Orthopedagogie
Hoofdstuk 1 Werken met mensen: Grondhouding
1.1 Als orthopedagogische begeleider is er altijd sprake van
een begeleidingsrelatie
1.2 Ter Horst (1929-2018)
Begeleiding is een tweevoudig diagonaal gebeuren beschrijft Ter Horst, één
van de belangrijkste grondleggers van de orthopedagogiek.
Dialoog = elke vorm van uitwisseling!
= samenspraak
= wederzijds vitaliserend
Agogisch= doelgericht handelen
Boek van Ter Horst: Herstel v/h gewone leven.
Eerst zorgen dat het ‘gewone leven’ in orde is voor de grote middelen. (bv;
kind fit?). As gewone leven niet op orde is zal opvoedingsproces niet
herstellen.
Echte opvoeders: zetten kind op eerste plaats, geven om kind.
Eerst kiezen voor minst ingrijpende zorgvorm.
1
,1.3 De grondhouding van opvoeder/begeleider = de
basishouding
Unieke persoonlijkheid van de orthopedagogische begeleideros heel belangrijk.
1. Liefhebben
Onvoorwaardelijk, gratis, kringsgewijs (cliënt staat centraal, in kring
van mensen)
2. Overschot aan vitaliteit
Energie, kracht, voldoende reserve, eigen ervaring niet met die van
cliënt vergelijken
3. Bijtanken
Gesprekken met collega’s, vakantie, sleur doorbreken
4. Openheid
Emotioneel beschikbaar zijn, sensitief responsief, eigen gedachten
en gevoelens opzij zetten, de ander willen begrijpen
5. Intentionaliteit
Gerichtheid en afstemmen op cliënt, responsief antwoorden,
duidelijke en ondubbelzinnige boodschappen, hulpvraag van cliënt
zien
1.4 Grondvormen van het menselijk contact
9 dialogische grondvormen van Ter Horst die de opvoeder moet beheersen.
1. Aanraken
Lichamelijke nabijheid, troosten, knuffelen, steunen. Bewust en
gedoseerd aanraken.
2. Verzorgen
Zorg dragen voor en verzorgd worden.
3. Spelen
Breed zien: ontspannen, stoeien. Niet voor resultaat maar voor toffe
tijd samen.
4. Eten en drinken
Genieten, samen zijn, ontmoeting en verbinding, voorbereiding en
afronding.
5. (Feest)vieren
Eigen ritueel, uit alledaagse treden, veel grondvormen komen
samen, doorbreken routine en tegelijk houvast geven.
6. Erop uittrekken
Elkaar op andere manier leren kennen, nieuwe ontdekkingen, geeft
zuurstof.
7. Werken
Samen voor zelfde doel gaan, stapsgewijs naar resultaat leven,
zinvol, voldoening, oefenen van vaardigheden en attitudes.
8. Leren
Vaardiger worden, kennis verzamelen, intrisieke motivatie, samen
naar droom werken
9. Praten, luisteren
Delen wat in je omgaat, ontvangen wat er in een ander omgaat, ook
tegen mensen die geen verbale respons kunnen geven, humor,
varianten van praten.
2
, 1.5 Polariteiten in de professionele grondhouding
1. Afstand/nabijheid
2. Geslotenheid/openheid
3.Huivast/ruimte
Afstand Nabijheid
o Objectiveren o Empathie
o Perspectief nemen o Betrokkenheid
o Methodisch werken o Aandacht
o Deskundigheid inzetten o Liefde
(doorverwijzen) o Medeleven
o Onkunde toegeven o Inzet
o Eigen nood aan erkenning zien o Begrip
o Mandaten en o Helpen
verantwoordelijkheden respecteren o Beschikbaarheid
o Hoofd koel houden o Bereidheid
o Betrouwbaar en stabiel blijven
Evenwicht tussen de twee/balanceren. Je kan geen nabijheid bieden zonder
professionele afstand. Je biedt nabijheid omdat cliënt hier nood aan heeft.
Geslotenheid Openheid
o Discretie (bedachtzaam, o Congruentie (woorden,
voorzichtig) binnen- en buitenkant op
o Intentie: op een ander gericht elkaar afgestemd)
o Selectief o Intentie: op de ander gericht
o Authenticiteit (Cohn)
Evenwicht tussen beide. Volgens Rogers moet je een congruente houding,
echtheid, respect en onvoorwaardelijke acceptatie inzetten als
parameters.
Houvast Ruimte
o Veiligheid, fysiek en emotioneel o Uitdaging, ruimte voor
o Grenzen stellen ontdekken
o Duidelijke regels en afspraken o Onafhankelijkheid
o Voorspelbaarheid, o Verantwoord risico’s mogen
herkenbaarheid nemen
o Heldere communicatie o Loslaten, stimuleren,
o Ik “stuur” jou experimenteren
o Routines en afspraken in
vraag stellen
o Ik “coach” jou
Beiden zijn noodzakelijk, geen ruimte zonder houvast. Relatie is
asymmetrisch, niet gelijk maar WEL gelijkwaardig: acceptatie! Vanuit
gelijkwaardigheid laten experimenteren.
