Aantekeningen criminologie
Week 1, les 1
Identificatie met slachtoffer:
- Angst en boosheid
o Bijv. als er insluipers worden gesignaleerd in de buurt waar jij woont, kunnen je angst
maken. De woede die ontstaat wanneer een klein kind seksueel wordt misbruikt
- Mededogen (medeleven)
o Bijv. het lopen van een stille tocht na een moord op een kind
Identificatie met verdachte:
- Bewondering
o Bijv. Pablo Escobar wordt gezien als een cultheld
- Mededogen (medeleven)
o Bijv. volgens de RK-kerk behoort het bezoeken van gevangenen tot een van de zeven
werken van barmhartigheid
Criminaliteit vanuit economisch perspectief:
Criminaliteit levert de samenleving een hoop schade op
Een moord in Nederland, kost 3.2 miljoen euro
Totale kosten criminaliteit: 20,2 miljard euro
Voorbeelden van criminologische vragen:
Waarom wordt de een misdadiger en de ander niet?
Zijn Marokkaanse jongeren crimineler dan Achterhoekers?
Plegen mannen meer criminaliteit dan vrouwen?
Neemt de criminaliteit ieder jaar toe in Nederland?
Straft de Nederlandse rechter te laag?
Definitie criminologie à De criminologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering
van menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop de
overheid en de rest van de maatschappij daarop reageert.
Binnen de criminologie staat de bestudering van ‘de menselijke gedraging’ centraal:
- Beschrijven
- Verklaren
- Voorspellen
Criminologie noemen we dan ook een gedragswetenschap of sociale wetenschap
Definitie criminoloog à een criminoloog is iemand die zich beroepshalve toelegt op de bestudering
van misdaad en straf maar daarbij, net als de rechter, juist wanneer de emoties hoog oplopen, het
hoofd koel probeert te houden. Hij of zij streeft bij zijn of haar oordeelsvorming naar een zo groot
mogelijke mate van objectiviteit.
Het doel van criminologie is doormiddel van wetenschappelijke kennis en inzichten een bijdrage
leveren aan een rationelere en humanere aanpak van criminaliteit.
Wat is criminaliteit?
- Criminaliteit: wordt bepaald door de wetgever en zal van tijd tot tijd en van land tot land
verschillen.
, - Criminalisering: het proces dat tot gevolg heeft dat bepaalde gedragingen van het etiket
‘crimineel’ worden voorzien door middel van strafbaarstelling, opsporing, vervolging en
berechting
- Decriminalisering: is het omgekeerde proces van criminalisering. Gedrag dat nu strafbaar is,
waarom eigenlijk? Legaliseren.
o Bijv. softdrugs, het is verboden, maar we gedogen het. Waarom?
Een criminoloog kijkt ook naar wat is strafbaar is. Dit is kritische criminologie:
Het bestuderen van de processen van (de)criminalisering
Wie bepalen de inhoud van de strafwet?
Welke belangen spelen hierbij een rol?
Waarom zijn sommige gedragingen in het ene lang wel strafbaar en in het andere niet
Geschiedenis:
Klassieke school:
- Eind 17e eeuw: de Verlichting; idee dat mensen in staat is om door het verstand de wereld te
begrijpen en te verbeteren
- Verlichters wilden de absolute macht van de vorst aan banden leggen, rechtelijke willekeur
voorkomen en wrede – onbeschaafde- straffen uitbannen.
- Beccaria, Italiaans filosoof, was de meest invloedrijke uitdrager van deze verlichte ideeën over
misdaad en straf:
o Rechtsmaat met de staat = sociaal contract dat burgers zijn aangegaan
o Criminaliteit is overtreding van dat sociaal contract en moest proportioneel en in
gelijke gevallen worden gestraft. Bovendien moest een en ander in duidelijke wetten
zijn verankerd (legaliteit)
- Positivistische school
o 19e eeuw: sterke ontwikkeling in technologie en wetenschap
o Ontstaan van meer deterministisch mensbeeld: vrijheid van handelen van mensen
wordt sterk beperkt door mogelijkheden en omstandigheden. Menselijke gedrag
wordt bepaald door factoren waarop de mens zelf weinig invloed heeft.
o Italiaanse antropologieschool: zocht de oorzaken van crimineel gedrag in de mens
zelf en was sterk beïnvloed door de medische wetenschap. Met name Lombrose en
Buikhuisen. Lombrose eerste criminoloog.
o Franse mileuschool: ontstaan door de ontwikkeling van de sociologie en statistiek.
Napoleon voerde veel aspecten van ons huidige overheidsapparaat.
o Socialistische criminologie: oorzaken voor crimineel gedrag worden zowel in
biologische als sociologische factoren gezocht.
Abstractieniveaus in de criminologie:
Micro; kenmerken of gedrag van afzonderlijke mensen (sommige hersenafwijkingen
vergroten de kans op agressief gedrag)
Meso; verschijnselen die zich voordoen in groepen en organisaties (sociale cohesie)
Macro; grote menselijke verbanden en samenlevingen (verschil in criminaliteit VS en Japan)
,Week 2
Media schetsen soms verkeerd beeld van criminaliteit
- Boemanconcept; de veronderstelling over misdadigers, waarin op irrationele gronden
negatieve kenmerken aan hen worden toegeschreven.
- Morele paniek; elkaar versterkende en disproportionele reacties van de media, politiek en
het publiek op deviante verschijnselen die worden ervaren als bedreigend of zelfs
ondermijnend voor maatschappelijke waarden en belangen.
Een criminoloog streeft naar objectieve tijd: hoe zit het nu werkelijk met de omvang, aard en
ontwikkeling van criminaliteit? Dit leidt tot nuancering van de verkeerd geschetse beelden in
bijv. de media.
Een criminoloog kan objectief zijn aan de hand van statistieken. Waarin:
- Criminaliteit als algemeen begrip: omvang, groei, trends, aard en ernst
- Daders en slachtoffers: geslacht, leeftijd, etniciteit, sociale klasse/ opleidigsniveau,
woonplaats, buurt
- Motieven: economisch, seksuele, agressieve, politieke
- Pleegplaats: straat, thuis, werkplek, online/offline
Politieregristraties: alle ter kennis van de politie gekomen misdrijven en overtredingen
Gerechtelijke registraties: afhandeling in het strafrechtelijk systeem.
Het CBS houden de politieregistraties en gerechtelijke registraties bij, zij maken daar rapporten van.
Opdracht:
Vraag 1:Politieregistratie en gerechtelijke registratie, veiligthuis
Vraag 2:Politie door haal en brengwerk en gerechtelijk door veroordelingen
Vraag 3: Niet alles geregistreerd en politie neemt niet alles op. Soms wordt er ook geen aangifte
gedaan.
Vraag 4:
De politiestatistiek
Indeling CBS
• Gewelds/seksuele misdrijven
• Vermogensmisdrijven
• Vernieling en verstoring openbare orde
• Overige misdrijven WvSr
• Wegenverkeerswet
• WED
• Opiumwet
• WWM
• Wetboek Militair St
Hoe komt de politie aan deze cijfers?
- Haalwerk; delicten die de politie zelf vaststelt (te hard rijden, rijden onder invloed, handel in
drugs) dit door middel van controles
o Als politie meer controles uitvoert, neemt aantal geregistreerde delicten toe. Zo’n
toename zegt niets over trend in deze criminaliteitsvormen. Zegt slechts iets over
trend in inspanning van politie
- Brengwerk: delicten waarvan de politie door slachtoffers of getuigen van de hoogte wordt
gebracht
, o Niet iedereen doet aangifte; waarom?
kwestie niet ernstig (weinig schade of gering letsel)
schaamte
angst voor wraak
men verwacht niet serieus genomen te worden
men verwacht dat de politie geen speurwerk doet
men verwacht dat de dader niet gepakt wordt
bedrijven willen hun goede naam niet aantast
o De politie registreert de aangegeven delicten niet of foutief: waarom?
tijdgebrek
de politie ziet het niet als taak om zich met het probleem bezig te houden
verkeerde classificatie
veranderingen/verbeteringen in automatisering
door beleidsverandering
door valse aangiftes
o Slachtofferloze delicten blijven onbekend
Indexcijfers
Bezwaren tegen indexeren (berekening criminaliteitscijfers per 100.000 inwoners van 12-79 jaar)
Het enkele criterium lijftijd (12-79 jaar) is discutabel
• Meiden en vrouwen plegen weinig delicten, toch worden zij bij deze relatieve aantallen ten
volle meegerekend.
• De verschillende leeftijdscategorieën zijn niet op ieder moment even omvangrijk
• Niet alleen Nederlanders verblijven in Nederland.
Andere opmerkingen t.a.v. vorige tabel
• Bereidheid bevolking om misdrijven door te geven en de registratiemethoden politie
verschillen per stad.
• Daarom geven de politiecijfers per 1.000 inwoners een verkeerd beeld van de relatieve
veiligheid van de gemeente
Tussen 1970 en 2000 is de geregistreerde vermogenscriminaliteit verdrievoudigd. Betekent dat een
reële stijging van de criminaliteit?
Het antwoord is niet zomaar gegeven. Misschien is er een stijging in de aangiftebereidheid van
slachtoffers. Misschien beter registratiebeleid van politie? Misschien grote inzet van de politie?
Waar dien je bij internationaal criminologisch onderzoek op te letten?
- De sociale economische en infrastructurele verschillen tussen landen
- Beleidsverschillen (registratiebereidheid) per land
- Aangiftebereidheid verschilt per land
- Ieder land geeft zijn eigen Wetboek van strafrecht. De delict omschrijving zijn niet identiek,
waardoor er niet hetzelfde gedrag wordt geregistreerd.
Conclusie:
1. Politiecijfers zijn onvolledig en geven daarom niet het volledige beeld van de criminaliteit. Ze
tonen slecht het topje van de ijsberg
2. Het deel dat wel te zien is, is bovendien over de jaren heen variabel:
a. Variabel qua proportie dat ter kennis komt van de politie
b. Variabel qua nauwkeurigheid waarmee de politie aangiftes registreert
Self-report studies daders
Voorwaarden voor betrouwbare resultaten vragenlijst
Week 1, les 1
Identificatie met slachtoffer:
- Angst en boosheid
o Bijv. als er insluipers worden gesignaleerd in de buurt waar jij woont, kunnen je angst
maken. De woede die ontstaat wanneer een klein kind seksueel wordt misbruikt
- Mededogen (medeleven)
o Bijv. het lopen van een stille tocht na een moord op een kind
Identificatie met verdachte:
- Bewondering
o Bijv. Pablo Escobar wordt gezien als een cultheld
- Mededogen (medeleven)
o Bijv. volgens de RK-kerk behoort het bezoeken van gevangenen tot een van de zeven
werken van barmhartigheid
Criminaliteit vanuit economisch perspectief:
Criminaliteit levert de samenleving een hoop schade op
Een moord in Nederland, kost 3.2 miljoen euro
Totale kosten criminaliteit: 20,2 miljard euro
Voorbeelden van criminologische vragen:
Waarom wordt de een misdadiger en de ander niet?
Zijn Marokkaanse jongeren crimineler dan Achterhoekers?
Plegen mannen meer criminaliteit dan vrouwen?
Neemt de criminaliteit ieder jaar toe in Nederland?
Straft de Nederlandse rechter te laag?
Definitie criminologie à De criminologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering
van menselijke gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en van de wijze waarop de
overheid en de rest van de maatschappij daarop reageert.
Binnen de criminologie staat de bestudering van ‘de menselijke gedraging’ centraal:
- Beschrijven
- Verklaren
- Voorspellen
Criminologie noemen we dan ook een gedragswetenschap of sociale wetenschap
Definitie criminoloog à een criminoloog is iemand die zich beroepshalve toelegt op de bestudering
van misdaad en straf maar daarbij, net als de rechter, juist wanneer de emoties hoog oplopen, het
hoofd koel probeert te houden. Hij of zij streeft bij zijn of haar oordeelsvorming naar een zo groot
mogelijke mate van objectiviteit.
Het doel van criminologie is doormiddel van wetenschappelijke kennis en inzichten een bijdrage
leveren aan een rationelere en humanere aanpak van criminaliteit.
Wat is criminaliteit?
- Criminaliteit: wordt bepaald door de wetgever en zal van tijd tot tijd en van land tot land
verschillen.
, - Criminalisering: het proces dat tot gevolg heeft dat bepaalde gedragingen van het etiket
‘crimineel’ worden voorzien door middel van strafbaarstelling, opsporing, vervolging en
berechting
- Decriminalisering: is het omgekeerde proces van criminalisering. Gedrag dat nu strafbaar is,
waarom eigenlijk? Legaliseren.
o Bijv. softdrugs, het is verboden, maar we gedogen het. Waarom?
Een criminoloog kijkt ook naar wat is strafbaar is. Dit is kritische criminologie:
Het bestuderen van de processen van (de)criminalisering
Wie bepalen de inhoud van de strafwet?
Welke belangen spelen hierbij een rol?
Waarom zijn sommige gedragingen in het ene lang wel strafbaar en in het andere niet
Geschiedenis:
Klassieke school:
- Eind 17e eeuw: de Verlichting; idee dat mensen in staat is om door het verstand de wereld te
begrijpen en te verbeteren
- Verlichters wilden de absolute macht van de vorst aan banden leggen, rechtelijke willekeur
voorkomen en wrede – onbeschaafde- straffen uitbannen.
- Beccaria, Italiaans filosoof, was de meest invloedrijke uitdrager van deze verlichte ideeën over
misdaad en straf:
o Rechtsmaat met de staat = sociaal contract dat burgers zijn aangegaan
o Criminaliteit is overtreding van dat sociaal contract en moest proportioneel en in
gelijke gevallen worden gestraft. Bovendien moest een en ander in duidelijke wetten
zijn verankerd (legaliteit)
- Positivistische school
o 19e eeuw: sterke ontwikkeling in technologie en wetenschap
o Ontstaan van meer deterministisch mensbeeld: vrijheid van handelen van mensen
wordt sterk beperkt door mogelijkheden en omstandigheden. Menselijke gedrag
wordt bepaald door factoren waarop de mens zelf weinig invloed heeft.
o Italiaanse antropologieschool: zocht de oorzaken van crimineel gedrag in de mens
zelf en was sterk beïnvloed door de medische wetenschap. Met name Lombrose en
Buikhuisen. Lombrose eerste criminoloog.
o Franse mileuschool: ontstaan door de ontwikkeling van de sociologie en statistiek.
Napoleon voerde veel aspecten van ons huidige overheidsapparaat.
o Socialistische criminologie: oorzaken voor crimineel gedrag worden zowel in
biologische als sociologische factoren gezocht.
Abstractieniveaus in de criminologie:
Micro; kenmerken of gedrag van afzonderlijke mensen (sommige hersenafwijkingen
vergroten de kans op agressief gedrag)
Meso; verschijnselen die zich voordoen in groepen en organisaties (sociale cohesie)
Macro; grote menselijke verbanden en samenlevingen (verschil in criminaliteit VS en Japan)
,Week 2
Media schetsen soms verkeerd beeld van criminaliteit
- Boemanconcept; de veronderstelling over misdadigers, waarin op irrationele gronden
negatieve kenmerken aan hen worden toegeschreven.
- Morele paniek; elkaar versterkende en disproportionele reacties van de media, politiek en
het publiek op deviante verschijnselen die worden ervaren als bedreigend of zelfs
ondermijnend voor maatschappelijke waarden en belangen.
Een criminoloog streeft naar objectieve tijd: hoe zit het nu werkelijk met de omvang, aard en
ontwikkeling van criminaliteit? Dit leidt tot nuancering van de verkeerd geschetse beelden in
bijv. de media.
Een criminoloog kan objectief zijn aan de hand van statistieken. Waarin:
- Criminaliteit als algemeen begrip: omvang, groei, trends, aard en ernst
- Daders en slachtoffers: geslacht, leeftijd, etniciteit, sociale klasse/ opleidigsniveau,
woonplaats, buurt
- Motieven: economisch, seksuele, agressieve, politieke
- Pleegplaats: straat, thuis, werkplek, online/offline
Politieregristraties: alle ter kennis van de politie gekomen misdrijven en overtredingen
Gerechtelijke registraties: afhandeling in het strafrechtelijk systeem.
Het CBS houden de politieregistraties en gerechtelijke registraties bij, zij maken daar rapporten van.
Opdracht:
Vraag 1:Politieregistratie en gerechtelijke registratie, veiligthuis
Vraag 2:Politie door haal en brengwerk en gerechtelijk door veroordelingen
Vraag 3: Niet alles geregistreerd en politie neemt niet alles op. Soms wordt er ook geen aangifte
gedaan.
Vraag 4:
De politiestatistiek
Indeling CBS
• Gewelds/seksuele misdrijven
• Vermogensmisdrijven
• Vernieling en verstoring openbare orde
• Overige misdrijven WvSr
• Wegenverkeerswet
• WED
• Opiumwet
• WWM
• Wetboek Militair St
Hoe komt de politie aan deze cijfers?
- Haalwerk; delicten die de politie zelf vaststelt (te hard rijden, rijden onder invloed, handel in
drugs) dit door middel van controles
o Als politie meer controles uitvoert, neemt aantal geregistreerde delicten toe. Zo’n
toename zegt niets over trend in deze criminaliteitsvormen. Zegt slechts iets over
trend in inspanning van politie
- Brengwerk: delicten waarvan de politie door slachtoffers of getuigen van de hoogte wordt
gebracht
, o Niet iedereen doet aangifte; waarom?
kwestie niet ernstig (weinig schade of gering letsel)
schaamte
angst voor wraak
men verwacht niet serieus genomen te worden
men verwacht dat de politie geen speurwerk doet
men verwacht dat de dader niet gepakt wordt
bedrijven willen hun goede naam niet aantast
o De politie registreert de aangegeven delicten niet of foutief: waarom?
tijdgebrek
de politie ziet het niet als taak om zich met het probleem bezig te houden
verkeerde classificatie
veranderingen/verbeteringen in automatisering
door beleidsverandering
door valse aangiftes
o Slachtofferloze delicten blijven onbekend
Indexcijfers
Bezwaren tegen indexeren (berekening criminaliteitscijfers per 100.000 inwoners van 12-79 jaar)
Het enkele criterium lijftijd (12-79 jaar) is discutabel
• Meiden en vrouwen plegen weinig delicten, toch worden zij bij deze relatieve aantallen ten
volle meegerekend.
• De verschillende leeftijdscategorieën zijn niet op ieder moment even omvangrijk
• Niet alleen Nederlanders verblijven in Nederland.
Andere opmerkingen t.a.v. vorige tabel
• Bereidheid bevolking om misdrijven door te geven en de registratiemethoden politie
verschillen per stad.
• Daarom geven de politiecijfers per 1.000 inwoners een verkeerd beeld van de relatieve
veiligheid van de gemeente
Tussen 1970 en 2000 is de geregistreerde vermogenscriminaliteit verdrievoudigd. Betekent dat een
reële stijging van de criminaliteit?
Het antwoord is niet zomaar gegeven. Misschien is er een stijging in de aangiftebereidheid van
slachtoffers. Misschien beter registratiebeleid van politie? Misschien grote inzet van de politie?
Waar dien je bij internationaal criminologisch onderzoek op te letten?
- De sociale economische en infrastructurele verschillen tussen landen
- Beleidsverschillen (registratiebereidheid) per land
- Aangiftebereidheid verschilt per land
- Ieder land geeft zijn eigen Wetboek van strafrecht. De delict omschrijving zijn niet identiek,
waardoor er niet hetzelfde gedrag wordt geregistreerd.
Conclusie:
1. Politiecijfers zijn onvolledig en geven daarom niet het volledige beeld van de criminaliteit. Ze
tonen slecht het topje van de ijsberg
2. Het deel dat wel te zien is, is bovendien over de jaren heen variabel:
a. Variabel qua proportie dat ter kennis komt van de politie
b. Variabel qua nauwkeurigheid waarmee de politie aangiftes registreert
Self-report studies daders
Voorwaarden voor betrouwbare resultaten vragenlijst