100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Goederenrecht C.S. (RGMPR00306)

Rating
-
Sold
1
Pages
57
Uploaded on
06-01-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van de hoorcolleges gecombineerd met de voorgeschreven literatuur.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Alleen voorgeschreven delen
Uploaded on
January 6, 2026
File latest updated on
January 6, 2026
Number of pages
57
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting Goederenrecht C.S.

Combinatie van hoorcolleges en de voorgeschreven literatuur (Pitlo-Reehuis + overig).

Arrest oranje = verplicht
Arrest blauw = niet verplicht, wel relevant

Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 2
Verhaal en voorrang algemeen.......................................................................................2
Pandrecht, in het bijzonder op roerende zaken...............................................................7

Week 2........................................................................................................ 14
Pandrecht op vorderingen (I)........................................................................................14
Pandrecht op vorderingen (II).......................................................................................20

Week 3........................................................................................................ 24
Pandrecht op vorderingen (III)......................................................................................24
Retentierecht en hypotheek.........................................................................................26

Week 4........................................................................................................ 32
Vormerkung, beslag en faillissement............................................................................32
Eigendomsvoorbehoud en recht van reclame...............................................................39

Week 5........................................................................................................ 44
De bijzondere verhaalspositie van de fiscus.................................................................44
Erfpacht en opstal......................................................................................................... 47

Week 6........................................................................................................ 51
Erfdienstbaarheid......................................................................................................... 51
Appartementsrecht....................................................................................................... 54

,Week 1
Verhaal en voorrang algemeen
Verhaal en voorrang
De schuldeiser die zijn vordering niet voldaan krijgt, komt uiteindelijk de bevoegdheid toe zijn
vordering te verhalen op de goederen van zijn schuldenaar. Dit verhaalsrecht vind je terug in art. 3:276
e.v. BW. Vorderingen die geen geldvorderingen zijn, moeten tot een geldvordering worden herleid.

Art. 3:276 BW bevat de hoofdregel: een schuldeiser kan zijn vordering verhalen op alle goederen van
zijn schuldenaar (zaken en vermogensrechten). De schuldeiser is vrij in de keuze waarop hij zijn
verhaal wil zoeken. Uitwinning van vorderingen geschiedt door inning. Elke schuldeiser heeft op
grond van dit artikel automatisch een verhaalsrecht. Alle huidige goederen, maar ook alle toekomstige
goederen. Dus niet alleen wat op moment van vordering bestaat.

Tenzij-clausule: “tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt”. Bijvoorbeeld:
- Verjaring (nog wel recht op betaling, niet meer afdwingbaar en te verhalen);
- Beslagvrije voet (op bepaalde zaken kan je je niet verhalen);
- Retentierecht;
- Fiscus (kan zich ook op schulden van derden verhalen; bodem van de schuldenaar).

Het nemen van verhaal:
- Executoriale titel vereist (art. 430 Rv);
- Executoriaal beslag (art. 439 Rv);
- Openbare verkoop (art. 463 Rv);
- Verdeling opbrengst (Art. 480 Rv).

Zijn er meerdere schuldeisers die op hetzelfde goed verhaal zoeken, terwijl de opbrengst daarvan
onvoldoende is, geldt art. 3:277 lid 1 BW: de schuldeisers hebben onderling een gelijk recht op
voldoening uit de (netto)opbrengst van de goederen naar evenredigheid van eenieders vordering
(paritas creditorum; gelijkheid van schuldeisers). De netto-opbrengst is hetgeen wat overblijft na
voldoening van de kosten van executie.

Gelijkheid geldt alleen maar als er geen (wettelijke) uitzonderingen gelden. Die uitzonderingen zijn de
voorrangsrechten. Het is daarnaast mogelijk om bij overeenkomst een uitzonderingspositie te hebben,
maar niet toegestaan om via overeenkomst bepaalde schuldeisers een voorsprong te geven. Dit kan
alleen via de voorrangsrechten. Wel mogelijkheid voor een schuldeiser om een stap terug te doen, en
pas de vordering te verzoeken wanneer de andere schuldeisers zijn voldaan.

‘Steunvorderingen’ gedaan door een ander dan de schuldeiser zijn geen doorbreking van paritas
creditorum (Unitco/H).

Voorbeeld paritas creditorum
Stel, X is de eigenaar van een auto. A en B hebben vorderingen en verhalen zich beide op de auto.
Auto levert € 15.000 op. A heeft vordering van € 20.000 en B van € 10.000. Opbrengst moet worden
verdeeld naar rato van de vordering. A ontvang ⅔ van € 15.000 = € 10.000 (want zijn vordering is ⅔).
B ontvang ⅓ van € 15.000 = € 5.000 (want zijn vordering is (⅓).

Als A beslag legt voordat B actie kan ondernemen, is dat pech voor B. Wie het eerst komt, wie het
eerst maalt. De schuldenaar moet echter wel beide schuldeisers betalen.

Voorrang

,Art. 3:278 lid 1 BW: ‘voorrang vloeit voort uit pand, hypotheek en voorrecht en andere in de wet
aangegeven gronden’. Gesloten stelsel van voorrangsrechten. Moet uit de wet blijken - je kan een
voorrang niet afspreken buiten de in de wet aangegeven gevallen (lid 2).

 Algemene voorrechten: voorrang op elk goed waarop je beslag legt
 Bijzondere voorrechten: op één soort goed (art. 3:385 BW)
 Pand en hypotheek
 Andere in de wet aangegeven gronden (bijv. retentierecht)

Beslag schept geen prioriteit. Verhaalsuitoefening buiten faillissement van de schuldenaar is geregeld
in art. 430 e.v. Rv. Dit begint met het leggen van executoriaal beslag, waarvoor een executoriale titel
vereist is. In afwachting daarvan kan een schuldeiser conservatoir beslag leggen (art. 700 e.v. Rv). Na
beslag volgt executoriale verkoop en geschiedt verhaal op de netto-opbrengst daarvan. In geval van
faillissement gelden de regels van 108 e.v. Fw.

Voorrang verschaft aan een schuldeiser het recht om bij de verdeling voorrang te krijgen op de
concurrente schuldeisers. Art. 3:280-281 BW regelen de rangorde tussen de verschillende voorrechten.

Voorbeelden van voorrang:
- Persoonlijke zekerheid (bijv. hoofdelijke aansprakelijkheid of borgtocht);
- Feitelijke of oneigenlijke voorrang (verhalen op afgescheiden vermogen);
- Verrekening (art. 6:127 e.v. BW en art. 53 Fw);
- Recht van retentie (feitelijke voorrang).

Pand en hypotheek
Een hypotheek wordt gevestigd op een registergoed, pand wordt gevestigd op een ander goed. Ze
geven geen recht tot genot en gebruik van het goed, het zijn zekerheidsrechten met hoge voorrang. Het
gaat om rechten strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening
van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Het zijn bijzondere
verhaalsrechten in de vorm van een beperkt recht (art. 3:8 e.v. BW).

Pand en hypotheek zijn afhankelijke rechten (art. 3:7 en 3:82 BW). Ze zijn verbonden aan de
vordering waarvan zij tot zekerheid dienen. Als de vordering wordt voldaan gaat het zekerheidsrecht
teniet. Een pand- of hypotheekrecht is niet zelfstandig overdraagbaar, en het is ondeelbaar (art. 3:230
BW). Dit geldt niet voor de daarop gezekerde vordering. Pand en hypotheek hebben zaaksgevolg; als
auto wordt verkocht waarop een pandrecht zit, dan gaat dat mee naar de volgende eigenaar.

Het verhaalsrecht van een pand- of hypotheekhouder heeft voorrang (art. 3:227 lid 1 jo. 3:278 BW).
Pand en hypotheek gaan boven/voor een voorrecht (art. 3:279 BW). Als een opbrengst gericht is om
het pand- of hypotheekrecht te voldoen, kan een houder terugvallen op het verhaalsrecht van een
gewone schuldeiser voor de restantvordering (art. 3:276 BW).

Pand- en hypotheekhouders hebben het recht van parate executie. Dit is de bevoegdheid om bij
verzuim van de schuldenaar tot executoriale verkoop over te gaan teneinde zich op de opbrengst te
verhalen, zonder dat zij eerst een executoriale titel dienen te halen of executoriaal beslag hoeven te
leggen (art. 3:248 en 3:286 e.v. BW).

In geval van faillissement kunnen pand- en hypotheekhouders hun recht uitoefenen alsof er geen
faillissement is (art. 57 lid 1 Fw). Zij hebben een separatistpositie. Zij hoeven geen rekening te
houden met andere schuldeisers en de curator.

Elk beding dat de pand- of hypotheekhouder de bevoegdheid geeft zich het verbonden goed toe te
eigenen is nietig (toe-eigeningsverbod; art. 3:235 BW).

Vestiging

, Vestiging van een pand- of hypotheekrecht kan alleen tot zekerheid van een vordering tot voldoening
van een geldsom, of een andere prestatie die herleidbaar is tot een geldvordering. Verhaal is dan pas
mogelijk nadat de vordering is herleid tot een geldvordering.

De vordering waarvoor pand of hypotheek wordt gewezen moet voldoende bepaalbaar zijn (art. 3:231
lid 2 BW) op het tijdstip van executie. In de hypotheekakte moet een bepaling zijn opgenomen waarin
de vordering wordt aangeduid, of in ieder geval feiten aan de hand waarvan de vordering zal kunnen
worden bepaald. In de pandakte zal voor de bepaalbaarheid veelal te rade moeten worden gegaan bij
de contractuele verhouding tussen de pandgever en de pandhouder.

Op alle goederen die voor overdracht vatbaar zijn kan een recht van pand of hypotheek worden
gevestigd (art. 3:83 jo. 3:228 BW). Partijen kunnen voor vorderingsrechten uitsluiten dat zij
overdraagbaar zijn.

Pand en hypotheek strekt zich uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat (art. 5:3 jo. 3:4 jo.
5:20 BW.

Vestiging bij voorbaat
Vestiging van pand bij voorbaat is mogelijk. Het pandrecht ontstaat echter niet eerder dan nadat de
pandgever het bij voorbaat verpande goed ook werkelijk verwerft. Vestiging van hypotheek bij
voorbaat op een in de toekomst te verwerven registergoed is onmogelijk.

Toekomstige vorderingen
Zekerheidsstelling ten behoeve van toekomstige vorderingen is mogelijk (art. 3:231 lid 1 BW). Dit
ontstaat al op het tijdstip dat de vestigingshandeling wordt voltooid, en dus niet op het moment dat de
vordering ontstaat.

Art. 483e Rv regelt dat toekomstige vorderingen slechts in een rangregeling (t.b.v. verdeling) worden
opgenomen voor zover zij zullen worden verkregen uit een reeds bestaande rechtsverhouding.
Volledige toekomstige vorderingen kunnen niet in de rangregeling worden betrokken.

Zaaksvervanging
Het recht van pand of hypotheek brengt van rechtswege mee een recht van pand op alle vorderingen
tot vergoeding die in plaats van het verbonden goed optreden, waaronder begrepen vorderingen ter
zake van waardevermindering van dat goed (art. 3:229 BW). Dit is niet beperkt tot zaken. Het door
zaaksvervanging ontstane pandrecht gaat boven ieder ander op de vergoedingsvordering gevestigd
pandrecht. Het gaat ook boven een bij voorbaat op deze vordering gevestigd pandrecht, ongeacht of de
vestiging daarvan eerder is geschied dan die van het pand- of hypotheekrecht waarvoor de vordering
in de plaats is getreden (lid 2).

Van zaaksvervanging is geen sprake indien de pandgever met toestemming van de pandhouder een
verpande zaak vrij van pandrecht verkoopt en levert aan een derde.

Zalco-arresten (Zalco III en Zalco IV): aluminiumsmelterij Zalco is failliet verklaard. Glencore
leverde materialen voor de ovens en had een pandrecht gevestigd op aluminium dat werd
geproduceerd door Zalco. Op het moment dat het faillissement werd uitgesproken, zat in de ovens al
aluminium dat was verpand. Aluminium dat nadien werd geproduceerd kon geen pandrecht meer op
worden gevestigd. Aluminium dat al wel was verpand werd vermengd met aluminium van na
faillissement, waar geen pandrecht op zat. Ovens uitgezet, aluminium ging stollen in de ovens. Was 8
miljoen waard. Nu was de vraag, wie had recht op dat aluminium? Wat was de status van het
pandrecht? Er waren verschillende partijen betrokken:
- Glencore pand op ovens en aluminium, curator erfpacht en opstal op de ovens. Zalco eigenaar
aluminium. Een ander bedrijf eigenaar van de grond, en hypotheekrecht op opstal. Ficus
betrokken.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
melissadeleo Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
101
Member since
8 year
Number of followers
63
Documents
16
Last sold
15 hours ago

3.7

14 reviews

5
4
4
6
3
2
2
0
1
2

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions