FA-MA201 UITWERKING
ALLE WERKCOLLEGES
Inhoud
Werkcollege 1 – Inleiding Therapeutische Eiwitten......................................2
Werkcollege 2 – Stabiliteit en hulpstoffen....................................................4
Werkcollege 3 – Analysetechnieken...........................................................18
Werkcollege 4 - PK/PD van Stollingsfactoren..............................................33
Wekcollege 5 – TDM van biologicals...........................................................45
Werkcollege 6 - Vaccins..............................................................................52
1
,Werkcollege 1 – Inleiding
Therapeutische Eiwitten
Geneesmiddel: Etanercept
1. De handelsnaam van het product en INN.
Handelsnaam:
- Benepali
- Enbrel
- Erelzi
INN:
- Etanercept
2. De indicatie voor het gebruik en eventuele off-label indicaties
die in literatuur te vinden zijn.
Geregistreerd:
- Reumatoïde artritis
- Juveniele idiopathische artritis
- Arthritis psoriatica
- Axiale spondylartritis
- Plaque psoriasis
Niet geregistreerd:
- Erfelijke autoinflammatoire aandoeningen waaronder
hyperimmunoglobuline D syndroom (HIDS)
- TNF-receptor geassocieerd periodiek syndroom (TRAPS) bij kinderen
(NKFK)
3. De toedieningsvormen waarin het product geleverd wordt.
Subcutane injectie
- Injectievloeistof, wegwerpspuit
- Injectievloeistof, voorgevulde pen
- Poeder voor injectie
4. De toedieningsroute.
Subcutaan -> onder de huid geïnjecteerd in de dij, buik of achterkant van
bovenarm
5. Het aangrijpingspunt van het geneesmiddel.
2
,Tumor Necrosis Factor alfa (TNF-alfa)
6. De halfwaardetijd van het geneesmiddel.
Ca. 70 uur
7. De bewaarcondities en houdbaarheid van het geneesmiddel.
Chemische houdbaarheid:
Microbiologische houdbaarheid:
- De microbiologische houdbaarheid wordt bepaald door de mate van
productbescherming en de complexiteit van de handelingen (GMP-
Z3), en kan daardoor bepalend zijn voor de houdbaarheid van het
uiteindelijke product.
- Bij beperkte productbescherming is de houdbaarheid tot toediening:
uit poeder: 2 uur.
Bewaarconditie:
- In de koelkast (2°C - 8°C).
- Niet in de vriezer bewaren.
8. Afkomst product en wat kan dat betekenen voor de
immunogeniciteit van het product.
Afkomst van rtanercept:
- Etanercept is een humaan Tumor Necrosis Factor-receptor p 75 Fc
fusie-eiwit geproduceerd met recombinant DNA-technologie. →
Hierdoor lijkt het sterk op een natuurlijk humaan eiwit.
Immunogeniciteit:
- Omdat etanercept grotendeels humaan van oorsprong is, is de kans
op vorming van neutraliserende antistoffen relatief laag vergeleken
met chimeer- of muis-afgeleide monoklonale antilichamen (zoals
infliximab).
- Toch kan er nog steeds antilichaamvorming optreden:
o Soms leidt dit tot verminderde werkzaamheid.
3
, o Soms tot bijwerkingen (bv. injectiereacties).
Afkomst = humaan fusie-eiwit uit CHO-cellen → daardoor lage, maar niet
nul immunogeniciteit.
Werkcollege 2 – Stabiliteit en
hulpstoffen
Voorbereiding
2. De werking van hulpstoffen kan beschrijven en toelichten
Mechanismen: hoe stabiliseren eiwitten de hulpstoffen?
Hulpstoffen werken via verschillende mechanismen om deze processen te
vertragen.
Preferential exclusion:
o stabilisatie native state (suikers, polyolen).
o suikers en polyolen (bv. sucrose, trehalose) worden uitgesloten
uit de directe eiwitomgeving.
o Preferentiële hydratie eiwit in
oplossing:
Eiwit omgeven door water;
stabilisatie door
waterstofbruggen –
Suikers zijn te groot om
dichtbij eiwit te komen →
vormen soort schild om
water-omringd eiwit heen.
Interfaciale bescherming:
o voorkomen unfolding/aggregatie (surfactants).
o surfactants (bv. polysorbate 20/80, poloxamers) gaan naar het
lucht/vloeistof- of oppervlak-interface.
o hierdoor komt het eiwit niet in contact met de interface en
wordt aggregatie voorkomen.
Specifieke binding :
o conformatie stabiliseren (liganden).
o liganden of cofactoren binden aan het eiwit (bv. Ca²⁺ bij
bepaalde enzymen). Dit stabiliseert de actieve conformatie.
Chemische bescherming:
o oxidatie tegengaan (antioxidanten, chelatoren).
o antioxidanten (bv. methionine, ascorbinezuur) en chelatoren
(bv. EDTA) verminderen oxidatie door zuurstof of metaalionen.
4
ALLE WERKCOLLEGES
Inhoud
Werkcollege 1 – Inleiding Therapeutische Eiwitten......................................2
Werkcollege 2 – Stabiliteit en hulpstoffen....................................................4
Werkcollege 3 – Analysetechnieken...........................................................18
Werkcollege 4 - PK/PD van Stollingsfactoren..............................................33
Wekcollege 5 – TDM van biologicals...........................................................45
Werkcollege 6 - Vaccins..............................................................................52
1
,Werkcollege 1 – Inleiding
Therapeutische Eiwitten
Geneesmiddel: Etanercept
1. De handelsnaam van het product en INN.
Handelsnaam:
- Benepali
- Enbrel
- Erelzi
INN:
- Etanercept
2. De indicatie voor het gebruik en eventuele off-label indicaties
die in literatuur te vinden zijn.
Geregistreerd:
- Reumatoïde artritis
- Juveniele idiopathische artritis
- Arthritis psoriatica
- Axiale spondylartritis
- Plaque psoriasis
Niet geregistreerd:
- Erfelijke autoinflammatoire aandoeningen waaronder
hyperimmunoglobuline D syndroom (HIDS)
- TNF-receptor geassocieerd periodiek syndroom (TRAPS) bij kinderen
(NKFK)
3. De toedieningsvormen waarin het product geleverd wordt.
Subcutane injectie
- Injectievloeistof, wegwerpspuit
- Injectievloeistof, voorgevulde pen
- Poeder voor injectie
4. De toedieningsroute.
Subcutaan -> onder de huid geïnjecteerd in de dij, buik of achterkant van
bovenarm
5. Het aangrijpingspunt van het geneesmiddel.
2
,Tumor Necrosis Factor alfa (TNF-alfa)
6. De halfwaardetijd van het geneesmiddel.
Ca. 70 uur
7. De bewaarcondities en houdbaarheid van het geneesmiddel.
Chemische houdbaarheid:
Microbiologische houdbaarheid:
- De microbiologische houdbaarheid wordt bepaald door de mate van
productbescherming en de complexiteit van de handelingen (GMP-
Z3), en kan daardoor bepalend zijn voor de houdbaarheid van het
uiteindelijke product.
- Bij beperkte productbescherming is de houdbaarheid tot toediening:
uit poeder: 2 uur.
Bewaarconditie:
- In de koelkast (2°C - 8°C).
- Niet in de vriezer bewaren.
8. Afkomst product en wat kan dat betekenen voor de
immunogeniciteit van het product.
Afkomst van rtanercept:
- Etanercept is een humaan Tumor Necrosis Factor-receptor p 75 Fc
fusie-eiwit geproduceerd met recombinant DNA-technologie. →
Hierdoor lijkt het sterk op een natuurlijk humaan eiwit.
Immunogeniciteit:
- Omdat etanercept grotendeels humaan van oorsprong is, is de kans
op vorming van neutraliserende antistoffen relatief laag vergeleken
met chimeer- of muis-afgeleide monoklonale antilichamen (zoals
infliximab).
- Toch kan er nog steeds antilichaamvorming optreden:
o Soms leidt dit tot verminderde werkzaamheid.
3
, o Soms tot bijwerkingen (bv. injectiereacties).
Afkomst = humaan fusie-eiwit uit CHO-cellen → daardoor lage, maar niet
nul immunogeniciteit.
Werkcollege 2 – Stabiliteit en
hulpstoffen
Voorbereiding
2. De werking van hulpstoffen kan beschrijven en toelichten
Mechanismen: hoe stabiliseren eiwitten de hulpstoffen?
Hulpstoffen werken via verschillende mechanismen om deze processen te
vertragen.
Preferential exclusion:
o stabilisatie native state (suikers, polyolen).
o suikers en polyolen (bv. sucrose, trehalose) worden uitgesloten
uit de directe eiwitomgeving.
o Preferentiële hydratie eiwit in
oplossing:
Eiwit omgeven door water;
stabilisatie door
waterstofbruggen –
Suikers zijn te groot om
dichtbij eiwit te komen →
vormen soort schild om
water-omringd eiwit heen.
Interfaciale bescherming:
o voorkomen unfolding/aggregatie (surfactants).
o surfactants (bv. polysorbate 20/80, poloxamers) gaan naar het
lucht/vloeistof- of oppervlak-interface.
o hierdoor komt het eiwit niet in contact met de interface en
wordt aggregatie voorkomen.
Specifieke binding :
o conformatie stabiliseren (liganden).
o liganden of cofactoren binden aan het eiwit (bv. Ca²⁺ bij
bepaalde enzymen). Dit stabiliseert de actieve conformatie.
Chemische bescherming:
o oxidatie tegengaan (antioxidanten, chelatoren).
o antioxidanten (bv. methionine, ascorbinezuur) en chelatoren
(bv. EDTA) verminderen oxidatie door zuurstof of metaalionen.
4