2025-2026; docent Naomi Blomme;
Handboek Welzijnsrecht Capita Selecta ‘25-‘26
Zelf af te drukken wetgeving:
Kwaliteitswet (eventueel)
Koninklijk Besluit maatschappelijke integratie
KB 9 mei 1984 tot uitvoering van art. 100bis (eventueel)
Milieuhandhavingsdecreet (DABM 1995) (eventueel)
Provinciedecreet 9/12/2005 hierin zit Provinciewet grotendeels verwerkt
Jeugddelinquentiedecreet (JDD)
Decreet Integrale Jeugdhulp (IJH)
Decreet Rechtspositie Minderjarige 2004 (DRM)
Decreet Lokaal Bestuur artikels 68-146
MODULE 1: JEUGDRECHT
HOOFDSTUK 1: INLEIDING ROND HET ONTSTAAN VAN DE
JEUGDBESCHERMING IN BELGIË
Cultuur overgedragen door twee processen:
- Proces van socialisatie: het zich eigen maken van waarden en normen
die in een maatschappij aanwezig zijn en gelden als norm van die
maatschappij
- Proces van sociale controle: straffen en bestraffen als de norm van een
maatschappij niet wordt nageleefd
1. JEUGDBESCHERMING IN BELGIË: HET ONTSTAAN VAN EEN
CATEGORIAAL BELEID
1.1. EVOLUTIE VAN DE SOCIALISATIE
Hoe men nu naar kinderen kijkt = gegroeid en geëvolueerd op basis van
inzichten doorheen de geschiedenis.
Kindbeeld en apartstelling (specifieke, aparte behandeling van kinderen)
zijn historische maaksels.
1.1.1. GEEN KINDBEELD
Kinderen waren een noodzakelijk kwaad. Onder de 7 jaar van geen belang,
daarna beschouwd als volwassenen en ingeschakeld in de leefwereld van
volwassenen.
o Vb. werk, seksualiteit, kindermoord, achterlaten van pasgeboren
kinderen, geen geboortebeperking, kinderen met een handicap
hadden geen toekomst, …
1
, Meisjes minderwaardig aan jongens.
Hoge kindersterfte door onhygiënische omstandigheden, ziekte en
onverschilligheid.
Opleiding in leerscholen met een leermeester binnen een gemeenschap
van ongeveer 25 personen om een vak te leren.
1.1.2. EEN AANZET TOT EEN KINDBEELD
Vanaf 16de eeuw: naar school voor intellectuele vorming.
17de – 18de eeuw: ontwikkeling van visies die aantonen dat kinderen
belangrijk werden.
o Moralisten: kind ‘slecht’ geboren en opvoeding hoort het kind ‘goed’
te maken
o Rousseau (romantici): kind is ‘inherent goed’ en invloed van buitenaf
beïnvloedt het kind negatief.
Ziet het kind als een aparte persoon die belangrijk genoeg is om over
na te denken.
Verlichting: Wat zijn de kinderen? Diegene die de toekomst, de vooruitgang
kunnen verderzetten en ervoor kunnen zorgen dat men een beter leven
kan maken.
o Kinderen meer en meer een aparte groep met eigen kenmerken en
eigen gedragingen.
Tweedeling in de visie op de ontwikkeling van de mens
o Kind dat men nog moet opvoeden en dus moet afschermen van de
maatschappij
Kind dat onschuldig is, onzeker, zonder zorgen en de
mogelijkheid moet krijgen om te groeien door fouten te
maken en door trial-and-error verder gevormd te worden tot
een volwassen persoon
o Dat van een volwassene die zijn lot en rol in de maatschappij kent.
Sociogenese: Het op grond van maatschappelijke verandering apart
gaan zien van volwassenen en kinderen.
Psychogenese: eigenschappen worden specifiek aan kinderen
toegeschreven, worden op een bepaald moment ontdekt en vanaf dan
beschouwd als eigen aan kinderen en overgeaccentueerd in relatie met
kinderen – wat vervolgens psychologische consequenties heeft voor de
kinderen.
Vb. de koppigheidsfase: ervoor enkel toegeschreven aan de hogere
klasse en jongens, daarna als differentiatie binnen de kindertijd.
Ontstaan van o.a. kindergeneeskunde (pediatrie 1872)
Ontstaan van kinderwetten, zoals verbod op kinderarbeid (1889) en de wet
op leerplicht (1914) kinderen werden uitgesloten uit de wereld van
volwassenen en ingesloten in hun eigen wereldje.
1.1.3. HET HUIDIGE KINDBEELD
Verschillende kindbeelden door pedagogen vertrekken uit een visie waarbij ze
het kind zien als een krachtige persoon met eigen mogelijkheden.
2
,Kinderen tot een bepaalde leeftijd apart benaderen door een specifieke
opvoeding aan te reiken in specifieke instellingen speciaal voor kinderen
opgericht.
Vb. Kinderdagverblijf, onthaalouder, kleuterschool, lagere school, kinderafdeling
in ziekenhuis, …
Kwalitatief verschil in ontwikkelingsfases van kinderen, dus op een andere manier
benaderen. De ‘quarantaine’ verdwijnt bij volwassenheid.
1.2. EVOLUTIE VAN DE SOCIALE CONTROLE
Bestraffing lang in handen van de pater familias, de pretor of baseerde
zich op ‘goddelijke overwegingen’.
Weinig of geen verschil tussen kinderen en volwassenen.
Pas in de verlichting lichte wijziging in bewuste bestraffing van kinderen,
ook onder invloed van de criminologie en penologie.
1.2.1. VROEGE TIJDEN TOT VERLICHTING
Oud-Romeinse recht (500 n. Chr.):
o Wet der XII tafelen: uitzondering voor ‘onmondigen’ (niet-huwbare
kinderen). Onderscheid tussen opzettelijke en niet-opzettelijke
daden
o eerste aanzet voor het begrip “oordeel des onderscheids”
Klassieke tijdvak (rond 300 n. Chr.):
o Onderscheid verduidelijken door waarneembare gegevens zoals
fysiologische toestand van kinderen
huwbare leeftijd en geslachtrijpheid + sluwheid vulde de leeftijd
aan (aanvoelen van het goede en kwade).
o Opnieuw facultatieve en uitzonderlijke gebruik van ‘oordeel des
onderscheids’ aanwezig.
Na val van het Romeinse Rijk:
o Opnieuw beroep gedaan op familiale solidariteit: pater familias
bepaalde het onderscheid tussen kinderen en volwassenen.
o Gewoonte bepaalt hoe men ‘recht’ spreekt.
11de eeuw: heropflakkering van het Romeinse recht
13de eeuw: opkomst van staten.
o Opsporen en bestraffen van misdrijven werd belangrijk thema in de
drang naar centralisatie, openbare orde en openbare rust.
o Meer accusatoir recht en later kon de rechter vrij beslissen over het
onderscheidingsvermogen en de schuldvraag.
1532: eerste wettelijke verwijzing naar het ‘oordeel des onderscheids’ in
de Constitutio Criminalis Carlinea
o invoering uitzonderlijk principe van verzachting van een straf voor
kinderen.
o Belangrijk was het aangeven of persoon gebruik had gemaakt van
zijn rede ‘l’usage de raison’ (=eerste verwijzing naar
verlichtingsperiode die rede essentieel zag)
3
, 1.2.2. DE VERLICHTING
18de eeuw
Rede, toekomst, recht en ethiek = belangrijke begrippen.
Positivistische kijk op de mens.
o Kan actief zijn leven in handen nemen en neemt lot in eigen handen
Maakbaarheid van de maatschappij.
o Vergaren en uitbreiden van kennis, exacte en positieve feiten de
bovenhand laten krijgen door wetenschappelijke methodes en
observatie positivisme
Industriële revolutie uitbuiting van arbeiders, kinderverwaarlozing,
kinderarbeid
o Tegenkanting verbod op kinderarbeid door fabrieken én ouders.
Opkomend socialisme: pleitten voor uitbouw sociaal beleid en betere
rechtsbescherming
o Fancy fairs: liefdadigheidskermissen morele kruistochten om
arbeidersvrouwen te overhalen de opvoedingswaarden van de hoger
klasse over te nemen uit dankbaarheid.
1.2.3. TENDENSEN VANAF DE VERLICHTING
De klassieke criminologische school (18de eeuw)
o Antwoord bieden aan de voorheen repressieve, onmenselijke en
onrechtvaardige bestraffing van het ancien régime (wrede straffen,
lichamelijk en inquisitoir)
o Vooropstellen van efficiënte, rechtvaardige, menselijke, rationele en
onwillekeurige straffen
o Begrip ‘Rechten van de Mens’ door Rousseau, Voltaire, Montesquieu
nadenken over een humanistischere visie rond bestraffen.
o Grondleggers klassieke school vanuit rationele overweging 5
axioma’s poneerde:
Wilsautonomie: mens als rationeel wezen kiest bewust voor
goed of kwaad. Weeg lusten tegen lasten af
Morele aansprakelijkheid: door keuze volledig en
persoonlijk verantwoordelijk
Legaliteitsbeginsel: strafbare feiten én straffen in wet
vermelden
Proportionaliteitsbeginsel: straffen mogen niet zwaarder
zijn dan noodzakelijk om de dader moreel te beïnvloeden.
Gelijkheidsbeginsel: strafrecht toepassen op alle leden van
de maatschappij
o Straf: 3 verschillende functies
Vergelding
Afschrikking
Morele verbetering (resocialiserende functie)
o = basis voor huidige strafrecht, focus vooral op het misdrijf.
Geen aanpassing straf aan dader
o Gevolg voor jeugdcriminologie:
4