3
Hoofdstuk 1 Werken met mensen: Grondhouding
1.1 Als orthopedagogische begeleider is er altijd sprake van
een begeleidingsrelatie
1.2 Ter Horst (1929-2018)
Begeleiding is een tweevoudig diagonaal gebeuren beschrijft Ter Horst, één
van de belangrijkste grondleggers van de orthopedagogiek.
Dialoog = elke vorm van uitwisseling!
= samenspraak
= wederzijds vitaliserend
Agogisch= doelgericht handelen
Boek van Ter Horst: Herstel v/h gewone leven.
Eerst zorgen dat het ‘gewone leven’ in orde is voor de grote middelen. (bv;
kind fit?). As gewone leven niet op orde is zal opvoedingsproces niet
herstellen.
Echte opvoeders: zetten kind op eerste plaats, geven om kind.
Eerst kiezen voor minst ingrijpende zorgvorm.
1
,1.3 De grondhouding van opvoeder/begeleider = de
basishouding
Unieke persoonlijkheid van de orthopedagogische begeleideros heel belangrijk.
1. Liefhebben
Onvoorwaardelijk, gratis, kringsgewijs (cliënt staat centraal, in kring
van mensen)
2. Overschot aan vitaliteit
Energie, kracht, voldoende reserve, eigen ervaring niet met die van
cliënt vergelijken
3. Bijtanken
Gesprekken met collega’s, vakantie, sleur doorbreken
4. Openheid
Emotioneel beschikbaar zijn, sensitief responsief, eigen gedachten
en gevoelens opzij zetten, de ander willen begrijpen
5. Intentionaliteit
Gerichtheid en afstemmen op cliënt, responsief antwoorden,
duidelijke en ondubbelzinnige boodschappen, hulpvraag van cliënt
zien
1.4 Grondvormen van het menselijk contact
9 dialogische grondvormen van Ter Horst die de opvoeder moet beheersen.
1. Aanraken
Lichamelijke nabijheid, troosten, knuffelen, steunen. Bewust en
gedoseerd aanraken.
2. Verzorgen
Zorg dragen voor en verzorgd worden.
3. Spelen
Breed zien: ontspannen, stoeien. Niet voor resultaat maar voor toffe
tijd samen.
4. Eten en drinken
Genieten, samen zijn, ontmoeting en verbinding, voorbereiding en
afronding.
5. (Feest)vieren
Eigen ritueel, uit alledaagse treden, veel grondvormen komen
samen, doorbreken routine en tegelijk houvast geven.
6. Erop uittrekken
Elkaar op andere manier leren kennen, nieuwe ontdekkingen, geeft
zuurstof.
7. Werken
Samen voor zelfde doel gaan, stapsgewijs naar resultaat leven,
zinvol, voldoening, oefenen van vaardigheden en attitudes.
8. Leren
Vaardiger worden, kennis verzamelen, intrisieke motivatie, samen
naar droom werken
9. Praten, luisteren
Delen wat in je omgaat, ontvangen wat er in een ander omgaat, ook
tegen mensen die geen verbale respons kunnen geven, humor,
varianten van praten.
2
, 1.5 Polariteiten in de professionele grondhouding
1. Afstand/nabijheid
2. Geslotenheid/openheid
3.Huivast/ruimte
Afstand Nabijheid
o Objectiveren o Empathie
o Perspectief nemen o Betrokkenheid
o Methodisch werken o Aandacht
o Deskundigheid inzetten o Liefde
(doorverwijzen) o Medeleven
o Onkunde toegeven o Inzet
o Eigen nood aan erkenning zien o Begrip
o Mandaten en o Helpen
verantwoordelijkheden respecteren o Beschikbaarheid
o Hoofd koel houden o Bereidheid
o Betrouwbaar en stabiel blijven
Evenwicht tussen de twee/balanceren. Je kan geen nabijheid bieden zonder
professionele afstand. Je biedt nabijheid omdat cliënt hier nood aan heeft.
Geslotenheid Openheid
o Discretie (bedachtzaam, o Congruentie (woorden,
voorzichtig) binnen- en buitenkant op
o Intentie: op een ander gericht elkaar afgestemd)
o Selectief o Intentie: op de ander gericht
o Authenticiteit (Cohn)
Evenwicht tussen beide. Volgens Rogers moet je een congruente houding,
echtheid, respect en onvoorwaardelijke acceptatie inzetten als
parameters.
Houvast Ruimte
o Veiligheid, fysiek en emotioneel o Uitdaging, ruimte voor
o Grenzen stellen ontdekken
o Duidelijke regels en afspraken o Onafhankelijkheid
o Voorspelbaarheid, o Verantwoord risico’s mogen
herkenbaarheid nemen
o Heldere communicatie o Loslaten, stimuleren,
o Ik “stuur” jou experimenteren
o Routines en afspraken in
vraag stellen
o Ik “coach” jou
Beiden zijn noodzakelijk, geen ruimte zonder houvast. Relatie is
asymmetrisch, niet gelijk maar WEL gelijkwaardig: acceptatie! Vanuit
gelijkwaardigheid laten experimenteren.
3