1. Voorafgaande informatie
1.1 voornaamste rechtsbronnen
• BW:
o Boek 1 = algemene bepalingen (inwerkingtreding 01.01.2023)
o Boek 5 = verbintenissen (inwerkingtreding 01.01.2023)
• WER:
o Boek VI WER = B2C + B2B-contracten (B2B vanaf 01.12.2020)
• WBBH
1.2 Toepassing VI WER
B2C verhoudingen
= contracten tussen de ir. ar. en een consument (= natuurlijk persoon die handelt voor een
niet-professioneel doeleind). Het is van belang om te kijken naar het oogmerk waarmee de
natuurlijke persoon handelt.
B2B verhoudingen
= contracten tussen de ir. ar. en een andere onderneming. Dit is niet van toepassing op
overheidsopdrachten en overeenkomsten die hieruit voortvloeien.
Vb.: Stel nu dat je als advocaat een eenmanszaak hebt (geen vennootschap), je sluit een
contract met een ir. ar. voor de inrichting van een kantoor. Dan gaat dit over B2B. Als
dezelfde advocaat ook zijn villa wil laten inrichten, dan gaat het om B2C want het gaat niet
over professionele doeleinden. Het beroep is niet belangrijk, maar wel de reden van het
contract. Stel dat je de villa renoveert, maar de kantoorruimte zit erin (ongeveer 15%), dan is
het nog steeds B2C want het grootste aandeel is nog steeds niet-professioneel.
1.3 Toepassing WBBH
Het WBBH is van toepassing op alle betalingen tot vergoeding van handelstransacties.
Handelstransactie = een transactie tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en
1. Definitie
overheidsinstanties die leidt tot het leveren verbintenis
van goederen, het verrichten van diensten
of het ontwerp en de uitvoering van openbare werken en bouw- en civieltechnische werken
tegen vergoeding. • Verbintenis = rechtsband op grond waarvan een SE van
een SA, indien nodig in rechte, de uitvoering van een
2. Contractuele verbintenissenprestatie mag eisen (art. 5.1 NBW)
2.1 Definitie verbintenis
= een rechtsband op grond waarvan een
schuldeiser van een schuldenaar (indien
nodig in rechte) de uitvoering van een
prestatie mag eisen.
1
, Management: Interieurarchitecten en contracten, algemene principes
2.2 Bronnen van verbintenissen
= juridische oorzaak/ oorsprong van het ontstaan van de verbintenis.
Rechtshandelingen
= een wilsuiting, met de bedoeling rechtsgevolgen te doen ontstaan (art. 1.3, eerste lid BW).
Er zijn twee soorten:
• Meerzijdige RH: een contract/wilsovereenstemming tussen twee/meer personen met
de bedoeling rechtsgevolgen te doen ontstaan. Voorbeeld: een interieurarchitect
sluit een overeenkomst met een klant voor het ontwerp van een woning.
• Eenzijdige RH: wilsuiting waarbij een persoon de bedoeling heeft om rechtsgevolgen
te doen ontstaan (art. 5.125, eerste lid NBW) vb. aanbod en aanvaarding van een bod
Oneigenlijke contracten
Dit zijn situaties waarin er geen echte overeenkomst is (dus geen wilsovereenstemming),
maar de wet doet alsof er een contract is, om de gevolgen te regelen.
Vb.: onverschuldigde betaling: Iemand betaalt iets wat hij eigenlijk niet verschuldigd is, de
ontvanger moet dat bedrag teruggeven, alsof er een contractuele verplichting bestaat.
Voorbeeld: je betaalt per ongeluk twee keer dezelfde factuur.
Buitencontractuele aansprakelijkheid
Dit ontstaat wanneer iemand schade veroorzaakt aan een ander, zonder dat er een
contractuele band is. Voorbeeld: een interieurarchitect rijdt met zijn wagen tegen de gevel
van een klant → geen contractuele fout, maar wel buitencontractuele aansprakelijkheid.
2.3 Soorten verbintenissen
Resultaats- of inspanningsverbintenis
• Resultaatsverbintenis: de schuldenaar verbindt zich ertoe een concreet resultaat te
halen, als dit resultaat niet bereikt wordt, wordt de SA vermoed in fout te zijn.
(vb. een transporteur moet goederen op tijd en onbeschadigd leveren)
à de SA wordt hier strenger beoordeeld
• Inspanningsverbintenis: de SA belooft niet het resultaat zelf, maar wel dat hij alle
zorg en inspanningen zal leveren die een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde
omstandigheden zou leveren om het resultaat te bereiken. De SE moet in dit geval
bewijzen dat de SA foutief gehandeld heeft.
(vb. Een advocaat die een zaak voert (hij belooft niet dat hij wint, wel dat hij zijn best
doet)
à de bewijslast ligt bij de SE
Hoe weet je welke verbintenis van toepassing is? De feitenrechter beslist dit obv de
gemeenschappelijke wil vd partijen, ofwel via:
• Uitdrukkelijke clausule in het contract (ir. ar. gaan altijd inspanningsvb aan, altijd in je
contract zetten!)
• Aanknopingspunten bij gebrek aan dergelijke clausule:
o mate van zekerheid omtrent het te bereiken resultaat
o specialisatiegraad
o omschrijving van de verbintenis
2