Cariologie 5 materialen 2 J3P1
Leerdoelen
De student kan:
• Vertellen hoe materialen aan een tand kunnen hechten
• Verschillende materiaaleigenschappen benoemen en de gevolgen voor de verwerking in de mond.
• Voor- en nadelen noemen van verschillende vulmaterialen in de mond.
• De verwerkingsprocedures van vulmaterialen kennen .
• De invloed en gevolgen uitleggen van vochtcontaminatie.
Contaminatie Hoofdstuk 6 blz. 139-142 (Marlyn Winterink, Renee Schiphof, Linde van Grieken)
Gelijktijdige hechting aan glazuur en dentine
1. Ets-en-spoelsystemen : tegelijkertijd aan dentine en glazuur een goede hechting.
2. Zelf-etsende primersystemen:
blijven achter op het punt van hechting aan glazuur.
Gevoeliger voor speekselcontaminatie dan ets-en-spoelsystemen.
3. Selectief Etsen: verbeterd hechting aan glazuur.
Selectief etsen
• Contaminatie van het dentine met het fosforzuur vermijden
bij contact tussen dentine en fosforzuur is er onvoldoende hydroxylapatiet waar het
monomeer zich chemisch aan kan hechten (oppervlak bestaat dan geheel uit
collageenvezels).
• Glazuur wel etsen met fosforzuur voorafgaand aan de zelf-etsende primer.
Betere randkwaliteit aan de glazuurzijde bij klasse V-restauraties.
Definitie Contaminatie
Dentine/glazuur komt in contact met speeksel, creviculaire vloeistof, bloed en andere
verontreinigingen.
Contaminatie voorkomen
1. Fosforzuur
2. Alcohol en aceton (aanwezig in primers/hechtlakken)
Contaminatie bij hechting aan glazuur
Ets-en-spoelsystemen
• Na het etsen
• Na het appliceren en polymeriseren van de primer.
Gaat ten koste van de randkwaliteit van de restauratie
Primer nogmaals appliceren
• Voor applicatie van de primer
Primer maakt contaminatie ongedaan.
,Contaminatie bij hechting aan glazuur
Zelfetsende primer
• Contaminatie beslepen runderglazuur met speeksel voor applicatie zelfetsende primer
Vermindering microtreksterkte
• Uitgebreid spoelen met water voor applicatie zelfetsende primer
Verbetering hechtsterkte bij Clearfil SE Bond
Lang niet alle eiwitten worden verwijderend.
Contaminatie bij hechting aan dentine
• Na contaminatie met bloed is alleen spoelen en drogen niet in staat de contaminatie te elimineren.
• Re-applicatie van de etsende primer wordt beschouwd als de beste methode.
• Als het dentine wordt gecontamineerd met speeksel kan men andere reinigingsprotocollen
toepassen, alvorens een zelfetsende primer te appliceren.
• Uit onderzoek is gebleken:
→ dat speekselcontaminatie lagere hechtwaarden opleverden dan bij de niet-gecontamineerde
controlegroep. Hierbij wordt er geen verschil gemeten tussen contaminatie vóór polymerisatie van
adhesieven, na polymerisatie of na polymerisatie waarna spoelen, drogen en reapplicatie van
adhesief toegepast is.
• De hechting kon weer hersteld worden tot op het niveau van de nietgecontamineerde groep door
re-applicatie van adhesieven na spoelen en drogen.
• Polymerisatie voor contaminatie verhindert het binnendringen van speeksel.
• Slecht gepolymeriseerd adhesief en speeksel worden weggeblazen door te drogen met lucht.
Hierdoor lijkt de contaminatie deels ongedaan gemaakt te worden.
Andere verontreinigingen dan bloed en speeksel
• Zinkoxide-eugenol (zit in tijdelijke cementen)
Meerdere studies; discutabel
Verminderde hechting aan glazuur en dentine
• Calciumhydroxide (wordt veelvoudig ingesloten om endodontische redenen)
Verminderd sterkte van dentine
• Cariesdetectiemiddelen?
Meerdere studies; discutabel
Ene studie zegt negatief effect
Andere studie zegt geen effect
• Bloedstelpende middelen (ijzersulfaat & aluminiumchloride)
Interfereren met de hechting
Dentine vertoond verlaagde treksterkte
Spoelen met CHX kan het effect voorkomen
• Desinfectantia
Meestal geen invloed op hechting (m.n.CHX en benzalkoniumchloride bevattende producten)
Ora5 (o.b.v. Kaliumjodide en kopersulfaat) maakt goede hechting onmogelijk
, • Olie uit airrotor
Geringe verlaging van de hechtsterkte
• Bleken van gebitselementen vlak voor adhesieve procedure
Aanzienlijke afname in hechtsterkte aan glazuur en dentine
Na bleken veel zuurstof aanwezig waardoor polymerisatie van kunststoffen wordt
belemmerd.
Advies 24 uur – 2 weken wachten na bleken (6 weken voor betrouwbare kleurbepaling van
restauratie)
Contaminatie bij hechting van composiet aan composiet
• Spoelen levert een aanzienlijke verbetering op van de hechtsterkte bij alle composieten
• Stevig droogblazen effectiever dan zachte luchtstroom omdat speekselfilm dunner wordt
Inleiding Cariës laesies hfd 7 blz 151-155
Het ideale vulmateriaal dient de biologische en functionele eigenschappen van het verloren
gegane tandweefsel te vervangen. Hierbij spelen esthetiek en slijtvastheid ook een rol.
Technologische ontwikkelingen maken het tegenwoordig mogelijk om vulmateriaal aan
deze eigenschappen te laten voldoen. Er zijn zelden allergische reacties op composiet.
7.1 Materiaal
• Composiet werd in 1963 geïntroduceerd door Bowen.
• Het is samengesteld uit een kunststofmatrix met:
Initiator
Katalysator
Pigmenten
Vulstof (glas of kwarts)
• Composiet kan verharden doordat de kunststofmatrix een polymerisatiereactie maakt bij het
uitharden met speciaal licht uit de unit. Hierdoor verhardt en krimpt de matrix enigszins.
7.2 Indicatiegebied
• Composiet is een universeel restauratiemateriaal
• Vanwege zijn voortreffelijke esthetische eigenschappen is het overal in de mond te gebruiken
• Vanwege de sterkte en de slijtvastheid kan het zelfs gebruikt worden om tandweefsel wat verloren
is gegaan door trauma, te vervangen
7.3 Samenstelling
1) Matrix
• Er kunnen verschillende kunststoffen gebruikt kunnen worden als matrix. Oorspronkelijk bevatten
composieten bis-GMA. Sommige composieten bevatten andere kunststoffen die een lagere
viscositeit (stroperigheid) hebben.
Leerdoelen
De student kan:
• Vertellen hoe materialen aan een tand kunnen hechten
• Verschillende materiaaleigenschappen benoemen en de gevolgen voor de verwerking in de mond.
• Voor- en nadelen noemen van verschillende vulmaterialen in de mond.
• De verwerkingsprocedures van vulmaterialen kennen .
• De invloed en gevolgen uitleggen van vochtcontaminatie.
Contaminatie Hoofdstuk 6 blz. 139-142 (Marlyn Winterink, Renee Schiphof, Linde van Grieken)
Gelijktijdige hechting aan glazuur en dentine
1. Ets-en-spoelsystemen : tegelijkertijd aan dentine en glazuur een goede hechting.
2. Zelf-etsende primersystemen:
blijven achter op het punt van hechting aan glazuur.
Gevoeliger voor speekselcontaminatie dan ets-en-spoelsystemen.
3. Selectief Etsen: verbeterd hechting aan glazuur.
Selectief etsen
• Contaminatie van het dentine met het fosforzuur vermijden
bij contact tussen dentine en fosforzuur is er onvoldoende hydroxylapatiet waar het
monomeer zich chemisch aan kan hechten (oppervlak bestaat dan geheel uit
collageenvezels).
• Glazuur wel etsen met fosforzuur voorafgaand aan de zelf-etsende primer.
Betere randkwaliteit aan de glazuurzijde bij klasse V-restauraties.
Definitie Contaminatie
Dentine/glazuur komt in contact met speeksel, creviculaire vloeistof, bloed en andere
verontreinigingen.
Contaminatie voorkomen
1. Fosforzuur
2. Alcohol en aceton (aanwezig in primers/hechtlakken)
Contaminatie bij hechting aan glazuur
Ets-en-spoelsystemen
• Na het etsen
• Na het appliceren en polymeriseren van de primer.
Gaat ten koste van de randkwaliteit van de restauratie
Primer nogmaals appliceren
• Voor applicatie van de primer
Primer maakt contaminatie ongedaan.
,Contaminatie bij hechting aan glazuur
Zelfetsende primer
• Contaminatie beslepen runderglazuur met speeksel voor applicatie zelfetsende primer
Vermindering microtreksterkte
• Uitgebreid spoelen met water voor applicatie zelfetsende primer
Verbetering hechtsterkte bij Clearfil SE Bond
Lang niet alle eiwitten worden verwijderend.
Contaminatie bij hechting aan dentine
• Na contaminatie met bloed is alleen spoelen en drogen niet in staat de contaminatie te elimineren.
• Re-applicatie van de etsende primer wordt beschouwd als de beste methode.
• Als het dentine wordt gecontamineerd met speeksel kan men andere reinigingsprotocollen
toepassen, alvorens een zelfetsende primer te appliceren.
• Uit onderzoek is gebleken:
→ dat speekselcontaminatie lagere hechtwaarden opleverden dan bij de niet-gecontamineerde
controlegroep. Hierbij wordt er geen verschil gemeten tussen contaminatie vóór polymerisatie van
adhesieven, na polymerisatie of na polymerisatie waarna spoelen, drogen en reapplicatie van
adhesief toegepast is.
• De hechting kon weer hersteld worden tot op het niveau van de nietgecontamineerde groep door
re-applicatie van adhesieven na spoelen en drogen.
• Polymerisatie voor contaminatie verhindert het binnendringen van speeksel.
• Slecht gepolymeriseerd adhesief en speeksel worden weggeblazen door te drogen met lucht.
Hierdoor lijkt de contaminatie deels ongedaan gemaakt te worden.
Andere verontreinigingen dan bloed en speeksel
• Zinkoxide-eugenol (zit in tijdelijke cementen)
Meerdere studies; discutabel
Verminderde hechting aan glazuur en dentine
• Calciumhydroxide (wordt veelvoudig ingesloten om endodontische redenen)
Verminderd sterkte van dentine
• Cariesdetectiemiddelen?
Meerdere studies; discutabel
Ene studie zegt negatief effect
Andere studie zegt geen effect
• Bloedstelpende middelen (ijzersulfaat & aluminiumchloride)
Interfereren met de hechting
Dentine vertoond verlaagde treksterkte
Spoelen met CHX kan het effect voorkomen
• Desinfectantia
Meestal geen invloed op hechting (m.n.CHX en benzalkoniumchloride bevattende producten)
Ora5 (o.b.v. Kaliumjodide en kopersulfaat) maakt goede hechting onmogelijk
, • Olie uit airrotor
Geringe verlaging van de hechtsterkte
• Bleken van gebitselementen vlak voor adhesieve procedure
Aanzienlijke afname in hechtsterkte aan glazuur en dentine
Na bleken veel zuurstof aanwezig waardoor polymerisatie van kunststoffen wordt
belemmerd.
Advies 24 uur – 2 weken wachten na bleken (6 weken voor betrouwbare kleurbepaling van
restauratie)
Contaminatie bij hechting van composiet aan composiet
• Spoelen levert een aanzienlijke verbetering op van de hechtsterkte bij alle composieten
• Stevig droogblazen effectiever dan zachte luchtstroom omdat speekselfilm dunner wordt
Inleiding Cariës laesies hfd 7 blz 151-155
Het ideale vulmateriaal dient de biologische en functionele eigenschappen van het verloren
gegane tandweefsel te vervangen. Hierbij spelen esthetiek en slijtvastheid ook een rol.
Technologische ontwikkelingen maken het tegenwoordig mogelijk om vulmateriaal aan
deze eigenschappen te laten voldoen. Er zijn zelden allergische reacties op composiet.
7.1 Materiaal
• Composiet werd in 1963 geïntroduceerd door Bowen.
• Het is samengesteld uit een kunststofmatrix met:
Initiator
Katalysator
Pigmenten
Vulstof (glas of kwarts)
• Composiet kan verharden doordat de kunststofmatrix een polymerisatiereactie maakt bij het
uitharden met speciaal licht uit de unit. Hierdoor verhardt en krimpt de matrix enigszins.
7.2 Indicatiegebied
• Composiet is een universeel restauratiemateriaal
• Vanwege zijn voortreffelijke esthetische eigenschappen is het overal in de mond te gebruiken
• Vanwege de sterkte en de slijtvastheid kan het zelfs gebruikt worden om tandweefsel wat verloren
is gegaan door trauma, te vervangen
7.3 Samenstelling
1) Matrix
• Er kunnen verschillende kunststoffen gebruikt kunnen worden als matrix. Oorspronkelijk bevatten
composieten bis-GMA. Sommige composieten bevatten andere kunststoffen die een lagere
viscositeit (stroperigheid) hebben.