hoorcollege aantekeningen
(deeltentamen 2)
Inhoudsopgave
Hoorcollege 7 IMW.........................................................................................3
Conflicttheorie en de reproductie van ongelijkheid.........................................................3
Vormen van stratificatie en conflict.............................................................................3
Reproductie van ongelijkheden...................................................................................5
Hoorcollege 8 IMW.........................................................................................7
Symbolisch interactionisme............................................................................................ 7
Hoorcollege 9 IMW.......................................................................................14
Gender en seksualiteit.................................................................................................. 14
Deel 1: Genderongelijkheid en feministische theorie................................................14
Deel 2: Foucault & Judith Butler: Bio-macht, seksualiteit en queer theorie................16
Hoorcollege 10 IMW.....................................................................................18
Terugblik....................................................................................................................... 18
Racialisering, Etniciteit en Herkomst............................................................................19
Snapshots van de hoofdstukken 14 (economische en politieke mondialisering) en 15
(culturele homogenisering)...........................................................................................21
Samenvatting Introduction to Sociological Theory.........................................23
CHAPTER SIX: CONFLICT, POWER, AND DEPENDENCY IN MACROSOCIETAL PROCESSES
..................................................................................................................................... 23
RALPH DAHRENDORF’S THEORY OF GROUP CONFLICT..............................................23
C. WRIGHT MILLS: CLASS AND POWER......................................................................25
THE PASSIVE, MASS SOCIETY....................................................................................26
CHAPTER THIRTEEN: PIERRE BOURDIEU: CLASS, CULTURE, AND THE SOCIAL
REPRODUCTION OF INEQUALITY...................................................................................27
SOCIAL STRATIFICATION............................................................................................ 27
TASTE AND EVERYDAY PRACTICES............................................................................31
CHAPTER EIGHT: SYMBOLIC INTERACTIONISM..............................................................35
DEVELOPMENT OF THE SELF THROUGH SOCIAL INTERACTION: G. H. MEAD AND C. H.
COOLEY..................................................................................................................... 35
THE PREMISES OF SYMBOLIC INTERACTIONISM: HERBERT BLUMER..........................36
ERVING GOFFMAN: SOCIETY AS RITUALIZED SOCIAL INTERACTION..........................36
SYMBOLIC INTERACTIONISM AND ETHNOGRAPHIC RESEARCH..................................37
CHAPTER NINE: PHENOMENOLOGY AND ETHNOMETHODOLOGY..................................37
PHENOMENOLOGY: ALFRED SCHUTZ, PETER BERGER, AND THOMAS LUCKMANN.....37
CHAPTER TEN: FEMINIST THEORIES..............................................................................39
CONSCIOUSNESS OF WOMEN’S INEQUALITY: CHARLOTTE PERKINS GILMAN.............39
STANDPOINT THEORY: DOROTHY SMITH AND THE RELATIONS OF RULING...............40
MASCULINITIES: R. W. CONNELL................................................................................40
PATRICIA HILL COLLINS: BLACK WOMEN’S STANDPOINT...........................................40
1
, SOCIOLOGY OF EMOTION.......................................................................................... 40
ARLIE HOCHSCHILD: EMOTIONAL LABOR...................................................................40
CHAPTER ELEVEN: SEX, BODIES, TRUTH, POWER: MICHEL FOUCAULT, STEVEN
SEIDMAN, AND QUEER THEORY....................................................................................41
DISCIPLINING THE BODY............................................................................................ 41
SEX AND QUEER THEORY.......................................................................................... 41
CHAPTER TWELVE: POSTCOLONIAL THEORIES AND RACE............................................42
THE COLOR LINE........................................................................................................ 42
SLAVERY AND RACIAL OTHERNESS: EDWARD SAID, FRANTZ FANON........................42
COLONIALISM: THE CREATION OF OTHERNESS.........................................................42
RACE AND RACISM.................................................................................................... 43
2
,Hoorcollege 7 IMW
Conflicttheorie en de reproductie van ongelijkheid
Vormen van stratificatie en conflict
Conflict? Daar hebben we het toch al over gehad??
