100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sociale Psychologie.

Rating
-
Sold
-
Pages
19
Uploaded on
10-01-2026
Written in
2025/2026

Dit is een samenvatting voor het vak Sociale Psychologie die wordt gegeven bij de Minor Inleiding in de Toegepaste Psychologie op de Hogeschool Utrecht. Deze samenvatting is volledig gebaseerd op het boek en de toetsmartijs die in de studiehandleiding staat.

Show more Read less
Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 10, 2026
Number of pages
19
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Week 1 - Hoofdstuk 1, 2 en 3.
Basismotieven van gedachten en gedrag (fundamentele behoeften):
- Zelfverheffing Model: de voorkeur die mensen hebben voor informatie die hen in een
positief daglicht stelt, ofwel, informatie die hun zelfwaardering doet stijgen.
- Accuraatheid Motief: de behoefte van mensen om een beeld te creëren dat zo veel
mogelijk met de werkelijkheid overeenkomt.

Hindsight bias: de mening van mensen om hun vermogen om een uitkomst te voorspellen te
overdrijven nadat ze te weten zijn gekomen hoe die uitkomst eruit ziet.

Sociale psychologie: de studie naar zowel de universele als de cultuur bepaalde invloed van
de sociale omgeving op de gevoelens, gedachten en gedragingen van mensen.

Persoonlijkheidspsychologie: de studie van de kenmerken die maken dat individuen uniek
zijn en van elkaar verschillen.

Evolutionaire psychologie: verklaart hoe verschillende soorten organismen in de loop van de
geschiedenis verschillende lichamelijke kenmerken hebben verworven.

Fundamentele attributiefout (of correspondentie vertekening): neiging om de waarde waarin
iemands gedrag wordt veroorzaakt door de rol van persoonlijke eigenschappen en andere
interne factoren te overschatten en de rol van extreme situationele factoren te
onderschatten.
- attributie: het toeschrijven van oorzaken aan het eigen of aan andermans gedrag en
het daarna voorzien van verklaringen.
Voorbeeld: je ziet iemand haastig door de supermarkt lopen en tegen een schap aanstoten,
je denkt meteen ‘wat is die persoon toch onhandig en chaotisch’.

Sociale cognitie: hoe mensen denken over zichzelf en de sociale wereld, het selecteren,
interpreteren, herinneren en gebruiken van sociale informatie om oordelen te vormen en
beslissingen te nemen.

Priming: het proces waarbij recente ervaringen de toegankelijkheid van een schema,
kenmerk of concept verhogen.

Schema’s: mentale structuren die mensen gebruiken om hun kennis over de sociale wereld
te organiseren in categorieën en om nieuwe informatie te begrijpen.

Scripts: schema’s over specifieke gebeurtenissen of te wel de beschrijving van hoe zo’n
gebeurtenis gewoonlijk verloopt.

Toegankelijkheid van schema’s: mate waarin schema's en concepten zich op de voorgrond
van ons bewustzijn bevinden waardoor het waarschijnlijk is dat we ze gebruiken bij onze
interpretatie van de sociale wereld.
- Blijvend toegankelijke schema’s: constant, actief en gereed voor gebruik bij het
interpreteren van dubbelzinnige situaties.
- Tijdelijk toegankelijke schema’s: actief wanneer je een doel nastreeft of doordat
recente ervaringen in je hoofd zitten.

,Negativiteitsbias (negativiteitseffect): het verschijnsel dat we negatieve gebeurtenissen en
informatie gemakkelijker opmerken dan positieve, dat die sterker beïnvloed en dat we ons
deze makkelijker herinneren.

Self fulfilling prophecy: de verwachtingen van het eigen of andermans gedrag komen sneller
uit, omdat deze verwachtingen onze interpretaties en gedrag sturen.
Dit werkt als volgt:
- Mensen hebben op basis van een schema een verwachting van hoe iemand is.
- Die verwachting beïnvloedt de manier waarop ze zich tegenover diegene gedragen.
- Waardoor degene zich consistent met de verwachting gaat gedragen.
- Waardoor de verwachting daadwerkelijk uitkomt.

Pygmalion effect: een positieve variant van de selffulfilling prophecy, waarbij iemand beter
gaat presteren door de positieve verwachtingen die andere van diegene hebben.

Golem effect: een negatieve variant van de self fulfilling prophecy, waarbij iemand minder
goed gaat presteren, naar de negatieve verwachtingen die anderen van diegene hebben.

Heuristiek: mentale vuistregel die mensen gebruiken om snel en efficiënt te kunnen
beoordelen.

Drie heuristieken die we gebruiken om snel te oordelen over de sociale wereld:
1. De beschikbaarheidsheuristiek: mentale aanname waarbij mensen een oordeel
baseren op het gemak waarmee ze iets voor de geest kunnen halen.
Voorbeeld: omdat iemand een haaienaanval op tv zag, denkt diegene dat zwemmen
in de zee gevaarlijk is.

2. representatie heuristiek: mentale aanname waarbij mensen iets classificeren op
grond van de mate waarin het lijkt op een karakteristiek geval.
Voorbeeld: omdat ze een stille boekenwurm lijkt, denkt iedereen dat ze
bibliothecaresse is in plaats van verkoopster.

3. Anker- en correctie heuristiek: mentale aanname waarbij mensen een getal of
waarde als beginpunt gebruiken om vervolgens (te) weinig op dit ankerpunt te
corrigeren.
Voorbeeld: omdat de verkoper eerst een prijs van 2000 euro noemde, lijkt de
uiteindelijke prijs van 1500 euro ineens redelijk.

- Ankerwaarden kunnen ons op drie manieren beïnvloeden:
● Als we een beginpunt bepalen, halen we op selectieve wijze informatie die
daarmee in overeenstemming is uit het geheugen.
● Als we beïnvloeding juist proberen te voorkomen door vanuit de ankerwaarde
te corrigeren.
● We zoeken een verklaring voor de invloed van een ankerwaarde in priming.

Contrafeitelijk denken: een aspect van het verleden in gedachten veranderen, zodat je je
kunt voorstellen hoe het had kunnen zijn.

, Neerwaarts contrafeitelijk denken: denken over hoe een situatie erger had kunnen zijn.
Opwaarts contrafeitelijk denken: denken over hoe de situatie beter had kunnen zijn.

Week 2 → hoofdstuk 4 en 5.
Attributietheorie: de manier waarop mensen de oorzaken van hun eigen gedrag en
andermans gedrag verklaren.

Interne attributie: gevolgtrekking dat iemand zich op een bepaalde manier gedraagt als
gevolg van iets in de persoon zelf, zoals een attitude, karakter of persoonlijkheid.
Voorbeeld: zij won de wedstrijd omdat ze echt heel getalenteerd is.

Externe attributie: gevolgtrekking dat iemand zich op een bepaalde manier gedraagt als
gevolg van de situatie waarin diegene zich bevindt, de aanname is dat de meeste mensen
op dezelfde manier op zo’n situatie zouden reageren.
Voorbeeld: zij won de wedstrijd omdat de tegenstanders niet op volle sterkte waren.

Fundamentele attributiefout/correspondentie vertekening: neiging om de mate waarin
persoonlijke eigenschappen en andere interne factoren iemand gedrag veroorzaken te
overschatten en de rol van externe, situationele factoren te onderschatten.
Voorbeeld: het hebben van een misverstand door iemands gedrag.

Perceptuele saillantie: het ogenschijnlijke belang van de informatie waarop mensen hun
aandacht richten.
Voorbeeld: wanneer je kijkt naar een gesprek tussen twee mensen, valt degene in jouw
blikveld het meest op. Deze persoon lijkt de leider van het gesprek.

Zelfdienende attributie: verklaringen van eigen successen toeschrijven aan interne,
dispositionele factoren en verklaringen van eigen mislukkingen toeschrijven aan externe,
situationele factoren.
Drie redenen waarom we deze maken:
1. De meeste mensen proberen uit alle macht een positief zelfbeeld te behouden.
2. We willen dat mensen positief in plaats van negatief over ons denken.
3. We kijken naar het soort informatie dat beschikbaar is.

Thin-slicing: betekenisvolle conclusies trekken over eigenschappen van anderen of
producten op grond van extreem kortdurende uitingen van hun gedrag of eigenschappen.

Primacy effect: als het aankomt op het vormen van een indruk, beïnvloeden de eerste
indrukken die we van anderen krijgen hoe we informatie interpreteren die we later krijgen.

Believe perseverance: de neiging om vast te houden aan een oorspronkelijk oordeel, zelfs
wanneer we geconfronteerd worden met informatie die ons tot het heroverwegen zou
moeten aanzetten.

Het Covariatiemodel: een theorie die stelt dat om een attributie te maken over de oorzaak
van iemands gedrag, we systematisch kijken naar het patroon tussen het optreden van het
gedrag en de aan- of afwezigheid van mogelijke causale factoren.
Drie kerntypen van informatie:

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nikitawouda Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
69
Member since
3 year
Number of followers
26
Documents
16
Last sold
1 day ago

4.2

9 reviews

5
3
4
5
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions