H3: celcultuur in het labo
Algemeen
Een laboratorium waarin met celculturen wordt gewerkt, moet aan
specifieke voorwaarden voldoen om veilig en efficiënt te kunnen
functioneren
algemene regels die voor alle types celculturen gelden
specifieke maatregelen die afhangen van het type cultuur
Algemene inrichting:
ideaal: celcultuurlaboratorium is een afzonderlijke ruimte, specifiek
ontworpen voor werkzaamheden met celculturen
Indien onmogelijk: binnen een groter laboratorium enkele
aanpassingen
o Voorbeeld: organisatorische maatregelen om kruicontaminatie
te voorkomen
Het gescheiden in de tijd uitvoeren van manipulaties —
eerst werken met contaminant-vrije culturen, daarna pas
met nieuw materiaal.
Het grondig reinigen van werkoppervlakken tussen de
verschillende werkzaamheden.
Het gebruik van afzonderlijke incubatoren voor
verschillende materiaaltypes
Er moet een duidelijke scheiding zijn tussen materialen:
Nieuw materiaal dat nog getest moet worden op contaminatie
Bestaande culturen die vrij zijn van contaminanten
Deze voorzorgsmaatregelen blijven van kracht totdat het nieuwe materiaal
bewezen vrij is van contaminanten, zoals bacteriën, schimmels (fungi) en
mycoplasma
Aseptisch werken: laboratorium moet vrij zijn van pathogene micro-
organismen → werken onder steriele omstandigheden om besmetting van
culturen te voorkomen.
Apparatuur: het laboratorium moet uitgerust zijn met de noodzakelijke
apparatuur die aseptisch werken mogelijk maakt en de kwaliteit van de
celculturen garandeert.
Werkinstrumenten
Veilig werken in een bioveiligheidskabinet
, Het bioveiligheidsprogramma heeft als doel: blootstelling van personeel en
omgeving aan potentieel schadelijke biologische agentia te elimineren of
minimaliseren
Risico’s specifiek voor celcultuurlaboratoria:
o Werken met humane of dierlijke cellen
o Gebruik van toxische, corrosieve of mutagene reagentia
Europa heeft regels opgesteld om werknemers te beschermen tegen
biologische agentia:
4 risicoklassen (BSL 1–4) met toenemende gevaren
3 fysieke inperkingsniveaus met aangepaste maatregelen
Voorbeelden van algemene veiligheidsregels:
Persoonlijke bescherming: handschoenen, labojas, veiligheidsbril,
geen juwelen, maskers
Hygiëne: handen wassen, geen voedsel/drank, afval in juiste
container
Gebied van de infrastructuur: toegangscontrole, overdruksysteem
(toegang)
Bioveiligheidskabinetten (BSC – Biological Safety Cabinets):
Biedt een zuivere werkplek voor biologisch materiaal
Beschermt de operator, de omgeving en/of de cultuur tegen
contaminatie
werkt via een HEPA-filter (High Efficiency Particulate Air filter):
o Houdt zeer kleine deeltjes tegen (aerosolen, micro-
organismen)
Verschillende klasse:
o Klasse I: bescherming tegen operator en omgeving, maar niet
tegen contaminatie van de cultuur
o Klasse II: bescherming van de operator, omgeving en
celcultuur tegen contaminatie van buitenaf
Gebruikt bij werken met celculturen
o Klasse III: bescherming voor cultuur, medewerker en omgeving
Volledig afgesloten van de omgeving
Gebruik: gevaarlijke humane pathogenen
Laminaire airflow (LAF)-kasten:
Bieden enkel bescherming van het experiment, niet van de
gebruiker.
Worden niet gebruikt voor humaan of dierlijk materiaal
Wel bruikbaar voor:
Algemeen
Een laboratorium waarin met celculturen wordt gewerkt, moet aan
specifieke voorwaarden voldoen om veilig en efficiënt te kunnen
functioneren
algemene regels die voor alle types celculturen gelden
specifieke maatregelen die afhangen van het type cultuur
Algemene inrichting:
ideaal: celcultuurlaboratorium is een afzonderlijke ruimte, specifiek
ontworpen voor werkzaamheden met celculturen
Indien onmogelijk: binnen een groter laboratorium enkele
aanpassingen
o Voorbeeld: organisatorische maatregelen om kruicontaminatie
te voorkomen
Het gescheiden in de tijd uitvoeren van manipulaties —
eerst werken met contaminant-vrije culturen, daarna pas
met nieuw materiaal.
Het grondig reinigen van werkoppervlakken tussen de
verschillende werkzaamheden.
Het gebruik van afzonderlijke incubatoren voor
verschillende materiaaltypes
Er moet een duidelijke scheiding zijn tussen materialen:
Nieuw materiaal dat nog getest moet worden op contaminatie
Bestaande culturen die vrij zijn van contaminanten
Deze voorzorgsmaatregelen blijven van kracht totdat het nieuwe materiaal
bewezen vrij is van contaminanten, zoals bacteriën, schimmels (fungi) en
mycoplasma
Aseptisch werken: laboratorium moet vrij zijn van pathogene micro-
organismen → werken onder steriele omstandigheden om besmetting van
culturen te voorkomen.
Apparatuur: het laboratorium moet uitgerust zijn met de noodzakelijke
apparatuur die aseptisch werken mogelijk maakt en de kwaliteit van de
celculturen garandeert.
Werkinstrumenten
Veilig werken in een bioveiligheidskabinet
, Het bioveiligheidsprogramma heeft als doel: blootstelling van personeel en
omgeving aan potentieel schadelijke biologische agentia te elimineren of
minimaliseren
Risico’s specifiek voor celcultuurlaboratoria:
o Werken met humane of dierlijke cellen
o Gebruik van toxische, corrosieve of mutagene reagentia
Europa heeft regels opgesteld om werknemers te beschermen tegen
biologische agentia:
4 risicoklassen (BSL 1–4) met toenemende gevaren
3 fysieke inperkingsniveaus met aangepaste maatregelen
Voorbeelden van algemene veiligheidsregels:
Persoonlijke bescherming: handschoenen, labojas, veiligheidsbril,
geen juwelen, maskers
Hygiëne: handen wassen, geen voedsel/drank, afval in juiste
container
Gebied van de infrastructuur: toegangscontrole, overdruksysteem
(toegang)
Bioveiligheidskabinetten (BSC – Biological Safety Cabinets):
Biedt een zuivere werkplek voor biologisch materiaal
Beschermt de operator, de omgeving en/of de cultuur tegen
contaminatie
werkt via een HEPA-filter (High Efficiency Particulate Air filter):
o Houdt zeer kleine deeltjes tegen (aerosolen, micro-
organismen)
Verschillende klasse:
o Klasse I: bescherming tegen operator en omgeving, maar niet
tegen contaminatie van de cultuur
o Klasse II: bescherming van de operator, omgeving en
celcultuur tegen contaminatie van buitenaf
Gebruikt bij werken met celculturen
o Klasse III: bescherming voor cultuur, medewerker en omgeving
Volledig afgesloten van de omgeving
Gebruik: gevaarlijke humane pathogenen
Laminaire airflow (LAF)-kasten:
Bieden enkel bescherming van het experiment, niet van de
gebruiker.
Worden niet gebruikt voor humaan of dierlijk materiaal
Wel bruikbaar voor: