Levenslooppsychologie
1. Inleiding
Kalenderleeftijd vs ontwikkelingsleeftijd (handelen naar ontwikkelingsleeftijd
anders overbevragen)
Prenatale fase= van zygote tot foetus
o Bevruchting zygote 1-2 d kiemstadium 3-7d embryonale fase
(meest kwetsbare fase) 8d-8w foetus 8w-geboorte
Perinatale fase = (rondom) de geboorte
Gemiddeld geboortegewicht 3-3,5kg en lengte 46-54cm
Aterm: 35 – 40 weken
Prematuur/preterm: Minder dan 35 weken, levensvatbaar vanaf 24 weken
Postterm: na 40 weken
Dysmatuur: Kind dat minder weegt dan voorziene gewicht, kan zowel prematuur
als voldragen.
APGAR-score wordt genomen binnen de 1-5min na geboorte:
o Appearance (kleur)
o Pulse (hartslag)
o Grimace (reactie op prikkels)
o Activity (spiertonus)
o Respiration (ademhaling)
2. Introductie in de ontwikkelingspsychologie
2.1 Ontwikkelingstaken
Ontwikkelingsfase: specifieke periode in het leven waarin zich bepaalde
ontwikkelingstaken en uitdagingen voordoen. De taken kunnen ook
maatschappelijk en cultuur gebonden zijn.
Een ontwikkelingstaak = een taak die een mens moet volbrengen om een
bepaalde ontwikkelingsfase goed te doorlopen.
Bepaalde vaardigheden beheersen om naar volgende fase te kunnen.
Taken worden steeds complexer.
We hebben het niet altijd zelf in de hand.
Ontwikkelingsachterstand Ontwikkelingsbeperking
Achterstand in de ontwikkeling die nog Definitief tekort aan capaciteiten dat
kan ingehaald worden. NIET kan ingehaald worden.
Door ontwikkelingsvertraging of Bv; verstandelijke en fysieke
stagnatie (=tijdelijk stoppen van het beperking, ASS,…
aanleren van vaardigheden)
Oorzaken: ongewone omstandigheden
(overlijden opvoeder),
gezondheidsproblemen,
ziekenhuisopname.
,2.2 Ontwikkelingsfasen en ontwikkelingsperspectieven
Ontwikkelingsperspectief: Het geschat, te verwachten maximaal haalbaar
ontwikkelingsniveau. In hoeverre een cliënt zich, met de juiste begeleiding en
stimulans, maximaal zou kunnen ontwikkelen.
2.3 Ontwikkelingsgebieden
De verschillende domeinen waarop mensen zich kunnen ontwikkelen met
wederzijdse beïnvloeding.
1. Lichamelijke ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
Verbaal en performaal (plannen, inzichten)
3. Emotionele ontwikkeling
4. Sociale ontwikkeling
5. Psychoseksuele ontwikkeling
2.4 Disharmonisch profiel
De ontwikkelingsgebieden zijn niet in evenwicht met elkaar (=discrepantie)
Valkuil: overvragen
o Moeilijk verstaanbaar gedrag
o Dynamisch: bv; stress -> regressie, terugval naar eerdere
ontwikkelingsfase (“als hij wil…”)
Als begeleider je flexibel aanpassen aan elk ontwikkelingsgebied!
2.5 Cultuur
Het is belangrijk om je te verdiepen in iemands cultuur om iemands ontwikkeling
op de juiste manier in te schatten. Bv; gewoontes, andere waarden en normen,
eetgewoontes,…
Sociaaleconomische status (SES) is belangrijk om je in te verdiepen om iemands
ontwikkeling op de juiste manier in te schatten.
o Inkomen: correlatie hogere inkomsten met hogere SES
o Opleidingsniveau: afronden van middelbaar, diploma hoger onderwijs,…
o Beroep: bepaalde beroepen hebben hogere SES
,2.6 Nature – nurture debat
Ontwikkelen is een EN EN verhaal, bij; als je sluitspieren niet ontwikkelt zijn kan je
niet zindelijk worden.
NATURE NURTURE
Genetisch Tabula rasa (onbeschreven blad)
Groei en rijping Leerprocessen
Aangeboren kennis Milieu, omgeving
Pedagogisch pessimisme: opvoeding is Pedagogisch optimisme: opvoeding is
ondersteunend allesbepalend
Nature, nurture en zelfbepaling vormen je tot wie je bent.
Antisociaal gedrag= het voortdurend overtreden van normen en regels en hierbij
geen rekening houden met een ander. Bewezen dat dit voor de helft erfelijk kan
zijn en voor de helft opvoeding.
2.7 Kritieke en gevoelige perioden
Kritieke periode= specifieke periode waarin een bepaalde vaardigheid MOET
verworven worden, als dit niet in deze periode gebeurt is het moeilijk of soms
onmogelijk om deze vaardigheid nog aan te leren. Bv; taalverwerking 2-13j, zicht
3-8maand.
Gevoelige periode= specifieke periode waarin men bijzonder ontvankelijk of
gevoelig is voor het aanleren van bepaalde vaardigheden, als dit niet in deze
periode gebeurt kan het alsnog aangeleerd worden mits extra inzet. Bv; hechting
6w-3j, norm en schuldbesef 6-12j.
2.8 Sociaal-emotionele ontwikkeling volgens Erikson
8 fasen in de emotionele Psychosociaal conflict
ontwikkeling
Baby Basis vertrouwen basaal wantrouwen
Peuter Autonomie schaamte, twijfel
Kleuter Initiatief schuld gevoelens
Schoolkind IJver minder waardigheid
Adolescent Identiteit rolverwarring
Volwassene Intimiteit isolatie
Generativiteit stagnatie
Oudere Ego-integriteit wanhoop
Volgens Erikson heb je in elke levensfase een psychosociaal conflict, door dit
conflict op te lossen verwerf je een levensvaardigheid en kan je naar de volgende
levensfase gaan.
Als het niet opgelost is heb je de fase niet goed doorlopen en kunnen er
psychische problemen ontstaan (regressie, stagnatie).
Kritieken: geen cultuursensitief kader en ontwikkeling = dynamisch.
, 3. De baby: geboorte – 1,5 j
Geboorte tot 1,5 jaar/18maanden
Van totaal hulpeloze zuigeling lichamelijk redelijk zelfstandig wezen,
psychologisch nog erg afhankelijk van zijn omgeving.
Dreumes= vanaf 1 jaar of het moment dat een baby gaat lopen.
3.1 Ontwikkelingstaken (Erikson)
Pasgeboren baby heeft hulp nodig om bepaalde vaardigheden aan te leren.
Daarvoor opvoeder nodig die sensitief responsief handelt.
Sensitief= emotioneel beschikbaar, gevoelig voor signalen van kind (juist
interpreteren).
Responsief= gepast reageren, basisbehoeften vervullen.
Hierdoor ervaart baby bestaansrecht (jij bestaat voor mij),
persoonsrecht (jij bestaat op jouw manier voor mij)
onvoorwaardelijke acceptatie (ik zal er altijd voor je
zijn).
basis voor veilige hechting.
Niet veilig, niet sensitief-responsief basaal wantrouwen, dit gaat nooit echt weg
en blijft hangen, moeite om mensen te vertrouwen.
Basisvertrouwen Basaal wantrouwen
Als zorg betrouwbaar, veilig Als zorg onbetrouwbaar,
en S-R is onveilig, niet S-R is
= basis voor gezond = kan leiden tot angst,
zelfvertrouwen en positieve onzekerheid in relaties in
relaties verschillende stadia van
= basis voor andere ontwikkeling.
ontwikkelingstaken (bv.
kruipen)
3.2 Lichamelijke ontwikkeling
Babyfase: vooruitstekend voorhoofd, bolle wangen, grote ogen, kleine neus
Zintuigen
Ontdekt de wereld aan de hand van de zintuigen. Eerst ontwikkelt smaak
(voorkeur zoet), tast en reuk. Daarna pas zicht (evolueert doorheen de
weken/maanden) en gehoor.
Zicht evolueert, vanaf 12m kan het pas echt goed ontwikkelen.
Motoriek
In 3 richtingen: boven onder; Binnen buiten; Grof fijn
1. Inleiding
Kalenderleeftijd vs ontwikkelingsleeftijd (handelen naar ontwikkelingsleeftijd
anders overbevragen)
Prenatale fase= van zygote tot foetus
o Bevruchting zygote 1-2 d kiemstadium 3-7d embryonale fase
(meest kwetsbare fase) 8d-8w foetus 8w-geboorte
Perinatale fase = (rondom) de geboorte
Gemiddeld geboortegewicht 3-3,5kg en lengte 46-54cm
Aterm: 35 – 40 weken
Prematuur/preterm: Minder dan 35 weken, levensvatbaar vanaf 24 weken
Postterm: na 40 weken
Dysmatuur: Kind dat minder weegt dan voorziene gewicht, kan zowel prematuur
als voldragen.
APGAR-score wordt genomen binnen de 1-5min na geboorte:
o Appearance (kleur)
o Pulse (hartslag)
o Grimace (reactie op prikkels)
o Activity (spiertonus)
o Respiration (ademhaling)
2. Introductie in de ontwikkelingspsychologie
2.1 Ontwikkelingstaken
Ontwikkelingsfase: specifieke periode in het leven waarin zich bepaalde
ontwikkelingstaken en uitdagingen voordoen. De taken kunnen ook
maatschappelijk en cultuur gebonden zijn.
Een ontwikkelingstaak = een taak die een mens moet volbrengen om een
bepaalde ontwikkelingsfase goed te doorlopen.
Bepaalde vaardigheden beheersen om naar volgende fase te kunnen.
Taken worden steeds complexer.
We hebben het niet altijd zelf in de hand.
Ontwikkelingsachterstand Ontwikkelingsbeperking
Achterstand in de ontwikkeling die nog Definitief tekort aan capaciteiten dat
kan ingehaald worden. NIET kan ingehaald worden.
Door ontwikkelingsvertraging of Bv; verstandelijke en fysieke
stagnatie (=tijdelijk stoppen van het beperking, ASS,…
aanleren van vaardigheden)
Oorzaken: ongewone omstandigheden
(overlijden opvoeder),
gezondheidsproblemen,
ziekenhuisopname.
,2.2 Ontwikkelingsfasen en ontwikkelingsperspectieven
Ontwikkelingsperspectief: Het geschat, te verwachten maximaal haalbaar
ontwikkelingsniveau. In hoeverre een cliënt zich, met de juiste begeleiding en
stimulans, maximaal zou kunnen ontwikkelen.
2.3 Ontwikkelingsgebieden
De verschillende domeinen waarop mensen zich kunnen ontwikkelen met
wederzijdse beïnvloeding.
1. Lichamelijke ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
Verbaal en performaal (plannen, inzichten)
3. Emotionele ontwikkeling
4. Sociale ontwikkeling
5. Psychoseksuele ontwikkeling
2.4 Disharmonisch profiel
De ontwikkelingsgebieden zijn niet in evenwicht met elkaar (=discrepantie)
Valkuil: overvragen
o Moeilijk verstaanbaar gedrag
o Dynamisch: bv; stress -> regressie, terugval naar eerdere
ontwikkelingsfase (“als hij wil…”)
Als begeleider je flexibel aanpassen aan elk ontwikkelingsgebied!
2.5 Cultuur
Het is belangrijk om je te verdiepen in iemands cultuur om iemands ontwikkeling
op de juiste manier in te schatten. Bv; gewoontes, andere waarden en normen,
eetgewoontes,…
Sociaaleconomische status (SES) is belangrijk om je in te verdiepen om iemands
ontwikkeling op de juiste manier in te schatten.
o Inkomen: correlatie hogere inkomsten met hogere SES
o Opleidingsniveau: afronden van middelbaar, diploma hoger onderwijs,…
o Beroep: bepaalde beroepen hebben hogere SES
,2.6 Nature – nurture debat
Ontwikkelen is een EN EN verhaal, bij; als je sluitspieren niet ontwikkelt zijn kan je
niet zindelijk worden.
NATURE NURTURE
Genetisch Tabula rasa (onbeschreven blad)
Groei en rijping Leerprocessen
Aangeboren kennis Milieu, omgeving
Pedagogisch pessimisme: opvoeding is Pedagogisch optimisme: opvoeding is
ondersteunend allesbepalend
Nature, nurture en zelfbepaling vormen je tot wie je bent.
Antisociaal gedrag= het voortdurend overtreden van normen en regels en hierbij
geen rekening houden met een ander. Bewezen dat dit voor de helft erfelijk kan
zijn en voor de helft opvoeding.
2.7 Kritieke en gevoelige perioden
Kritieke periode= specifieke periode waarin een bepaalde vaardigheid MOET
verworven worden, als dit niet in deze periode gebeurt is het moeilijk of soms
onmogelijk om deze vaardigheid nog aan te leren. Bv; taalverwerking 2-13j, zicht
3-8maand.
Gevoelige periode= specifieke periode waarin men bijzonder ontvankelijk of
gevoelig is voor het aanleren van bepaalde vaardigheden, als dit niet in deze
periode gebeurt kan het alsnog aangeleerd worden mits extra inzet. Bv; hechting
6w-3j, norm en schuldbesef 6-12j.
2.8 Sociaal-emotionele ontwikkeling volgens Erikson
8 fasen in de emotionele Psychosociaal conflict
ontwikkeling
Baby Basis vertrouwen basaal wantrouwen
Peuter Autonomie schaamte, twijfel
Kleuter Initiatief schuld gevoelens
Schoolkind IJver minder waardigheid
Adolescent Identiteit rolverwarring
Volwassene Intimiteit isolatie
Generativiteit stagnatie
Oudere Ego-integriteit wanhoop
Volgens Erikson heb je in elke levensfase een psychosociaal conflict, door dit
conflict op te lossen verwerf je een levensvaardigheid en kan je naar de volgende
levensfase gaan.
Als het niet opgelost is heb je de fase niet goed doorlopen en kunnen er
psychische problemen ontstaan (regressie, stagnatie).
Kritieken: geen cultuursensitief kader en ontwikkeling = dynamisch.
, 3. De baby: geboorte – 1,5 j
Geboorte tot 1,5 jaar/18maanden
Van totaal hulpeloze zuigeling lichamelijk redelijk zelfstandig wezen,
psychologisch nog erg afhankelijk van zijn omgeving.
Dreumes= vanaf 1 jaar of het moment dat een baby gaat lopen.
3.1 Ontwikkelingstaken (Erikson)
Pasgeboren baby heeft hulp nodig om bepaalde vaardigheden aan te leren.
Daarvoor opvoeder nodig die sensitief responsief handelt.
Sensitief= emotioneel beschikbaar, gevoelig voor signalen van kind (juist
interpreteren).
Responsief= gepast reageren, basisbehoeften vervullen.
Hierdoor ervaart baby bestaansrecht (jij bestaat voor mij),
persoonsrecht (jij bestaat op jouw manier voor mij)
onvoorwaardelijke acceptatie (ik zal er altijd voor je
zijn).
basis voor veilige hechting.
Niet veilig, niet sensitief-responsief basaal wantrouwen, dit gaat nooit echt weg
en blijft hangen, moeite om mensen te vertrouwen.
Basisvertrouwen Basaal wantrouwen
Als zorg betrouwbaar, veilig Als zorg onbetrouwbaar,
en S-R is onveilig, niet S-R is
= basis voor gezond = kan leiden tot angst,
zelfvertrouwen en positieve onzekerheid in relaties in
relaties verschillende stadia van
= basis voor andere ontwikkeling.
ontwikkelingstaken (bv.
kruipen)
3.2 Lichamelijke ontwikkeling
Babyfase: vooruitstekend voorhoofd, bolle wangen, grote ogen, kleine neus
Zintuigen
Ontdekt de wereld aan de hand van de zintuigen. Eerst ontwikkelt smaak
(voorkeur zoet), tast en reuk. Daarna pas zicht (evolueert doorheen de
weken/maanden) en gehoor.
Zicht evolueert, vanaf 12m kan het pas echt goed ontwikkelen.
Motoriek
In 3 richtingen: boven onder; Binnen buiten; Grof fijn