WONDZORG
DEEL 1: DIABETISCHE VOET
Chronische wonde= wonde die langer aanwezig is dan 6 weken
= Bij diabetische voet ontstaan complexe chronische wonden die op lange termijn een
grote impact hebben op morbiditeit, mortaliteit en levenskwaliteit. De ontwikkeling en
progressie van deze wonden zijn een gevolg van diabetes mellitus, zoals neuropathie
en vasculaire afwijkingen.
De veranderde neutrofielenfunctie, de verminderde weefselperfusie en een defecte
eiwitsynthese die vaak voorkomen bij diabetes, zorgen ervoor dat zorgverleners
betrokken bij de zorg voor de diabetische voet specifieke en unieke vaardigheden
moeten hebben.
- Etiopathogenese= = De oorzaak en de daaropvolgende ontwikkeling van een
abnormale aandoening of van een ziekte .
- LJM= limited joint mobility
- Neuropathie= aantasten van de zenuwen
Bij wie treedt dit op? Bij diabetespten die niet goed geregeld zijn of die hun behandeling
niet goed volgen, slechte glycemiewaarden – grote hoeveelheden suiker in de bloedbaan
– zorgt voor plaques in de bloedvaten – zorgt ervoor dat de bloedvaten vernauwen en de
bloedtoevoer naar de zenuwen wordt verminderd – de kleine fijne zenuwuiteinden
worden eerst aangetast – sterven af= atrofie – pt kunnen op verschillende niveau’s
klachten krijgen
➢ sensorische neuropathie= alles dat met de gevoelszenuwen te maken heeft – pt
gaat minder gevoel hebben in de ledematen, vaak ook geen gevoel – minder
temperatuursverschil, pijn en druk voelen – bij een te kleine schoen: ze voelen dit
niet. Of in een heet bad stappen – voelen ze niet. Pten hebben verhoogd risico op
brandwonden en ingegroeide teennagels. Of kleine wondjes worden chronische
wonden
, WONDZORG
➢ autonome neuropathie= drukletsels ontstaan, zoals eelt
➢ motorische neuropathie= gangpatroon van de pt verandert – klauwtenen
ontwikkelen – nieuwe drukpunten in schoenen ontstaan – onder de tenen en aan
de teenpunten – door drukletsels ontstaan er wondjes die evolueren naar een
diabetische voetwonde
!!! Meestal een combinatie van sensorisch, autonoom en motorisch
- Vaatlijden: verminderde doorbloeding vaak aan de onderste ledematen –
doorbloeding is verminderd – wonde geneest minder goed
- LJM= verstijving van de bindweefselstructuren rond de gewrichten in de voeten,
en handen – pt ontwikkelt een aangepast gangpatroon – nieuwe drukpunten
onstaan - ulcussen
Neuropathie
Perifere neuropathie - sensorische neuropathie
Gevoelsverlies
• Temperatuur
• Druk
• Pijn
Gevolgen
• Brandwonden
• Overdruk
• Ingroeiende nagel
Perifere polyneuropathie – motorische neuropathie
Veroorzaakt
• Spierverzwakking
• Atrofie van kleine voetspiertjes
• Klauwstand
• Gewijzigd gangpatroon
• Drukpunten (metatarsaalkoppen, teenpunten)
Gevolgen
• Drukeelt
• Drukulcera
drukulcus
Perifere polyneuropathie – autonome neuropathie
Vermindert de perspiratie van de huid= huidademhaling
• Huid = minder soepel, dikker, hard, droog
Gestoorde proprioceptie
• Hoge drukken
Gevolgen
• Drukletsels met weefselbeschadiging
• Drukulcus
, WONDZORG
Perifere polyneuropathie – charcotvoet
Synoniem = neuroartropathie
Definitie
= pijnloze progressieve artropathie van één of meerdere gewrichten
Perifeer vaatlijden
➢ Combinatie van microangiopathie en macroangiopathie
➢ Perifeer vaatlijden is een belangrijke factor in de prognose van een
diabetisch voetulcus en van amputatie.
Perifeer vaatlijden - macroangiopathie
Ontstaan
• atherosclerose in de grote arteriën → resulteren in
vernauwingen en occlusie
Symptomen
• Claudicatio intermittens
• Rustpijn
• Necrose of verdorring van de niet (meer) bevloeide
gebieden
Atherosclerose ontstaat door accumulatie van lipoproteïnen in de vaatwand,
wijzigingen van de vaatwand en beschadiging van het endotheel.
Atherosclerose wordt in de hand gewerkt door:
• Vetrijke voeding
• Roken
• Hypertensie
• Ouderdom
• Gebrek aan beweging
Perifeer vaatlijden - microangiopathie
Ontstaan
• Microvasculaire sclerose(=verharding van bindweefsel + ontstekingen) van
arteriolen en capillairen
• Beperkte vasodilatie optreden
• Met verminderde doorbloeding en daling van autoregulatoire
capaciteit
• Verminderde uitwisseling van voedingstoffen, verminderde
afvoer van afvalstoffen
• Verminderd vermogen tot herstel en minder afweer tegen
infecties
, WONDZORG
• Verhoogde viscositeit bloed (capillairen!)
LJM= limited joint mobility
Synoniem = Cheiro-artopathie of fibrositis
Definitie
= Verstijving van de bindweefselstructuren rond de gewrichten
die de beweging van die gewrichten beperkt.
• Start bij metatarsaal-falangiaal gewricht → veranderd
gangpatroon
• In combinatie met sensorische neuropathie → ontstaan
drukulcus
Infectie
Hoger risico op infectie bij diabeten
• Afwezigheid pijngevoel
• Circulatiestoornissen
• Verminderde immunologische afweer (vooral bij ontregeling van de
diabetes)
Leidt vaak tot amputatie: elke infectie moet dan ook onmiddellijk behandeld worden!
Wondclassificatie
➢ Doel van de wondclassificatie
Wagner-classificatie.
Graad 0 = hoog risico voet
Graad 1= oppervlakkige wonde
Graad 2= diepe wonde, nog geen infectie aanwezig
Graad 3= diepe wonde met vaak botcontact en infectie aanwezig
Graad 4= beperkte necrose
Graad 5= uitgebreide necrose
DEEL 1: DIABETISCHE VOET
Chronische wonde= wonde die langer aanwezig is dan 6 weken
= Bij diabetische voet ontstaan complexe chronische wonden die op lange termijn een
grote impact hebben op morbiditeit, mortaliteit en levenskwaliteit. De ontwikkeling en
progressie van deze wonden zijn een gevolg van diabetes mellitus, zoals neuropathie
en vasculaire afwijkingen.
De veranderde neutrofielenfunctie, de verminderde weefselperfusie en een defecte
eiwitsynthese die vaak voorkomen bij diabetes, zorgen ervoor dat zorgverleners
betrokken bij de zorg voor de diabetische voet specifieke en unieke vaardigheden
moeten hebben.
- Etiopathogenese= = De oorzaak en de daaropvolgende ontwikkeling van een
abnormale aandoening of van een ziekte .
- LJM= limited joint mobility
- Neuropathie= aantasten van de zenuwen
Bij wie treedt dit op? Bij diabetespten die niet goed geregeld zijn of die hun behandeling
niet goed volgen, slechte glycemiewaarden – grote hoeveelheden suiker in de bloedbaan
– zorgt voor plaques in de bloedvaten – zorgt ervoor dat de bloedvaten vernauwen en de
bloedtoevoer naar de zenuwen wordt verminderd – de kleine fijne zenuwuiteinden
worden eerst aangetast – sterven af= atrofie – pt kunnen op verschillende niveau’s
klachten krijgen
➢ sensorische neuropathie= alles dat met de gevoelszenuwen te maken heeft – pt
gaat minder gevoel hebben in de ledematen, vaak ook geen gevoel – minder
temperatuursverschil, pijn en druk voelen – bij een te kleine schoen: ze voelen dit
niet. Of in een heet bad stappen – voelen ze niet. Pten hebben verhoogd risico op
brandwonden en ingegroeide teennagels. Of kleine wondjes worden chronische
wonden
, WONDZORG
➢ autonome neuropathie= drukletsels ontstaan, zoals eelt
➢ motorische neuropathie= gangpatroon van de pt verandert – klauwtenen
ontwikkelen – nieuwe drukpunten in schoenen ontstaan – onder de tenen en aan
de teenpunten – door drukletsels ontstaan er wondjes die evolueren naar een
diabetische voetwonde
!!! Meestal een combinatie van sensorisch, autonoom en motorisch
- Vaatlijden: verminderde doorbloeding vaak aan de onderste ledematen –
doorbloeding is verminderd – wonde geneest minder goed
- LJM= verstijving van de bindweefselstructuren rond de gewrichten in de voeten,
en handen – pt ontwikkelt een aangepast gangpatroon – nieuwe drukpunten
onstaan - ulcussen
Neuropathie
Perifere neuropathie - sensorische neuropathie
Gevoelsverlies
• Temperatuur
• Druk
• Pijn
Gevolgen
• Brandwonden
• Overdruk
• Ingroeiende nagel
Perifere polyneuropathie – motorische neuropathie
Veroorzaakt
• Spierverzwakking
• Atrofie van kleine voetspiertjes
• Klauwstand
• Gewijzigd gangpatroon
• Drukpunten (metatarsaalkoppen, teenpunten)
Gevolgen
• Drukeelt
• Drukulcera
drukulcus
Perifere polyneuropathie – autonome neuropathie
Vermindert de perspiratie van de huid= huidademhaling
• Huid = minder soepel, dikker, hard, droog
Gestoorde proprioceptie
• Hoge drukken
Gevolgen
• Drukletsels met weefselbeschadiging
• Drukulcus
, WONDZORG
Perifere polyneuropathie – charcotvoet
Synoniem = neuroartropathie
Definitie
= pijnloze progressieve artropathie van één of meerdere gewrichten
Perifeer vaatlijden
➢ Combinatie van microangiopathie en macroangiopathie
➢ Perifeer vaatlijden is een belangrijke factor in de prognose van een
diabetisch voetulcus en van amputatie.
Perifeer vaatlijden - macroangiopathie
Ontstaan
• atherosclerose in de grote arteriën → resulteren in
vernauwingen en occlusie
Symptomen
• Claudicatio intermittens
• Rustpijn
• Necrose of verdorring van de niet (meer) bevloeide
gebieden
Atherosclerose ontstaat door accumulatie van lipoproteïnen in de vaatwand,
wijzigingen van de vaatwand en beschadiging van het endotheel.
Atherosclerose wordt in de hand gewerkt door:
• Vetrijke voeding
• Roken
• Hypertensie
• Ouderdom
• Gebrek aan beweging
Perifeer vaatlijden - microangiopathie
Ontstaan
• Microvasculaire sclerose(=verharding van bindweefsel + ontstekingen) van
arteriolen en capillairen
• Beperkte vasodilatie optreden
• Met verminderde doorbloeding en daling van autoregulatoire
capaciteit
• Verminderde uitwisseling van voedingstoffen, verminderde
afvoer van afvalstoffen
• Verminderd vermogen tot herstel en minder afweer tegen
infecties
, WONDZORG
• Verhoogde viscositeit bloed (capillairen!)
LJM= limited joint mobility
Synoniem = Cheiro-artopathie of fibrositis
Definitie
= Verstijving van de bindweefselstructuren rond de gewrichten
die de beweging van die gewrichten beperkt.
• Start bij metatarsaal-falangiaal gewricht → veranderd
gangpatroon
• In combinatie met sensorische neuropathie → ontstaan
drukulcus
Infectie
Hoger risico op infectie bij diabeten
• Afwezigheid pijngevoel
• Circulatiestoornissen
• Verminderde immunologische afweer (vooral bij ontregeling van de
diabetes)
Leidt vaak tot amputatie: elke infectie moet dan ook onmiddellijk behandeld worden!
Wondclassificatie
➢ Doel van de wondclassificatie
Wagner-classificatie.
Graad 0 = hoog risico voet
Graad 1= oppervlakkige wonde
Graad 2= diepe wonde, nog geen infectie aanwezig
Graad 3= diepe wonde met vaak botcontact en infectie aanwezig
Graad 4= beperkte necrose
Graad 5= uitgebreide necrose