Samenvatting inleiding tot de
Bestuurskunde
Academiejaar ’25-’26 prof. Bram Verschuere
Handboek: Handboek Bestuurskunde – Organisatie en werking van het openbaar bestuur.
Notities van de lessen, indien nodig aangevuld met fragmenten uit het boek.
De lessenreeks wordt ingedeeld in 5 grote blokken, elke corresponderend met een aantal van de
hoofdstukken van het handboek:
- ‘Wat is bestuurskunde?’ → HS 1,2,3
- ‘Cartografie van de overheid’ → HS 6,7,9
- ‘Het denken over bestuur en overheid → HS 4,5
- ‘De belangrijke actoren in de overheid’ → HS 11,12,13
- ‘Enkele belangrijke bestuurskundige topics’ → HS 10,14
o HS 8 en 15 van het handboek worden niet in de lessen behandeld.
Wat is Bestuurskunde? – Cluster 1
1. Hoofdstuk 1: Introductie tot de bestuurskunde:
sferen in de samenleving (besproken in les 2,
01/10)
Besturen = sturen= Vorm geven aan de samenleving (en de rol van de overheid daarin)
- Samenleving= politiek georganiseerd verband (kan op verschillende niveaus: van globaal
tot lokaal, en is tijds- en plaatsgebonden)
- Samenleving bestaat uit de verhouding tussen 4 sferen, die elk hun eigen kenmerken
hebben
- Basistermen uit de bestuurskunde om de ‘sferen’ conceptueel te onderscheiden:
o Publiek vs. privaat
o Formeel vs. informeel
o Non-profit vs. Profit
,Bespreking van de 4 sferen:
Het individu (de persoon) in de gemeenschap
- Privaat-informeel: gezin, vriendenkring, relaties, …
- Op liefde en loyauteit gebaseerd
- Vrije keuze (in theorie)
- Rechten en vrijheden (in theorie)
<-> in de praktijk zijn deze rechten, vrijheden en vrije keuzemogelijkheden beperkt:
- Socio-economische positie (armoede)
- Onderlinge afhankelijkheid (man-vrouw)
- Door overheid (bv. Polen waar premier geen LGBT wil)
o Vragen die hierbij komen zijn hoever de overheid mag/moet gaan in het beperken
van rechten en vrijheden van mensen?
Het individu (de persoon) en de staat
- Op elk moment hebben we met de staat te maken!
- Alle overheden en instellingen van politiek, administratie en rechterlijke macht die
verplichten, steunen, stimuleren, hinderen, …
- Via geheel van wetten, decreten en voorschriften: dwang!
- Burger heeft ‘voice’: verkiezingen, vrijheid van meningsuiting, protest, …
- De staat kan ‘groot’ of ‘klein’ zijn. (De onze is heel groot, kan je meten door de uitgaven
van een overheid tegenover het BBP van een land te zetten)
De markt
- Vraag en aanbod, marktsturing
- Burger= klant/consument van for-profit bedrijven
- Exit als optie (kan niet t.o.v. staat)
Civil society = maatschappelijk middenveld
- Burgers organiseren zich op basis van vertrouwen
, - Verenigingen (privaat): sport, cultuur, vrije tijd, …
- Positie t.o.v. overheid en markt gebaseerd op belangenvereniging: druk op politieke
agenda
- ‘Maatschappelijke doelen nastreven door groepsvorming’
De staat vs. De andere sferen
- T.o.v. gemeenschappen (zie ook HS12 boek)
o Bepalen van rechten en vrijheden
o Dienstverlening (bv. subsidie kinderopvang)
o Bescherming tegen ‘opdringerige’ staat
- T.o.v. markt (zie ook HS10 boek)
o Bepaalt omgeving waarin bedrijven functioneren
o Uitbesteding
- T.o.v. middenveld (zie ook HS13 boek)
o Subsidies
o Publieke diensten door non-profits
o Politiserende rol
Verhouding tussen sferen: tijd en ruimte
- Geen statisch gegeven!
o Overheid kan groter of kleiner worden
- Sterk ideologisch
o Socialisme, liberalisme, conservatisme hebben allemaal een andere blik over
hoe groot een overheid moet zijn, wat een staat mag doen, hoe die zich moet
verhouden ten opzichte van de rest van de staat, enz.
Geen enkele sfeer is volledig dominant! :
- Dus de ‘besturing van de samenleving’ gebeurt door ‘arrangementen van governance’:
stelsels gevormd door combinatie van sferen
o Bv. Asiel: overheid bepaalt wetgeving, nieuwkomers worden opgevangen door
gemeenschap, middenveld voorziet opvangcentra (bv. Rode Kruis), op
arbeidsmarkt en in school gebeurt integratie, …
o Government is maar 1 actor, al zij het wel een belangrijke actor in de governance.
Oefening hierbij:
- Organisaties in het basisschema plaatsen (de driehoek)
- Relaties van de ‘staat’ met de andere sferen duiden
- De omvang van de ‘staat’ in tijd en ruimte
- Governance arrangementen – combinaties van sferen
Case: geopolitieke situatie: veiligheid
De geopolitiek staat momenteel voor een stuk onder druk, de veiligheid is niet meer
gegarandeerd. Het is een maatschappelijke uitdaging om met de geopolitieke dreiging om te
gaan. Teneur die momenteel de bovenhand neemt is dat we als samenleving niet klaar moeten
zijn om oorlog te voeren, maar wel kunnen tonen aan de rest van de wereld dat we als Europa
sterk staan en niet bang zijn. Dit om landen die zouden overwegen ons ooit aan te vallen, hiervan
, te weerhouden. De overheid kan dit niet alleen (leger), de opdracht om klaar te zijn voor een
eventuele externe bedreiging moet door al de actoren in de samenleving worden opgenomen.
Voorbeelden: en deze dan plaatsen in de driehoek
- Uzelf als bewuste burger die voorzorgen neemt
- De 18-jarige die een jaar vrijwillig naar het leger gaat
- De Special Forces
- FN Herstal
- De minister van Defensie
- De lokale brandweer
- Brussels Airport Company
- Het lokaal vrijwilligerskorps
2. Hoofdstuk 2: De Bestuurskunde als discipline
(besproken in les 1, 24/09)
Houd uit elkaar!
- De overheid: politici met hun ambtenaren (hiërarchisch verband, de klassieke overheid)
- Het openbaar bestuur (term gebruikt in het handboek), = overheid + semi-overheid
o BV. De Lijn, NMBS, … → onder toezicht van overheid en politiek, d.m.v.
voogdijminister, politieke mandaten in Raad van Bestuur, …
- De publieke sector (bredere term) → privaat, maar nauwe banden met overheid, vaak
politiek gevoelig (veel leden, contesterend, subsidies, …) bv. Vakbonden, onderwijs
o Nu dus sprake van multi-level governance! → Belangrijke maatschappelijke
problemen kunnen (al lang) niet meer door 1 ‘overheid’ alleen aangepakt worden
(zeer belangrijk inzicht!) → Nu richting geven aan de maatschappij op
verschillende (multi) levels.
▪ Verticale dimensie: verschillende overheidsniveaus
▪ Horizontale dimensie: ganse publieke sector
Bestuurskunde
Academiejaar ’25-’26 prof. Bram Verschuere
Handboek: Handboek Bestuurskunde – Organisatie en werking van het openbaar bestuur.
Notities van de lessen, indien nodig aangevuld met fragmenten uit het boek.
De lessenreeks wordt ingedeeld in 5 grote blokken, elke corresponderend met een aantal van de
hoofdstukken van het handboek:
- ‘Wat is bestuurskunde?’ → HS 1,2,3
- ‘Cartografie van de overheid’ → HS 6,7,9
- ‘Het denken over bestuur en overheid → HS 4,5
- ‘De belangrijke actoren in de overheid’ → HS 11,12,13
- ‘Enkele belangrijke bestuurskundige topics’ → HS 10,14
o HS 8 en 15 van het handboek worden niet in de lessen behandeld.
Wat is Bestuurskunde? – Cluster 1
1. Hoofdstuk 1: Introductie tot de bestuurskunde:
sferen in de samenleving (besproken in les 2,
01/10)
Besturen = sturen= Vorm geven aan de samenleving (en de rol van de overheid daarin)
- Samenleving= politiek georganiseerd verband (kan op verschillende niveaus: van globaal
tot lokaal, en is tijds- en plaatsgebonden)
- Samenleving bestaat uit de verhouding tussen 4 sferen, die elk hun eigen kenmerken
hebben
- Basistermen uit de bestuurskunde om de ‘sferen’ conceptueel te onderscheiden:
o Publiek vs. privaat
o Formeel vs. informeel
o Non-profit vs. Profit
,Bespreking van de 4 sferen:
Het individu (de persoon) in de gemeenschap
- Privaat-informeel: gezin, vriendenkring, relaties, …
- Op liefde en loyauteit gebaseerd
- Vrije keuze (in theorie)
- Rechten en vrijheden (in theorie)
<-> in de praktijk zijn deze rechten, vrijheden en vrije keuzemogelijkheden beperkt:
- Socio-economische positie (armoede)
- Onderlinge afhankelijkheid (man-vrouw)
- Door overheid (bv. Polen waar premier geen LGBT wil)
o Vragen die hierbij komen zijn hoever de overheid mag/moet gaan in het beperken
van rechten en vrijheden van mensen?
Het individu (de persoon) en de staat
- Op elk moment hebben we met de staat te maken!
- Alle overheden en instellingen van politiek, administratie en rechterlijke macht die
verplichten, steunen, stimuleren, hinderen, …
- Via geheel van wetten, decreten en voorschriften: dwang!
- Burger heeft ‘voice’: verkiezingen, vrijheid van meningsuiting, protest, …
- De staat kan ‘groot’ of ‘klein’ zijn. (De onze is heel groot, kan je meten door de uitgaven
van een overheid tegenover het BBP van een land te zetten)
De markt
- Vraag en aanbod, marktsturing
- Burger= klant/consument van for-profit bedrijven
- Exit als optie (kan niet t.o.v. staat)
Civil society = maatschappelijk middenveld
- Burgers organiseren zich op basis van vertrouwen
, - Verenigingen (privaat): sport, cultuur, vrije tijd, …
- Positie t.o.v. overheid en markt gebaseerd op belangenvereniging: druk op politieke
agenda
- ‘Maatschappelijke doelen nastreven door groepsvorming’
De staat vs. De andere sferen
- T.o.v. gemeenschappen (zie ook HS12 boek)
o Bepalen van rechten en vrijheden
o Dienstverlening (bv. subsidie kinderopvang)
o Bescherming tegen ‘opdringerige’ staat
- T.o.v. markt (zie ook HS10 boek)
o Bepaalt omgeving waarin bedrijven functioneren
o Uitbesteding
- T.o.v. middenveld (zie ook HS13 boek)
o Subsidies
o Publieke diensten door non-profits
o Politiserende rol
Verhouding tussen sferen: tijd en ruimte
- Geen statisch gegeven!
o Overheid kan groter of kleiner worden
- Sterk ideologisch
o Socialisme, liberalisme, conservatisme hebben allemaal een andere blik over
hoe groot een overheid moet zijn, wat een staat mag doen, hoe die zich moet
verhouden ten opzichte van de rest van de staat, enz.
Geen enkele sfeer is volledig dominant! :
- Dus de ‘besturing van de samenleving’ gebeurt door ‘arrangementen van governance’:
stelsels gevormd door combinatie van sferen
o Bv. Asiel: overheid bepaalt wetgeving, nieuwkomers worden opgevangen door
gemeenschap, middenveld voorziet opvangcentra (bv. Rode Kruis), op
arbeidsmarkt en in school gebeurt integratie, …
o Government is maar 1 actor, al zij het wel een belangrijke actor in de governance.
Oefening hierbij:
- Organisaties in het basisschema plaatsen (de driehoek)
- Relaties van de ‘staat’ met de andere sferen duiden
- De omvang van de ‘staat’ in tijd en ruimte
- Governance arrangementen – combinaties van sferen
Case: geopolitieke situatie: veiligheid
De geopolitiek staat momenteel voor een stuk onder druk, de veiligheid is niet meer
gegarandeerd. Het is een maatschappelijke uitdaging om met de geopolitieke dreiging om te
gaan. Teneur die momenteel de bovenhand neemt is dat we als samenleving niet klaar moeten
zijn om oorlog te voeren, maar wel kunnen tonen aan de rest van de wereld dat we als Europa
sterk staan en niet bang zijn. Dit om landen die zouden overwegen ons ooit aan te vallen, hiervan
, te weerhouden. De overheid kan dit niet alleen (leger), de opdracht om klaar te zijn voor een
eventuele externe bedreiging moet door al de actoren in de samenleving worden opgenomen.
Voorbeelden: en deze dan plaatsen in de driehoek
- Uzelf als bewuste burger die voorzorgen neemt
- De 18-jarige die een jaar vrijwillig naar het leger gaat
- De Special Forces
- FN Herstal
- De minister van Defensie
- De lokale brandweer
- Brussels Airport Company
- Het lokaal vrijwilligerskorps
2. Hoofdstuk 2: De Bestuurskunde als discipline
(besproken in les 1, 24/09)
Houd uit elkaar!
- De overheid: politici met hun ambtenaren (hiërarchisch verband, de klassieke overheid)
- Het openbaar bestuur (term gebruikt in het handboek), = overheid + semi-overheid
o BV. De Lijn, NMBS, … → onder toezicht van overheid en politiek, d.m.v.
voogdijminister, politieke mandaten in Raad van Bestuur, …
- De publieke sector (bredere term) → privaat, maar nauwe banden met overheid, vaak
politiek gevoelig (veel leden, contesterend, subsidies, …) bv. Vakbonden, onderwijs
o Nu dus sprake van multi-level governance! → Belangrijke maatschappelijke
problemen kunnen (al lang) niet meer door 1 ‘overheid’ alleen aangepakt worden
(zeer belangrijk inzicht!) → Nu richting geven aan de maatschappij op
verschillende (multi) levels.
▪ Verticale dimensie: verschillende overheidsniveaus
▪ Horizontale dimensie: ganse publieke sector