100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting nier 1

Rating
-
Sold
-
Pages
54
Uploaded on
06-01-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting Nier 1 Universiteit Antwerpen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 6, 2026
Number of pages
54
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Les 1: Fysiologie van de nier
Functie van de nier
Regulatie extracellulair volume en bloeddruk




- Factoren met invloed op de mean arterial pressure (MAP)

Regulatie osmolariteit
Osmolariteit/osmolaliteit en toniciteit
- Osmolariteit = de “tonus” van in het ECV (extracellulaire vloeistof) opgeloste deeltjes
=> hoge osmolariteit gaat water aanzuigen en te lage doet het tegenovergestelde
o Osmolariteit: mOsm/L plasma
o Osmolaliteit: mOsm/kg water
▪ Deze twee samen = concentratie aan osmotisch werkzame deeltjes per
eenheid oplosmiddel
o Toniciteit = osmotisch actieve deeltjes in de oplossing per eenheid
oplosmiddel => ureum komt voor maar heeft geen actieve werking terwijl
natrium bijdraagt aan toniciteit
- Osmolariteit wordt constant gehouden door de nieren (280 mOsM) en voornamelijk
bepaald door de Na+-concentratie en die van glucose en ureum in het plasma
o Effectieve Osm (= toniciteit) = [Na+] x 2 + glucose
o H2O doet de cel zwellen of krimpen volgens de variatie in IC of EC toniciteit
- Natrium zit extracellulair, kalium zit intracellulair

Toediening oplossing aan het extracellulair volume
- Als je aan een extracellulaire vloeistof een permeabele stof
toevoeg → heeft gevolgen op verdeling over de compartimenten => je hebt meer
osmolariteit gekregen door extra toevoeging, maar toniciteit is niet veranderd
o Ureum, ethanol, methanol (oplossing), ethyleenglycol (antigel)

, - Niet permeabele stof die zich beperkt tot 1 compartiment →
gaat water aanzuigen omdat het de toniciteit gaat beïnvloeden
→ je krijgt hypertoniciteit en dan ook hyperosmolariteit
o Natrium, glucose, sorbitol, mannitol

Behoud van ionen balans
- Ionen komen voor in je voedsel en vochtinname en gaan opgenomen worden in
het lichaam en gaan zich verdelen over de compartimenten
- De uitscheiding van ionen in de urine wordt continu bijgestuurd door de nieren, in
relatie tot de inname en de behoefte om concentraties op peil te houden
- Na+ is het voornaamste elektrolyt betrokken bij de regulatie van het extracellulair
vochten van de osmolariteit
- K+ en Ca2+ worden ook nauw gereguleerd door de nier
o K+: te hoog = ritmestoornissen, te laag = spierslapte
o Ca2+: leidt tot dehydratatie maar ook tot irritabiliteit van zenuwstelsel en
bv tot tetanie

Homeostatische regulatie pH
- De pH van het plasma wordt constant gehouden tussen 7.38-7.2
- Wanneer de zuurtegraad toeneemt, zal de nier:
o Overtollig H+ gaan uitscheiden, en
o HCO3- proberen vast te houden
- Hoewel de nier een belangrijke rol speelt in de homeostase van de pH, werkt
deze buffer trager dan de longen wat betreft het corrigeren van de afwijkingen
(nieren duurt uren)

Zuurbase verstoring
- Reactie op metabole acidose
(ketoacidose, lactaatacidose)
- Stel dat iemand ketoacidose heeft en
heeft geen insuline genomen => er
komt heel veel H+ beschikbaar in het
lichaam → gaat dat aanpassen door
buffersystemen, uitscheiden,
bicarbonaat => omzetten in iets dat je
kwijt kan (CO2 en H2O)
- Bij braken: maagzuur kwijtraken → H+
kwijtraken => er ontstaat een situatie
die invloed heeft op de secretie en
bicarbonaat reserve en op het effect van de ademhaling → je ademhaling zal
rustiger worden

,Uitscheiding van afvalstoffen
- De nieren elimineren de metabole afbraakproducten en lichaamsvreemde
stoffen met de urine
o Ureum (= afvalstof van eiwit dat omgezet wordt tot ureum en dat moet
afgevoerd worden → bij mensen zonder nierfunctie zal dat leiden tot
stapeling in de weefsels met klachten zoals jeuk als het ophoopt in de
huid), creatinine (= om nierfunctie te schatten → wordt gemaakt in de
spier en geeft een beeld van de omzetting per dag van de spierfunctie =
marker die per dag ververst wordt en laat zien hoeveel spiermassa iemand
heeft en hoeveel daarvan en afbraakproducten daarvan de nier kan
opruimen → die opruimhoeveelheid schatten we in, creatinine zegt dus
niets over de echte filtratiefunctie), urinezuur (= afbraak van purines → als
dat te lang stapelt, krijg je jicht)
o Urobilinogeen
o Geneesmiddelen (worden door de nieren geklaard → als je er veel neemt
dan moet je zorgen dat je nier niet naar toxische waarden komt => dosis
goed beheren
o Endogene hormonen (bv. Insuline → als iemand nierproblemen heeft, kan
tijdelijk insuline niet kwijt → hypoglycemie)
o Stoffen zoals sacharine, benzoaat, …

Aanmaak van hormonen
- De nieren produceren:
o Erytropoëtine (EPO) = stimulatie aanmaak van RBC (beenmerg)
o Renine = initieert renine-angiotensine-aldosteron systeem (RAAS),
hormonen betrokken bij regulatie zoutbalans en BD
o 1α-hydroxylase = enzym, dat 25-OH vitamine D omzet naar actieve vorm,
het 1.25 (OH) vitamine D → dit hormoon regelt Ca2+ balans (stevige
botten, kan kalk uit darm opnemen)
▪ Gemaakt in de lever , bouwstenen komen uit voedsel, maar kan
ook via zonlicht of via huid
▪ Hypocalcium zorgt voor
hypoparathyreoïdie

Endocriene functies van de nier
- EPO en RAAS → hebben een interactie met elkaar

, - Productie van calcitriol
o Actief vitamine D: cholesterol zit in de huid
o Bijschildklier kan hormoon uitscheiden dat
kalkspiegel op peil zal houden
o Er is een tragere en snellere weg

Het Nefron
= belangrijkste onderdeel van de nier

- Functionele eenheid van de nier
o De nier is verdeeld in een buitenste schors (cortex: hier zitten
de glomeruli) en een binnenste merg (medulla: hier zitten de
buisstructuren). Urine die de nefronen verlaat, stroomt via
(via de papil naar de pelvis) het nierbekken en de urineleider
naar de blaas
- Reservecapaciteit van de nieren
o De nier beschikt over miljoen glomeruli met een
uitgesproeken reservecapaciteit:
▪ Her serum creatinine stijgt pas als de
nierfunctie (GFR = glomerulaire filtratie
reserve) reeds met 50% is afgenomen
▪ De homeostase wordt pas verstoord
wanneer ongeveer 75% van de
nierfunctie verloren is
gegaan

Doorbloeding van de nier/nefronen
- Arteriolen met netwerk van
capillairkluwen (glomeruli)
o Dit is één nefron met
daaromheen die
buizenstructuren met
proximale tubulus naar lis van
Henle en distale buis →
hebben allemaal een andere
functie
o Je hebt om al die stoffen terug
te winnen een kluwen van
bloedvaten nodig die rond die buisjes liggen
o De plek waar het meest gedaan wordt is het het drukste → in buitenste
merg bij proximale tubulus wordt het hardste gewerkt
o ATN = acute tubulus necrose → als het te krap is
$8.28
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
MauriceLove

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
MauriceLove Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 week
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
5 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions