100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Ecologie & Ecofysiologie

Rating
-
Sold
-
Pages
20
Uploaded on
08-01-2026
Written in
2025/2026

Een samenvatting van de filmpjes van ecologie en ecofysiologie. De toets bestaat voornamelijk uit een variant van de oefenvragen.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
2climate 24 terrestrial ecosystems 7 animal adaptations to the environment 6 plant adaptations to t
Uploaded on
January 8, 2026
Number of pages
20
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting College Week 1 – Ecologie & Ecofysiologie

1. Klimaat als bepalende factor voor soortverdeling
Het wereldwijde klimaat is een cruciale abiotische factor die bepaalt waar organismen, en met name
planten, kunnen voorkomen. De centrale vraag luidt: Welke abiotische factoren bepalen de verdeling
van soorten op aarde? Hierbij spelen zonnestraling, luchtcirculatie, continentale spreiding en rotatie
van de aarde een hoofdrol.
 Zonnestraling is ongelijk verdeeld over het aardoppervlak vanwege de bolvorm van de aarde.
Nabij de evenaar valt zonlicht loodrecht in, wat resulteert in maximale energie-instraling per
oppervlakte-eenheid. Richting de polen neemt de invalshoek af, wat resulteert in minder
opwarming.
 Rotatie van de aarde (dagelijkse rotatie en jaarlijkse omwenteling) en de helling van de
aardas (23°) zorgen voor seizoensgebonden verschuivingen in zoninstraling, wat leidt tot
periodieke klimaatveranderingen per locatie.
2. Atmosferische circulatie en wereldwijde klimaatzones
De globale luchtcirculatie wordt bepaald door convectiestromen, die resulteren in drie hoofdtypes
circulatiecellen per halfrond:
 Hadleycellen (0°–30°): warme lucht stijgt op bij de evenaar en daalt rond 30° breedte.
 Ferrelcellen (30°–60°): een secundaire cel, beïnvloed door interactie tussen Hadley- en
Polaire cellen.
 Polair cellen (60°–90°): koude lucht daalt bij de polen en stroomt richting de evenaar.





Deze circulatie leidt tot drukzones:
 Lagedrukgebieden bij de evenaar (Intertropische Convergentiezone, ITCZ) en rond 60°
breedte.
 Hogedrukgebieden rond 30° en bij de polen, waar lucht daalt.
De combinatie van luchtcirculatie en aardrotatie leidt tot passaatwinden, westenwinden en
pooloostenwinden, met kenmerkende patronen op elk halfrond.
3. Neerslagpatronen en invloed op vegetatie
Opstijgende lucht koelt af, condenseert en veroorzaakt neerslag. Daardoor ontstaan:
 Tropische regenwouden rond de evenaar (veel neerslag).
 Woestijnen rond 30° breedte (dalende droge lucht).
 Gematigde regengebieden rond 60° (opstijgende vochtige lucht).

,De ligging van continenten en overheersende windrichtingen (aanlandig vs aflandig) beïnvloeden de
verdeling van neerslag:
 West-Europa, het oosten van de VS en China ontvangen veel neerslag (aanlandige winden).
 Binnenlanden van continenten (bijv. Siberië, Canada) zijn droog.
4. Oceanische circulatie
De windpatronen drijven oceaanstromen aan, die op hun beurt invloed hebben op het klimaat:
 Gyres (circulaire stromingen) bewegen met de klok mee op het noordelijk halfrond en tegen
de klok in op het zuidelijk halfrond.
 De enige uitzondering is de Antarctische Circumpolaire stroom, die onbelemmerd
oostwaarts stroomt.
Warme zeestromen zorgen voor een gematigd klimaat aan de westkusten van continenten, terwijl
koude zeestromen droge omstandigheden bevorderen.
5. Seizoensvariatie van de ITCZ
De Intertropische Convergentiezone (ITCZ) beweegt met de seizoenen mee tussen de
Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. Deze verschuiving bepaalt natte en droge seizoenen in
tropische regio’s:
 In de zomer op het noordelijk halfrond: ITCZ noordelijk, regen in de Sahel.
 In de winter: ITCZ zuidelijk, regen in zuidelijk Afrika.
 Intertropical Conversion zone




6. Klimaatschommelingen: El Niño en La Niña
El Niño is een periodiek klimaatfenomeen waarbij:
 Normaal stijgt warme lucht op boven Indonesië en Australië.
 Tijdens El Niño verplaatst dit opstijgingsgebied naar het centrale deel van de Stille Oceaan.
 Dit resulteert in droogte in Zuidoost-Azië en regenval in het midden van de oceaan en Zuid-
Amerika.
La Niña is het tegenovergestelde: versterkte normale situatie. Deze fenomenen beïnvloeden
wereldwijd weerpatronen, inclusief het Nederlandse klimaat. Er lijkt een cyclus van ±11 jaar, mogelijk
gerelateerd aan zonnevlekkenactiviteit.

, El nino Warme waterstroom
El nina Koude waterstroom
$8.32
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
roosdebiologievoorjoujuf

Get to know the seller

Seller avatar
roosdebiologievoorjoujuf Hogeschool Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
1 month
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
2 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions