100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Analist module 2 25/26

Rating
-
Sold
1
Pages
43
Uploaded on
06-01-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van het vak Analist Module 2 gegeven door Joris Vanderpoorten.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 6, 2026
Number of pages
43
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Analist 2: Samenvatting

Les 1

Handelstarieven / importtarieven
Belastingen die een land heft op goederen die uit het buitenland worden
ingevoerd.
Voorbeeld: De VS legt 20% extra belasting op Europese auto’s, waardoor
ze duurder worden in Amerika.

Importheffing
Een ander woord voor een belasting op ingevoerde producten.
Voorbeeld: Een Chinese laptop wordt duurder door een Amerikaanse
importheffing.

Export
Goederen en diensten die een land verkoopt aan het buitenland.
Voorbeeld: België exporteert auto-onderdelen naar Duitsland.

Handelspartner
Een land waarmee een ander land handel drijft.
Voorbeeld: De EU is een belangrijke handelspartner van de VS.

Vrijhandelsakkoord
Een overeenkomst tussen landen om handel makkelijker te maken door
tarieven te verlagen of af te schaffen.
Voorbeeld: Binnen de EU gelden geen invoerrechten tussen lidstaten.

Basistarieven
De standaard invoerrechten die gelden als er geen vrijhandelsakkoord is.
Voorbeeld: Auto’s uit de VS vallen in Europa onder basistarieven omdat er
geen akkoord is.

Handelsbelemmeringen
Regels of belastingen die internationale handel moeilijker maken.
Voorbeeld: Hoge importtarieven of strenge productnormen.

Belasting over de toegevoegde waarde (btw)
Een belasting op consumptie die geldt voor bijna alle goederen en
diensten.
Voorbeeld: Op een product van 100 euro betaal je in België 21 euro btw.

Gelijk speelveld
Situatie waarin alle bedrijven aan dezelfde regels onderworpen zijn.
Voorbeeld: Zowel buitenlandse als lokale bedrijven moeten dezelfde
milieuregels volgen.

Handelstekort
Wanneer een land meer importeert dan exporteert.

,Voorbeeld: De VS kopen meer goederen uit Europa dan ze erheen
verkopen.

Handelsoverschot
Wanneer een land meer exporteert dan importeert.
Voorbeeld: China verkoopt meer aan het buitenland dan het aankoopt.

Begrotingstekort
Wanneer een overheid meer uitgeeft dan ze ontvangt aan inkomsten.
Voorbeeld: De overheid leent geld omdat belastinginkomsten niet
volstaan.

Bilaterale handelsbalans
Het verschil tussen import en export tussen twee specifieke landen.
Voorbeeld: De handelsbalans tussen de VS en Japan.

Autarkie / autarkisch land
Een economie die bijna alles zelf produceert en weinig handel drijft met
het buitenland.
Voorbeeld: Een land dat zijn eigen kleren, voedsel en technologie wil
maken.

Concurrentie
Wedijver tussen bedrijven of landen om producten goedkoper of beter te
maken.
Voorbeeld: Europese en Chinese autobouwers concurreren op prijs en
kwaliteit.

Productiviteit
Hoeveel een werknemer of bedrijf produceert per uur of per ingezette
middelen.
Voorbeeld: Een fabriek die meer auto’s maakt met hetzelfde personeel is
productiever.

Geopolitiek
De invloed van politiek en macht tussen landen op de wereld.
Voorbeeld: Handelstarieven beïnvloeden de relatie tussen de VS, China en
de EU.

Aanvoerschok
Een plots tekort aan belangrijke goederen, waardoor prijzen stijgen.
Voorbeeld: Minder gasimport leidt tot hogere energieprijzen.

Inflatie
Een algemene stijging van prijzen, waardoor geld minder waard wordt.
Voorbeeld: Met 100 euro kan je minder kopen dan vorig jaar.

,Economische groei
Toename van de productie en welvaart van een land.
Voorbeeld: Meer investeringen zorgen voor groei van de economie.

Overproductie
Wanneer bedrijven meer produceren dan er vraag is.
Voorbeeld: China maakt meer staal dan de wereld nodig heeft.

Dumping
Producten verkopen in het buitenland aan extreem lage prijzen, vaak
onder de kostprijs.
Voorbeeld: Goedkope Chinese zonnepanelen verdringen Europese
producenten.

Subsidies / subsidiëring
Financiële steun van de overheid aan bedrijven of sectoren.
Voorbeeld: De Chinese overheid steunt producenten van elektrische
auto’s.

Staatskapitalisme
Economisch systeem waarin de overheid een sterke rol speelt in bedrijven
en markten.
Voorbeeld: Grote Chinese bedrijven worden gestuurd en gesteund door de
staat.

Strategische sectoren
Belangrijke sectoren voor economie en veiligheid van een land.
Voorbeeld: Staal, chips en energie zijn strategische sectoren.

Koopkracht
Wat mensen met hun inkomen kunnen kopen.
Voorbeeld: Als prijzen stijgen maar lonen niet, daalt de koopkracht.

Industrieel beleid
Overheidsbeleid om bepaalde industrieën te stimuleren of beschermen.
Voorbeeld: Investeren in chipfabrieken om minder afhankelijk te zijn van
het buitenland.

Herindustrialisering
Het opnieuw opbouwen van industrie in een land.
Voorbeeld: Nieuwe fabrieken openen in de VS na jaren van delokalisatie.

Investeringen
Geld dat wordt uitgegeven om toekomstige winst te maken.
Voorbeeld: Een bedrijf bouwt een nieuwe fabriek.

, Handelsstromen verleggen
Handel verschuiven naar andere landen of markten.
Voorbeeld: Europa zoekt nieuwe exportmarkten buiten de VS.

Antidwanginstrument
EU-maatregel om economische druk van andere landen te beantwoorden.
Voorbeeld: De EU belast Amerikaanse diensten als tegenreactie op
importtarieven.

Rente
De kost die je betaalt om geld te lenen.
Voorbeeld: Lagere rente stimuleert bedrijven om te investeren.

mporttarief / invoertarief
Belasting die een land heft op goederen die uit het buitenland komen.
Voorbeeld: De VS heffen 15% importtarief op Europese producten.

Vergeldingstarief
Een importtarief als tegenreactie op tarieven van een ander land.
Voorbeeld: De EU verhoogt tarieven op Amerikaanse producten als
vergelding.

Handelsakkoord
Afspraak tussen landen over handel, tarieven en investeringen.
Voorbeeld: De VS sluiten een handelsakkoord met Japan over
invoerrechten.

Miljardeninvesteringen
Zeer grote investeringen van bedrijven of landen in een economie.
Voorbeeld: Japanse bedrijven investeren miljarden dollars in de VS.

Handelspartner
Een land waarmee een ander land handel drijft.
Voorbeeld: De EU is een belangrijke handelspartner van de VS.

Tariefinkomsten
Geld dat de overheid ontvangt uit importtarieven.
Voorbeeld: De Amerikaanse staat verdient miljarden aan invoerrechten.

Stagflatie
Situatie met tegelijk economische stilstand en hoge inflatie.
Voorbeeld: Hoge prijzen terwijl bedrijven niet groeien en jobs verdwijnen.

Inflatie
Algemene stijging van prijzen in een economie.
Voorbeeld: Boodschappen worden duurder dan vorig jaar.
$10.71
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
kaanlinthout

Get to know the seller

Seller avatar
kaanlinthout Arteveldehogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
1 week
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions