100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting inleiding tot de sociologie

Rating
-
Sold
-
Pages
81
Uploaded on
06-01-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van het vak Inleiding tot de sociologie, gegeven door Milena Franka in Kuleuven. Gebruik van boek en slides

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Laatste 2 hoofdstukken niet vervat
Uploaded on
January 6, 2026
Number of pages
81
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

INLEIDING TOT DE SOCIOLOGIE
Examen 27 januari 2026 : meerkeuze met giscorrectie

DEEL I SOCIOLOGIE, EEN WETENSCHAP VAN DE SAMENLEVING

H1 OVER DE EIGEN AARD VAN DE SAMENLEVING
Samenlevingskunde:
- Socius / Societas = samenleving
- Logos = kunde, wetenschap


1.1 EEN BEELD VAN EEN TITEL
“Het speelveld, de spelregels en de regels” -> als metafoor om sociologie te
definiëren : Voetbalveld met spelers:

Verhoudingen tussen:

 De samenleving: het speelveld
 De sociale spelregels : wetten tov. informele regels (bv. rode kaart)
 De mensen die handelen in de samenleving : de spelers -> niet allen op zichzelf
maar interageren met elkaar, verschillen van elkaar
 Positie en rollen -> hebben al verwachtingen dus daarop gaat iedereen
anticiperen
 De hoofdrolspelers -> een rangschikking (bv. kapitein meer aan de top) =>
Status
 We zijn altijd in meerdere velden aanwezig (bv. school, studentenvereniging,
gezin) allen met hun eigen verwachtingen => rolconflicten kunnen ontstaan

1.2 HET DAGELIJKSE LEVEN DOOR DE BRIL VAN DE SOCIOLOOG (C. WRIGHT
MILLS)
Sociological imagination: = sociale verbeelding
= het vermogen om afstand te nemen van de actuele toestand en een alternatief
standpunt in te nemen
= The vivid awareness of the relationship between experience and the wider society

 De actuele toestand is niet vanzelfsprekend: het had ook anders kunnen zijn ->
moet je in een context plaatsen -> afstand nemen van vanzelfsprekendheden
zoals routines
 Twee dingen hierin belangrijk om te doen:
o Neither the life of an individual nor the history of a society can be
understood without understanding both : hoe is het zo gekomen? Hoe iets
tot stand is gekomen, hoe het persoonlijk interageert met ‘het algemene’
(de sociale context)
o The ability to see things socially and how things interact and influence
each other: regelmatigheden en verbanden leggen
 Voorbeeld:
1

, o Kiezen tussen thee of koffie: omdat het lekkerder is? -> eigen standpunt
bekijken in de sociale context: van koffie wordt je wakker en dat is
belangrijk in onze prestatiecultuur of als bepaalde drug, koffie drinken
wordt een hype (symbolische waarde), thee wordt gezien als gezonder,
economische verhoudingen (bv. productie),..
o Trouwen met wie we willen: volgens sociologen is er een patroon in wie
we kiezen -> iemand uit hetzelfde milieu , sociale meningen/druk ,...

Het sociale versus het individuele:

Het persoonlijke (private of particuliere) <-> maatschappelijke, historische condities
(contingenties)
=> ze beïnvloeden elkaar
Bv. “Labubu-gekte, Rihanna draagt ze”: een individu beïnvloedt de samenleving, het
sociale

3 componenten van sociologische verbeelding:

1. Geschiedenis: ontstaan en verandering van de samenleving?
(padafhankelijkheid)
2. Biografie: welke is de levensloop van mensen als leden van
samenlevingsverbanden? Welke mensen bevolken een bepaalde samenleving?
3. Sociale structuren: dominante maatschappelijke instituties, welke processen en
mechanismen zorgen voor de maatschappelijke orde?
 Alles is contigent, maar niet arbitrair = dingen hadden ook anders kunnen zijn,
maar toch is het allemaal niet willekeurig gekozen
 Padafhankelijkheid: gebeurtenissen uit het verleden zijn van invloed op latere
toestanden en ontwikkelingen

Nog een voorbeeld sociologische verbeelding: Supermarkt zelfscan -> sociale rollen
en verwachtingen zijn gewijzigd

1.3 EEN STAP VERDER
 De wetenschap gaat op zoek naar de waarom en heeft een andere aanpak dan
het gezond verstand
 Fenomenen die op het eerste zicht te verklaren zijn vanuit persoonlijke
kenmerken maar blijken door sociale factoren worden beïnvloedt => Relateren
aan kenmerken van een sociale positie (bv. SES = sociaal economische status),
leeftijd, beroep, woonplaats,…)
- Echtscheiding: niet louter persoonlijke problemen, een stijgende trend van
het aantal echtscheidingen door bv. minder sociale druk om samen te
blijven, beide hebben een job dus zijn onafhankelijk van elkaar,..;
- Arbeid: meer dan enkel een bron van inkomen
- Ziekte en dood: personen met een lage sociale status leven minder lang

1.4 EEN EERSTE DEFINITIE VAN SOCIOLOGIE


2

,Sociologie
= de wetenschap die de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, in hun
ontstaan, voortbestaan en veranderen, en tevens het sociale handelen van mensen in
de interactie met deze patronen en structuren. (<-> dubbele werking: dankzij ons
bestaat de samenleving, ook omgekeerd)

De samenleving is het object van de sociologie!

 Een bepaalde ordening van de wijze van samenleven (als sociaal feit) , dus
volgens regelmaten of routines, binnen een sociale ruimte (territorium) en
sociale tijd
 ‘sociaal’ : iets is sociaal handelen als het (on)rechtstreeks beïnvloed wordt door
het handelen van anderen
 Magische driehoek van Berger en Luckman:

De samenleving is een
objectieve werkelijkheid



Het vaststellen van een statische verband + het begrijpen
van dat verband in termen van verwachtingen (hypothesen)
= verklaren in de sociologie

De samenleving is een De mens is een sociaal
menselijk product product

 Sociologie bestudeert individuen in hun sociale context

H2 DE SAMENLEVING IS EEN VELD VAN TEGENGESTELDE KRACHTEN

Vier tegengestelde krachten: => voorgesteld als tegenstelling maar nooit echt
helemaal: altijd wel interactie, ene heeft het andere nodig

1) Individu versus samenleving (=actor versus factor, agency versus structuur)
2) Samenleving mogelijkheden versus beperkingen
3) Solidariteit (cohesie, samenwerking) versus strijd (conflict)
4) Ongelijkheid versus gelijkheid
 Debat nature versus nurture is in elk van deze dichotomieën aanwezig

Nature: Nurture:
- Genetisch materiaal wat van - Invloed van maatschappelijke
ouders op kind wordt omgeving (school, gezin, buurt,..)
doorgegeven op de ontwikkeling van een
- Erfelijke eigenschappen persoon
- Lichamelijke kenmerken, maar - Opvoeding via instituties
ook intelligentie en karakter - Belang van socialisatieproces
 Kip en Ei voorbeeld : is het aangeboren of aangeleerd? Moeilijk antwoord!
 Voorbeeld: Sociaal persoon -> is dat van jongsaf of namen de ouders hun
kind vaak mee
 Sociale context bepaald genderrollen (bv. meisjes dansen, jongens
3

, voetballen)

2.1 INDIVIDU VERSUS SAMENLEVING
= MICRO versus MACRO

 het speelveld heeft enkel zin wanneer er spelers zijn en de spelers kunnen niet
zonder ‘een’ speelveld
 de samenleving is een ‘orde’ die door menselijk ingrijpen tot stand is gekomen
(routines). De spelregels van die orde maken met maatschappelijke spel
mogelijk en voorspelbaar

Actor-factor-dilemma : individu maakt de samenleving mogelijk door interactie
maar de samenleving beïnvloedt ons ook

Het persoonlijke (private of particuliere) Maatschappelijke, historische
condities (contingenties)

 Aan de samenleving neemt iedereen deel, ook wie niets met de samenleving wil
te maken hebben => dus niet louter een tegenstelling (individu vs
samenleving) : elk individu maakt deel uit van een samenlevingsverband
 Gehlen : “Mangelwesen” -> sociale weefsel/ socialisatieproces nodig om te
overleven
 Mensen kunnen vrijwillig uit de samenleving stappen, maar alleen met behulp
van het denken en het spreken dat ze in die samenleving hebben geleerd
o Bv. Robinson Crusoe : kon enkel overleven op zijn eiland omdat hij
voordien allerlei vaardigheden had aangeleerd en een ander ontmoette
om te communiceren
o Bv. sociale terugtrekking : je ziet andere mensen iets doen dus wil je het
ook doen
 Individuele actoren: positioneel verbonden collectieve actoren (bv.
organisaties/netwerken)
 Simmel: collectief conformisme -> tegelijk maatschappelijk conformeren en
individueel onderscheiden

3 invalshoeken van het actor-factor dilemma: (verschillende perspectieven)

1) Actorperspectief (individuele en collectieve actoren, niet alleen over mensen )
individu ---------------- > samenleving als de som van individuen (?)
Individu een rol bij het creëren van de structuren
Individuele actoren dikwijls positioneel verbonden met collectieve actoren
2) Top down perspectief : wat doet het met het individu?
Samenleving (maatschappelijke structuren/factoren) ---------------> individu
3) Samenleving en individu maken elkaar
Individu <------------------------> samenleving

2.2 DE SAMENLEVING: EEN VAT VOL MOGELIJKHEDEN EN BEPERKINGEN?
Bv. kunnen les volgen maar om dat te kunnen doen moet je naar de les gaan

4
$10.38
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
ninawyseur

Get to know the seller

Seller avatar
ninawyseur Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
4 days
Number of followers
0
Documents
18
Last sold
3 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions