Thema: Gehechtheidstheorie als onderdeel van sociaal-emotionele ontwikkeling
1. De gehechtsheidstheorie (John Bowlby)
2. Gehechtheidstypes aan de hand van de vreemde situatie test
2.1 Experiment van Ainsworth
3. De ontwikkeling van gehechtheid volgens de leertheorie
3.1 Wat zijn interne werkmodellen (internal working models; IWM)?
3.2 Hoe wordt gehechtheid geleerd via klassieke conditionering?
3.3 Hoe wordt gehechtheid geleerd via operante conditionering?
4. Interactievaardigheid – sensitief responsief handelen
5. Externaliserend en internaliserend probleemgedrag bij adolescenten
6. ‘Ferme’ opvoeding: sensitief, responsief én begrensd
Thema: Gender(stereotypering) in onderwijs
1. Genderkoek
1.1 Verschil tussen geslacht en gender
1.2 Gender als construct en tijdsgebonden
1.3 Gendernormen
1.4 Het concept ‘gender’(genderidentiteit)
2. Genderontwikkeling
2.1 Hoe vormen kinderen / jongeren een zelfbeeld?
2.2 Zelfbeeld, wie ben ik?
2.3 Zelfbeeld bij tieners
2.4 (Indirect) complimenteren
3. De GENDERkloof in onderwijs
3.1 Op zoek naar verklaringen: onderzoek toont aan dat jongens minder goed presteren dan meisjes
4. Adolescentie en gender: onderzoek
4.1 Adolescentie à impact op genderrollen
4.2 Verschillende aspecten genderidentiteit tijdens de adolescentie
4.3 Doel onderzoek
4.4 Wat kunnen leraren en scholen doen?
4.5 Genderneutraal VS genderbewust
5. Ongelijkheid buiten het onderwijs, in de samenleving
5.1 Gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling: 7 goede redenen
5.2 Gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling: voorwaarden
6. Mijn overtuigingen over gender
Thema: Ontwikkeling van het zelf en identiteit
1. Enkele begrippen
2. De ontwikkeling van het zelf
3. Normatieve ontwikkeling
4. Context-effecten met impact
5. Niet passende ontwikkeling
6. Impact sociale media
7. Hoe beïnvloeden leraren/scholen onbewust de identiteitsontwikkeling van adolescenten?
8. Hoe beïnvloeden leraren/scholen bewust de identiteitsontwikkeling van adolescenten?
1
,Thema: Morele ontwikkeling
1. Wat is morele ontwikkeling?
1.2 Moreel oordelen
1.3 Morele cognities
2. Theorie van Piaget
3. Theorie van Gilligan
Thema: Ontwikkelingspsychologie
1. Inleiding
2. Wat is ontwikkelingspsychologie?
2.1 Belangrijke topics: wat is ontwikkelingspsychologie
3. Waarom ontwikkelingspsychologie voor de leraar (4 redenen)?
4. Wat bestudeert ontwikkelingspsychologie?
5. Hoe bestuderen de ontwikkelingspsychologen?
5.1 Behavioristisch perspectief (gedragstheorie)
5.2 Psycho-dynamisch perspectief
5.3 Cognitieve perspectief
5.4 Evolutionair perspectief
5.5 Systemisch perspectief (contextueel)
6. Hoe onderzoekt ontwikkelingspsychologie?
6.1 Correlatie VS causaliteit
6.2 Cohorten
6.3 Onderzoeksdisigns
2
, Thema: Gehechtheidstheorie als onderdeel van sociaal-emotionele ontwikkeling
1. De gehechtsheidstheorie (John Bowlby)
= iedereen heeft van nature behoefte om een hechte band te vormen, meestal met ouders
o Vroege band bepaalt hoe kinderen later met anderen omgaan (vrienden, partner …) -> de vroege ouder-
kindrelaties dienen als basis voor het begrip dat kinderen hebben van sociale relaties
o Gehechtheid is een biologisch aangeboren systeem dat geactiveerd wordt tijdens stress en dat stimuleert
om nabijheid, zorg en steun van anderen op te zoeken
o Gehechtheid is universeel, niemand is “niet-gehecht” maar er zijn wel individuele verschillen. Sommige
kinderen raken veilig gehecht en anderen onveilig gehecht:
à Veilige gehechtheid: kinderen voelen zich vertrouwd en zoeken makkelijk hulp bij stress.
à Angstige gehechtheid: kinderen klampen zich sterk vast, uit angst om opnieuw gekwetst te worden.
àVermijdende gehechtheid: kinderen houden afstand en proberen alles zelf op te lossen, om niet
teleurgesteld te worden in de gehechtsheidsfiguur (= persoon die helpt)
2. Gehechtheidstypes aan de hand van de vreemde situatie test
2.1 Experiment van Ainsworth
= experiment om kwaliteit van gehechtheid te meten (Vreemde Situatie Procedure). Het toont hoe gehecht een
kind is aan zijn ouders of opvoeder. Gedrag kind wordt geobserveerd in 8 korte scènes, waarbij de ouder en een
vreemde persoon afwisselend aanwezig zijn of weggaan.
Actie Geobserveerd gehechtheidsgedrag
1 Moeder en baby in een ruimte. Baby ontdekt ruimte en Moeder als veilige basis. Is de baby
speelgoed zelfverzekerd om de ruimte te
ontdekken.
2 Onbekende komt binnen, praat met de moeder en daarna Reactie op de onbekende
met baby
3 Moeder gaat weg en laat hen alleen. Onbekende reageert Scheidingsangst
op baby en biedt steun
4 Moeder komt terug, begroet de baby en stelt hem gerust Reactie op het weerzien
5 Onbekende vertrekt Reactie op vertrek
6 Moeder vertrekt, baby is alleen Scheidingsangst
7 Onbekende komt terug en biedt steun Mogelijkheid om gerustgesteld te
worden door onbekende
8 Moeder komt terug, begroet baby en stelt gerust Reactie op het weerzien
(onbekende vertrekt)
Er worden 4 types gehechtheid onderscheiden:
1. Onveilig, vermeidend = vermijdt contact met ouders, zoekt geen troost
2. Onveilig, angstig-ambivalent (afwerend) = zoekt nabijheid maar is ook boos of afwijzend
3. Veilig = kind op gemak bij ouders
4. Gedesoriënteerd = kind is in de war, geen duidelijk hechtingspatroon
3
1. De gehechtsheidstheorie (John Bowlby)
2. Gehechtheidstypes aan de hand van de vreemde situatie test
2.1 Experiment van Ainsworth
3. De ontwikkeling van gehechtheid volgens de leertheorie
3.1 Wat zijn interne werkmodellen (internal working models; IWM)?
3.2 Hoe wordt gehechtheid geleerd via klassieke conditionering?
3.3 Hoe wordt gehechtheid geleerd via operante conditionering?
4. Interactievaardigheid – sensitief responsief handelen
5. Externaliserend en internaliserend probleemgedrag bij adolescenten
6. ‘Ferme’ opvoeding: sensitief, responsief én begrensd
Thema: Gender(stereotypering) in onderwijs
1. Genderkoek
1.1 Verschil tussen geslacht en gender
1.2 Gender als construct en tijdsgebonden
1.3 Gendernormen
1.4 Het concept ‘gender’(genderidentiteit)
2. Genderontwikkeling
2.1 Hoe vormen kinderen / jongeren een zelfbeeld?
2.2 Zelfbeeld, wie ben ik?
2.3 Zelfbeeld bij tieners
2.4 (Indirect) complimenteren
3. De GENDERkloof in onderwijs
3.1 Op zoek naar verklaringen: onderzoek toont aan dat jongens minder goed presteren dan meisjes
4. Adolescentie en gender: onderzoek
4.1 Adolescentie à impact op genderrollen
4.2 Verschillende aspecten genderidentiteit tijdens de adolescentie
4.3 Doel onderzoek
4.4 Wat kunnen leraren en scholen doen?
4.5 Genderneutraal VS genderbewust
5. Ongelijkheid buiten het onderwijs, in de samenleving
5.1 Gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling: 7 goede redenen
5.2 Gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling: voorwaarden
6. Mijn overtuigingen over gender
Thema: Ontwikkeling van het zelf en identiteit
1. Enkele begrippen
2. De ontwikkeling van het zelf
3. Normatieve ontwikkeling
4. Context-effecten met impact
5. Niet passende ontwikkeling
6. Impact sociale media
7. Hoe beïnvloeden leraren/scholen onbewust de identiteitsontwikkeling van adolescenten?
8. Hoe beïnvloeden leraren/scholen bewust de identiteitsontwikkeling van adolescenten?
1
,Thema: Morele ontwikkeling
1. Wat is morele ontwikkeling?
1.2 Moreel oordelen
1.3 Morele cognities
2. Theorie van Piaget
3. Theorie van Gilligan
Thema: Ontwikkelingspsychologie
1. Inleiding
2. Wat is ontwikkelingspsychologie?
2.1 Belangrijke topics: wat is ontwikkelingspsychologie
3. Waarom ontwikkelingspsychologie voor de leraar (4 redenen)?
4. Wat bestudeert ontwikkelingspsychologie?
5. Hoe bestuderen de ontwikkelingspsychologen?
5.1 Behavioristisch perspectief (gedragstheorie)
5.2 Psycho-dynamisch perspectief
5.3 Cognitieve perspectief
5.4 Evolutionair perspectief
5.5 Systemisch perspectief (contextueel)
6. Hoe onderzoekt ontwikkelingspsychologie?
6.1 Correlatie VS causaliteit
6.2 Cohorten
6.3 Onderzoeksdisigns
2
, Thema: Gehechtheidstheorie als onderdeel van sociaal-emotionele ontwikkeling
1. De gehechtsheidstheorie (John Bowlby)
= iedereen heeft van nature behoefte om een hechte band te vormen, meestal met ouders
o Vroege band bepaalt hoe kinderen later met anderen omgaan (vrienden, partner …) -> de vroege ouder-
kindrelaties dienen als basis voor het begrip dat kinderen hebben van sociale relaties
o Gehechtheid is een biologisch aangeboren systeem dat geactiveerd wordt tijdens stress en dat stimuleert
om nabijheid, zorg en steun van anderen op te zoeken
o Gehechtheid is universeel, niemand is “niet-gehecht” maar er zijn wel individuele verschillen. Sommige
kinderen raken veilig gehecht en anderen onveilig gehecht:
à Veilige gehechtheid: kinderen voelen zich vertrouwd en zoeken makkelijk hulp bij stress.
à Angstige gehechtheid: kinderen klampen zich sterk vast, uit angst om opnieuw gekwetst te worden.
àVermijdende gehechtheid: kinderen houden afstand en proberen alles zelf op te lossen, om niet
teleurgesteld te worden in de gehechtsheidsfiguur (= persoon die helpt)
2. Gehechtheidstypes aan de hand van de vreemde situatie test
2.1 Experiment van Ainsworth
= experiment om kwaliteit van gehechtheid te meten (Vreemde Situatie Procedure). Het toont hoe gehecht een
kind is aan zijn ouders of opvoeder. Gedrag kind wordt geobserveerd in 8 korte scènes, waarbij de ouder en een
vreemde persoon afwisselend aanwezig zijn of weggaan.
Actie Geobserveerd gehechtheidsgedrag
1 Moeder en baby in een ruimte. Baby ontdekt ruimte en Moeder als veilige basis. Is de baby
speelgoed zelfverzekerd om de ruimte te
ontdekken.
2 Onbekende komt binnen, praat met de moeder en daarna Reactie op de onbekende
met baby
3 Moeder gaat weg en laat hen alleen. Onbekende reageert Scheidingsangst
op baby en biedt steun
4 Moeder komt terug, begroet de baby en stelt hem gerust Reactie op het weerzien
5 Onbekende vertrekt Reactie op vertrek
6 Moeder vertrekt, baby is alleen Scheidingsangst
7 Onbekende komt terug en biedt steun Mogelijkheid om gerustgesteld te
worden door onbekende
8 Moeder komt terug, begroet baby en stelt gerust Reactie op het weerzien
(onbekende vertrekt)
Er worden 4 types gehechtheid onderscheiden:
1. Onveilig, vermeidend = vermijdt contact met ouders, zoekt geen troost
2. Onveilig, angstig-ambivalent (afwerend) = zoekt nabijheid maar is ook boos of afwijzend
3. Veilig = kind op gemak bij ouders
4. Gedesoriënteerd = kind is in de war, geen duidelijk hechtingspatroon
3