Verkennen v/d basisschool
Inhoud
1.1 Een Vlaamse bevoegdheid.....................................................................................................3
1.2 Leerplicht..................................................................................................................................3
1.3 De onderwijsstructuur............................................................................................................3
1.4 De onderwijsniveaus...............................................................................................................4
1.4.1 Het basisonderwijs...........................................................................................................4
1.4.2 Het secundair onderwijs..................................................................................................4
1.4.3 Specifieke onderwijsbehoeften......................................................................................5
1.4.3.1 Het decreet leersteun...............................................................................................5
1.4.3.2 Het buitengewoon onderwijs...................................................................................6
1.4.4 Methodescholen...............................................................................................................7
1.4.5 Hoger onderwijs...............................................................................................................7
1.4.6 Volwassenonderwijs.........................................................................................................8
1.4.7 Inhouden...........................................................................................................................8
1.4.8 Doelstellingen...................................................................................................................9
2.2. Profiel ideale leerkracht......................................................................................................10
2.2.2. leerkracht van het jaar..................................................................................................10
2.2.3 het beroepsprofiel en de basiscompetenties.............................................................10
2.2.4 overzicht basiscompetenties lkr lager onderwijs.......................................................12
2.3 ROLLEN v/d leerkracht..........................................................................................................15
gastheer....................................................................................................................................15
Presentator...............................................................................................................................15
didacticus..................................................................................................................................15
pedagoog / organisator..........................................................................................................16
afsluiter.....................................................................................................................................16
coach.........................................................................................................................................16
3.1 didactische werkvormen......................................................................................................17
3.1.2 definitie............................................................................................................................17
3.1.3 indeling............................................................................................................................18
3.1.4 bepalende factoren........................................................................................................18
3.1.5 conclusie..........................................................................................................................19
Pagina | 1
,Verkennen v/d basisschool
3.2 didactische werkvormen: inventarisatie en classificatie..................................................19
3.2.1 verschillende werkvormen............................................................................................19
3.3 aantal didactische werkvormen voorgesteld....................................................................20
3.3.1 vooropdrachtsvormen: verbaal aanbieden................................................................20
3.3.2 voordopdrachtvormen: aanschouwelijk aanbieden: demonsteren........................20
3.3.3 gespreksvormen: onderwijsleergesprek.....................................................................21
3.3.4 gespreksvorm: klasgesprek..........................................................................................26
3.3.5 spelvormen.....................................................................................................................26
3.3.6 dramatische werkvormen: rollenspel..........................................................................26
3.3.7 opdrachtsvorm: individuele opdracht.........................................................................27
3.3.8 opdrachtsvorm: groepswerk........................................................................................27
3.3.9 specifieke werkvormen bij coöperatief leren.............................................................27
4.2 didactische principes (6).......................................................................................................28
aanschouwelijkheidsprincipe.................................................................................................28
activiteitsprincipe.....................................................................................................................29
belangstellingsprincipe of motivatieprincipe.......................................................................29
herhalings-, geleidelijkheids-, en integratieprincipe...........................................................30
beperkings-, en efficiëntieprincipe........................................................................................30
individualitie- en differentiatieprincipe................................................................................31
6.2 hoe kiezen ouders school voor hun kind?.........................................................................32
6.3 formele en informele contacten.........................................................................................33
6.4 verschil ouderbetrokkenheid- ouderparticipatie..............................................................33
6.5 participatiehuis......................................................................................................................33
Pagina | 2
,Verkennen v/d basisschool
H1: HET ONDERWIJSLANDSCHAP
1.1 EEN VLAAMSE BEVOEGDHEID
Onderwijs = een Vlaamse en politieke bevoegdheid
er is dus andere onderwijsorganisatie en onderwijsminister voor Franse en
Duitse gemeenschap
huidige Vlaamse minister van onderwijs: Zuhal Demir (NVA)
1.2 LEERPLICHT
In Vlaanderen (en Wallonië) geldt voor alle kinderen leerplicht: geen schoolplicht want
er is ook huisonderwijs.
Huisonderwijs: regelmatig examens van de Examencommissie van de Vlaamse
Gemeenschap deel nemen
Federale overheid bepaald duur leerplicht: er is leerplicht van 5 tot 18 jaar. Vanaf 15 of
16 is er deeltijdse leerplicht.
Vanaf 5 jaar omdat dan zeker is dat alle leerlingen minimum 1 jaar kleuteronderwijs
hebben gevolgd en dit bereid hun beter voor op het lager onderwijs + beter voor taal
ontwikkeling.
1.3 DE ONDERWIJSSTRUCTUUR
Onderwijs in vlaanderen kan ingedeeld worden in officieel en vrij onderwijs
Officieel onderwijs Vrij onderwijs
= ingericht door of in opdracht van de = niet ingericht door de overheid
overheid
2 netten: 1 net:
-gemeenschapsonderwijs (GO!) -gesubsidieerd vrij onderwijs
Onderwijs van de Vlaamse het katholiek onderwijs (Katholiek
Gemeenschap Onderwijs Vlaanderen)
-gesubsidieerd officieel onderwijs - ook methodescholen (FOPEM)
De scholen van het stedelijk, (Federatie Steinerscholen)
gemeentelijk en provinciaal - beperkt aantal scholen
onderwijs georganiseerd door orthodoxe,
De provincies (POV) protestante, joodse… godsdienst
De steden en gemeenten (OVSG) (confessionele scholen)
- enkele niet- confessionele scholen
GO-> Koen pelleraux Bruno Vanobbergen
POV en OVSG-> Walentina Cools
Pagina | 3
, Verkennen v/d basisschool
1.4 DE ONDERWIJSNIVEAUS
Drie onderwijsniveaus:
- Basisonderwijs
- Secundair onderwijs
- Hoger onderwijs
Naast deze: ook nog levenslang leren (vooral volwassenen)
1.4.1 HET BASISONDERWIJS
Omvat het Kleuteronderwijs en lager onderwijs staan structureel los van elkaar maar
er wordt gezorgd voor een vlotte overgang.
Nieuwe scholen moeten zowel kleuter als lager onderwijs inrichten.
Sinds 2003 maakt elke basisschool deel uit van een scholengemeenschap : dat is een
samenwerkingsverband tussen meerdere scholen
1.4.2 HET SECUNDAIR ONDERWIJS
Georganiseerd in drie graden.
- Eerste graad of A-stroom wil zo breed mogelijk zijn.
- B-stroom voor leerlingen die niet alle leerstof hebben verworven. Vakken zoals
Wiskunde, Nederlands worden herhaalt op niveau lager onderwijs.
- Leerlingen die slagen in de A-stroom kunnen vanaf de tweede graad een richting
kiezen die aansluit bij hun interesses en mogelijkheden.
o doorstroomfi naliteit : Abstract en theoretisch
o dubbele finaliteit (doorstroom en arbeidsmarktgericht ) : Theoretisch en
praktijkgericht
o arbeidsmarktfi naliteit : praktijkgericht
Pagina | 4
Inhoud
1.1 Een Vlaamse bevoegdheid.....................................................................................................3
1.2 Leerplicht..................................................................................................................................3
1.3 De onderwijsstructuur............................................................................................................3
1.4 De onderwijsniveaus...............................................................................................................4
1.4.1 Het basisonderwijs...........................................................................................................4
1.4.2 Het secundair onderwijs..................................................................................................4
1.4.3 Specifieke onderwijsbehoeften......................................................................................5
1.4.3.1 Het decreet leersteun...............................................................................................5
1.4.3.2 Het buitengewoon onderwijs...................................................................................6
1.4.4 Methodescholen...............................................................................................................7
1.4.5 Hoger onderwijs...............................................................................................................7
1.4.6 Volwassenonderwijs.........................................................................................................8
1.4.7 Inhouden...........................................................................................................................8
1.4.8 Doelstellingen...................................................................................................................9
2.2. Profiel ideale leerkracht......................................................................................................10
2.2.2. leerkracht van het jaar..................................................................................................10
2.2.3 het beroepsprofiel en de basiscompetenties.............................................................10
2.2.4 overzicht basiscompetenties lkr lager onderwijs.......................................................12
2.3 ROLLEN v/d leerkracht..........................................................................................................15
gastheer....................................................................................................................................15
Presentator...............................................................................................................................15
didacticus..................................................................................................................................15
pedagoog / organisator..........................................................................................................16
afsluiter.....................................................................................................................................16
coach.........................................................................................................................................16
3.1 didactische werkvormen......................................................................................................17
3.1.2 definitie............................................................................................................................17
3.1.3 indeling............................................................................................................................18
3.1.4 bepalende factoren........................................................................................................18
3.1.5 conclusie..........................................................................................................................19
Pagina | 1
,Verkennen v/d basisschool
3.2 didactische werkvormen: inventarisatie en classificatie..................................................19
3.2.1 verschillende werkvormen............................................................................................19
3.3 aantal didactische werkvormen voorgesteld....................................................................20
3.3.1 vooropdrachtsvormen: verbaal aanbieden................................................................20
3.3.2 voordopdrachtvormen: aanschouwelijk aanbieden: demonsteren........................20
3.3.3 gespreksvormen: onderwijsleergesprek.....................................................................21
3.3.4 gespreksvorm: klasgesprek..........................................................................................26
3.3.5 spelvormen.....................................................................................................................26
3.3.6 dramatische werkvormen: rollenspel..........................................................................26
3.3.7 opdrachtsvorm: individuele opdracht.........................................................................27
3.3.8 opdrachtsvorm: groepswerk........................................................................................27
3.3.9 specifieke werkvormen bij coöperatief leren.............................................................27
4.2 didactische principes (6).......................................................................................................28
aanschouwelijkheidsprincipe.................................................................................................28
activiteitsprincipe.....................................................................................................................29
belangstellingsprincipe of motivatieprincipe.......................................................................29
herhalings-, geleidelijkheids-, en integratieprincipe...........................................................30
beperkings-, en efficiëntieprincipe........................................................................................30
individualitie- en differentiatieprincipe................................................................................31
6.2 hoe kiezen ouders school voor hun kind?.........................................................................32
6.3 formele en informele contacten.........................................................................................33
6.4 verschil ouderbetrokkenheid- ouderparticipatie..............................................................33
6.5 participatiehuis......................................................................................................................33
Pagina | 2
,Verkennen v/d basisschool
H1: HET ONDERWIJSLANDSCHAP
1.1 EEN VLAAMSE BEVOEGDHEID
Onderwijs = een Vlaamse en politieke bevoegdheid
er is dus andere onderwijsorganisatie en onderwijsminister voor Franse en
Duitse gemeenschap
huidige Vlaamse minister van onderwijs: Zuhal Demir (NVA)
1.2 LEERPLICHT
In Vlaanderen (en Wallonië) geldt voor alle kinderen leerplicht: geen schoolplicht want
er is ook huisonderwijs.
Huisonderwijs: regelmatig examens van de Examencommissie van de Vlaamse
Gemeenschap deel nemen
Federale overheid bepaald duur leerplicht: er is leerplicht van 5 tot 18 jaar. Vanaf 15 of
16 is er deeltijdse leerplicht.
Vanaf 5 jaar omdat dan zeker is dat alle leerlingen minimum 1 jaar kleuteronderwijs
hebben gevolgd en dit bereid hun beter voor op het lager onderwijs + beter voor taal
ontwikkeling.
1.3 DE ONDERWIJSSTRUCTUUR
Onderwijs in vlaanderen kan ingedeeld worden in officieel en vrij onderwijs
Officieel onderwijs Vrij onderwijs
= ingericht door of in opdracht van de = niet ingericht door de overheid
overheid
2 netten: 1 net:
-gemeenschapsonderwijs (GO!) -gesubsidieerd vrij onderwijs
Onderwijs van de Vlaamse het katholiek onderwijs (Katholiek
Gemeenschap Onderwijs Vlaanderen)
-gesubsidieerd officieel onderwijs - ook methodescholen (FOPEM)
De scholen van het stedelijk, (Federatie Steinerscholen)
gemeentelijk en provinciaal - beperkt aantal scholen
onderwijs georganiseerd door orthodoxe,
De provincies (POV) protestante, joodse… godsdienst
De steden en gemeenten (OVSG) (confessionele scholen)
- enkele niet- confessionele scholen
GO-> Koen pelleraux Bruno Vanobbergen
POV en OVSG-> Walentina Cools
Pagina | 3
, Verkennen v/d basisschool
1.4 DE ONDERWIJSNIVEAUS
Drie onderwijsniveaus:
- Basisonderwijs
- Secundair onderwijs
- Hoger onderwijs
Naast deze: ook nog levenslang leren (vooral volwassenen)
1.4.1 HET BASISONDERWIJS
Omvat het Kleuteronderwijs en lager onderwijs staan structureel los van elkaar maar
er wordt gezorgd voor een vlotte overgang.
Nieuwe scholen moeten zowel kleuter als lager onderwijs inrichten.
Sinds 2003 maakt elke basisschool deel uit van een scholengemeenschap : dat is een
samenwerkingsverband tussen meerdere scholen
1.4.2 HET SECUNDAIR ONDERWIJS
Georganiseerd in drie graden.
- Eerste graad of A-stroom wil zo breed mogelijk zijn.
- B-stroom voor leerlingen die niet alle leerstof hebben verworven. Vakken zoals
Wiskunde, Nederlands worden herhaalt op niveau lager onderwijs.
- Leerlingen die slagen in de A-stroom kunnen vanaf de tweede graad een richting
kiezen die aansluit bij hun interesses en mogelijkheden.
o doorstroomfi naliteit : Abstract en theoretisch
o dubbele finaliteit (doorstroom en arbeidsmarktgericht ) : Theoretisch en
praktijkgericht
o arbeidsmarktfi naliteit : praktijkgericht
Pagina | 4