Waarderend evalueren
LOBR 2 | Petra Vanlerberghe
LES 1: Onze kijk op evalueren en zelfsturing
Doelstellingen OPO
1. Je verruimt je pedagogisch-didactische blik op evalueren, differentiatie en
zelfsturing (herkennen en begrijpen).
evolutie in evalueren, focus op groei in leren, waarom zelfsturing en wat,
metacognitieve strategieën
1. Je verrijkt je pedagogisch-didactisch handelen op vlak van evalueren,
differentiatie en zelfsturing (toepassen, analyseren en creëren).
leren richten, zichtbaar maken en begeleiden (feedback en binnen
klasdifferentiatie), zelfsturing
stimuleren en inzoomen op metacognitieve strategieën
EX: wat zijn de doelen van dit OPO en hoe heb je aan deze doelen gewerkt
EX: Evolutie in leren en daar van alles over uitleggen, focus op groei en daar van alles bij
uitleggen, …
Hoe kijken leerkrachten naar evaluatie?
- Prestatiedruk: er moeten regelmatig punten op het rapport verschijnen
- Moeten zich kunnen verantwoorden: toetsen= (schijn)controle
- Meten= weten
Lineair onderwijs (vroeger)
= gebaseerd op overdracht van info die volledig losstaat van emotionele
betekenis gaat ervan uit dat het kind onwetend en deels ‘onvoltooid’ is
en dat de leraar hem moet voltooien
- Verschil tussen lkr en lln
- Geen dialoog, geen creativiteit
- Leren is vluchtig en leerling is relatief passief
Horizontaal onderwijs (nu)
= bieden een door de student gestuurde ervaring waarbij hij zelf kennis
zoekt
1
, - Student is in staat om kritisch na te denken en laat zien dat leren door te
doen van cruciaal belang is
Evolutie van evalueren (EX)
VAN NAAR
ROL VAN TOETSEN * Formele * Formele en informele
toetsmomenten toetsmomenten
* Summatief toetsen * Formatief toetsen
* Presteren met als doel * Leren met als doel
aan te tonen dat lln de kennis en vaardigheden
kennis en vaardigheden op te bouwen
(duurzaam) beheersen * Mislukken mag en moet
* Georganiseerd op zelfs
bepaalde momenten * Ingebed in dagelijkse
onderwijspraktijk
Formele toetsmomenten leveren data voor het
vergelijken van leerlingen en geven van cijfers
Informale toetsmomenten leveren data voor het
aanpassen van de instructie- en leerstrategie
DOEL EVALUEREN Presteren Leren (en presteren)
* Laten zien wat je kent * Groei: beter worden in
en kunt een bepaalde taak
* Resultaatgericht: * Vaardigheden
maken, afmaken, ontwikkelen die bijdragen
resultaat neerzetten en aan het leerproces
beoordeling * Procesgericht:
* Fixed mindset experimenteren,
proberen, oefenen en
uitzoeken wat werkt en
wat niet werkt
* Groeigerichte mindset
Is presteren dan verkeerd?
* Bewust kiezen voor leren of presteren
* Wat is het doel?
* Wat doe je met de info van de prestatie?
* Hoe maak je de progressie in de prestaties zichtbaar
voor de leerling, zodat deze ziet dat hij vooruit gaat?
VERANTWOORDELIJKH Leerkracht Leerkracht én
EID ontwikkeling tot
zelfsturende leerlingen
* Verantwoordelijk voor * Lln nemen ook
het leren van lln verantwoordelijkheid voor
hun eigen leerproces en
dat van hun
medeleerlingen
2
,Het proces van leren kennen om zo te begrijpen waarom je leerlingen al dan niet
tot leren komen
EX: lege kader kunnen invullen en kunnen uitleggen
EVALUEREN
Het is niet eerst leren en dan evalueren, het zijn synoniemen
Verschuiving van presteren naar leren, van meer focus op zelfsturing van lln en
meer aandacht voor groei van leren/beter
worden zonder afgestraft te worden voor
fouten/het nog niet kennen of kunnen
LEREN
Hoe komt leren tot stand?
EX: afbeelding gegeven en afb uitleggen
EX: het proces van leren wat is dat en leg dit
uit
Korte uitleg afbeelding:
Links = omgeving: er zijn veel afleidende factoren (gsm, ramen) (externe
afleiders)
- Gele stip is hetgeen waar je gericht aandacht aan geeft, hoe kunnen we
ervoor zorgen dat onze aandacht gericht is op hetgeen waar we aandacht
op willen richten en hoe zorgen we ervoor dat we niet afgeleid worden.
Rechts = interne factoren, ligt aan jezelf, aandacht
- Hoofdje = werking lange en korte termijn geheugen we vergeten ook
dingen
Bouwsteen 1 = leren richten (aandacht richten)
Info komt binnen in werkgeheugen/korte termijn geheugen
Nadeel werkgeheugen = niet veel opslagen en niet lang onthouden herhalen
lange termijn geheugen (bib = structuur)
Cognitieve overload = als er te veel prikkels zijn dan weet je niet meer wat je
moet onthouden, als je te veel info moet opnemen in de les ga je niet alles van
de les kunnen onthouden
3
, - Hoe meer je info herhaalt hoe meer neurale verbindingen hoe beter je iets
onthoud
AANDACHT en OMGEVING
Elk leren start met aandacht
Het is niet omdat leerlingen aanwezig zijn, stil zijn en opletten dat hun aandacht
ook gaat naar datgene wat geleerd moet worden. Leerlingen focussen zich niet
automatisch op dat wat wij willen dat ze leren leren richten
Aandacht en omgeving gaat in twee richtingen
• Wat leerkrachten denken: Aandacht heeft te maken met niet afgeleid zijn
door externe prikkels, interacties of storingen (door elkaar, geluid) dus
zorgen we ervoor dat het rustig is maar dat is niet voldoende
• Mentale aandacht: structuren waardoor leerlingen focussen op het
proces van leren, zonder al te veel inspanning (vb. vragen stellen volgens
bepaalde techniek zodat lln zich focussen op datgene wat geleerd moet
worden). Belangrijk als leerkracht: Hoe zorg ik ervoor dat de focus gericht
is op de hetgene dat ze moeten leren?
• Oplossing: het gebruik van narratieve structuren, inclusieve vragen,
aandachtsgerichte prikkels. (LEREN RICHTEN door didactisch
transparant zijn, doelen delen, richt ik de aandacht op dat wat er geleerd
moet worden/wat ik verwacht van mijn leerlingen)
• Niet “heb je het begrepen?” maar wel “Wat heb je begrepen?” en “cold
calling”
WERKGEHEUGEN
Plaats waar nieuwe info het eerst binnen komt (KTG houdt info vast en vormt
onderdeel van WG). In werkgeheugen gaan we info verwerken, nieuwe info
koppelen aan wat we al weten, visuele, auditieve en conceptuele info gebruiken
en verbinden
Werkgeheugen heeft 2 duidelijke beperkingen:
• Hoeveelheid info dat wordt vastgehouden is beperkt (cognitieve
belastingstheorie: zorgt ervoor dat hier al leerlingen afhaken, want teveel
info tegelijk)
• De tijd dat informatie wordt vastgehouden beperkt
We onthouden weinig info en we houden info niet lang vast worden dagelijks
overspoeld met info: denk aan drinken aan een kraan, het meeste water gaat
gewoon verloren
LANGE TERMIJN GEHEUGEN
4
LOBR 2 | Petra Vanlerberghe
LES 1: Onze kijk op evalueren en zelfsturing
Doelstellingen OPO
1. Je verruimt je pedagogisch-didactische blik op evalueren, differentiatie en
zelfsturing (herkennen en begrijpen).
evolutie in evalueren, focus op groei in leren, waarom zelfsturing en wat,
metacognitieve strategieën
1. Je verrijkt je pedagogisch-didactisch handelen op vlak van evalueren,
differentiatie en zelfsturing (toepassen, analyseren en creëren).
leren richten, zichtbaar maken en begeleiden (feedback en binnen
klasdifferentiatie), zelfsturing
stimuleren en inzoomen op metacognitieve strategieën
EX: wat zijn de doelen van dit OPO en hoe heb je aan deze doelen gewerkt
EX: Evolutie in leren en daar van alles over uitleggen, focus op groei en daar van alles bij
uitleggen, …
Hoe kijken leerkrachten naar evaluatie?
- Prestatiedruk: er moeten regelmatig punten op het rapport verschijnen
- Moeten zich kunnen verantwoorden: toetsen= (schijn)controle
- Meten= weten
Lineair onderwijs (vroeger)
= gebaseerd op overdracht van info die volledig losstaat van emotionele
betekenis gaat ervan uit dat het kind onwetend en deels ‘onvoltooid’ is
en dat de leraar hem moet voltooien
- Verschil tussen lkr en lln
- Geen dialoog, geen creativiteit
- Leren is vluchtig en leerling is relatief passief
Horizontaal onderwijs (nu)
= bieden een door de student gestuurde ervaring waarbij hij zelf kennis
zoekt
1
, - Student is in staat om kritisch na te denken en laat zien dat leren door te
doen van cruciaal belang is
Evolutie van evalueren (EX)
VAN NAAR
ROL VAN TOETSEN * Formele * Formele en informele
toetsmomenten toetsmomenten
* Summatief toetsen * Formatief toetsen
* Presteren met als doel * Leren met als doel
aan te tonen dat lln de kennis en vaardigheden
kennis en vaardigheden op te bouwen
(duurzaam) beheersen * Mislukken mag en moet
* Georganiseerd op zelfs
bepaalde momenten * Ingebed in dagelijkse
onderwijspraktijk
Formele toetsmomenten leveren data voor het
vergelijken van leerlingen en geven van cijfers
Informale toetsmomenten leveren data voor het
aanpassen van de instructie- en leerstrategie
DOEL EVALUEREN Presteren Leren (en presteren)
* Laten zien wat je kent * Groei: beter worden in
en kunt een bepaalde taak
* Resultaatgericht: * Vaardigheden
maken, afmaken, ontwikkelen die bijdragen
resultaat neerzetten en aan het leerproces
beoordeling * Procesgericht:
* Fixed mindset experimenteren,
proberen, oefenen en
uitzoeken wat werkt en
wat niet werkt
* Groeigerichte mindset
Is presteren dan verkeerd?
* Bewust kiezen voor leren of presteren
* Wat is het doel?
* Wat doe je met de info van de prestatie?
* Hoe maak je de progressie in de prestaties zichtbaar
voor de leerling, zodat deze ziet dat hij vooruit gaat?
VERANTWOORDELIJKH Leerkracht Leerkracht én
EID ontwikkeling tot
zelfsturende leerlingen
* Verantwoordelijk voor * Lln nemen ook
het leren van lln verantwoordelijkheid voor
hun eigen leerproces en
dat van hun
medeleerlingen
2
,Het proces van leren kennen om zo te begrijpen waarom je leerlingen al dan niet
tot leren komen
EX: lege kader kunnen invullen en kunnen uitleggen
EVALUEREN
Het is niet eerst leren en dan evalueren, het zijn synoniemen
Verschuiving van presteren naar leren, van meer focus op zelfsturing van lln en
meer aandacht voor groei van leren/beter
worden zonder afgestraft te worden voor
fouten/het nog niet kennen of kunnen
LEREN
Hoe komt leren tot stand?
EX: afbeelding gegeven en afb uitleggen
EX: het proces van leren wat is dat en leg dit
uit
Korte uitleg afbeelding:
Links = omgeving: er zijn veel afleidende factoren (gsm, ramen) (externe
afleiders)
- Gele stip is hetgeen waar je gericht aandacht aan geeft, hoe kunnen we
ervoor zorgen dat onze aandacht gericht is op hetgeen waar we aandacht
op willen richten en hoe zorgen we ervoor dat we niet afgeleid worden.
Rechts = interne factoren, ligt aan jezelf, aandacht
- Hoofdje = werking lange en korte termijn geheugen we vergeten ook
dingen
Bouwsteen 1 = leren richten (aandacht richten)
Info komt binnen in werkgeheugen/korte termijn geheugen
Nadeel werkgeheugen = niet veel opslagen en niet lang onthouden herhalen
lange termijn geheugen (bib = structuur)
Cognitieve overload = als er te veel prikkels zijn dan weet je niet meer wat je
moet onthouden, als je te veel info moet opnemen in de les ga je niet alles van
de les kunnen onthouden
3
, - Hoe meer je info herhaalt hoe meer neurale verbindingen hoe beter je iets
onthoud
AANDACHT en OMGEVING
Elk leren start met aandacht
Het is niet omdat leerlingen aanwezig zijn, stil zijn en opletten dat hun aandacht
ook gaat naar datgene wat geleerd moet worden. Leerlingen focussen zich niet
automatisch op dat wat wij willen dat ze leren leren richten
Aandacht en omgeving gaat in twee richtingen
• Wat leerkrachten denken: Aandacht heeft te maken met niet afgeleid zijn
door externe prikkels, interacties of storingen (door elkaar, geluid) dus
zorgen we ervoor dat het rustig is maar dat is niet voldoende
• Mentale aandacht: structuren waardoor leerlingen focussen op het
proces van leren, zonder al te veel inspanning (vb. vragen stellen volgens
bepaalde techniek zodat lln zich focussen op datgene wat geleerd moet
worden). Belangrijk als leerkracht: Hoe zorg ik ervoor dat de focus gericht
is op de hetgene dat ze moeten leren?
• Oplossing: het gebruik van narratieve structuren, inclusieve vragen,
aandachtsgerichte prikkels. (LEREN RICHTEN door didactisch
transparant zijn, doelen delen, richt ik de aandacht op dat wat er geleerd
moet worden/wat ik verwacht van mijn leerlingen)
• Niet “heb je het begrepen?” maar wel “Wat heb je begrepen?” en “cold
calling”
WERKGEHEUGEN
Plaats waar nieuwe info het eerst binnen komt (KTG houdt info vast en vormt
onderdeel van WG). In werkgeheugen gaan we info verwerken, nieuwe info
koppelen aan wat we al weten, visuele, auditieve en conceptuele info gebruiken
en verbinden
Werkgeheugen heeft 2 duidelijke beperkingen:
• Hoeveelheid info dat wordt vastgehouden is beperkt (cognitieve
belastingstheorie: zorgt ervoor dat hier al leerlingen afhaken, want teveel
info tegelijk)
• De tijd dat informatie wordt vastgehouden beperkt
We onthouden weinig info en we houden info niet lang vast worden dagelijks
overspoeld met info: denk aan drinken aan een kraan, het meeste water gaat
gewoon verloren
LANGE TERMIJN GEHEUGEN
4