Samenvatting tentamen 2 TP
Gezondheidspsychologie & Wat is onderzoek?
11-12-2019
1
,Caitlin Zonneveld samenvatting psychologie de basis tentamen 2
Toelichting:
Alle dikgedrukte woorden zijn begrippen uit het boek, deze zijn dus belangrijk om te weten.
Alle blauwe tekst komt uit de hoorcolleges en is aanvulling op de stof uit het boek (daardoor
niet minder belangrijk!).
Alle rode tekst zijn voorbeelden.
Gezondheidspsychologie:
Hoofdstuk 5:
5.1
Factoren voor gezondheidsgedrag kun je onderverdelen in:
1. Distaal = ver weg van het centrum van het lichaam. (Geslacht, persoonlijkheid etc.)
2. Proximaal = dicht bij het centrum van het lichaam. (Specifieke opvattingen/ attitudes rond
gedragingen die de gezondheid in gevaar brengen).
Distale invloeden werken indirect op gedrag omdat ze een effect hebben op proximale factoren.
Bijvoorbeeld: Je persoonlijkheid (distaal) kan invloed hebben op je attitudes rondom je gezondheid
(proximaal).
Proximale factoren mediëren (staan tussen twee variabelen in).
Moderatorvariabelen verklaren de omstandigheden waaronder een relatie tussen twee andere
variabelen kan ontstaan.
Demografische invloeden:
- Puberteit is een belangrijke periode in gezondheidsgedrag WANT:
- Jongeren gaan meer uit van de opvattingen van andere jongeren.
- Pubers streven naar zelfstandigheid.
Persoonlijkheidsinvloeden:
- Driefactorenmodel van Eysenck:
Extraversie vs introversie
Neuroticisme vs emotionele stabiliteit
Psychoticisme vs zelfbeheersing.
Je kan bijvoorbeeld iets meer aan de introverte kant zitten en meer aan de neurotische kant en
aan de zelfbeheersingskant. Iedereen heeft een andere persoonlijkheid en dit is een model waar
je op basis van 3 factoren globaal je persoonlijkheid kan zien.
- Vijffactorenmodel (The Big Five): Openheid voor nieuwe ervaringen, Conscientieusheid,
Extraversie, Aangenaam in de omgang en Neuroticisme (OCEAN).]
Dit zijn de 5 primaire dimensies van persoonlijkheid.
(Neuroticisme gaat vaak gepaard met neofobie= een hardnekkige angst voor alles wat nieuw is.)
- Locus of control = een persoonlijkheidskenmerk dat onderscheid kan maken tussen mensen die
verantwoordelijkheid voor gebeurtenissen aan zichzelf toe schrijven of aan externe factoren
2
, Caitlin Zonneveld samenvatting psychologie de basis tentamen 2
Ik ben te laat want ik ben te laat opgestaan (intern) OF ik ben te laat omdat het verkeer tegen zat
(extern).
Health locus of control = de perceptie dat iemands gezondheid afhangt van persoonlijke
controle (intern), van gezaghebbende anderen (artsen) of van externe factoren (lot/toeval).
Als iemand denkt dat gezondheid afhangt van interne controle dan plaatst diegene zijn
gezondheid bij zichzelf. Bij externe factoren gaat iemand ervanuit dat zijn gezondheid in
handen ligt van bijvoorbeeld toeval.
- Vermeende gedragsmatige controle= iemands geloof in persoonlijke controle over een bepaalde
specifieke handeling of gedrag.
- Zelfeffectiviteit (bedacht door Bandura)= zelfvertrouwen: de aanname dat iemand in bepaalde
omstandigheden bepaald gedrag kan uitvoeren.
- Dispositioneel pessimisme= een negatieve kijk op het leven en de neiging om negatieve
resultaten te verwachten. Het tegenovergestelde van dispositioneel optimisme.
- Persoonlijkheidstrek= een gedragskenmerk dat bij een individu hoort en dat uiterlijk
waarneembaar is.
Zelfbeschikkingstheorie:
De zelfbeschikkingstheorie bestudeert de mate waarin gedrag vanuit het zelf gemotiveerd is (intrinsiek).
En ook door autonomie, competentie en psychologische verwantschap wordt beïnvloed.
De theorie maakt onderscheid tussen intrinsieke (tevreden voelen om het te doen) en extrinsieke
(een beloning maakt dat je het doet) motivatie.
Sociale invloeden:
- Onze cultuur
- Onze omgeving
- Er is altijd een subjectieve sociale norm (mensen keuren gedrag goed of fout).
- Descriptieve normen= gedrag dat we daadwerkelijk doen.
- Injunctieve normen= normen die beschrijven welk gedrag we zouden moeten doen.
- Coping = manieren om met moeilijke gebeurtenissen om te gaan (bijvoorbeeld je verdriet
wegdrinken).
5 copingfuncties:
Probleemoplossing
Zich beter voelen
Vermijding
Pauze
Preventie
Zelfregulatie = de cognitieve en gedragsmatige processen waardoor mensen hun reacties leiden,
controleren, aanpassen of wijzigen. Zo kan een mens zijn doel behalen.
SMART: het doel moet specifiek, meetbaar, haalbaar, realistisch en tijdsgebonden zijn.
Je hebt cognitieve en emotionele regulering nodig om je doelen te bereiken.
5.2
Attitudes bestaan uit:
1. Cognities: roken is een teken van zwakheid
2. Emoties: roken is fijn
3. Gedragingen: ik ga niet roken
3