Rechtsgeschiedenis
Hoorcollege 3
“De herontdekking van het Romeinse recht in de middeleeuwen”
Vandaag: middeleeuwen
Hoge en late middeleeuwen (1000 – 1500 n.C.)
met focus op de “lange 12e eeuw”/ “Renaissance van de 12e eeuw”
(1075 – 1225 n.C.)
Renaissance = heropleving van wetenschap, cultuur en onderwijs
Rechtswetenschap ook naar 14e en 15e eeuw kijken
Frankische periode: feodaliteit
Feodaliteit is manier om rijk/inwoners aan zich te binden:
vanaf 9e – 10e – 11e eeuw blijft de feodaliteit bestaan, maar i.p.v. te
binden gaat er een
zekere fragmentatie optreden grote rijk raakt verbrokkeld
Belangrijke factoren voor fragmentatie:
1) Frankisch erfrecht:
kende geen primogenituur (= alles gaat naar de oudste zoon) <>
alles moest
verdeeld worden onder alle zonen die er waren
na KdG had je Lodewijk de Vrome: had 3 zonen dus Frankische Rijk
moest verdeeld worden onder die 3 zonen
Westen: West-Francia (Karel de Kale)
Midden: Lotharingen (Lotharius)
Oosten: Oost-Francia (Lodewijk de Duitser)
,Rechtsgeschiedenis
Lotharius heeft zelf ook 3 zonen dus verbrokkelt weer verder en blijft
doorheen jaren ook nog verder verbrokkelen in kleinere onderdelen
wordt uiteindelijk opgeslorpt door het Oost-Frankische rijk (rechts) en
het West-Frankische rijk (links)
=> slechts 2 grote ‘spelers’ in dit gebied van Europa:
1) Koninkrijk Frankrijk
2) Heilig Roomse rijk o.l.v. een keizer
2) Invasies van Noormannen, Hongaren en Saracenen in 9e – 10e eeuw
Noorden: Vikingen met plundertochten
Zuiden: aanvallen van Saracenen (Arabieren)
Oosten: Hongaren met plundertochten
Eerst alleen binnen Frankische rijk, later ook binnen Frankrijk en
Heilig Roomse rijk
=> plundertochten vinden zeer lokaal plaatst, dus inwoners krijgen
het gevoel dat ze beter door de lokale leenmannen worden
beschermd dan door de koning/ keizer posities van leenmannen
worden lokaal sterker: lokale leenmannen verwerven een soort quasi
onafhankelijkheid binnen hun territorium
(hangt ook een beetje samen met de sterke/zwakke positie van
koning/keizer tegenover de sterke/zwakke positie van
hoofdleenmannen)
! Besturen zijn gedecentraliseerd geraakt dus worden ook bestuurd
alsof ze onafhankelijk zijn !
Koning bestuurt alleen nog maar het Kroongebied (gebied rond
Parijs)
Frankrijk vanaf 12e – 13e eeuw: na fragmentatie/ decentralisatie gaat
langzaamaan weer
een proces van centralisatie Koning probeert de verloren gebieden
,Rechtsgeschiedenis
terug onder zijn
controle te krijgen (door strategische huwelijkspolitiek, militaire
operaties, …)
Heilig Roomse rijk 11e eeuw: na een sterke fragmentatie/decentralisatie
krijg je al snel
terug centralisatie (met sterke keizers)
Investituurstrijd
= strijd tussen keizer (zeer machtige man) en de paus
Vroeg-middeleeuwse Kerk:
centrale figuur was bisschop in zijn bisdom (hoofd van de kerk)
paus zat in Rome (is vooral bisschop van Rome)
nog op achtergrond, vanaf 11e eeuw gaat hij belangrijke rol
spelen
9e – 11e eeuw: Kerk ligt in de greep van de seculiere/wereldlijke machten
Koningen en keizers benoemen de bisschoppen en abten (niet de
Paus)
= lekeninvestituur
inkomsten uit kloosters en bisdommen komen bij
koninklijke/keizerlijke schatkist
terecht en niet in Rome
lokaal niveau: hoop kleinere kerkjes die gesticht en gefinancierd zijn
door de lokale
heer (bleven dus ook in het bezit van de lokale heren)
= Rijkskerk (kerk in het bezit van het rijk)
In 11e eeuw krijg je paus Gregorius VII die daar een einde aan wil maken
, Rechtsgeschiedenis
voert Gregoriaanse Hervorming door: gericht op 2 zaken
1) Intern wil het misbruiken binnen de Kerk aanpakken
(celibaat en
simonie)
2) Extern wil het de “Libertas ecclesiae” (vrijheid van de
Kerk
herstellen: door verbod op de
lekeninvestituur in te stellen
onafhankelijkheid van Clerus herstellen
! Gaat om investituur en leidt tot strijd tussen Paus en Keizer !
strijd duurt ± 50 jaar (1075 – 1125)
strijd gaat om de suprematie in Europa: ‘Wie is de hoogste macht in
Europa?’
Keizer wil een soort “koning-priester” zijn: in eerste plaats is
hij vorst (keizer) MAAR hij heeft ook controle over de kerk
(ondergeschikt aan de keizer)
Paus wil een soort “priester-koning” zijn: in eerste plaats is hij
priester (paus) en staat aan het hoofd in Europa én alle
wereldlijke vorsten zijn aan hem ondergeschikt (= theocratie:
hoogste gezag is in handen van een religieuze overheid)
1075: paus vaardigt bul (officieel document) uit –
“dictatus papae”
- kerk zal zich door niemand laten berechten
- kerk van Rome heeft nooit gefaald
- Paus heeft de macht om de keizer af te zetten:
om te
legitimeren doen ze beroep op de
“Tweezwaardenleer”
MAAR ze gaan die op hun eigen manier
interpreteren
Hoorcollege 3
“De herontdekking van het Romeinse recht in de middeleeuwen”
Vandaag: middeleeuwen
Hoge en late middeleeuwen (1000 – 1500 n.C.)
met focus op de “lange 12e eeuw”/ “Renaissance van de 12e eeuw”
(1075 – 1225 n.C.)
Renaissance = heropleving van wetenschap, cultuur en onderwijs
Rechtswetenschap ook naar 14e en 15e eeuw kijken
Frankische periode: feodaliteit
Feodaliteit is manier om rijk/inwoners aan zich te binden:
vanaf 9e – 10e – 11e eeuw blijft de feodaliteit bestaan, maar i.p.v. te
binden gaat er een
zekere fragmentatie optreden grote rijk raakt verbrokkeld
Belangrijke factoren voor fragmentatie:
1) Frankisch erfrecht:
kende geen primogenituur (= alles gaat naar de oudste zoon) <>
alles moest
verdeeld worden onder alle zonen die er waren
na KdG had je Lodewijk de Vrome: had 3 zonen dus Frankische Rijk
moest verdeeld worden onder die 3 zonen
Westen: West-Francia (Karel de Kale)
Midden: Lotharingen (Lotharius)
Oosten: Oost-Francia (Lodewijk de Duitser)
,Rechtsgeschiedenis
Lotharius heeft zelf ook 3 zonen dus verbrokkelt weer verder en blijft
doorheen jaren ook nog verder verbrokkelen in kleinere onderdelen
wordt uiteindelijk opgeslorpt door het Oost-Frankische rijk (rechts) en
het West-Frankische rijk (links)
=> slechts 2 grote ‘spelers’ in dit gebied van Europa:
1) Koninkrijk Frankrijk
2) Heilig Roomse rijk o.l.v. een keizer
2) Invasies van Noormannen, Hongaren en Saracenen in 9e – 10e eeuw
Noorden: Vikingen met plundertochten
Zuiden: aanvallen van Saracenen (Arabieren)
Oosten: Hongaren met plundertochten
Eerst alleen binnen Frankische rijk, later ook binnen Frankrijk en
Heilig Roomse rijk
=> plundertochten vinden zeer lokaal plaatst, dus inwoners krijgen
het gevoel dat ze beter door de lokale leenmannen worden
beschermd dan door de koning/ keizer posities van leenmannen
worden lokaal sterker: lokale leenmannen verwerven een soort quasi
onafhankelijkheid binnen hun territorium
(hangt ook een beetje samen met de sterke/zwakke positie van
koning/keizer tegenover de sterke/zwakke positie van
hoofdleenmannen)
! Besturen zijn gedecentraliseerd geraakt dus worden ook bestuurd
alsof ze onafhankelijk zijn !
Koning bestuurt alleen nog maar het Kroongebied (gebied rond
Parijs)
Frankrijk vanaf 12e – 13e eeuw: na fragmentatie/ decentralisatie gaat
langzaamaan weer
een proces van centralisatie Koning probeert de verloren gebieden
,Rechtsgeschiedenis
terug onder zijn
controle te krijgen (door strategische huwelijkspolitiek, militaire
operaties, …)
Heilig Roomse rijk 11e eeuw: na een sterke fragmentatie/decentralisatie
krijg je al snel
terug centralisatie (met sterke keizers)
Investituurstrijd
= strijd tussen keizer (zeer machtige man) en de paus
Vroeg-middeleeuwse Kerk:
centrale figuur was bisschop in zijn bisdom (hoofd van de kerk)
paus zat in Rome (is vooral bisschop van Rome)
nog op achtergrond, vanaf 11e eeuw gaat hij belangrijke rol
spelen
9e – 11e eeuw: Kerk ligt in de greep van de seculiere/wereldlijke machten
Koningen en keizers benoemen de bisschoppen en abten (niet de
Paus)
= lekeninvestituur
inkomsten uit kloosters en bisdommen komen bij
koninklijke/keizerlijke schatkist
terecht en niet in Rome
lokaal niveau: hoop kleinere kerkjes die gesticht en gefinancierd zijn
door de lokale
heer (bleven dus ook in het bezit van de lokale heren)
= Rijkskerk (kerk in het bezit van het rijk)
In 11e eeuw krijg je paus Gregorius VII die daar een einde aan wil maken
, Rechtsgeschiedenis
voert Gregoriaanse Hervorming door: gericht op 2 zaken
1) Intern wil het misbruiken binnen de Kerk aanpakken
(celibaat en
simonie)
2) Extern wil het de “Libertas ecclesiae” (vrijheid van de
Kerk
herstellen: door verbod op de
lekeninvestituur in te stellen
onafhankelijkheid van Clerus herstellen
! Gaat om investituur en leidt tot strijd tussen Paus en Keizer !
strijd duurt ± 50 jaar (1075 – 1125)
strijd gaat om de suprematie in Europa: ‘Wie is de hoogste macht in
Europa?’
Keizer wil een soort “koning-priester” zijn: in eerste plaats is
hij vorst (keizer) MAAR hij heeft ook controle over de kerk
(ondergeschikt aan de keizer)
Paus wil een soort “priester-koning” zijn: in eerste plaats is hij
priester (paus) en staat aan het hoofd in Europa én alle
wereldlijke vorsten zijn aan hem ondergeschikt (= theocratie:
hoogste gezag is in handen van een religieuze overheid)
1075: paus vaardigt bul (officieel document) uit –
“dictatus papae”
- kerk zal zich door niemand laten berechten
- kerk van Rome heeft nooit gefaald
- Paus heeft de macht om de keizer af te zetten:
om te
legitimeren doen ze beroep op de
“Tweezwaardenleer”
MAAR ze gaan die op hun eigen manier
interpreteren