100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting deel boek 'Sensation and Perception' Yantis & Abrams

Rating
-
Sold
-
Pages
57
Uploaded on
11-01-2026
Written in
2025/2026

Let op: Het is een Nederlandse samenvatting, maar met veel Engelse zinnen/begrippen er doorheen om de context voor het tentamen beter te begrijpen. Hoofdstukken 1 t/m 6 + 9 t/m 12 worden behandeld (volgens de colleges).

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H 1 t/m 6, en h 9 t/m 12
Uploaded on
January 11, 2026
Number of pages
57
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Literatuur sensation and perception




Hoofdstuk 1: Foundations
Dieren (en mensen) met zenuwstelsels ‘perceive’ als gespecialiseerde sensorische cellen
fysieke kenmerken van de omgeving omzetten in elektrochemische signalen die
fysiologische, gedragsmatige, emotionele en cognitieve responsen motiveren, en bewustzijn
kunnen veroorzaken.
Sensation zijn de initiële stappen in dit proces; fysieke kenmerken omzetten in
elektrochemische signalen, en die naar het brein sturen voor verwerking. Mensen hebben
senses (fysiologische functies) verkregen over de tijd, met elke gespecialiseerde cellen,
weefsels en organen. Perceptie komt later in het proces, de initiële sensorische signalen
worden gebruikt om mentale representations te vormen van objecten/gebeurtenissen.

Sommige dingen ‘weet’ je gewoon; hoe je moet ademen, drinken etc. Andere dingen heb je
geleerd door je zintuigen.
Stimuli zijn objecten/gebeurtenissen die waargenomen, én de fysieke fenomenen die ze
produceren. Het ding in de wereld hierin is de distal stimulus, het fysieke fenomeen wat
hieruit voortkomt is de proximal stimulus.
Cellen van zenuwstelsel die informatie-dragende signalen produceren en overbrengen zijn
neuronen, en de signalen die ze dragen zijn neural signals. Gespecialiseerde neuronen
die proximale stimuli omzetten in neurale signalen zijn sensory receptors (je hoeft hier niet
per sé bewust van te zijn). Snelheid en accuraatheid van een waarneming hangt af van de
kennis en verwachtingen van de waarnemer; je geeft meer aandacht aan je telefoon als je
een bericht verwacht. Top-down information is de kennis, verwachtingen en doelen die
effect kunnen hebben op perceptie. Bottum-up information is informatie die in neurale
signalen zit van receptoren.

Three main types of questions:
1.​ Hoe heeft de proximale stimulus informatie over het ding wat wordt waargenomen?
2.​ Hoe wordt de proximale stimulus getransformeerd in neurale signalen? Dit heet
transduction. En hoe vormen deze neurale signalen een neural code (patroon van
signalen dat informatie naar het brein draagt, dient als representatie van de
waargenomen stimulus).
3.​ Wat is de relatie tussen perceptuele ervaring en de distal stimulus? Dit valt onder
psychophysics.
Deze vragen zijn te beantwoorden met psychophysics (onderzoekt perceptuele ervaring met
gedrag responses) en cognitive neuroscience (meet neurale activiteit op individueel en
groepsniveau).

,Hoeveel zintuigen zijn er?
De primary senses, ook wel de body senses, zijn de vijf traditionele zintuigen (visie, gehoor,
aanraking, geur en smaak) en vijf andere zintuigen die met aanraking,
ledematen/lichaamspositie, pijn, lichaamstemperatuur, balans en lichaamsbeweging te
maken hebben; visie, gehoor en aanraking kan dus opgedeeld worden in meerdere
dimensies. Onder dieren zijn heel veel verschillende zintuigen; door manieren waarop ze om
zijn gegaan met fysieke stimuli uit de omgeving.
Natural selection heeft de biologische structuur en functie van elk organisme bepaald:
voordelige kenmerken worden eerder doorgegeven. Phenotypes zijn observeerbare
karakteristieken, die uit een genetische code ‘genotype’ voortkomen. Met mutaties kan ook
nieuw DNA worden gemaakt (die kan worden doorgegeven). Door het doorgeven van goede
karakteristieken krijg je ‘survival of the fittest’.

Psychophysics: perceptie onderzoeken door het bestuderen van gedrag. De relatie tussen
stimuli en ervaring wordt onderzocht op twee manieren:
-​ De drempels van perceptuele ervaring (waar perceptuele transities zijn). Twee
vragen die beantwoord worden: 1) Hoe intens moet een fysieke stimulus zijn om
detecteerbaar te zijn? en 2) Hoe verschillend moeten twee stimuli zijn zodat het
verschil detecteerbaar is?
-​ De schaling van perceptuele ervaring (hoe perceptuele ervaring verandert met
veranderingen in de fysieke karakteristieken van een waarneembare stimulus).