Marx (H1) met de strijd tussen arbeiders en kapitaalbezitters
Een strijd die voortkomt uit economische ongelijkheden
Stratificatie
Hiërarchie in de samenleving naar economische middelen
Maar er kan ook ongelijkheid bestaan met betrekking tot andere
hulpbronnen
Dat zagen we al bij Weber
Ook stratificatie naar:
- Sociale status
- Politieke macht
Conflict theorie
Ralf Dahrendorf (1929-2009)
Conflict als een normaal alomtegenwoordig fenomeen in een samenleving
(i.t.t. Parsons die uitging van gedeelde waarden voor stabiliteit)
Niet-gewelddadige conflicten als de drijvende kracht van democratische
samenlevingen
Democratisering als conflict-oplossend vermogen
Belangen worden vertegenwoordigd door belangengroepen en politieke
partijen die met elkaar op democratische wijze strijden
Conflict is beter beheersbaar als het geïnstitutionaliseerd is
Bij de dichotomie (tussen arbeiders en kapitaalbezitters) van
Marx vandaan
Er is meer mobiliteit dan Marx verwachtte
- Intragenerationeel
- Intergenerationeel
Het ontstaan van de middenklasse
Bovendien (zoals Weber beargumenteert), is sociale klasse gebaseerd op
economische hiërarchie onvoldoende om conflicten in de samenleving te
beschrijven
3
,Groepsconflict
Elke tegenstelling tussen (georganiseerde) groepen die verklaard kan
worden uit de sociale structuur
Diverse belangen van groepen, met competitie over beschikbare
hulpbronnen
Conflict tussen groepen ontstaat wanneer de ene groep een bedreiging
van de belangen door een andere groep waarneemt
De sociologische verbeelding
Mills’ Sociological Imagination (1959)
Veel nadruk op het ontstaan van een grote middenklasse die geen echte
macht heeft
Contrast met de ‘elite van de macht’: de besluitvormers in de hoogste
regionen van de politieke, economische en militaire instituties
Elite van de macht
Macht, vermogen en bekendheid komen samen
Institutionele compositie van macht verandert
Nieuw: media-elite (diegene die mediaproductie in handen heeft)
Nieuw: economisch-technologische elite
Overlap en geslotenheid van macht op deze terreinen
Mills: de passieve massa
Geen revolutie (zoals Marx voorspelde)
Geen sociale verandering door groepsconflict (Dahrendorf)
Maar: onbekwaamheid van hen buiten de machtselite om sociale
verandering te bewerkstelligen (Mills: 1956)
Ze worden gemanipuleerd en gecontroleerd zodat ze passief blijven
(vergelijk de Kritische theorie)
Instituties (zelfs het onderwijs) zouden leiden tot grotere fascinatie met
media-vermaak dan met politiek
Ongelijkheid – in Europa en de VS
Kritieken op de theorieën die ontstaan waren over ongelijkheid:
Bijzonder weinig aandacht voor de zwarte bevolking in de VS
Ook bijzonder weinig aandacht voor ongelijkheden die wereldwijd
bestaan
4
,Al in 1913 werd het onderscheid tussen landen met koloniën en
de koloniën benadrukt
Rosa Luxemburg (1871-1919): juist in de koloniën dalen de lonen
Onderontwikkeling door het systeem
Naïef om de effecten van het kapitalistische systeem alleen binnen één
land te bestuderen
Gunder Frank (1967): het kapitalistische systeem draait op maken van
winsten
Fernando Cardoso (1979): Afhankelijkheid van de periferie van het
centrum, welke gekenmerkt wordt door uitbuiting
Wereldwijde productiesysteem zorgt voor concentratie van kapitaal in de
centrum landen, en uitbuiting in de periferie
Wat leidt tot stilstand / onderontwikkeling in de periferie
Reproductie van ongelijkheden
Meer over ongelijkheid: Bourdieu
Bourdieu (1930-2002)
Vormen van kapitaal
Economisch
Cultureel
Sociaal
Opleiding als de gelijkmaker?
Door opleiding heeft iedereen gelijke kansen
Maar ouders en families verschillen ook in cultureel kapitaal (o.a. in
opleidingsniveau)
Het onderwijssysteem sluit beter aan bij mensen met veel cultureel
kapitaal
5
,Hierdoor blijft ongelijkheid doorgegeven worden door het
onderwijssysteem
Het culturele spel
Mensen verschillen in hun smaak (taste)
Smaak is onderdeel van een groepsgebonden culturele habitus, waarmee
betekenis wordt gegeven aan de keuzes die mensen maken
Met alles wat je doet maak je een (onbewuste) keuze en geef je een
signaal af
Mensen met dezelfde smaak komen samen, wat leidt tot instandhouding
van onderscheid
Norbert Elias - beschaving
De adel verloor het monopolie op geweldsmiddelen, etiquette om zich te
onderscheiden van de burgerij
Etiquette zijn aan te leren, etiquette dus steeds strenger / moeilijker om
onderscheid te houden
Stellingen
Elias:
Zoals de adel in de 17e en 18e eeuw in Frankrijk haar verlies van het
monopolie op wapens door de komst van de absolute staat
compenseerde met het aanscherpen van maatstaven door
beschaafd gedrag
Bourdieu:
Zo heeft de hogere middenklasse in Westerse industrielanden na
1945 het verlies aan liggende gelden (kapitaal) door de komst van
een studiebeurzenstelsel gecompenseerd door meer culturele
hulpbronnen aan hun kinderen over te dragen
6
,Hoorcollege 8 IMW
Symbolisch interactionisme
De vermaatschappelijking van het individu, betekenisgeving en een
werkelijkheid die nooit af is
Wat is de aard van de sociale werkelijkheid?
Contrasterende paradigmata
Positivisme
De samenleving is niet direct tastbaar, maar je kunt hem inleven via
literatuur
De samenleving kan bestudeerd worden
Objectieve structuren (gegeven – sociaal feit)
Focus op structuur/’uitkomst’
Wat?
Symbolisch interactionisme
Mensen geven betekenis aan de wereld via symbolen (bijv. taal,
gebaren)
Deze betekenissen ontstaan en veranderen door interactie met
anderen, waarbij ons zelfbeeld en sociale werkelijkheid voortkomen
uit deze voortdurende communicatie
Hoe we situaties interpreteren en ons gedrag daarop afstemmen
Web van betekenissen (hier en nu)
Focus op proces
Hoe?
Kernvragen
1. Hoe worden mensen deel van de samenleving?
- Ze ‘vermaatschappelijken’
- Processen van socialisatie: primair, secundair etc.
- Leren door (na) doen
- Verinnerlijking van sociale structuren, verwachtingen, ‘spel’-
regels en deze verinnerlijkte patronen uitspelen
Vergelijk:
Mead: ‘plays’ en ‘games’
Goffman: het leven als theater en het vertolken van sociale
rollen
2. Wat is de rol van alledaagse interacties voor onze ervaring
van wat echt en betekenisvol is, en wat zijn de
consequenties hiervan voor ons handelen?
7
,Routekaart
Symbolisch interactionisme
a. Uitgangspunten en hoofdfiguren
b. Het reflexieve zelf: Mead & Cooley
c. S.I. en de dramaturgische benadering: Blumer & Goffman
d. Berger & Luckmann, ‘the social construction of reality’
e. Tussenbalans
f. De interactie tussen micro en macro
Conclusie: ‘take away message’
Symbolisch interactionisme
Anders dan de klassieken:
- Niet macro (sociale structuren), maar micro ‘interactie’
- Radicaal empirisme: studie van ‘face to face’ handelen
- Hoe construeren mensen ‘sociale werkelijkheid’ en geven daar
betekenis aan? Hoe deze te ontdekken?
Historie:
- Amerikaanse sociologie
- Begin 1930s (Mead, Cooley): Oostkust (Chicago ‘school’)
- Hoogtij jaren 1960 – 1980: Westkust (California)
- Actor benadering & pragmatisme
- Niet een theorie, maar een ’manier van sociologie doen’
Uitgangspunten:
- Samenleving ontstaat van ‘onderaf’ / ‘bottom – up’
- Taal structureert ons besef en kennis van werkelijkheid
- Procesgericht (’hoe’ in plaats van ‘wat’)
- Sociale werkelijkheid is ’onaf’, relationeel en zo ook ‘het zelf’
- Betekenis ontstaat (en verandert) in sociale interactie
Sociologie
Alle wetenschap is op zoek naar regelmaat, zo ook sociologie
Welke soort regelmaat?
Antwoord van de interpretatieve sociologie (intentioneel handelen):
Sociale codes en de betekenis die mensen hieraan geven
Bijvoorbeeld: ‘normale’ conversatie afstand (E.T. Hall)
Of de ‘knipoog’ als intentioneel handelen
Of ‘het hoorcollege’ als instituut
Hoe kom je daar achter?
Meedoen en crisis veroorzaken sociologie als ‘crisis’ wetenschap
George Herbert Mead (1863-1931)
8
,De gegeneraliseerde ander prikkels komen uit de omgeving en het gaat
om hoe jij reageert op anderen
Taking the role of the other
Mensen handelen betekenisvol = symbolische interactie
Mensen laten een soort hypothese los op iemand anders
Van ‘gestures’ – via gedeelde interpretaties – naar ‘symbols’
Het ‘zelf’ ontstaat via interpretatie van het gedrag van ‘de ander’
Interactie en communicatie veronderstellen 'role-taking’ (je verplaatsen in
‘de ander’)
‘De ander’ / ‘generalised other’ weerspiegelt het collectieve bewustzijn
van maatschappelijke rollen
Mind, Self & Society (G.H. Mead, 1934)
Zelf = is een compositie, bestaande uit: I & Me
Initiërend ‘ik’ (‘I’) je bent je bewust van je omgeving + interpretatie van
sociale rollen (‘Me’= de maatschappij in mij) alle maatschappelijke
rollen die jou zijn
Een mens vermaatschappelijkt in ‘het spelen van rollen’ van verschillende
complexiteit
Van eenvoudige ‘plays’ tot ingewikkelde ‘games’
Via ‘significant other(s)’ naar ‘generalized other’
= socialisatieproces (primair, secundair)
= verinnerlijken van sociale rollen
Charles H. Cooley (1864-1929)
The Looking-Glass Self – ‘A Feeling State’
Hoe ontstaat het ‘zelf’? Drie stappen:
9
, 1. We stellen ons voor hoe we overkomen op anderen
2. Maken aannames over hoe anderen ons beoordelen
3. Hebben emotionele reactie op de (verwachte) evaluaties van
anderen, bijvoorbeeld trots of schaamte
‘A Feeling State’
Het effect van ‘props’ als kleding in zelfpresentatie
‘De definitie van de situatie’ (W.I. Thomas, 1863-1947)
Situaties zijn nooit simpelweg daar, maar zijn steeds een
geïnterpreteerde werkelijkheid
Verschillende mensen kunnen dezelfde situatie anders ‘lezen’
Situatie is als een fotolijstje je bekijkt de wereld door het ‘frame’ van
de lijst
Frame is individueel, maar tegelijkertijd ook bemiddeld door je ‘frame of
reference’: bijv. kerk, overtuiging, gender, klasse, etniciteit, etc.
If men define situations as real, they are real in their
consequences (Thomas theorema)
Wat zie je? Wat is hier aan de hand?
Je frame (of reference)?
Mogelijke consequenties?
Symbolisch interactionisme (Blumer 1900-1987)
“SI emphasizes that society is human group life – human beings engaging
in social (symbolic) interaction. […] society is an ongoing process of
symbolic interaction wherein we continuously interpret and respond to the
cues, e.g. Signals or messages, in our social environment’’
Drie aannames:
1. Mensen reageren op dingen op basis van de betekenis die dingen
voor hen hebben
2. Deze betekenis komt tot stand in de sociale interactie met anderen
3. Op betekenissen wordt op een interpretatieve manier gereageerd en
in dat proces van interpretatie worden betekenissen soms ook
veranderd (*)
* Betekenissen liggen dus niet vast, ze veranderen van tijd tot tijd en van plaats
tot plaat
De sociale constructie van de werkelijkheid
Peter Berger & Thomas Luckmann (1967)
De sociale werkelijkheid bestaat niet. Niet als een onveranderlijke
realiteit buiten ons. Ze wordt gemaakt in directe, face to face
interactie met andere mensen
Er bestaan vele, soms conflicterende (definities) van werkelijkheid
naast elkaar (Schutz) wat is je ‘paramount reality’
10