Samenvatting module 2 Geneeskunde
1.41 Airway & breathing geneeskunde
ABCDE-methode
De ABCDE-methode is een werkwijze voor het verlenen van eerste hulp volgens
het principe "treat first what kills first". Met andere woorden: behandel eerst de
primaire (levensbedreigende), dan de secundaire en tertiaire (niet-
levensbedreigende) letsels en stoornissen.
Airway ( luchtweg ): controleer op de luchtweg vrij is. Spreekt de patiënt
dan is luchtweg vrij. Vreemde ademgeluiden (piepen, rochelen of zagen) --
> luchtweg niet vrij. Interventies kunnen zijn: fixeren van het hoofd en nek
of ophouden van de luchtweg.
Breathing ( ademhaling ): beoordeel of de patiënt goed ademt.
Circulatie: controleer de bloedcirculatie.
Disability ( bewustzijn ): beoordeel de neurologische status van de patiënt.
Dit kan gedaan worden dmv AVPU-schaal.
A: Alert
V: Voice
P: Pain
U: Unresponsive
Exposure/environment ( omgeving ): inspecteer de patiënt volledig om
andere verwondingen of problemen op te sporten, zoals huiduitslag,
fracturen of brandwonden en meet de temperatuur.
De luchtwegen en longen
Het bovenste deel van de luchtwegen bestaat uit de neus, de neusholte, de
paranasale sinussen en de farynx (keel). Deze structuren vormen het onderdeel
van het ademhalingsstelsel dat de ingeademde lucht gaat filteren, verwarmen en
bevochtigen, waardoor de kwetsbare oppervlakken van het onderste deel van de
luchtwegen worden beschermd.
Het onderste deel van de luchtwegen bestaat uit de larynx (strottenhoofd),
trachea (luchtpijp), bronchiën en longen die de bronchiolen (doorgang voor
transport van lucht) en de alveoli (longblaasjes, gaswisselingsoppervlakten)
bevatten. Onder de term luchtwegen worden de buizen verstaan waardoor lucht
van en naar de uitwisselingsoppervlakten van de longen wordt vervoerd.
Functies luchtwegen:
- Geleiding van lucht
- Gaswisseling
- Filteren, verwarmen en bevochtigen van de lucht
Aandoeningen ademhalingsstelsel
Inspiratoire stridor: hoog piepende ademhaling
Sputum: opgehoest slijm
Dyspneu: kortademigheid of benauwdheid
, Tachypneu: snelle ademhaling
Hyperventilatie: snelle, diepe ademhaling
Hypoventilatie: trage, oppervlakkige ademhaling
Apneu: ademstilstand
Hypopneu: belemmering van de ademhaling
Hemoptoë: bloed ophoesten
Cyanose: blauwzucht
Termen anatomie en fysiologie
Medische term Nederlandse term
Alveoli Longblaasjes
Arteria pulmonalis Longslagader
Bronchiën Luchtpijpvertakkingen
Bronchioli Kleine luchtpijpvertakkingen
Epiglottis Strotklepje
Expiratie/expirium Uitademing
Farynx Keelholte
Inspiratie Inademing
Larynx Strottenhoofd
Mediastinum Gebied van de thorax tussen de longen,
het sternum en de wervelkolom
Mucus Slijm
Perfusie Doorbloeding
Pleura Dubbel vlies aan de buitenkant van de
longen
Pleuraholte Luchtdichte ruimte met kleine
hoeveelheid vocht tussen beide pleurae
Sinus Bijholte
Sternum Borstbeen
Thorax Borstholte
Trachea Luchtpijp
Ventilatie Proces van in- en uitstroom van lucht
1.50 Circulatie
Het cardiovasculaire stelsel bestaat uit het hart, bloedvaten en bloed en is
verantwoordelijk voor de circulatie van bloed door het lichaam. Dit stelsel zorgt
voor de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen naar cellen en verwijdert
afvalstoffen.
