Samenvatting Cognitie & Gedrag
Hoofdstuk 6, langetermijngeheugen: structuur
Episodisch = geheugen voor specifieke gebeurtenissen
Semantisch = geheugen voor feiten
Procedureel = geheugen voor fysieke handelingen
Vergelijken van korte- en langetermijngeheugen processen
Langetermijngeheugen = het systeem verantwoordelijk voor het
opslaan van informatie gedurende langere tijd.
-> Interactie = de verschillende typen geheugen staan met elkaar in
verband en delen mechanismen.
Serial position curve:
Primacy effect = beter geheugen voor stimuli aan het begin van
reeks.
Recency effect = beter geheugen voor stimuli aan het eind van
reeks.
Coderen = de vorm waarin stimuli worden weergegeven.
Fysiologische benadering coderen -> vuren van neuronen
Mentale benadering coderen -> in de geest
1) Visueel coderen
2) Auditief coderen
3) Semantisch coderen
, Samenvatting Cognitie & Gedrag
Bevrijding proactieve interferentie:
Proactieve interferentie = eerder geleerde informatie verstoort het leren
van nieuwe informatie.
-> Bevrijding bij nieuwe categorie (semantisch coderen in
kortetermijngeheugen).
Kortetermijngeheugen (STM) -> vooral auditief coderen
Langetermijngeheugen (LTM) -> vooral semantisch coderen
Neuropsychologie:
Double dissociation (=dubbele dissociatie) bewijst dat STM en LTM worden
bediend door afzonderlijke hersengebieden.
Hippocampus belangrijk bij vormen lange-termijn herinneringen.
Perisylvische cortex (boven auditieve cortex) belangrijk bij vormen
korte-termijn herinneringen.
Ranganath en D’Eposito (2001): Experiment met sample en test face.
-> De hippocampus is betrokken bij het vasthouden van nieuwe informatie
in het geheugen tijdens korte vertragingen.
, Samenvatting Cognitie & Gedrag
Episodisch en semantisch geheugen
Episodisch en semantisch geheugen hebben verschil in:
Informatie
o Episodisch -> geheugen voor specifieke gebeurtenissen
o Semantisch -> geheugen voor feiten
Ervaring
o Episodisch -> mentaal tijdreizen (zelfkennis, herinnering)
o Semantisch -> weten; toegang tot vertrouwde kennis
Neuropsychologie:
Double dissociation bewijst dat episodisch en semantisch geheugen
worden bediend door afzonderlijke hersengebieden.
Geheugen en veroudering:
Episodisch geheugen gaat snel achteruit met leeftijd.
Semantisch geheugen neemt toe tot 60-65 jaar.
Hersenscan:
, Samenvatting Cognitie & Gedrag
Gele gebieden = episodische herinneringen
Blauwe gebieden = semantische herinneringen
Interactie tussen episodisch en semantisch geheugen:
Kennis (semantisch geheugen) stuurt ervaring -> beïnvloedt episodische
herinneringen.
Autobiografisch geheugen = geheugen voor specifieke
ervaringen van het leven, zowel episodische als semantische
componenten.
Persoonlijke semantische herinneringen = feiten geassocieerd
met persoonlijke ervaringen.
1. Recollection (=herinnering) -> episodisch geheugen
2. Vertrouwdheid -> semantisch geheugen
Gemeten met de remember/know procedure, (Petrican et al. 2010):
Participanten (ouderen) krijgen een stimulus toegediend die ze eerder zijn
tegengekomen, ze reageren met ‘remember’, ‘know’, ‘don’t know’.
.
Hoofdstuk 6, langetermijngeheugen: structuur
Episodisch = geheugen voor specifieke gebeurtenissen
Semantisch = geheugen voor feiten
Procedureel = geheugen voor fysieke handelingen
Vergelijken van korte- en langetermijngeheugen processen
Langetermijngeheugen = het systeem verantwoordelijk voor het
opslaan van informatie gedurende langere tijd.
-> Interactie = de verschillende typen geheugen staan met elkaar in
verband en delen mechanismen.
Serial position curve:
Primacy effect = beter geheugen voor stimuli aan het begin van
reeks.
Recency effect = beter geheugen voor stimuli aan het eind van
reeks.
Coderen = de vorm waarin stimuli worden weergegeven.
Fysiologische benadering coderen -> vuren van neuronen
Mentale benadering coderen -> in de geest
1) Visueel coderen
2) Auditief coderen
3) Semantisch coderen
, Samenvatting Cognitie & Gedrag
Bevrijding proactieve interferentie:
Proactieve interferentie = eerder geleerde informatie verstoort het leren
van nieuwe informatie.
-> Bevrijding bij nieuwe categorie (semantisch coderen in
kortetermijngeheugen).
Kortetermijngeheugen (STM) -> vooral auditief coderen
Langetermijngeheugen (LTM) -> vooral semantisch coderen
Neuropsychologie:
Double dissociation (=dubbele dissociatie) bewijst dat STM en LTM worden
bediend door afzonderlijke hersengebieden.
Hippocampus belangrijk bij vormen lange-termijn herinneringen.
Perisylvische cortex (boven auditieve cortex) belangrijk bij vormen
korte-termijn herinneringen.
Ranganath en D’Eposito (2001): Experiment met sample en test face.
-> De hippocampus is betrokken bij het vasthouden van nieuwe informatie
in het geheugen tijdens korte vertragingen.
, Samenvatting Cognitie & Gedrag
Episodisch en semantisch geheugen
Episodisch en semantisch geheugen hebben verschil in:
Informatie
o Episodisch -> geheugen voor specifieke gebeurtenissen
o Semantisch -> geheugen voor feiten
Ervaring
o Episodisch -> mentaal tijdreizen (zelfkennis, herinnering)
o Semantisch -> weten; toegang tot vertrouwde kennis
Neuropsychologie:
Double dissociation bewijst dat episodisch en semantisch geheugen
worden bediend door afzonderlijke hersengebieden.
Geheugen en veroudering:
Episodisch geheugen gaat snel achteruit met leeftijd.
Semantisch geheugen neemt toe tot 60-65 jaar.
Hersenscan:
, Samenvatting Cognitie & Gedrag
Gele gebieden = episodische herinneringen
Blauwe gebieden = semantische herinneringen
Interactie tussen episodisch en semantisch geheugen:
Kennis (semantisch geheugen) stuurt ervaring -> beïnvloedt episodische
herinneringen.
Autobiografisch geheugen = geheugen voor specifieke
ervaringen van het leven, zowel episodische als semantische
componenten.
Persoonlijke semantische herinneringen = feiten geassocieerd
met persoonlijke ervaringen.
1. Recollection (=herinnering) -> episodisch geheugen
2. Vertrouwdheid -> semantisch geheugen
Gemeten met de remember/know procedure, (Petrican et al. 2010):
Participanten (ouderen) krijgen een stimulus toegediend die ze eerder zijn
tegengekomen, ze reageren met ‘remember’, ‘know’, ‘don’t know’.
.