Omgevingsrecht
1.1 INLEIDING
Wat is omgevingsrecht?
Omgevingsrecht in Vlaamderen is het geïntregreerde rechtsysteem dat tegelijk kijkt naar:
- Ruimtelijke kwaliteit
à Hoe wordt de ruimte ingericht? Is er voldoende aandacht voor landschapskwalitiet, mobilitiet , functionalitiet
en een goede ruimtelijke ordening?
- Milieubescherming
à Worden mensen en natuur beshcermd tegen luchtvervuiling, waterverontreinging, geluidshinder,
afvalproblematieken?
- Duurzame ontwikkeling van de leefomgeving
à Hoe kunnen huidige bheoften worden ingevuld zonder de mogleijkheden van toekomstige generaties in gevaar
te brengen?
Dankzij deze integratie worden projecten via één gecombineerd proces beoordeeld, waarbij
zowel ruimtelijke ordening(vb. bouwen, verbouwen, functiewijzigingen) als milieuaspecten (vb.
emissies, afvalwater, energiegebruik) in één dossier worden samengebracht. Hierdoor verloopt de
besluitvorming efficiënter, overzichtelijker en meer afgestemd op de totale impact op de
omgevingVerschillende normen- en waardensystheem
Hoe je moet antwoorden op juridische vragen?
Wanneer je een juridische vraag beantwoordt (bv “Mag dit prject worden uitgevoerd?”), vertrek je
altijd van de toepassleijek normen.
Wat is een norm?
Een juridische norm voldoet aan drie kenmerken:
1. De norm komt tot stznd via een offiële, vastgelegde procedure
Dit kan via:
o Een wet ( vastgesteld door een parlement, een democcratischer meerderheid hebt
gestemt, een heel proces.)
o Een decreet
o Een besluit
o Een verordening De norm is afdwingbaar
2. De overheid kan brugers, bedrijven en organisaties verplichten om de norm na te leven.
3. De norm wordt gehandhaafd
Als je de norm overtreedt, kun je een sanctie krijgen (bv. Boete, herstelmaatregel, intrekking
vergunning,..)
In dit vak omgevingsrecht leer je dus welke bindende regels bepalen hoe de ruitme moet worden
beschermd en ontwikkeld.
1
,Omgevingsrecht
Nuancering! Hard law vs soft law
Hard law
Alle jurifische normen die voldoen aan de drie creteria hierboven.
Dit zijn bindende regels met echte afdwingbaarheid en sancties. Vb. Vlaamse Codes Ruimtelijke
Ordening, Omgevingsvergunningsdecreet, miliuwetgeving, besluiten.
Soft law
Een vorm van normering waar één of meerdere van de drie vreteria ontbreken. Daardoor is het niet
of slechts beperkt juridich afdwingbaar.
voorbeelden van soft law:
- Masterplannen
- beleidsnota’s
- visie- en strategieteksten
- roadmaps
- internationale afspraken zonder sancties
Kenmerken en problemen van soft law:
- Het lijkt op recht, maar is meestal niet juridisch bindend.
- Het kan wel richtinggevend zijn voor beleid, maar je kunt er niet rechtstreeks naar de
rechter mee stappen.
Voorbeeld: Een “groennota” van de gemeente is géén rechtsnorm.
- In internationale context wordt soft law vaak gebruikt, bv. rond broeikasgasemissies:
landen moeten rapporteren of evalueren, maar krijgen geen boete → daardoor blijven
sommige landen achterop.
- Mogelijk probleem: ‘tandeloze’ wetgeving (geen sancties).
- Overkill aan beleidsdocumenten: veel plannen en visies die niet juridisch bindend zijn →
verwarring voor burgers en bestuur.
Hoe beantwoord je een examenvraag omgevingsrecht NIET ?
- Ik vind dat…
- Het is wetenschappelijk bewezen dat…
- Het is zo dat …
- De overheid beweert dat …
Hoe beantwoord je een examenvraag Omgevingsrecht WEL ?
Bij een examenvraag in Omgevingsrecht is het essentieel dat je aantoont dat je:
- de juiste juridische bronnen kent
2
,Omgevingsrecht
- weet hoe je juridische argumenten formuleert
- de regel toepast op de concrete casus.
Altijd verwijzen naar de juiste bron
Je antwoord moet duidelijk maken welke norm je gebruikt. De docent moet kunnen afleiden dat je
weet waarom iets mag of niet mag, op basis van een specifieke rechtsregel.
Voorbeeldzinnen die tonen dat je juridisch correct antwoordt:
• “De Belgische Grondwet beschermt dat…”
→ Verwijzing naar grondwettelijke rechten of bevoegdheidsverdeling.
• “Afhankelijk van de stedenbouwkundige voorschriften in een RUP is het mogelijk om…”
→ Toont dat je weet dat een RUP bindende stedenbouwkundige regels bevat.
• “De VCRO schrijft voor dat…”
→ VCRO = Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening → basis voor ruimtelijke regels.
• “Het Omgevingsvergunningsdecreet verbiedt dat…”
→ Toont dat je vergunningplicht of regels over milieueffecten kent.
• “Het Klimaatverdrag van Parijs laat in principe niet toe dat…”
→ Verwijzing naar internationale soft law / klimaatverplichtingen.
Waarom is dit belangrijk?
Een examenantwoord is niet: “Ik denk dat dit project mag.”
Een examenantwoord is wel:
→ “Volgens artikel X van de VCRO is een functiewijziging enkel mogelijk wanneer…, dus in deze casus
is het project niet toegestaan.”
Je toont dus:
- juridisch redeneren
- normen toepassen
- begrijpen welke rechtsbron wanneer relevant is
1.2 REGELGEVING
1.2.1 “Hiërarchie der normen”
Het omgevingsrecht functioneert binnen een hiërarchie van normen. Dat betekent dat sommige
rechtsregels hoger staandan andere, en dat lagere normen altijd in overeenstemming moeten zijn
met hogere normen.
3
, Omgevingsrecht
Hiërarchie van hoog naar laag:
1. Internationaal recht
Verdragen, internationale afspraken en Europese regelgeving hebben vaak voorrang op
nationale regels. Lidstaten moeten hun interne recht hiermee in overeenstemming brengen.
2. De Belgische Grondwet
Bevat de basisprincipes van de staat, grondrechten en de bevoegdheidsverdeling. Geen
enkele wet of decreet mag hiermee in strijd zijn.
3. Federale wetten en Vlaamse decreten
Wetten = op federaal niveau vastgesteld door het federale parlement.
Decreten = vastgesteld door het Vlaams Parlement (voor regionale bevoegdheden zoals
omgeving, ruimtelijke ordening, milieu…).
4. Uitvoeringsbesluiten op verschillende niveaus
a. Koninklijke besluiten (federaal)
b. Vlaamse regeringsbesluiten
c. Provinciale besluiten
d. Gemeentelijke verordeningen
Deze besluiten voeren wetten en decreten concreet uit en mogen daar niet van
afwijken.
5. Individuele besluitshandelingen
Dit zijn beslissingen die op één specifiek dossier of individu betrekking hebben, zoals:
o een omgevingsvergunning
o een stedenbouwkundig attest
o een handhavingsbeslissing
Deze individuele beslissingen moeten steeds in overeenstemming zijn met alle
hogere normen.
à Elke regelgevende laag “ luistert” naar de hogere
1.2.2 Internationaal recht
1.2.1.a Internationaal Verdragsrecht
- allerhoogste niveu
- Het gaat om bindende afspraken tussen verschillende staten (vaak wereldwijd). Staten beslissen
samen dat een bepaald thema zo belangrijk is dat er een internationaal verdrag wordt opgesteld dat
alle deelnemende landen verplicht om bepaalde doelen te behalen of regels te respecteren.Het
belang van internationale klinaatverdragen
Voor de omgevingsrecht is vooral het internationale klimaatverdrag van de Verneigde Naties
(VN) van groot belang
- De Verenigde Naties (VN) zijn opgericht na de Tweede Wereldoorlog, oorspronkelijk om
vrede en internationale samenwerking te bevorderen.
4
1.1 INLEIDING
Wat is omgevingsrecht?
Omgevingsrecht in Vlaamderen is het geïntregreerde rechtsysteem dat tegelijk kijkt naar:
- Ruimtelijke kwaliteit
à Hoe wordt de ruimte ingericht? Is er voldoende aandacht voor landschapskwalitiet, mobilitiet , functionalitiet
en een goede ruimtelijke ordening?
- Milieubescherming
à Worden mensen en natuur beshcermd tegen luchtvervuiling, waterverontreinging, geluidshinder,
afvalproblematieken?
- Duurzame ontwikkeling van de leefomgeving
à Hoe kunnen huidige bheoften worden ingevuld zonder de mogleijkheden van toekomstige generaties in gevaar
te brengen?
Dankzij deze integratie worden projecten via één gecombineerd proces beoordeeld, waarbij
zowel ruimtelijke ordening(vb. bouwen, verbouwen, functiewijzigingen) als milieuaspecten (vb.
emissies, afvalwater, energiegebruik) in één dossier worden samengebracht. Hierdoor verloopt de
besluitvorming efficiënter, overzichtelijker en meer afgestemd op de totale impact op de
omgevingVerschillende normen- en waardensystheem
Hoe je moet antwoorden op juridische vragen?
Wanneer je een juridische vraag beantwoordt (bv “Mag dit prject worden uitgevoerd?”), vertrek je
altijd van de toepassleijek normen.
Wat is een norm?
Een juridische norm voldoet aan drie kenmerken:
1. De norm komt tot stznd via een offiële, vastgelegde procedure
Dit kan via:
o Een wet ( vastgesteld door een parlement, een democcratischer meerderheid hebt
gestemt, een heel proces.)
o Een decreet
o Een besluit
o Een verordening De norm is afdwingbaar
2. De overheid kan brugers, bedrijven en organisaties verplichten om de norm na te leven.
3. De norm wordt gehandhaafd
Als je de norm overtreedt, kun je een sanctie krijgen (bv. Boete, herstelmaatregel, intrekking
vergunning,..)
In dit vak omgevingsrecht leer je dus welke bindende regels bepalen hoe de ruitme moet worden
beschermd en ontwikkeld.
1
,Omgevingsrecht
Nuancering! Hard law vs soft law
Hard law
Alle jurifische normen die voldoen aan de drie creteria hierboven.
Dit zijn bindende regels met echte afdwingbaarheid en sancties. Vb. Vlaamse Codes Ruimtelijke
Ordening, Omgevingsvergunningsdecreet, miliuwetgeving, besluiten.
Soft law
Een vorm van normering waar één of meerdere van de drie vreteria ontbreken. Daardoor is het niet
of slechts beperkt juridich afdwingbaar.
voorbeelden van soft law:
- Masterplannen
- beleidsnota’s
- visie- en strategieteksten
- roadmaps
- internationale afspraken zonder sancties
Kenmerken en problemen van soft law:
- Het lijkt op recht, maar is meestal niet juridisch bindend.
- Het kan wel richtinggevend zijn voor beleid, maar je kunt er niet rechtstreeks naar de
rechter mee stappen.
Voorbeeld: Een “groennota” van de gemeente is géén rechtsnorm.
- In internationale context wordt soft law vaak gebruikt, bv. rond broeikasgasemissies:
landen moeten rapporteren of evalueren, maar krijgen geen boete → daardoor blijven
sommige landen achterop.
- Mogelijk probleem: ‘tandeloze’ wetgeving (geen sancties).
- Overkill aan beleidsdocumenten: veel plannen en visies die niet juridisch bindend zijn →
verwarring voor burgers en bestuur.
Hoe beantwoord je een examenvraag omgevingsrecht NIET ?
- Ik vind dat…
- Het is wetenschappelijk bewezen dat…
- Het is zo dat …
- De overheid beweert dat …
Hoe beantwoord je een examenvraag Omgevingsrecht WEL ?
Bij een examenvraag in Omgevingsrecht is het essentieel dat je aantoont dat je:
- de juiste juridische bronnen kent
2
,Omgevingsrecht
- weet hoe je juridische argumenten formuleert
- de regel toepast op de concrete casus.
Altijd verwijzen naar de juiste bron
Je antwoord moet duidelijk maken welke norm je gebruikt. De docent moet kunnen afleiden dat je
weet waarom iets mag of niet mag, op basis van een specifieke rechtsregel.
Voorbeeldzinnen die tonen dat je juridisch correct antwoordt:
• “De Belgische Grondwet beschermt dat…”
→ Verwijzing naar grondwettelijke rechten of bevoegdheidsverdeling.
• “Afhankelijk van de stedenbouwkundige voorschriften in een RUP is het mogelijk om…”
→ Toont dat je weet dat een RUP bindende stedenbouwkundige regels bevat.
• “De VCRO schrijft voor dat…”
→ VCRO = Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening → basis voor ruimtelijke regels.
• “Het Omgevingsvergunningsdecreet verbiedt dat…”
→ Toont dat je vergunningplicht of regels over milieueffecten kent.
• “Het Klimaatverdrag van Parijs laat in principe niet toe dat…”
→ Verwijzing naar internationale soft law / klimaatverplichtingen.
Waarom is dit belangrijk?
Een examenantwoord is niet: “Ik denk dat dit project mag.”
Een examenantwoord is wel:
→ “Volgens artikel X van de VCRO is een functiewijziging enkel mogelijk wanneer…, dus in deze casus
is het project niet toegestaan.”
Je toont dus:
- juridisch redeneren
- normen toepassen
- begrijpen welke rechtsbron wanneer relevant is
1.2 REGELGEVING
1.2.1 “Hiërarchie der normen”
Het omgevingsrecht functioneert binnen een hiërarchie van normen. Dat betekent dat sommige
rechtsregels hoger staandan andere, en dat lagere normen altijd in overeenstemming moeten zijn
met hogere normen.
3
, Omgevingsrecht
Hiërarchie van hoog naar laag:
1. Internationaal recht
Verdragen, internationale afspraken en Europese regelgeving hebben vaak voorrang op
nationale regels. Lidstaten moeten hun interne recht hiermee in overeenstemming brengen.
2. De Belgische Grondwet
Bevat de basisprincipes van de staat, grondrechten en de bevoegdheidsverdeling. Geen
enkele wet of decreet mag hiermee in strijd zijn.
3. Federale wetten en Vlaamse decreten
Wetten = op federaal niveau vastgesteld door het federale parlement.
Decreten = vastgesteld door het Vlaams Parlement (voor regionale bevoegdheden zoals
omgeving, ruimtelijke ordening, milieu…).
4. Uitvoeringsbesluiten op verschillende niveaus
a. Koninklijke besluiten (federaal)
b. Vlaamse regeringsbesluiten
c. Provinciale besluiten
d. Gemeentelijke verordeningen
Deze besluiten voeren wetten en decreten concreet uit en mogen daar niet van
afwijken.
5. Individuele besluitshandelingen
Dit zijn beslissingen die op één specifiek dossier of individu betrekking hebben, zoals:
o een omgevingsvergunning
o een stedenbouwkundig attest
o een handhavingsbeslissing
Deze individuele beslissingen moeten steeds in overeenstemming zijn met alle
hogere normen.
à Elke regelgevende laag “ luistert” naar de hogere
1.2.2 Internationaal recht
1.2.1.a Internationaal Verdragsrecht
- allerhoogste niveu
- Het gaat om bindende afspraken tussen verschillende staten (vaak wereldwijd). Staten beslissen
samen dat een bepaald thema zo belangrijk is dat er een internationaal verdrag wordt opgesteld dat
alle deelnemende landen verplicht om bepaalde doelen te behalen of regels te respecteren.Het
belang van internationale klinaatverdragen
Voor de omgevingsrecht is vooral het internationale klimaatverdrag van de Verneigde Naties
(VN) van groot belang
- De Verenigde Naties (VN) zijn opgericht na de Tweede Wereldoorlog, oorspronkelijk om
vrede en internationale samenwerking te bevorderen.
4