Samenvatting Nederlands: Leesbevordering
1. Inleiding
Vlot lezen bestaat uit drie aspecten: leestechniek, leesbegrip en leesplezier.
Deze drie samen bepalen hoe goed iemand leest.
In dit cursusonderdeel ligt de focus op leesplezier en leesmotivatie.
De centrale vraag is hoe leerkrachten kinderen kunnen aanzetten tot
lezen.
Leesplezier wordt bevorderd door te werken met een goed boek of een
interessante tekst.
De leerkracht biedt betekenisvolle taken aan.
Leerlingen gebruiken hierbij hun leesvaardigheden, competenties en
strategieën.
2. Werkvormen om met boeken te werken
2.1 Boekenkring of de leeskring
Leerlingen stellen hun gelezen boek voor aan de klas.
Er is een beurtrol zodat iedereen aan bod komt.
Doel: leesplezier verhogen en leerlingen elkaar laten aanzetten tot lezen.
Leerlingen kunnen:
o de inhoud kort vertellen (zonder te veel te verklappen)
o een fragment voorlezen
o uitleggen waarom ze het boek leuk vinden
o iets vertellen over de auteur
o een creatieve verwerkingsopdracht tonen
Na de voorstelling volgt een klassikaal gesprek over het boek.
De leerkracht kan bepalen hoe vrij de boekkeuze is beste is: zelf laten
kiezen, maar ze moeten het komen voorstellen.
Varianten op de boekenkring:
Boekenspeeddates (per twee boeken promoten die ze zelf meenemen)
Tipbox met boekentips van leerlingen
Bord met tops en flops (groene/rode kaartjes)
Boekendans (boeken verkennen op muziek op elke stoel een
lievelingsboek van lln, gaan zitten en boek verkennen 2 min.)
Filmpjes maken en delen op de klasblog
Boekenpluim (kaartje aan een boek dat lln hebben gepromoot)
Boekenvoorschrift (boek aanraden via een “doktersvoorschrift”)
Slingerlezen (vaantjes met meningen over boeken)
1
, 2.2 Boekenpromotie
De leerkracht promoot een boek om leerlingen zin te geven om te lezen.
Kan kort zijn of uitgewerkt worden als een boekproject.
Bij de boekkeuze houdt de leerkracht rekening met:
o interesses van de klas
o een iets hoger leesniveau
o rijke en mooie taal
o verschillende genres (ook prentenboeken)
Tijdens boekpromotie:
o leuke inleiding
o fragmenten voorlezen of laten lezen (=begrijpend luisteren of lezen)
o gesprek over inhoud en mening
o creatieve verwerkingsactiviteiten (bv. affiche, interview, lied, brief,
podcast…)
2.3 Boekenproject
Meerdere lessen rond één boek, thema of auteur.
Stappen:
1. Analyse van het boek (thema’s, personages, stijl, auteur…)
2. Bedenken van werkvormen en linken met andere vakken
3. Concreet uitwerken van lessen met een eindproduct
Doel: motivatie verhogen en leerlingen trots maken op hun werk.
Mogelijk tijdens de jeugdboekenmaand (maart).=> dieren
2.4 Vrij lezen
Doel: kinderen laten ervaren dat lezen plezierig is.
Vrij lezen slaat een brug tussen lezen op school en thuis.
Regelmatig lezen:
o verbetert leesvaardigheid
o vergroot woordenschat
o versterkt tekstbegrip en kritisch denken
Veel scholen werken met leeskwartieren (bv. 15 minuten per dag).
De leerkracht heeft verschillende rollen:
o observator (leesgedrag volgen)
o luisterend oor (luisteren naar ervaringen)
o begeleider (helpen bij boekkeuze)
o rolmodel (zelf lezen)
Hulpmiddelen:
o leesfiches of leeslogboeken
o leesbingo’s, LIST-lezen
Boekenbeesten helpen leerlingen verschillende genres ontdekken.
3. Goede en rijke teksten
2
1. Inleiding
Vlot lezen bestaat uit drie aspecten: leestechniek, leesbegrip en leesplezier.
Deze drie samen bepalen hoe goed iemand leest.
In dit cursusonderdeel ligt de focus op leesplezier en leesmotivatie.
De centrale vraag is hoe leerkrachten kinderen kunnen aanzetten tot
lezen.
Leesplezier wordt bevorderd door te werken met een goed boek of een
interessante tekst.
De leerkracht biedt betekenisvolle taken aan.
Leerlingen gebruiken hierbij hun leesvaardigheden, competenties en
strategieën.
2. Werkvormen om met boeken te werken
2.1 Boekenkring of de leeskring
Leerlingen stellen hun gelezen boek voor aan de klas.
Er is een beurtrol zodat iedereen aan bod komt.
Doel: leesplezier verhogen en leerlingen elkaar laten aanzetten tot lezen.
Leerlingen kunnen:
o de inhoud kort vertellen (zonder te veel te verklappen)
o een fragment voorlezen
o uitleggen waarom ze het boek leuk vinden
o iets vertellen over de auteur
o een creatieve verwerkingsopdracht tonen
Na de voorstelling volgt een klassikaal gesprek over het boek.
De leerkracht kan bepalen hoe vrij de boekkeuze is beste is: zelf laten
kiezen, maar ze moeten het komen voorstellen.
Varianten op de boekenkring:
Boekenspeeddates (per twee boeken promoten die ze zelf meenemen)
Tipbox met boekentips van leerlingen
Bord met tops en flops (groene/rode kaartjes)
Boekendans (boeken verkennen op muziek op elke stoel een
lievelingsboek van lln, gaan zitten en boek verkennen 2 min.)
Filmpjes maken en delen op de klasblog
Boekenpluim (kaartje aan een boek dat lln hebben gepromoot)
Boekenvoorschrift (boek aanraden via een “doktersvoorschrift”)
Slingerlezen (vaantjes met meningen over boeken)
1
, 2.2 Boekenpromotie
De leerkracht promoot een boek om leerlingen zin te geven om te lezen.
Kan kort zijn of uitgewerkt worden als een boekproject.
Bij de boekkeuze houdt de leerkracht rekening met:
o interesses van de klas
o een iets hoger leesniveau
o rijke en mooie taal
o verschillende genres (ook prentenboeken)
Tijdens boekpromotie:
o leuke inleiding
o fragmenten voorlezen of laten lezen (=begrijpend luisteren of lezen)
o gesprek over inhoud en mening
o creatieve verwerkingsactiviteiten (bv. affiche, interview, lied, brief,
podcast…)
2.3 Boekenproject
Meerdere lessen rond één boek, thema of auteur.
Stappen:
1. Analyse van het boek (thema’s, personages, stijl, auteur…)
2. Bedenken van werkvormen en linken met andere vakken
3. Concreet uitwerken van lessen met een eindproduct
Doel: motivatie verhogen en leerlingen trots maken op hun werk.
Mogelijk tijdens de jeugdboekenmaand (maart).=> dieren
2.4 Vrij lezen
Doel: kinderen laten ervaren dat lezen plezierig is.
Vrij lezen slaat een brug tussen lezen op school en thuis.
Regelmatig lezen:
o verbetert leesvaardigheid
o vergroot woordenschat
o versterkt tekstbegrip en kritisch denken
Veel scholen werken met leeskwartieren (bv. 15 minuten per dag).
De leerkracht heeft verschillende rollen:
o observator (leesgedrag volgen)
o luisterend oor (luisteren naar ervaringen)
o begeleider (helpen bij boekkeuze)
o rolmodel (zelf lezen)
Hulpmiddelen:
o leesfiches of leeslogboeken
o leesbingo’s, LIST-lezen
Boekenbeesten helpen leerlingen verschillende genres ontdekken.
3. Goede en rijke teksten
2