Kleine circulatie: longen, O2 opname, CO2 afgifte
1.41 Airway & breathing geneeskunde
ABCDE-methode
De ABCDE-methode is een werkwijze voor het verlenen van eerste hulp volgens
het principe "treat first what kills first". Met andere woorden: behandel eerst de
primaire (levensbedreigende), dan de secundaire en tertiaire (niet-
levensbedreigende) letsels en stoornissen.
Airway ( luchtweg ): controleer op de luchtweg vrij is. Spreekt de patiënt
dan is luchtweg vrij. Vreemde ademgeluiden (piepen, rochelen of zagen) --
> luchtweg niet vrij. Interventies kunnen zijn: fixeren van het hoofd en nek
of ophouden van de luchtweg.
Breathing ( ademhaling ): beoordeel of de patiënt goed ademt.
Circulatie: controleer de bloedcirculatie.
Disability ( bewustzijn ): beoordeel de neurologische status van de patiënt.
Dit kan gedaan worden dmv AVPU-schaal.
A: Alert
V: Voice
P: Pain
U: Unresponsive
Exposure/environment ( omgeving ): inspecteer de patiënt volledig om
andere verwondingen of problemen op te sporten, zoals huiduitslag,
fracturen of brandwonden en meet de temperatuur.
De luchtwegen en longen
Het bovenste deel van de luchtwegen bestaat uit de neus, de neusholte, de
paranasale sinussen en de farynx (keel). Deze structuren vormen het onderdeel
van het ademhalingsstelsel dat de ingeademde lucht gaat filteren, verwarmen en
bevochtigen, waardoor de kwetsbare oppervlakken van het onderste deel van de
luchtwegen worden beschermd.
Het onderste deel van de luchtwegen bestaat uit de larynx (strottenhoofd),
trachea (luchtpijp), bronchiën en longen die de bronchiolen (doorgang voor
transport van lucht) en de alveoli (longblaasjes, gaswisselingsoppervlakten)
bevatten. Onder de term luchtwegen worden de buizen verstaan waardoor lucht
van en naar de uitwisselingsoppervlakten van de longen wordt vervoerd.
Functies luchtwegen:
- Geleiding van lucht
- Gaswisseling
- Filteren, verwarmen en bevochtigen van de lucht
Aandoeningen ademhalingsstelsel
Inspiratoire stridor: hoog piepende ademhaling
Sputum: opgehoest slijm
Dyspneu: kortademigheid of benauwdheid
, Tachypneu: snelle ademhaling
Hyperventilatie: snelle, diepe ademhaling
Hypoventilatie: trage, oppervlakkige ademhaling
Apneu: ademstilstand
Hypopneu: belemmering van de ademhaling
Hemoptoë: bloed ophoesten
Cyanose: blauwzucht
Termen anatomie en fysiologie
Medische term Nederlandse term
Alveoli Longblaasjes
Arteria pulmonalis Longslagader
Bronchiën Luchtpijpvertakkingen
Bronchioli Kleine luchtpijpvertakkingen
Epiglottis Strotklepje
Expiratie/expirium Uitademing
Farynx Keelholte
Inspiratie Inademing
Larynx Strottenhoofd
Mediastinum Gebied van de thorax tussen de longen,
het sternum en de wervelkolom
Mucus Slijm
Perfusie Doorbloeding
Pleura Dubbel vlies aan de buitenkant van de
longen
Pleuraholte Luchtdichte ruimte met kleine
hoeveelheid vocht tussen beide pleurae
Sinus Bijholte
Sternum Borstbeen
Thorax Borstholte
Trachea Luchtpijp
Ventilatie Proces van in- en uitstroom van lucht
1.50 Circulatie
Het cardiovasculaire stelsel bestaat uit het hart, bloedvaten en bloed en is
verantwoordelijk voor de circulatie van bloed door het lichaam. Dit stelsel zorgt
voor de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen naar cellen en verwijdert
afvalstoffen.
Kleine circulatie: longen, O2 opname, CO2 afgifte