Deel I: elementaire eenheden vd sociologie
● Ht 1: sociologie als wetenschap
Wat is sociologie niet?
- Sociologie is geen anti-economisme
Anti–economisme: verzet tegen de fundamenten van de economische wetenschap
→ sociologen gebruiken vaak economische theorieën
- Sociologie is geen socialisme
= politieke ideologie: geheel van ideeën, overtuigingen en waarden over hoe de
samenleving ingericht zou moeten
↔ sociologie als wetenschap heeft geen ideologie
↔ De sociologie als wetenschap heeft geen politiek programma
- Sociologie is meer dan een verhaal
Verhaal: uitleg over de werkelijkheid zoals die werkelijkheid zou moeten zijn
→ belangrijk in wetenschap, verhalen helpen om hypotheses op te stellen
~hypothese: uitspraak over werkelijkheid zoals ze zou moeten zijn (weten we nog niet)
pas wanneer een model overeenkomt met de realiteit ⇒ verklaring
←→ economie: beginnen model, testen later aan de realiteit
- Sociologie praat het verwerpelijke niet goed
⇒ probeert te construeren hoe mensen goed en kwaad definiëren, hoe en waarom
sommigen deze ‘regels’ overtreden
MAAR maakt zelf geen onderscheid tussen goed en kwaad, onderzoekt hoe samenlevingen
het onderscheid zelf maken
● ‘sociologie bestudeert sociaal handelen’
sociologie bestaat uit
→ sociaal handelen: het interpersoonlijke
→ sociale feiten: het strakte maatschappelijk dat wordt opgelegd
⇒ psychologen
: uiterlijk waarneembaar
⇒ onderdeel sociologen
: gedragingen die een intentie hebben
⇒ sociologen
: handeling dat wederzijds coördineert
met anderen (verschil in gedrag)
,criterium sociaal handelen:
1) intentionaliteit: bewust met een doel een handeling uitvoeren
vb. ademen is niet intentioneel, schrijven is intentioneel
2) coördinatie: wederzijdse sociale coördinatie tussen mensen
⇒ minder in psychologie, meer in sociale wetenschappen (ook economie)
! zelfde gedrag kan tot verschillende deelverzamelingen horen
vb bidden. alleen bidden is geen sociale handeling (intentioneel)
maar gebeden in de kerk zijn bepaald door de gemeenschap (coördinatie)
types van (sociaal) handelen -Max Weber
➔ doelrationeel/ instrumenteel rationeel handelen: mensen maximaliseren nut met de
kennis die ze hebben obv beschikbare opties (budget, tijd,...)
vb. snelste trein naar huis nemen, producenten verkopen aan de hoogste prijs
⇒ economisten
➔ waarderationeel: mensen handelen omwille van de handeling zelf
vb. sporten, muziek luisteren, zelfmoordterrorist die uit geloof handelt
⇒ socialisten
➔ affectief/ emotioneel handelen: handelen uit extreme emoties (niet rationeel)
vb. prof slagen na slecht examen, knuffelen
➔ traditioneel: gewoontegetrouw/ automatisch handelen (niets te maken met traditie)
vb. tanden poetsen
! verschillende rationaliteiten kunnen door elkaar lopen in de werkelijkheid
1. zinloos handelen bestaat niet: handelingen hebben altijd een intentie/zin
vb. zinloos geweld bestaat niet → affectief handelen
2. groot verschil tussen sociologie en andere sociale wetenschappen
- gedrag vs. handelen als object
- sociaal handelen
- niet-rationeel handelen kan ook zinvol zijn
- meer dan 1 soort rationaliteit
● ‘sociologie is de wetenschap van sociale feiten’
sociologie bestaat uit
→ sociaal handelen: het interpersoonlijke
→ sociale feiten: het strakte maatschappelijk dat wordt opgelegd
= voor geboorte liggen sommige dingen al vast
dwingend : kan niet zomaar aan ontsnappen (kunnen ‘sancties’ uitlokken)
vb. taal als collectief goed: gebruik houdt het gebruik voor iemand anders niet tegen
⇒ hyper collectief goed: waarde wordt groter naargelang het meer gebruikt wordt
,ook al hangen er sancties aan vast ⇒ geen enkele regel nog niet overtreden (universeel)
vb. zelfdoding als ‘normaal’ verschijning
~altruïstische zelfdoding: samenlevingen waar het bijna verwacht wordt, ‘normaal’
vb. soldaat die zich opoffert
~anomische zelfdoding: niet geïntegreerd in de samenleving, ‘taboe/overtreding’
sociale structuur: structuur van een samenleving los van de individuele namen vd mensen
vb. alle namen van 2de bachelor of gewoon bekijken als 2de bachelor in het algemeen
sociaal systeem: binnen de samenleving bestaan werelden met eigen logica en regels
vb. kunstwereld, bedrijfswereld
● ‘sociologie is een product van de sociologen in de samenleving’
→ roeping om eigen (zelf participerende) samenleving beter te begrijpen
+ ze kennen de samenleving van binnenuit
- vaak dezelfde blinde vlekken als de andere deelnemers
gevolgen op het onderzoek:
→ cultuur, normen, waarden, tijdsgeest heeft invloed op wat bestudeert wordt
⇒ Wat is relevant onderzoek? → subjectieve keuze (door samenleving bepaalt)
⇒ Wat is aanvaardbaar? → subjectief (bepaald door de taboes binnen samenleving)
bv. ‘mensen worden als crimineel geboren’ (1876), ‘door structuur samenleving’(nu)
⇒ tijdgeest bepaald welke theorieën gelooft worden
→ macht/ machtsongelijkheid speelt belangrijke rol in wat bestudeert wordt
: groepen met macht proberen eigen argumenten te ondersteunen door onderzoek
vb. tabaksindustrie voor ‘50 werden slechte effecten verzwegen
! ‘goede’ wetenschap kan niet zonder machtsuitoefening
vb. peer review: onderzoeken worden beoordeelt
probleem van waarden en wetenschap
Hoe geven we machtsverschillen en verschillende wereldbeelden een plaats in wetenschap?
1. positivistische ideologie: wetenschappers doen niet aan waarden en politiek
⇒ NIET WAAR: zou moeten maar kunnen het niet vermijden
2. waardevrijheid en waardenbetrokkenheid: waarden hebben een invloed op de
wetenschap maar kern van de wetenschap wordt niet beïnvloed
- waardevrijheid: onderzoek is vrij van waardeoordelen
- waardenbetrokkenheid: waarden hebben invloed
⇒ wordt pas een probleem als de onderzoeksresultaten beïnvloed worden
3. reflexieve sociologie: verband tussen wie je als onderzoeker bent en wat je
onderzoekt ⇒ onderzoeker moet zichzelf analyseren: sociologie vd sociologie
, ● “sociologie jaagt mythen”
Welke voorwaarden moeten voldaan worden om sociologie een wetenschap te noemen?
vergelijking dagelijks leven (normale mensen) en de sociologie (onderbouwd?):
~bestuderen de uitgebreide kennis over de samenleving
~concurrentie met publieke opinie (iedereen anders die een opinie heeft)
⇐⇒ dagelijks leven als sociale oordeelsvorming moet snel, intuïtief gaan
sociologen product van de wetenschappelijke cyclus (snelheid van kennis verschilt)
wetenschappelijke cyclus: alle empirische wetenschappen voldoen
abstracte uitspraak over de werkelijkheid (niet empirisch)
dingen die geweten zijn over de werkelijkheid
theorie:
1. vrij van interne contradicties
2. toetsbaar: verwerping/bevestiging
⇒ abstracte uitspraak over de werkelijkheid die niet empirisch is
empirie:
1. valide: meten wat je moet weten
2. betrouwbaar: iets opnieuw meten moet telkens zelfde resultaat hebben
methodologie = regels van hoe je wisselt tussen empirie en theorie + organisatie
noodzakelijke voorwaarden om goede wetenschap te doen
- beperking van object: niet alles is wetenschappelijk sociologisch bestudeerbaar
! object moet meetbaar zijn
vb. god is moeilijk te bestuderen, maar wel hoe mensen met god omgaan
- opbouw van de theorie: theorie moet toetsbaar/ falsifieerbaar (weerlegbaar) zijn
→ binnen theorie mag geen toetsingsdrempel (iets dat niet te toetsen is) zitten