100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting International Marketing - MSc Marketing Management - UvT

Rating
-
Sold
-
Pages
53
Uploaded on
03-01-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting van de colleges + antwoorden op de self-check questions. Alles van tijdens de colleges is erin verwerkt.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 3, 2026
Number of pages
53
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

International Marketing ​

Lecture 1: overview and key concepts
Marketing strategy: 5 C’s of the target market
●​ Customers (klanten): wie zijn ze en wat willen ze? Geld, smaak, kwaliteit, duurzaam
○​ Nike: klantbehoeftes; geld bewust, kwaliteit, duurzaam, feeling of pride
●​ Collaborators (stakeholders): Welke andere partijen werk je mee samen? ​
Who helps you deliver value? Why it matters:
○​ Collaborators influence quality, speed, cost and reliability
○​ Example:Nike: retailers, teams, atleten, fabrikanten, tech partners
●​ Competitors: wie zijn de concurrenten? (direct / indirect)
○​ Nike: adidas, puma, new balance
●​ Company (bedrijf): What can you company do? (strengths/weaknesses, technology,
brand image, R&D, operations)
○​ Nike: sterke merken, grote r&d afdeling, wereldwijde distributie, brand identity,
sterke marketing
●​ Context analyze
○​ Sociocultural: sociale en demografische trends, waarde, religies, talen,
levensstijl, houdingen, overtuigingen
○​ Technological: nieuwe technieken, methodes, processen voor het creëren
○​ Regulatory: taxes, importtarieven, product
specificatie, prijs en communicatie regels
○​ Economic: geld vraag, inflatie, tarieven
○​ Physical: natuurlijke middelen, klimaat,
geografische locatie, topografie,
gezondheid trends

Value propositie​
Na de 5C → waardepropositie
●​ Customer value: waarom zou een klant haar geld
uitgeven aan dit merk? (quality, lower price, fast
delivery, healthy, sustainable, brand experience)
●​ Company value: waarom zouden we tijd en geld in dit
product steken? (strategic fit, growth opportunities,
high profit potential)
●​ Collaborator value: waarom zouden franchises ons
kiezen en niet de concurrent? (strong brand name,
marketing support, easy operations, high profit
margins)
*Optimal value proposition

,Adaption vs Universalism
Global corporation Multinational corporation

Apple sells almost the same iPhone everywhere McDonald’s adapting menus (McVeggie India,
IKEA furniture is standardized globally Teriyaki Burger Japan)

Is actief in meerdere landen Is actief in meerdere landen

Lage kosten alsof alle regio's eenheid zijn Aangepast aan ieder land, hoge kosten

Verkoopt dezelfde dingen op dezelfde manier

Standaardisatie Aanpassing aan lokale smaken.
▪ Lagere prijzen ▪ Hogere prijzen → door meer marktonderzoek,
▪ Meer leermogelijkheden → alles weten over één bestellen bij meerdere leveranciers
ding. = minder onderhandelingsmacht, meerdere
campagnes voeren, minder schaalvoordelen.
▪ Minder leren → iets weten over veel dingen.

Advantages ●​ Higher prices → because of
●​ Lower prices → economies of scale ○​ extra market research
(buying at large volumes) ○​ producing variations of products
●​ Lower production cost → same design, ○​ sourcing from multiple suppliers
same ingredients, same packaging (lower bargaining power)
●​ Greater learning → “knowing everything ○​ running many local campaigns
about ONE thing” instead of one big campaign
●​ Brand consistency → same brand identity ●​ Less learning → “knowing something
worldwide about MANY things”
●​ Less efficiency​ ​ ​


Culturele universalia: waarde- en segment convergentie. Sommige waarden en voorkeuren zijn
universeel:
• Voorkeur voor lagere prijzen, elasticiteit van reclame
• Voorkeur voor moderniteit en betrouwbaarheid
• Kosmopolitisme als kenmerkend voor alle sectoren.

Levitt: The Globalization of Markets (1983)
●​ “Alleen mondiale bedrijven zullen op lange termijn succes boeken door zich te
concentreren op wat iedereen wil, in plaats van zich zorgen te maken over de
details van wat iedereen denkt dat ze misschien leuk vinden.”
●​ Henry Ford zei iets soortgelijks: "... in 1909 kondigde ik zonder enige voorafgaande
waarschuwing aan dat we in de toekomst slechts één model zouden bouwen, dat het
model ‘Model T’ zou heten en dat het chassis voor alle auto's precies hetzelfde zou zijn,
en ik merkte op: 'elke klant kan een auto laten spuiten in elke kleur die hij wil, zolang het
maar zwart is'.

,Interbrand: Global Brand Measures
●​ % van de omzet afkomstig van buiten de thuisregio van het merk.
●​ Aanzienlijke aanwezigheid in Azië, Europa en Noord-Amerika, evenals een brede
geografische dekking in opkomende markten.
●​ Publiek profiel en bekendheid in de belangrijkste economieën van de wereld.
Interbrand focuses on brand presence, reach and visibility

Wereldwijd ≠ Gestandaardiseerd
A brand can be global but still adapt its products heavily in each country. Being global means:
-​ You are present everywhere
-​ People know you everywhere
-​ You generate revenue everywhere
But still adapt product:
●​ Toyota: voertuignamen, technische details en kleuren van het model variëren van land
tot land. Niet alle modellen zijn in uw land verkrijgbaar.
●​ McDonalds: op maat gemaakte sandwiches in verschillende landen.
●​ LV: product- en prijsaangepast in Japan.
●​ JP Morgan: islamitisch bankieren.

Is a global brand automatically standardized? Explain.​
No. Interbrand defines global brands based on geographic revenue, worldwide presence, and
global awareness. These criteria focus on market reach, not product uniformity. Many global
brands adapt their products locally — Toyota changes model names and specs, McDonald's
adapts its menu, and LV adapts product design and pricing. Therefore, a brand can be global
while still customizing products to local tastes.

Cultural Universals: Etic vs Emic
Etic: constructen die gelijk verspreid kunnen worden over verschillende culturen. Vergelijkbaar
●​ Survey-based studies with cross-sectional comparisons
●​ Hofstede's cultural dimensions
●​ Basis emoties en bestaan van humor

Emic: constructen die behoren tot een bepaalde cultuur, gewoontes en normen
●​ Kan niet bij alle culturen
●​ Sommige culturen begrijpen het en sommige culturen niet.
●​ Rituelen, tradities (Sint in NL, Chinese NYE)
●​ Hoe emoties getoond worden en wat grappig is in een cultuur

Cultural universals testing
●​ Measure: over het algemeen, hoe waarschijnlijk is het dat jij zelf brand names (physical
appearance/prices/retailers reputation) gebruikt als teken van kwaliteit bij de aankoop
van elektronische producten?
●​ Existence of specific behaviors: bestaan van bepaalde gedragingen
●​ Relatieve volgorde van belangrijkheid van gedragingen tussen culturen
●​ Het absolute niveau van gedrag tussen culturen

, Universal versus country-specific behaviors
●​ Existence of specific behaviors = universeel ,iedereen gebruikt deze signalen
○​ Merknaam
○​ Fysieke kenmerken
○​ Prijs
○​ Reputatie van de winkel
○​ Universeel (ETIC)

●​ Relative order of importance across cultures = universeel, dezelfde volgorde in kwaliteit
indicatoren De volgorde waarin consumenten deze signalen belangrijk vinden is
hetzelfde.
1.​ Merknaam (meest gebruikt)
2.​ Fysieke kenmerken
3.​ Prijs
4.​ Retailer reputatie
5.​ Universeel (ETIC)

●​ Absolute level of behavior across cultures = niet eenduidig. Hoe sterk consumenten elk
signaal gebruiken verschilt per cultuur.
○​ In land A vertrouwen mensen meer op merk dan in land B
○​ In land B letten mensen meer op prijs
○​ Niet universeel → kan cultureel (EMIC) zijn

Lecture 1: self-check questions
1.​ What are the elements of the 5C’s model of market definition?
-​ Customers, Company, Competitors, Collaborators, Context
2.​ Can you give examples for each of the C’s for a given company?
-​ Customers: sporters, lifestyle-gebruikers, hardlopers.
-​ Company: merksterkte, innovatie (Nike Air), digitale ecosystemen (Nike Run
Club).​
Competitors: Adidas, Puma, Lululemon, Decathlon.
-​ Collaborators: retailers, influencers, productiepartners, sportteams.
-​ Context: economische trends (recessie), duurzaamheid, technologische
innovaties, cultuurtrend athleisure.
3.​ What groups of factors define company’s market Context in the 5C’s model?
-​ STREP
4.​ Can you give examples of each of these factors for a given company?
-​ Socio-cultureel: groei van premium koffiecultuur, vegan trends.
-​ Technologisch: mobiele bestellingen, app-loyalty.
-​ Economisch: inflatie, veranderend consumentensentiment.
-​ Regulatoir: suikerbelasting, voedselveiligheidswetgeving.
-​ Fysiek: klimaatverandering beïnvloedt koffiebonen-oogst.
5.​ What is “optimal value proposition”?
-​ Customer, collaborator, company value at once
$9.82
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
pleunmartens1

Get to know the seller

Seller avatar
pleunmartens1 Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
3 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions