1
INTENSIEVE ZORGEN
De bewaking van de patiënten gebeurt intensiever én invasiever
Invasief: Voordelen op het vlak van continuïteit van de waarden + bepaalde metingen uitvoeren
die anders niet mogelijk zijn
Nadelen zijn dat er risico’s tot complicaties zijn
Wrm ligt iemand op IZ? > wnr pt in levensgevaar is > vitale parameters zijn potentieel bedreigd > niet
stabiel/ niet stabiel kunnen worden, lever- en nierfuncties niet goed, hemodynamische instabiliteit,
gaat om een interne problematiek mogelijks veroorzaakt door chirurgische ingreep, maar is niet per
se de reden.
BEWAKING
1. CARDIALE MONITORING
1.1.Wat is cardiale monitoring?
- Daarmee gaan we onze pt monitoren/ bewaken:
- Het hartritme = de elektrische activiteit van het hart
o Monitor meet afstand tussen de R toppen om “beat per beat” een frequentie weer
te geven.
o R top = hoogste positieve uitslag op ecg
- De pols = de mechanische drukgolf die voelbaar is in bepaalde perifere arteriën
- Valkuil = monitor geeft veel info maar vergeet niet te kijken nr de pt voor u
! De monitor kan geen onderscheid maken in de oorsprong vd elektrische activiteit.
Een Pacemaker bij de pt kan dus zorgen voor een foute telling vd hartfrequentie
Dus een PCM? = instellingen monitor aanpassen
1.2.Hoe gaan we cardiaal monitoren?
Gebaseerd op de driehoek van Eindhoven (net zoals het EKG)
- 5 elektroden (4 vd extremiteiten & de 5e op positie V1)
- 7 afleidingen in beeld te brengen: I, II, III, AvL, AvR, AvF en V1
- Geeft een goed beeld, maar we moeten beseffen dat dit geen 12 afleidingen ecg is
Waarom cardiaal monitoren?
- Kunnen hartritmestoornissen opmerken
- Kunnen tekenen van ischemie zien
Wel steeds bevestigen met een 12-lead ecg
De cardiale monitor:
83 sl/min: hartfrequentie = elektrische activiteit van het hart
83 sl/min: polsslag (wit) via saturatiemeter= mechanische
activiteit hart (pulsaties)
167/69 mmHg: Bloeddruk
Vorm rode curve = gegenereerd in li ventrikel (kan hier niet
gemeten worden omdat er een klep is), gemeten in aorta =
arteriële curve = 167/69
104 (li vd RR): MAP = Mean Arterial Pressure = de gemiddelde
arteriële bloeddruk doorheen 1 cyclus, zegt iets over
doorbloeding organen (moet boven 65 mm/Hg zijn)
Vorm gele curve PA = pulmonale druk, gegenereerd in re
ventrikel = gemeten in arteria pulmonalis = arteriële druk = 33/14
Bloedgassen = Meten van CO2 in uitgeademde lucht = CO2 in
bloed (38 Hg) moet tussen 35-45 mm/Hg zitten
37.5°C (wit): de continue gemeten temperatuur
97% (wit): Saturatie (SpO2)
, 2
1.3.Aandachtspunten bij het cardiaal monitoren
- Elektroden zo dicht mogelijk bij de correcte positie plaatsen om een correct beeld te krijgen
- Elektroden tijdig vervangen: de geleidende gel droogt uit na enkele dagen (gel zorgt voor een
goede elektrische geleiding)
- Overmatig zweten kan ervoor zorgen dat de elektroden loskomen
- Onrust bij de patiënt onjuist interpreteren als een ritmestoornis (elk alarm dus
controleren!)
- Aandacht voor huidirritatie
- Op IZ > cardiale monitoring ipv ECG, want bij ECG moet je de exacte positie hebben en op IZ
gaat dat niet want pt heeft bv CK en dat moet elektrode opschuiven
2. PULSE-OXIMETRIE
2.1.Wat?
- Zuurstofsaturatie meten
o Beeld geven van de respiratoire toestand van de patiënt
o % hemoglobine die verzadigd zijn met O2 ( dus zuurstofopname)
o Het toestel herkent het verschil tussen hemoglobine dat gebonden is met O2 en
ongebonden hemoglobine.
- Polsslag meten
o Vooral ter controle van de saturatiemeting
o Als de pols niet overeenkomt met de hartslag van de cardiale monitoring, geeft dit
aan dat de meting niet correct is
Bij bepaalde aandoeningen komt dit voor
2.2.Hoe werkt het?
Saturatiemeting => elk eiwit zal op zijn eigen specifieke manier, eigen aan dit eiwit, licht breken.
Er wordt infrarood licht door de vingertoppen gestuurd en aan de andere kant gecapteerd.
Het toestel herkent het verschil tussen hemoglobine dat gebonden is met O2 en ongebonden
hemoglobine
2.3.Aandachtspunten
- Koude handen = mindere doorbloeding in de vingers, waardoor niet correcte mening
- Nagellak houdt infrarood licht en verhindert de meting
- !! CO-intoxicaties = goede saturaties volgens het toestel omdat dit niet het onderscheid kan
maken tussen hemoglobine dat gebonden is met O2 en Hb gebonden met CO2
- Hypovolemische shock = een perfecte spo2, maar te weinig RBC/bloed in het lichaam
- Opletten voor drukletsels door te lang aanliggen
- Beweging kan de spo2 verstoren
- Alarmen instellen zodat er bij afwijkende waarden een alarm komt (niet standaard instellen,
want elke pt is anders bv Pt heeft zware ingreep ondergaan dus HF instellen van 90 is veel te
laag voor de pt want HF ligt veel hoger en kan je te veel meldingen krijgen realistisch
instellen
3. NIET INVASIEVE BLOEDDRUKMETING
3.1.Hoe meten?
Met een manchet die op de klassieke manier rond de bovenarm vd patiënt wordt aangebracht.
De leiding wordt verbonden aan de monitor, waarna deze op de gevraagde momenten een meting
zal uitvoeren. (Manueel starten of interval instellen)
Er zit een ultrasone microfoon in de manchet die het luisteren met de stethoscoop vervangt.
, 3
3.2.Aandachtspunten
- Manchet correct aanbrengen (range aangegeven vd microfoon zone voor de a.
branchialis) + juiste positie cuff
- Manchet blaast tot een bepaalde druk. Als je dit instelt om de 10 min, kan dit pijnlijk worden
na een tijdje. Als frequentere metingen nodig zijn, is het beter een arteriële katheter te
kiezen
- Regelmatig van arm wisselen om drukletsels en ongemakken te vermijden
- Alarmen instellen
4. INVASIEVE BLOEDDRUKMETING
4.1.De principes
De Wet van Pascal
Druk plant zich in alle richtingen gelijkmatig voort in een vloeistof.
Vloeistoffen zijn niet samendrukbaar, dus als er op punt A een bepaalde druk heerst dan is die gelijk
aan de druk op punt B
2 punten in een vloeistof die zich
op dezelfde hoogte bevinden
ondervinden een gelijke druk.
Wel rekening houden met de wetten van de zwaartekracht en 2 punten nemen die zich op dezelfde
hoogte bevinden.
RR-meting: druk ter hoogte van het linker ventrikel meten, dus meettoestel ook op dezelfde
hoogte plaatsen om een correcte meting te krijgen!
4.2.De delen van het systeem
- De katheter
o Kunststof
o Ingebracht in een perifere arterie met de Seldinger techniek
o Seldinger techniek= arterie aanprikken met een naald. Doorheen de naald een
voerdraad brengen. De naald dan verwijderen terwijl de voerdraad ter plaatse blijft.
Over de voerdraad schuiven we de katheter op om tenslotte de voerdraad te
verwijderen. De katheter wordt aan de huid vastgehecht.
o A. radialis of A. femoralis als voorkeursplaats (soms ook a. brachialis)
- De drukbestendige leiding
o De leiding mag niet oprekken o.i.v. de druk, want we willen een correcte voortzetting
van de druk door de vloeistof garanderen. (Een klassieke infuusleiding zou nooit
correcte metingen geven)
De arteriële druk zou er namelijk voor zorgen dat de leiding pulsatief uitzet samen
met de drukgolf
o De leiding is smaller en harder, en is dus drukbestendig
- Transducer
o Meetapparaat, op dezelfde hoogte als het hart = wet van Pascal
o Het zet de mechanische drukgolf om in een elektrisch signaal dat door de monitor
weergegeven wordt
o Het is ons meetpunt en moet zich dus ter hoogte van de linker ventrikel bevinden.
(Bed hoog = transducer hoog) = flebostatisch punt
Als nulpunt voor alle arteriële en centraal veneuze drukmetingen
Bevindt zich midaxillair ter hoogte vd 4 IC ruimte
INTENSIEVE ZORGEN
De bewaking van de patiënten gebeurt intensiever én invasiever
Invasief: Voordelen op het vlak van continuïteit van de waarden + bepaalde metingen uitvoeren
die anders niet mogelijk zijn
Nadelen zijn dat er risico’s tot complicaties zijn
Wrm ligt iemand op IZ? > wnr pt in levensgevaar is > vitale parameters zijn potentieel bedreigd > niet
stabiel/ niet stabiel kunnen worden, lever- en nierfuncties niet goed, hemodynamische instabiliteit,
gaat om een interne problematiek mogelijks veroorzaakt door chirurgische ingreep, maar is niet per
se de reden.
BEWAKING
1. CARDIALE MONITORING
1.1.Wat is cardiale monitoring?
- Daarmee gaan we onze pt monitoren/ bewaken:
- Het hartritme = de elektrische activiteit van het hart
o Monitor meet afstand tussen de R toppen om “beat per beat” een frequentie weer
te geven.
o R top = hoogste positieve uitslag op ecg
- De pols = de mechanische drukgolf die voelbaar is in bepaalde perifere arteriën
- Valkuil = monitor geeft veel info maar vergeet niet te kijken nr de pt voor u
! De monitor kan geen onderscheid maken in de oorsprong vd elektrische activiteit.
Een Pacemaker bij de pt kan dus zorgen voor een foute telling vd hartfrequentie
Dus een PCM? = instellingen monitor aanpassen
1.2.Hoe gaan we cardiaal monitoren?
Gebaseerd op de driehoek van Eindhoven (net zoals het EKG)
- 5 elektroden (4 vd extremiteiten & de 5e op positie V1)
- 7 afleidingen in beeld te brengen: I, II, III, AvL, AvR, AvF en V1
- Geeft een goed beeld, maar we moeten beseffen dat dit geen 12 afleidingen ecg is
Waarom cardiaal monitoren?
- Kunnen hartritmestoornissen opmerken
- Kunnen tekenen van ischemie zien
Wel steeds bevestigen met een 12-lead ecg
De cardiale monitor:
83 sl/min: hartfrequentie = elektrische activiteit van het hart
83 sl/min: polsslag (wit) via saturatiemeter= mechanische
activiteit hart (pulsaties)
167/69 mmHg: Bloeddruk
Vorm rode curve = gegenereerd in li ventrikel (kan hier niet
gemeten worden omdat er een klep is), gemeten in aorta =
arteriële curve = 167/69
104 (li vd RR): MAP = Mean Arterial Pressure = de gemiddelde
arteriële bloeddruk doorheen 1 cyclus, zegt iets over
doorbloeding organen (moet boven 65 mm/Hg zijn)
Vorm gele curve PA = pulmonale druk, gegenereerd in re
ventrikel = gemeten in arteria pulmonalis = arteriële druk = 33/14
Bloedgassen = Meten van CO2 in uitgeademde lucht = CO2 in
bloed (38 Hg) moet tussen 35-45 mm/Hg zitten
37.5°C (wit): de continue gemeten temperatuur
97% (wit): Saturatie (SpO2)
, 2
1.3.Aandachtspunten bij het cardiaal monitoren
- Elektroden zo dicht mogelijk bij de correcte positie plaatsen om een correct beeld te krijgen
- Elektroden tijdig vervangen: de geleidende gel droogt uit na enkele dagen (gel zorgt voor een
goede elektrische geleiding)
- Overmatig zweten kan ervoor zorgen dat de elektroden loskomen
- Onrust bij de patiënt onjuist interpreteren als een ritmestoornis (elk alarm dus
controleren!)
- Aandacht voor huidirritatie
- Op IZ > cardiale monitoring ipv ECG, want bij ECG moet je de exacte positie hebben en op IZ
gaat dat niet want pt heeft bv CK en dat moet elektrode opschuiven
2. PULSE-OXIMETRIE
2.1.Wat?
- Zuurstofsaturatie meten
o Beeld geven van de respiratoire toestand van de patiënt
o % hemoglobine die verzadigd zijn met O2 ( dus zuurstofopname)
o Het toestel herkent het verschil tussen hemoglobine dat gebonden is met O2 en
ongebonden hemoglobine.
- Polsslag meten
o Vooral ter controle van de saturatiemeting
o Als de pols niet overeenkomt met de hartslag van de cardiale monitoring, geeft dit
aan dat de meting niet correct is
Bij bepaalde aandoeningen komt dit voor
2.2.Hoe werkt het?
Saturatiemeting => elk eiwit zal op zijn eigen specifieke manier, eigen aan dit eiwit, licht breken.
Er wordt infrarood licht door de vingertoppen gestuurd en aan de andere kant gecapteerd.
Het toestel herkent het verschil tussen hemoglobine dat gebonden is met O2 en ongebonden
hemoglobine
2.3.Aandachtspunten
- Koude handen = mindere doorbloeding in de vingers, waardoor niet correcte mening
- Nagellak houdt infrarood licht en verhindert de meting
- !! CO-intoxicaties = goede saturaties volgens het toestel omdat dit niet het onderscheid kan
maken tussen hemoglobine dat gebonden is met O2 en Hb gebonden met CO2
- Hypovolemische shock = een perfecte spo2, maar te weinig RBC/bloed in het lichaam
- Opletten voor drukletsels door te lang aanliggen
- Beweging kan de spo2 verstoren
- Alarmen instellen zodat er bij afwijkende waarden een alarm komt (niet standaard instellen,
want elke pt is anders bv Pt heeft zware ingreep ondergaan dus HF instellen van 90 is veel te
laag voor de pt want HF ligt veel hoger en kan je te veel meldingen krijgen realistisch
instellen
3. NIET INVASIEVE BLOEDDRUKMETING
3.1.Hoe meten?
Met een manchet die op de klassieke manier rond de bovenarm vd patiënt wordt aangebracht.
De leiding wordt verbonden aan de monitor, waarna deze op de gevraagde momenten een meting
zal uitvoeren. (Manueel starten of interval instellen)
Er zit een ultrasone microfoon in de manchet die het luisteren met de stethoscoop vervangt.
, 3
3.2.Aandachtspunten
- Manchet correct aanbrengen (range aangegeven vd microfoon zone voor de a.
branchialis) + juiste positie cuff
- Manchet blaast tot een bepaalde druk. Als je dit instelt om de 10 min, kan dit pijnlijk worden
na een tijdje. Als frequentere metingen nodig zijn, is het beter een arteriële katheter te
kiezen
- Regelmatig van arm wisselen om drukletsels en ongemakken te vermijden
- Alarmen instellen
4. INVASIEVE BLOEDDRUKMETING
4.1.De principes
De Wet van Pascal
Druk plant zich in alle richtingen gelijkmatig voort in een vloeistof.
Vloeistoffen zijn niet samendrukbaar, dus als er op punt A een bepaalde druk heerst dan is die gelijk
aan de druk op punt B
2 punten in een vloeistof die zich
op dezelfde hoogte bevinden
ondervinden een gelijke druk.
Wel rekening houden met de wetten van de zwaartekracht en 2 punten nemen die zich op dezelfde
hoogte bevinden.
RR-meting: druk ter hoogte van het linker ventrikel meten, dus meettoestel ook op dezelfde
hoogte plaatsen om een correcte meting te krijgen!
4.2.De delen van het systeem
- De katheter
o Kunststof
o Ingebracht in een perifere arterie met de Seldinger techniek
o Seldinger techniek= arterie aanprikken met een naald. Doorheen de naald een
voerdraad brengen. De naald dan verwijderen terwijl de voerdraad ter plaatse blijft.
Over de voerdraad schuiven we de katheter op om tenslotte de voerdraad te
verwijderen. De katheter wordt aan de huid vastgehecht.
o A. radialis of A. femoralis als voorkeursplaats (soms ook a. brachialis)
- De drukbestendige leiding
o De leiding mag niet oprekken o.i.v. de druk, want we willen een correcte voortzetting
van de druk door de vloeistof garanderen. (Een klassieke infuusleiding zou nooit
correcte metingen geven)
De arteriële druk zou er namelijk voor zorgen dat de leiding pulsatief uitzet samen
met de drukgolf
o De leiding is smaller en harder, en is dus drukbestendig
- Transducer
o Meetapparaat, op dezelfde hoogte als het hart = wet van Pascal
o Het zet de mechanische drukgolf om in een elektrisch signaal dat door de monitor
weergegeven wordt
o Het is ons meetpunt en moet zich dus ter hoogte van de linker ventrikel bevinden.
(Bed hoog = transducer hoog) = flebostatisch punt
Als nulpunt voor alle arteriële en centraal veneuze drukmetingen
Bevindt zich midaxillair ter hoogte vd 4 IC ruimte