Inhoud
De Klimaat Almanak ................................................................................................................1
1. Introductie...........................................................................................................................2
2. Klimaatverandering voor beginners .......................................................................................3
3. Dit is de waarheid ................................................................................................................4
4. Scenario’s ...........................................................................................................................7
5. Gevolgen .............................................................................................................................9
6. Oplossingen ...................................................................................................................... 13
,1. Introductie
Vier factoren zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de kooldioxide en andere
broeikasgassen die door de mens worden uitgestoten
1. Steenkool Een fossiele brandstof
2. Verbranding Van Fossiele brandstoffen
3. Koeien Methaan uitstoot (84 keer slechter voor het milieu dan CO2)
4. Beton Uitstoot komt vrij wanneer beton naar cement wordt gemaakt
Gemak is de meest onderschatte en minst begrepen kracht in onze huidige wereld. Gemak en
monopolie lijken een samenhang te hebben; Hoe makkelijker het is om een webshop als
Amazon te gebruiken, hoe machtiger Amazon wordt, en dus hoe makkelijker het wordt om
Amazon te gebruiken.
Carbon lock-in: Proces, waarbij nieuwe producten en technologieën zich snel kunnen
ontwikkelen, maar waarbij het gebruik beperkt blijft omdat oude producten en technologieën
voor veel mensen te veel voordelen hebben, wordt de wet van de remmende voorsprong
genoemd. In energietermen heet dit het fenomeen van carbon lock-in.
, 2. Klimaatverandering voor beginners
Fossiele brandstoffen = Steenkool, (aard)olie en aardgas worden als fossiele brandstoffen
beschouwd, omdat zij net als fossielen diep in de aarde zijn gevormd uit de overblijfselen van
planten, dieren en andere levende wezens van lang geleden.
Het broeikaseffect = Koolstofdioxide en andere gassen zoals methaan en waterdamp
veroorzaken het broeikaseffect. Het broeikaseffect zorgt ervoor dat zonlicht niet de aarde kan
verlaten en daardoor de aarde dus verwarmt.
Het broeikaseffect
Het verbranden van fossiele brandstoffen voegt broeikasgas toe aan de atmosfeer, slaat warmte
op en veroorzaakt opwarming van de aarde. De belangrijkste broeikasgassen zijn:
• Koolstofdioxide (CO2)
• Methaan (CH4)
• Distikstofoxide (N20)
• Gefluoreerde gassen
• Waterdamp
Een metrische ton is de eenheid van massa die wetenschappers gebruiken om het gewicht van
kooldioxide te meten. Eén metrische ton = 1.000 kilo en is ongeveer gelijk aan het gewicht van
440 bakstenen.
Meerdere definities:
Aardgas: een niet-hernieuwbare fossiele brandstof die voornamelijk wordt gebruikt om
gebouwen te verwarmen en elektriciteit op te wekken.
Emissies: broeikasgassen die kunnen ontstaan door verbranding vaan fossiele brandstoffen of
andere menselijke activiteiten.
Mitigatie: de inspanning die het vrijkomen van broeikasgassen vermindert of voorkomt,
waaronder het planten van koolstof absorberende bomen en het gebruik van hernieuwbare
energie.
Klimaatneutraal: Als je klimaatneutraal bent, dan draagt wat je doet niet bij aan de opwarming
van de aarde. Dat betekent dat je als land, organisatie of bedrijf de broeikasgassen die je
uitstoot, ook weer uit de lucht haalt. Dat heet ook wel 'negatieve emissies'.
Everett Rogers schreef de ‘diffusion of Innovations’-theorie. Het beschreef hoe ideeën zich dor
een bevolking verspreiden. Rogers plaatste mensen in een van de volgende vijf categorieën:
1. De vernieuwers (mensen die graag de eerste zijn)
2. De early adopters (mensen met leiderschapsrollen/ verandering omarmen)
3. De vroege meerderheid (mensen die niet leiden, maar ideeën aan nemen voor de
gemiddelde persoon)
4. De later meerderheid (mensen die eerst sceptisch zijn en later met de
meerderheid meedoet)
5. De achterblijvers (mensen die bewust niet kiezen mee te doen)