,Inhoudstafel
Les 1 : Internationale handel, een aantal theorieën (handboek 1.2 – 1.3 – 1.4)
Les 2-3 : Globalisering, vrijhandel en protectionisme (handboek 5)
Les 3-4 : Macro-economische indicatoren (handboek 3)
Les 5-6 : De Internationale financiële omgeving (handboek 2.4)
Leerdoelen Internationaal Ondernemen 2
1. Je toetst alle aspecten van internationaal ondernemen aan de principes van
duurzaamheid en maatschappelijke verantwoord ondernemen.
2. Je licht het instrumentarium van de internationale handelspolitiek toe.
3. Je licht zowel positieve als negatieve effecten van globalisering toe.
4. Je vormt een eigen mening over de problematiek van ontwikkelingslanden en het milieu.
5. Je verklaart de verschillende wisselkoerssystemen en hun invloed op de internationale
handel.
6. Je verklaart de macro-economische concepten ruilvoet, DBI-stock en DBIflux en
betalingsbalans.
● Theorie (= weten)
● Theorie toelichten (= begrijpen) & illustreren (= voorbeelden uit actualiteit / case
studies)
● Reflecteer zelf over MVO !!!
2
,H1 Internationale handel: Een aantal theorieën.
1.2 (historische) handelstheorieën
country-based (1.2.1)
- Mercantilisme
- Absolute voordelen
- Comparatieve voordelen
- Heckscher-Ohlin-Samuelson
- Leontief Paradox
Mercantilisme
= Een land is rijk en machtig als het veel goud en zilver bezit.
< 1750
Kern-idee : edelmetaal (goud en silver)
Resultaat van handel : zero-sum (winnen/verliezen)
Strategie : protectionisme
Zwakte : goud = middel tot welvaartsstijging
Nog actueel ?
→ Niet letterlijk maar wel ideeën leven voort:
- Importheffingen
- Handelsconflicten
- ‘eigen economie eerst’ denken
Absolute voordelen
= Landen specialiseren zich in wat ze het efficiëntst kunnen produceren.
Adam Smith 1776
Kern-idee : arbeidsproductiviteit (minder arbeid, meer produceren)
Resultaat van handel : positive-sum (win-win)
Strategie : protectionisme + specialisatie
Zwakte : absolute voordelen (houdt enkel rekening met absolute voordelen)
Nog actueel ?
→ Ja, het vormt nog steeds de basis van internationale handel.
Comparatieve voordelen
= Landen specialiseren zich in goederen waarvoor hun opportuniteitskost het laagst
is, waardoor handel voor alle partijen voordelig is.
David Riccardo 1823
Kern-idee : opportuniteitskost
Resultaat van handel : positive-sum
Strategie : protectionisme + specialisatie
Zwakte : vaste marginale kosten
Nog actueel ?
Ja, het is de basis van moderne internationale handel maar aangevuld met realistische
modellen. (schaalvoordelen, transportkosten, overheid)
3
, Heckscher-Ohlin-Samuelson
= Landen handelen en specialiseren zich in wat ze veel hebben aan productiefactoren.
1919-1970
Kern-idee : factor proportions (Arbeid, Kapitaal, grondstoffen)
Resultaat van handel : positive-sum & winnaars en verliezers
Strategie : protectionisme + specialisatie
Zwakte : arbeidsproductiviteit (kijkt niet naar efficiëntie)
Nog actueel ?
Deels actueel, maar wordt aangevuld door modernere handelstheorieën.
Helpt begrijpen waarom landen zich specialiseren op basis van arbeid en kapitaal.
Leontief Paradox
= Toont dat arbeidsproductiviteit belangrijker kan zijn dan factor verhoudingen alleen.
Een land met minder arbeiders, kan toch meer produceren als die arbeiders productiever
zijn.
→ Handel niet alleen draait om hoeveel arbeid maar ook om kwaliteit van arbeid
(opleiding, technologie, kennis)
firm-based (1.2.2)
- Gelijkenissen tussen landen
- Productlevenscyclus
- The new Trade Theory
Gelijkenissen tussen landen
= Landen met een vergelijkbaar inkomensniveau handelen meer met elkaar.
Linder 1960
Inter & Intra-industriehandel (verschillende of dezelfde sectoren)
Kernidee : consumentenvoorkeur & besteedbaar inkomen
Zwakte : sterke thuismarkt (verondersteld dat bedrijven altijd een sterke binnenlandse markt
nodig hebben)
Nog actueel ?
Ja, gedeeltelijk
→ Verklaart vooral handel tussen ontwikkelde landen maar minder toepasbaar op
globale waardeketens en opkomende economieën.
Productlevenscyclus
= Comparatief voordeel verschuift tijdens de levenscyclus van een product, maar
door snelle innovatie is die tijd vandaag vaak te kort.
Vernon 1966
Productlevenscyclus
Kernidee : handel verandert mee met de levensfase van het product en moment van
innovatie.
Zwakte : tijd ontbreekt om nieuw comparatief voordeel te creëren.
Nog actueel ?
Gedeeltelijk.
→ Nog bruikbaar voor klassieke industriële producten maar minder sterk voor
snelle innovatie, digitale producten en globale waardeketens.
4