100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

ARW 1 samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
35
Uploaded on
12-01-2026
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting van inleiding in het Nederlands recht, voor het gedeelte dat je voor ARW 1 moet kennen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1, h2, h3, h4, h6, h8, h9 en h10
Uploaded on
January 12, 2026
Number of pages
35
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Inleiding in het Nederlandse recht

H1

Rechtsregels zorgen voor (gerechtigheid)bescherming, menselijke waarden
en doelmatigheid (de ordening van de samenleving).

Het recht heeft dus als doel het ordenen en uniformeren van het gedrag van
mensen in een samenleving door rechtsregels. Ook heeft het recht als doel
dat er toezicht en handhaving wordt uitgeoefend op de niet-naleving van de
rechtsregels.

Positief recht: objectief recht: De optelsom van alle rechtsregels die hier op
dit moment gelden.

Subjectief recht: De bevoegdheid die iemand in een concreet geval aan een
regel van objectief recht ontleent.

Het recht heeft dus twee betekenissen, het geheel van rechtsregels dat op
dit moment geldt en een bevoegdheid dat terugkomt op één persoon.

Rechtsbronnen:
● De wet

● De jurisprudentie (de rechtspraak)

● De gewoonte

● Verdragen en sommige besluiten van internationale organisaties

● Algemene rechtsbeginselen (algemeen erkende basisprincipes die ten
grondslag liggen aan wet- en regelgeving en die het fundament
vormen voor het rechtssysteem)
● Gepubliceerde beleidsregels (normen die opgesteld zijn door
bestuursorganen, zij moeten zich aan deze regels houden bij het
uitoefenen van zijn bevoegdheden. Deze regels moeten wel zijn
gepubliceerd, om als rechtsbron te worden aangemerkt.)

Positief recht wordt naar zijn inhoud op verschillende manieren ingedeeld:
Nationaal en internationaal recht
Soevereiniteit: Het staat ieder land in beginsel vrij in zijn wetgeving te
regelen wat het nodig acht en te bepalen welke bevoegdheden aan het
bestuur en de rechterlijke macht toekomen. Soevereine staten zijn volledig

,onafhankelijk in het uitoefenen van hun overheidsmacht. Hier ontstaat
nationaal recht.
Internationaal recht bestaat voor een groot deel uit verdragen.
Incorporatiesysteem: Regels van internationale oorsprong gelden ook
nationaal

Internationaal publiekrecht (volkenrecht): Het internationale recht dat
rechtsregels bevat over het verkeer tussen staten onderling en het verkeer
tussen staten en internationale organisaties.

Verschillende verdragen:
1. Verdragen tussen staten waarbij de betreffende autoriteiten wederzijds
verplichtingen aangaan.
2. Verdragen die rechtsregels bevatten die in een Staat zonder
tussenkomst van de wetgever rechtstreeks in het nationale recht
kunnen gelden. Bijvoorbeeld het EVRM.
3. Verdragen die verplichtingen bevatten voor de wetgevers van de
aangesloten staten tot het maken of aanpassen van wetgeving.

Materieel en formeel recht
Materieel recht: regels die betrekking hebben op de rechten en plichten van
personen in hun onderling verkeer.
Formeel recht (procesrecht): regels over de wijze van procederen bij de
rechter.

De rechtsgebieden
Staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht, burgerlijk recht en het arbeidsrecht
Staatsrecht: dit bevat de regels die betrekking hebben op de organisatie van
de staat en zijn organen en op de bevoegdheden van die organen. Het bevat
ook de verhouding van de burgers tot de staat.
Het fundament is de grondwet. Het eerste hoofdstuk van de grondwet zijn
de grondrechten, dat een mens autonoom en in vrijheid moet kunnen leven.
Je kan deze rechten verdelen in vrijheidsrechten en politieke rechten. Ook
zijn er nog sociale grondrechten, de overheid moet zich inspannen voor het
algemene welzijn.
Het grootste gedeelte van de grondwet gaat over de inrichting van de staat
en de bevoegdheden van overheidsorganen (regering, Staten-Generaal, Raad
van State, de rechterlijke macht en provincies en gemeentes). Soms moeten
er nadere regels worden gemaakt bij grondwetten in de normale wet. Zo’n
normale wet heet een organieke wet.

Bestuursrecht: Dit heeft de juridische bestuursactiviteit van de overheid tot
onderwerp. In het bestuursrecht staat de rechtsverhouding tussen overheid
en burger centraal.
De beschikking: Overheidsbesluiten die slechts gelden voor één persoon.

,Veel bestuursorganen kunnen bevoegd zijn tot het vaststellen van
beschikkingen.
Formeel bestuursrecht is dat de burger tegen een beschikking bezwaar kan
maken bij het bestuursorgaan dat de beschikking uitvaardigde en anders
beroep kan instellen bij de bestuursrechter.
Strafrecht
Het materiële strafrecht geeft aan welke gedragingen strafbaar zijn, wie
strafbaar is en welke straffen kunnen worden opgelegd voor het begaan van
strafbare feiten. Het is neergelegd in het Wetboek van Strafrecht (Sr) en
andere wetten zoals de Wegenverkeerswet.
Het formele strafrecht is geregeld in het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Burgerlijk recht
Het burgerlijk recht heeft de juridische betrekkingen tussen personen
onderling tot onderwerp. Het materiële privaatrecht kent twee hoofdgroepen,
regels over de persoon en regels over het vermogen van een persoon.

Het arbeidsrecht: Het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de
arbeidsverhoudingen van personen die in loondienst werkzaam zijn. Het
arbeidsrecht omvat de private en de publieke sector (ambtenaren).

Publiek recht en privaatrecht
Publiek recht: staatsrecht, bestuursrecht, strafrecht en het internationaal
publiekrecht.
Aan de andere kant privaatrecht, dit heeft onderlinge betrekkingen tussen
personen tot onderwerp.
Verschillende opvattingen over het verschil tussen beide rechtsgebieden.
(blz.18)

H2 tot en met paragraaf 2
Verdeling van overheidsmacht: de trias politica
Zonder trias politica is er een machtsconcentratie en risico op tirannie.
Macht: bevoegdheid die aan een orgaan is toebedeeld.
Tweede systeem Montesquieu: systeem van checks and balances: checks =
houden van toezicht en balances= Er is een machtsevenwicht.
Montesquieu beperkt de taak van een rechter tot het naprevelen van de
woorden van de wet. Dat was in zijn ogen de belangrijkste rechtsbron.
Legisme: het gehele positieve recht is uitsluitend door de wetgever
gemaakt.
In de loop van de 19e eeuw kwam de codificatiegedachte: het recht moet op
systematische wijze in wetboeken worden opgenomen.

Trias politica in Nederland
Er is destijds geen strikte scheiding van organen en functies beoogd. Van
belang was vooral dat er sprake was van een machtsevenwicht.

, Wetgevende macht: de regering en de Staten-Generaal samen
Uitvoerende macht: regering: koning en ministers

Regering en zijn bestuurlijke bevoegdheid leidt tot een beschikking. Dit is een
koninklijk besluit.
In veel wetten is aan de regering de bevoegdheid verleend om binnen het
kader van een wet zelfstandig nadere regels te maken. Dit gebeurt via een
koninklijk besluit (KB) en vaak wordt daarbij advies van de Raad van State
ingewonnen. Dan heet zo’n besluit een algemene maatregel van bestuur
(AMvB).

Bij de rechterlijke macht is de samenstelling en de werkwijze geregeld in de
Wet op de rechterlijke organisatie (wet RO).
In sommige gevallen wordt de rechter ingeschakeld om voor een burger iets
vast te stellen zonder dat er een geschil is. Dan heeft de uitspraak een
‘beschikking’.

2.3
De organisatie van een staat is de staatsinrichting. Nederland is een
democratische rechtsstaat.
Democratie = het volk regeert
twee vormen democratie:
1. directe democratie: beslissingen worden rechtstreeks genomen door het
volk.
2. representatieve democratie: Beslissingen komen tot stand door organen
die door de bevolking zijn gekozen.
In Nederland representatieve democratie met directe democratie-elementen.
De directe elementen zijn op lokaal schaalniveau. Meerdere gemeenten
kennen een referendumverordening.

Nederland kent het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging
Een ander kiesstelsel is het districtenstelsel, zoals in Engeland en de VS.
Twee soorten kiesrecht: actief kiesrecht (dat je mag stemmen) en passief
kiesrecht (dat je gekozen mag worden in een orgaan).
constitutionele monarchie: De plaats van de koning is omschreven en
vastgelegd in de grondwet, zijn positie is dan begrensd.

Rechtsstaat: De bescherming van het individu staat centraal tegen de
overheid.
Elk optreden van de overheid is onderworpen aan de regels van het recht.

Aan welke regels moet de overheid zich houden?
Wettelijke regels, maar soms ontbreekt er een wettelijk voorschrift, dan zijn
de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing.
(zorgvuldigheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel). Deze rechtsbeginselen
begrenzen de vrijheid van de overheid.
$7.76
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
thijsdv08

Get to know the seller

Seller avatar
thijsdv08
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions