INHOUDSOPGAVE
1. Ontstaan van het zonnestelsel
2. Belangrijke rekenmethode uitgelegd
3. Planeten en andere objecten in ons zonnestelsel
4. Planeetbanen
5. Baan van de aarde
6. De aardas
7. Noorderlicht
8. Baan van de maan
9. Verduisteringen
10.Begrippen uitgelegd (overzicht)
Duidelijke uitleg a.h.v. het boek Overal Natuurkunde Hoofdstuk 6 Zonnestelsel
en heelal, de paragrafen 1 en 2, 3e klas Vwo/Gymnasium.
Alle begrippen zijn dikgedrukt aangegeven (m.u.v. de deeltitels)
, Ontstaan van het zonnestelsel
De zon en de planeten en sterren die eromheen draaien, vormen
samen het zonnestelsel.
Belangrijk over sterren en planeten:
➔ze ontstaan uit grote gaswolken
➔de planeten bewegen allemaal in dezelfde richting, waarbij ze
cirkelvormige banen doorlopen
Dat zit zo:
4,6 miljard jaar geleden, stortte een grote, langzaam draaiende
gaswolk in elkaar door de gravitatiekracht(zwaartekracht) die de
kleine gasdeeltjes bij elkaar veroorzaakten. Er ontstond daarbij
een grote, platte, draaiende schijf waarin zich een zon en planeten
vormden. Zie de afbeelding.
Doordat de aarde niet te ver weg en niet te dicht-
bij de zon staat, hebben wij vloeibaar water en is
er leven op aarde mogelijk (ong. 149,6 miljoen kilo-
meter).
Belangrijke rekenmethode bij natuurkunde:
De grote getallen druk je vaak uit in machten van
10. 1000000 is 1 x 10 tot de macht 6. Simpel gezegd:
een 1 met 6 nullen erachter.
De afstand van de aarde tot de zon schrijf je dan
als 149,6 x 10 tot de macht 6 km. Dat is gelijk aan
149,6 x 10 tot de macht 9 m, ofwel 1,496 x 10 tot de
macht 11.
De afstand van de aarde tot de zon is als eenheid gekozen: de
astronomische eenheid (au). 1 au is hierbij gelijk aan de afstand
van de aarde tot de zon (1 au = 1,496 x 10 tot de macht 11). Het komt
van het Engels- 'astronomical unit’.