De absolute threshold; minimale intensiteit van een fysieke stimulus dat gedetecteerd kan
worden. Om dit te meten moeten stimuli in verschillende fysieke intensiteit gepresenteerd
worden, hier zijn drie methoden voor ontwikkeld door Fechner:
1.​ Method of Adjustment: intensiteit manipuleren door het direct aan te passen, het
punt waarop het wel/niet meer gedetecteerd wordt is dan de absolute threshold.
‘Quick and dirty’, niet altijd precieze resultaten.
2.​ Method of Constant Stimuli: selectie van stimuli waarin absolute threshold wrs zit,
die worden in willekeurige volgorde gepresenteerd waarbij observeerder bij elke
aangeeft of hij ze wel/niet detecteert. Elke stimuli wordt meerdere keren laten horen
(ook degenen waarvan je toch al weet dat die wel/niet waargenomen worden).​
De psychometric function (curve van meting van perceptuele ervaring van
intensiteit fysieke stimulus) is hier vaak een S-vorm curve, waarbij de absolute
threshold wordt gezet op waar 50% van de mensen ‘ja’ antwoorden (waarneembaar).
3.​ Staircase method: gebaseerd op het vorige antwoord, is de volgende stimulus een
stap naar boven of onder in intensiteit; bij een verandering van waarneming, gaat het
de andere kant op (want alles boven/onder die ene waarneming wordt dan ook wel
gehoord). Dit wordt bij gehoor geplot in een audiogram.

Maar los van het wel of niet horen (absolute threshold), is het ook belangrijk om verschil
tussen stimuli te horen. Dit zou een difference threshold nodig hebben; minimum verschil
tussen twee stimuli om te observeren dat twee stimuli (standaard stimulus en de comparison
stimulus) verschillend zijn, ook wel Just Noticeable Difference (JND). De JND is niet een
bepaalde verhoging van intensiteit, maar een unit van iets. De grootte van de JND lijkt te
stijgen als de intensiteit van de standaard stimulus stijgt. (als het al heel licht is in een kamer,
is de JND ook heel groot want één extra licht zou weinig verschil maken).

,Dit werd geïdentificeerd door Ernst Weber, en de wet heet dus Weber’s law. De
vergelijking hierbij: JND = kI, waarbij k een constante is (afhankelijk van welke perceptuele
dimensie gemeten wordt), en deze constante k de Weber fraction wordt genoemd.

Psychophysical scaling is het proces van meten hoe veranderingen in stimulus intensiteit
gerelateerd zijn aan veranderingen in waargenomen intensiteit. Twee benaderingen:
-​ Fechner’s law​
De waargenomen intensiteit (S) van een stimulus verandert, als de fysieke intensiteit
verandert. S = k ln I/I0. S is de waargenomen intensiteit, k is de Weber fraction, ln l/l0
is het natuurlijk logaritme van de ratio van de stimulus intensiteit I, tot de intensiteit
van dezelfde stimulus op het absolute threshold I0.​
Hij gaat ervan uit dat 1 JND gelijk staat aan 1 unit van verschil in waargenomen
intensiteit (enige verschil met Weber’s law, daarom soms ook Weber-Fechner law).

-​ Stevens’s Power law​
Hij ontwikkelde magnitude estimation; gebruikt gedragsmatige responses om direct
een waargenomen intensiteit te schatten. Hierbij wordt een willekeurig nummer
gegeven aan een bepaalde intensiteit, en deelnemers geven dan nummers aan
andere intensiteiten, relatief aan het (willekeurig gekozen) standaard. Stimuli die mee
doen zitten allemaal boven de absolute threshold, de middelste is de standaard. Voor
brightness zijn zelfde resultaten als met Fechner’s law, maar voor ‘electric shock’ is
die toenemend stijgend (ipv afnemend stijgend). ​
Formule: S = Cl^n. S is de waargenomen intensiteit van de stimulus, l de fysieke
intensiteit, n is verschillend voor elke perceptuele dimensie en c is constant (hangt
van units van S en I af.​
Als de exponent (n) minder dan 1 is, is het afnemend stijgend. Als het hoger dan 1 is,
is het toenemend stijgend.

Perceptie is gebaseerd op neurale activiteit. Müller; ‘de law of specific nerve energies’; soort
perceptie die we hebben is afhankelijk van welke neuronen geactiveerd zijn, niet van wat die
neuronen activeert. Volgens de neuron doctrine, hangt perceptie af van de gecombineerde
activiteit van veel gespecialiseerde neuronen, waarvan elke reageert op specifieke aspecten
van een stimulus; dit heet trigger features.

Een neuron is een cel, met een cell membrane, een nucleus (met DNA) die in de cell body
(of soma) zit, en andere structuren. Uit de cell body komen dendrieten, die ontvangen
signalen van andere neuronen, en een axon die geleidt signalen naar de axon terminals,
waar ze worden overgebracht naar andere neuronen. Een nerve is een bundel van axonen
die samen van de ene plek in het zenuwstelsel naar een andere plek gaan.
Neuronen kunnen neurale signalen ontvangen en doorgeven. Ook zijn ze uitgebreid met
elkaar verbonden; één neuron kan signalen ontvangen en sturen met duizenden andere
neuronen.

Een action potential is een elektrochemisch signaal dat in de dendrieten van een
gestimuleerde neuron begint, en die gaat naar de axon en axon terminals. Elk atoom heeft
een of meer positief geladen deeltjes in de nucleus; protons, omgeven door negatief
geladen deeltjes electrons. In neutrale staat evenveel van beide. Een ion is een atoom dat
geen gelijke aantallen aan protons en electrons heeft, het heeft dan een electric charge.

, In de productie van een action potential spelen twee positief geladen ions (Na+ sodium en
K+ potassium) een grote rol, en een paar negatief geladen ions. Het membrane potential is
een verschil in electrical potential over het celmembraan, door een verschil in de
concentraties van positieve en negatieve ions binnen en buiten de cel. -70 mV is de resting
potential (neutraal). Met single-cell recording kan het membrane potential worden
gemeten.

Sommige ions kunnen door het membraan door kleine gaatjes; ion channels welke alleen
specifieke typen ions doorlaten. Deze kanalen zijn voltage-gated; ze openen als het
membraan potentieel voldoende verandert. Bij een signaal van een andere neuron,
verandert het membrane potential waardoor sodium ions (Na+) in de axon kunnen. Hierdoor
ontstaat depolarization; tijdens een actie potentieel waardoor het membraan potentieel
positiever wordt. In dit proces wordt de lading omgekeerd; binnen de axon wordt het meer
positief geladen dan erbuiten, en het membraan potentieel wordt max +30 mV.
Nadat de sodium channels geopend zijn, sluiten ze weer, en openen de potassium channels
(door depolarization) waardoor positief geladen potassium ions (K+) uit de axon gaan, en de
waarde van de membrane potential weer -70 mV wordt; repolarization. Het membraan
potentieel gaat heel kort buiten de resting potential; hyperpolarization, en dan terug naar
resting potential.
Dit alles duurt ongeveer 5 milliseconden.
Na een action potential is een refractory period waarin een nieuw actie potentieel niet kan
worden geïnitieerd. De firing rate is de mate waarin een neuron actiepotentialen produceert,
meestal in termen van actie potentialen (spikes) per seconde. De baseline firing rate is een
lage mate van spontaan vuren in random intervals in de absentie van een stimulus.

Tussen een axon terminal van de ene neuron en de dendriet of cellichaam van andere
neuron, is een klein gat; synapse. Het membraan bij de axon terminal van een neuron die
en actie potentieel produceert, heet de presynaptic membrane. De membraan van de
dendriet/cellichaam van de ontvangende neuron heet de postsynaptic membrane. In axon
terminals zitten kleine zakjes genaamd synaptic vesicles, die moleculen van
neurotransmitters bevatten. Deze kunnen bij de postsynaptic membrane komen, waar ze
zich binden aan receptoren (in dat postsynaptic membrane). Hierdoor openen bepaalde
ligand-gated ion channels (soort neurotransmitter), waardoor membrane potential verandert.
Bij genoeg binding en dus genoeg opening kan een actie potentieel worden geïnitieerd.

Verschillende neurotransmitters; excitatory of een inhibitory effect op de postsynaptic
neuron; binding van excitatory neurotransmitters depolariseert het membraan potentieel
en verhoogt de kans op een actie potentieel in de postsynaptic neuron. De binding van een
inhibitory neurotransmitter hyperpolariseert het membraan potentieel en verlaagt de kans
op een actie potentieel.
De excitatory postsynaptic potential (EPSP) maakt het postsynaptische neuron
membraan potentieel meer positief.
De inhibitory postsynaptic potential (IPSP) maakt het postsynaptische neuron membraan
potentieel meer negatief.
Als de som van deze EPSP en IPSP boven een threshold komen, ontstaat er een spike
(firing).
$11.02
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lottevanlochem Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
34
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
13
Last sold
18 hours ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions