SOCIOLOGIE
1
,Sociologie kunnen we omschrijven als het systematisch onderzoek van de menselijke
samenleving. De kern van deze discipline bestaat uit een geheel eigen gezichtspunt dat we
de sociologische visie of het sociologisch perspectief noemen.
DE SOCIOLOGISCHE BRIL & -PERSPECTIE F
Sociologisch perspectief: bril waarmee we kunnen zien hoe de maatschappij en de
ordening daarvan het leven en het gedrag van mensen beïnvloedt.
2 technieken van Berger:
- Het algemene in het bijzondere zien (generalisatie): We herkennen in individuele
situaties of gewoontes de invloed van bredere maatschappelijke patronen.
o Het is genormaliseerd in deze samenleving dat bepaalde keuzes en acties
gedaan worden.
o VB. In Nederland eten ze veel kaas en drinken ze melk.
o VB. In Brussel wordt je vaak aangesproken door mensen die op straat wonen
en vragen om geld.
- Het vreemde in het bekende zien (defamiliarisatie): We nemen iets dat gewoon
lijkt en bekijken het alsof het vreemd is, om beter te begrijpen waarom het zo is en
welke maatschappelijke structuren erachter zitten.
o Hoe werkt het, wat is het doel,… We gaan er vragen bij stellen. Door het te
vervreemden ga je zien hoe zaken vervlochten zijn in de maatschappij.
o VB. Migratie van spaghetti bolognaise naar België
o VB. Je gaat naar een trouw. Waarom dragen mensen deze kleren? Waarom?
MAATSCHAPPELIJKE STRUCTUREN!
VB: The devil wears prada: ‘Je denkt dat je een eigen keuze hebt gemaakt, maar eigenlijk
is de keuze voor jou gemaakt door de mode industrie’
SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
Met de sociologische bril ontwikkelen we de sociologische verbeelding, wat betekent dat
we leren zien hoe onze persoonlijke ervaringen verbonden zijn met bredere
maatschappelijke structuren. We beseffen dat individuele problemen vaak niet losstaan van
maatschappelijke kwesties, maar er juist door beïnvloed worden.
Zo kan bijvoorbeeld een vrouw die op date gaat met een man die voortdurend over zichzelf
praat, geconfronteerd worden met onderliggende gendernormen en stereotypen die in de
samenleving aanwezig zijn.
‘De gave onszelf (en anderen) te zien als knooppunt van sociale bindingen en
maatschappelijke structuren die ons denken, handelen en leven vormgeeft.’
(Samen)leven is…
- Leven op het kruispunt van meerdere sociale bindingen, verbanden of netwerken
zoals gezin, werk, school en cultuur, die ons denken en handelen vormgeven.
2
, - Leven binnen ‘afhankelijkheidsverhoudingen’ of een ‘web aan
interdependenties’, een netwerk waarin ons gedrag en onze keuzes steeds in
relatie staan tot anderen.
- De maatschappij kan zo worden gezien als het geheel van alle sociale relaties,
sociale afhankelijkheden, sociale verbanden of sociale netwerken waarin ieder
individu leeft.
We zetten de sociologische bril op en trainen onze sociologische verbeelding met de
volgende 4 vragen:
A. Hoe is de samenleving geordend en georganiseerd?
B. Hoe wordt het individuele beïnvloed door het maatschappelijke?
C. Hoe is de sociale (on)gelijkheid mogelijk?
D. Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke manier?
! Andere vragen dan gegeven in het boek !
DE (EUROPESE) MODERNITEIT
De modernisering is een sociaal veranderingsproces aangestuurd door industrialisatie.
Het verwijst naar de overgang van een traditionele samenleving naar een moderne,
industriële en stedelijke samenleving. Deze verandering bracht nieuwe manieren van
werken, leven en denken met zich mee, waarbij technologie, rationaliteit en economische
groei centraal kwamen te staan.
ASPECTEN VAN DE MODERNITEIT
1. Het verdwijnen van kleine, traditionele gemeenschappen.
- Van een Gemeinschaft met veel onderlinge samenhorigheid en solidariteit naar
een Gesellschaft met meer berekend individualisme (grote steden, ieder voor
zich, …)
2. Uitbreiding van de persoonlijke keuzemogelijkheden &individualisering.
- Uitbreiding van mogelijkheden > kan zeer overweldigend zijn
3. Differentiatie en grote sociale diversiteit!
- Urbanisatie en de diversiteit van de stedelijke samenleving.
o Urbanisatie is het proces waarbij steeds meer mensen zich vestigen in
steden in plaats van op het platteland.
- Differentiatie: ‘uiteenvallen van de samenleving in de relatief zelfstandige
eenheden die zich toeleggen op het vervullen van telkens één maatschappelijke
functie’. VB. Politiek, onderwijs, economie, zorg,…
4. Rationalisering
- De moderne samenleving wordt gekenmerkt door doelrationaliteit; ‘De
doordachte of berekenende, planmatige omgang met middelen en hun gekende
neveneffecten met oog op het bereiken van een bepaald doel. Max Weber
- De moderne wereld raakt zo onttoverd en lijkt steeds meer een ijzeren kooi.
3
, DURKHEIM’S MECHANISCHE EN ORGANISCHE SOLIDARITEIT
Mechanische solidariteit is gebaseerd op gelijkheid en gedeelde normen en waarden,
kenmerkend voor traditionele, pre-industriële samenlevingen.
Organische solidariteit ontstaat door de wederzijdse en onderlinge afhankelijkheid die
voortkomt uit de gespecialiseerde arbeidsverdeling in moderne, industriële samenlevingen,
waarbij mensen elkaar aanvullen ondanks hun verschillen.
Modernisering is een onophoudelijk mondiaal veranderingsproces, maar geen universeel
ontwikkelingsproces. Dat betekent dat modernisering wel overal plaatsvindt, maar op
verschillende manieren en met verschillende gevolgen. Het is geen proces dat automatisch
leidt tot vooruitgang of verbetering; het houdt simpelweg in dat samenlevingen veranderen.
Bovendien is modernisering geen normatief begrip. Het is geen moreel “goed” of wenselijk
proces. De Europese modernisering, bijvoorbeeld, was nauw verbonden met uitbuiting
binnen Europa en gewelddadig kolonialisme daarbuiten. Het begrip modernisering moet dus
kritisch bekeken worden, met aandacht voor de sociale en historische context waarin het
plaatsvindt.
SOCIOLOGISCH BASISPERSPECTIEF
HERH: 4 basisvragen
A. Hoe is de samenleving geordend en georganiseerd?
B. Hoe wordt het individuele beïnvloed door het maatschappelijke?
C. Hoe is de sociale (on)gelijkheid mogelijk?
D. Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke manier?
In de sociologie geven verschillende theoretische stromingen elk hun eigen antwoorden op
de kernvragen over samenleving en sociaal gedrag. Met andere woorden: elke stroming
heeft zijn eigen “bril”, die andere dingen accentueren.
Sterkte van de sociologische brillen:
- Actorcentrisch (agency); Focus op het individu
- Sociocentrisch (structuur); Focus op het grotere geheel/structuur
STRUCTUREEL-FUNCTIONALISME
Grondleggers: Émile Durkheim, Herbert Spencer.
Opvolgers: Talcott Parsons en Robert K. Merton
Sleutelwoorden: sociale structuur, sociale feiten, manifeste functies, latente functies, sociale
disfunctie, sociocentrisme
4
1
,Sociologie kunnen we omschrijven als het systematisch onderzoek van de menselijke
samenleving. De kern van deze discipline bestaat uit een geheel eigen gezichtspunt dat we
de sociologische visie of het sociologisch perspectief noemen.
DE SOCIOLOGISCHE BRIL & -PERSPECTIE F
Sociologisch perspectief: bril waarmee we kunnen zien hoe de maatschappij en de
ordening daarvan het leven en het gedrag van mensen beïnvloedt.
2 technieken van Berger:
- Het algemene in het bijzondere zien (generalisatie): We herkennen in individuele
situaties of gewoontes de invloed van bredere maatschappelijke patronen.
o Het is genormaliseerd in deze samenleving dat bepaalde keuzes en acties
gedaan worden.
o VB. In Nederland eten ze veel kaas en drinken ze melk.
o VB. In Brussel wordt je vaak aangesproken door mensen die op straat wonen
en vragen om geld.
- Het vreemde in het bekende zien (defamiliarisatie): We nemen iets dat gewoon
lijkt en bekijken het alsof het vreemd is, om beter te begrijpen waarom het zo is en
welke maatschappelijke structuren erachter zitten.
o Hoe werkt het, wat is het doel,… We gaan er vragen bij stellen. Door het te
vervreemden ga je zien hoe zaken vervlochten zijn in de maatschappij.
o VB. Migratie van spaghetti bolognaise naar België
o VB. Je gaat naar een trouw. Waarom dragen mensen deze kleren? Waarom?
MAATSCHAPPELIJKE STRUCTUREN!
VB: The devil wears prada: ‘Je denkt dat je een eigen keuze hebt gemaakt, maar eigenlijk
is de keuze voor jou gemaakt door de mode industrie’
SOCIOLOGISCHE VERBEELDING
Met de sociologische bril ontwikkelen we de sociologische verbeelding, wat betekent dat
we leren zien hoe onze persoonlijke ervaringen verbonden zijn met bredere
maatschappelijke structuren. We beseffen dat individuele problemen vaak niet losstaan van
maatschappelijke kwesties, maar er juist door beïnvloed worden.
Zo kan bijvoorbeeld een vrouw die op date gaat met een man die voortdurend over zichzelf
praat, geconfronteerd worden met onderliggende gendernormen en stereotypen die in de
samenleving aanwezig zijn.
‘De gave onszelf (en anderen) te zien als knooppunt van sociale bindingen en
maatschappelijke structuren die ons denken, handelen en leven vormgeeft.’
(Samen)leven is…
- Leven op het kruispunt van meerdere sociale bindingen, verbanden of netwerken
zoals gezin, werk, school en cultuur, die ons denken en handelen vormgeven.
2
, - Leven binnen ‘afhankelijkheidsverhoudingen’ of een ‘web aan
interdependenties’, een netwerk waarin ons gedrag en onze keuzes steeds in
relatie staan tot anderen.
- De maatschappij kan zo worden gezien als het geheel van alle sociale relaties,
sociale afhankelijkheden, sociale verbanden of sociale netwerken waarin ieder
individu leeft.
We zetten de sociologische bril op en trainen onze sociologische verbeelding met de
volgende 4 vragen:
A. Hoe is de samenleving geordend en georganiseerd?
B. Hoe wordt het individuele beïnvloed door het maatschappelijke?
C. Hoe is de sociale (on)gelijkheid mogelijk?
D. Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke manier?
! Andere vragen dan gegeven in het boek !
DE (EUROPESE) MODERNITEIT
De modernisering is een sociaal veranderingsproces aangestuurd door industrialisatie.
Het verwijst naar de overgang van een traditionele samenleving naar een moderne,
industriële en stedelijke samenleving. Deze verandering bracht nieuwe manieren van
werken, leven en denken met zich mee, waarbij technologie, rationaliteit en economische
groei centraal kwamen te staan.
ASPECTEN VAN DE MODERNITEIT
1. Het verdwijnen van kleine, traditionele gemeenschappen.
- Van een Gemeinschaft met veel onderlinge samenhorigheid en solidariteit naar
een Gesellschaft met meer berekend individualisme (grote steden, ieder voor
zich, …)
2. Uitbreiding van de persoonlijke keuzemogelijkheden &individualisering.
- Uitbreiding van mogelijkheden > kan zeer overweldigend zijn
3. Differentiatie en grote sociale diversiteit!
- Urbanisatie en de diversiteit van de stedelijke samenleving.
o Urbanisatie is het proces waarbij steeds meer mensen zich vestigen in
steden in plaats van op het platteland.
- Differentiatie: ‘uiteenvallen van de samenleving in de relatief zelfstandige
eenheden die zich toeleggen op het vervullen van telkens één maatschappelijke
functie’. VB. Politiek, onderwijs, economie, zorg,…
4. Rationalisering
- De moderne samenleving wordt gekenmerkt door doelrationaliteit; ‘De
doordachte of berekenende, planmatige omgang met middelen en hun gekende
neveneffecten met oog op het bereiken van een bepaald doel. Max Weber
- De moderne wereld raakt zo onttoverd en lijkt steeds meer een ijzeren kooi.
3
, DURKHEIM’S MECHANISCHE EN ORGANISCHE SOLIDARITEIT
Mechanische solidariteit is gebaseerd op gelijkheid en gedeelde normen en waarden,
kenmerkend voor traditionele, pre-industriële samenlevingen.
Organische solidariteit ontstaat door de wederzijdse en onderlinge afhankelijkheid die
voortkomt uit de gespecialiseerde arbeidsverdeling in moderne, industriële samenlevingen,
waarbij mensen elkaar aanvullen ondanks hun verschillen.
Modernisering is een onophoudelijk mondiaal veranderingsproces, maar geen universeel
ontwikkelingsproces. Dat betekent dat modernisering wel overal plaatsvindt, maar op
verschillende manieren en met verschillende gevolgen. Het is geen proces dat automatisch
leidt tot vooruitgang of verbetering; het houdt simpelweg in dat samenlevingen veranderen.
Bovendien is modernisering geen normatief begrip. Het is geen moreel “goed” of wenselijk
proces. De Europese modernisering, bijvoorbeeld, was nauw verbonden met uitbuiting
binnen Europa en gewelddadig kolonialisme daarbuiten. Het begrip modernisering moet dus
kritisch bekeken worden, met aandacht voor de sociale en historische context waarin het
plaatsvindt.
SOCIOLOGISCH BASISPERSPECTIEF
HERH: 4 basisvragen
A. Hoe is de samenleving geordend en georganiseerd?
B. Hoe wordt het individuele beïnvloed door het maatschappelijke?
C. Hoe is de sociale (on)gelijkheid mogelijk?
D. Hoe onderzoeken we dat allemaal op een wetenschappelijke manier?
In de sociologie geven verschillende theoretische stromingen elk hun eigen antwoorden op
de kernvragen over samenleving en sociaal gedrag. Met andere woorden: elke stroming
heeft zijn eigen “bril”, die andere dingen accentueren.
Sterkte van de sociologische brillen:
- Actorcentrisch (agency); Focus op het individu
- Sociocentrisch (structuur); Focus op het grotere geheel/structuur
STRUCTUREEL-FUNCTIONALISME
Grondleggers: Émile Durkheim, Herbert Spencer.
Opvolgers: Talcott Parsons en Robert K. Merton
Sleutelwoorden: sociale structuur, sociale feiten, manifeste functies, latente functies, sociale
disfunctie, sociocentrisme
4