad) verplaatsen, spreken we
van elektrische stroom.
De elektrische stroom wordt aangegeven met de letter I en gemeten in ampère (A).
Hoe meer elektronen er per seconde door een draad stromen, hoe groter de stroomsterkte.
3. Spanning
Om elektronen te laten bewegen is er een “duw” nodig. Deze duw noemen we elektrische
spanning.
Spanning wordt aangegeven met U en gemeten in volt (V).
Een batterij of stopcontact zorgt voor spanning. Aan de ene kant van de bron is er een
overschot aan elektronen (negatief) en aan de andere kant een tekort (positief). Hierdoor
gaan elektronen door een aangesloten draad stromen.
, Je kunt spanning vergelijken met waterdruk in een waterleiding: hoe groter de druk, hoe
sterker het water stroomt. Zo geldt ook: hoe hoger de spanning, hoe sterker de elektrische
stroom kan worden.
4. Weerstand
Niet alle materialen laten elektronen even makkelijk door. De mate waarin een materiaal de
stroom tegenwerkt heet weerstand.
Weerstand wordt aangegeven met R en gemeten in ohm (Ω).
Materialen met een kleine weerstand, zoals koper, noemen we geleiders.
Materialen met een grote weerstand, zoals plastic of rubber, noemen we isolatoren.
In een elektrische schakeling zorgt weerstand ervoor dat de stroom niet te groot wordt.
Apparaten zoals lampen en motoren hebben een bepaalde weerstand zodat ze veilig
kunnen werken.
5. De wet van Ohm
De relatie tussen spanning, stroom en weerstand wordt gegeven door de wet van Ohm:
U=I×RU = I \times RU=I×R
Dit betekent:
● Spanning = stroom × weerstand
● Stroom = spanning ÷ weerstand
● Weerstand = spanning ÷ stroom
Met deze formule kun je berekenen hoe groot de stroom is in een schakeling, of hoeveel
weerstand een apparaat heeft.
6. Elektrische schakelingen