Beweging
DIDACTISCHE RICHTLIJNEN
De onderverdeling van een bewegingsactiviteit bij
kleuters: opwarming, kern en slot. De opbouw tussen de
onderverdeling, welke oefenstof je wanneer aan bod laat
komen.
Een bewegingsactiviteit (BA) bestaat uit 3 delen:
Inleiding/opwarming
Kern
Slot
Inleiding of opwarming
Duur: 5 tot 7 min
Doel:
moet sfeer-scheppend zijn
tegemoet komen aan de bewegingsdrang
lichaam voorbereiden op een verhoogde inspanning
Basisvoorwaarden voor een goede opwarming
Actief: Voldoende actief bewegen; warm krijgen, uitleven. De
intensiteit afstemmen op de kern.
Afspraken: Gekende opdrachten, vlot kunnen, geen grote
concentratie, geen nieuwe opdrachten.
Weinig organisatie: Onmiddellijk op gang, snel en eenvoudig te
organiseren, weinig uitleg vragen, liefst afgestemd op de organisatie
van de kern.
Variatie: Grote bewegingsvormen (lopen, huppelen, springen,
kruipen, …)
Alle kleuters actief: Activiteiten waarbij iedereen bezig is. Geen
afvalspelletjes!
Voorbereiding: Zowel fysiek als psychomotorisch voorbereiden.
o Vb. tussen de benen door kijken als voorbereiding op rollen en
duikelen.
1
,Kern
Duur: 30 tot 45 min (afhankelijk van totaalduur)
Doel:
Er wordt iets geleerd
Concentratie
Werken aan de lesdoelen
Uitbreiden van gedragsmogelijkheden, zonder het speelse uit het
oog te verliezen
Voorwaarden:
Voldoende actie behouden
Durven concentratie vragen aan de kleuters
Laat tijd om te genieten van hun net verworven vaardigheid/spel
o Vb. met de hele klas een gekend dansje dansen
o Vb. een gekende bewegingsvaardigheid uitvoeren in een
prettige organisatie (lopen in een wedloopspel)
Slot
Duur: 5 min (afhankelijk van totaalduur)
Doel:
Terugkeren naar de klas
Rustige activiteit
Psychologisch en fysiologisch tot rust komen
Opdrachten:
Lage bewegingsintensiteit
Kort feedbackgesprek
Opruimen van materiaal/toestellen
Kenmerken:
Kort, niet lang duren (anders tegenovergesteld effect, geen
lesopvulling)
Eenvoudige organisatie (vb. dekentjes uitdelen, kinderen zoeken zelf
een plaats in de zaal)
Sfeer: aangename, rustige sfeer; geborgenheid en betrokkenheid
(kring), vermijden van afkoeling via dekentjes of matten; lichte
rustige muziek kan helpen
2
, Gewoonte: stil en rustig zijn moet geleerd worden; niet alle kleuters
voelen zich meteen goed tijdens relaxatie. Hoe meer ervaring, hoe
vlotter en rustiger het verloopt.
Een correcte eigen houding (kunnen beschrijven)
Enthousiaste houding, stimulerend
(Zoveel mogelijk) zelf meedoen
Leid je activiteit op een rustige manier
Verbale begeleiding: coachen
Opdrachten geven
In de eerste plaats uitnodigend: “Wie kan…”, “Probeer eens…”, “Je
mag…”
Uitleg: kort en duidelijk (Tip: uitleg thuis voorbereiden)
De richtlijnen voor een opdracht.
Juist vakjargon gebruiken
Expressief zijn
Aandacht wekken met klemtonen en stem
Verbale begeleiding tijdens de opdrachten
Vermijd lange uitleg vooraf: uitleg/doen … extra tip/doen … extra
tip/doen
Oefentijd: voldoende herhaling voorzien
Opbouw: van eenvoudig naar moeilijker
Geen uitleg geven als de kleuters niet aandachtig zijn
De richtlijnen voor een signalen.
Momenten waarop je aandacht vraagt (bv. voor een opdracht)
Spreek een signaal vooraf af met de kleuters
Hanteer consequent, varieer niet te veel
Niet altijd noodzakelijk
3
DIDACTISCHE RICHTLIJNEN
De onderverdeling van een bewegingsactiviteit bij
kleuters: opwarming, kern en slot. De opbouw tussen de
onderverdeling, welke oefenstof je wanneer aan bod laat
komen.
Een bewegingsactiviteit (BA) bestaat uit 3 delen:
Inleiding/opwarming
Kern
Slot
Inleiding of opwarming
Duur: 5 tot 7 min
Doel:
moet sfeer-scheppend zijn
tegemoet komen aan de bewegingsdrang
lichaam voorbereiden op een verhoogde inspanning
Basisvoorwaarden voor een goede opwarming
Actief: Voldoende actief bewegen; warm krijgen, uitleven. De
intensiteit afstemmen op de kern.
Afspraken: Gekende opdrachten, vlot kunnen, geen grote
concentratie, geen nieuwe opdrachten.
Weinig organisatie: Onmiddellijk op gang, snel en eenvoudig te
organiseren, weinig uitleg vragen, liefst afgestemd op de organisatie
van de kern.
Variatie: Grote bewegingsvormen (lopen, huppelen, springen,
kruipen, …)
Alle kleuters actief: Activiteiten waarbij iedereen bezig is. Geen
afvalspelletjes!
Voorbereiding: Zowel fysiek als psychomotorisch voorbereiden.
o Vb. tussen de benen door kijken als voorbereiding op rollen en
duikelen.
1
,Kern
Duur: 30 tot 45 min (afhankelijk van totaalduur)
Doel:
Er wordt iets geleerd
Concentratie
Werken aan de lesdoelen
Uitbreiden van gedragsmogelijkheden, zonder het speelse uit het
oog te verliezen
Voorwaarden:
Voldoende actie behouden
Durven concentratie vragen aan de kleuters
Laat tijd om te genieten van hun net verworven vaardigheid/spel
o Vb. met de hele klas een gekend dansje dansen
o Vb. een gekende bewegingsvaardigheid uitvoeren in een
prettige organisatie (lopen in een wedloopspel)
Slot
Duur: 5 min (afhankelijk van totaalduur)
Doel:
Terugkeren naar de klas
Rustige activiteit
Psychologisch en fysiologisch tot rust komen
Opdrachten:
Lage bewegingsintensiteit
Kort feedbackgesprek
Opruimen van materiaal/toestellen
Kenmerken:
Kort, niet lang duren (anders tegenovergesteld effect, geen
lesopvulling)
Eenvoudige organisatie (vb. dekentjes uitdelen, kinderen zoeken zelf
een plaats in de zaal)
Sfeer: aangename, rustige sfeer; geborgenheid en betrokkenheid
(kring), vermijden van afkoeling via dekentjes of matten; lichte
rustige muziek kan helpen
2
, Gewoonte: stil en rustig zijn moet geleerd worden; niet alle kleuters
voelen zich meteen goed tijdens relaxatie. Hoe meer ervaring, hoe
vlotter en rustiger het verloopt.
Een correcte eigen houding (kunnen beschrijven)
Enthousiaste houding, stimulerend
(Zoveel mogelijk) zelf meedoen
Leid je activiteit op een rustige manier
Verbale begeleiding: coachen
Opdrachten geven
In de eerste plaats uitnodigend: “Wie kan…”, “Probeer eens…”, “Je
mag…”
Uitleg: kort en duidelijk (Tip: uitleg thuis voorbereiden)
De richtlijnen voor een opdracht.
Juist vakjargon gebruiken
Expressief zijn
Aandacht wekken met klemtonen en stem
Verbale begeleiding tijdens de opdrachten
Vermijd lange uitleg vooraf: uitleg/doen … extra tip/doen … extra
tip/doen
Oefentijd: voldoende herhaling voorzien
Opbouw: van eenvoudig naar moeilijker
Geen uitleg geven als de kleuters niet aandachtig zijn
De richtlijnen voor een signalen.
Momenten waarop je aandacht vraagt (bv. voor een opdracht)
Spreek een signaal vooraf af met de kleuters
Hanteer consequent, varieer niet te veel
Niet altijd noodzakelijk
3