Lonne Verhulst
Muziek S1 OKO2A
MUZIEK
BSLK: SPELEN MET EEN THEMALIED
Spelen = essentieel voor kls
Deze bslk is meer dan enkel zingen, ook verdiepen a.d.h.v. spelvormen
Makkelijk te integreren als rode draad in thema (eerst aanbrengen, dan mee
spelen)
Organisatie
Duur: 25à30 minuten, tussendoor 10 minuten
Klassikaal
Onthaalkring of open ruimte bv. bewegingszaal
Planning: dagelijks als ‘rode draad’ door de week
Opbouw
1) Basisversie van lied leren kennen
OK: themalied aanbrengen JK: doelied aanbrengen
Verdiepende spelvorm = vereiste dat de kls het lied zelfstandig kunnen zingen.
Basis spelvorm= kan tijdens aanleren van het lied bv. luid bewegen als olifant of
stil zoals een muis wnr KL zingt.
Invalshoeken:
1. Muzikale bouwstenen
2. Tekst
3. Bewegingsvorm: organisatie, houding, motoriek
4. Instrumenten en materialen
1.Muzikale bouwstenen
Dynamiek
Hard of zacht bewegen.
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf hard of zacht
Ritme en maat
Kls bewegen ritmisch tijdens zingen.
Variatie: beweging, slagvlak, instrument, …
Ritmische improvisatie voor en/of na het lied
Een kl een muziekinstrument laten hanteren vlak voor of na het lied (start en
stop leren herkennen)
Tempo
1
, Lonne Verhulst
Muziek S1 OKO2A
Kls bewegen snel of traag
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf snel of traag
Klankkleur
= de karakteristieke eigenschap van een geluid waardoor het zich onderscheidt
van een ander
Gehoorspel koppelen aan het lied: herkennen van verschillen in klankkleur
van bv. stemmen of instrumenten.
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf als een personage bv.: heks, reus, elfje,
…
Verdiepende spelvorm: gebruik van instrument tijdens het lied bv. strofes
verdelen per groepje kinderen die het zelfde instrument hebben. Eerste 2
zinnen kls met belletjes, dan kls met de handtrom, …
Melodie
Melodische improvisatie voor en/of na het lied (NIET tijdens lied)
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf op klanklettergrepen bv.: we spelen het
lied nu samen op de fluit (fluit imiteren met handen) ‘du du du’
Vorm
Kls ervaren de lengte van het volledige lied
Kls doen ‘iets’ gedurende het lied, aan einde is er opdracht bv. zakdoekje
leggen.
Kls ervaren de lengte van de muzikale zinnen via bewegingen en/of prenten
Werken met kleinere tijdsbogen in lied: beweging duurt even lang als
muzikale zin. (je kan zinnen visueel voorstellen op prenten)
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf + ervaren vorm via dynamiekspel
Zinnen of stukken verdelen en dan op bepaalde stukken zingen bv.: eerst
zacht zingen, dan hard zingen. (helft van lied, verschillende zinnnen, in vier
stukken, kl is dirgent, …) ,
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf + ervaren vorm via wisselzang
Verdiepende spelvorm: inwendig zingen
De kls bepaalde stukken enkel ‘ in hun hoofd’ laten zingen, niet luid op.
Verdiepende spelvorm: rondovorm A B A C A D A ….
Refrein (A) telkens afwisselen met strofe (B, C, D, …)
2
, Lonne Verhulst
Muziek S1 OKO2A
Klankrichting
Een kl verstopt zich terwijl de andere kls met hun ogen dicht het lied zingen,
aan het einde van het lied zegt de kl iets of maakt hij geluid. De andere kls
moeten wijzen en raden vanuit welke richting het geluid komt. Vervolgens
ogen open om te controleren
2.Tekst
Tekstimprovisatie
Een of enkele woorden worden aangepast en soms ter gevolg de beweging
ook.
Tekst dramatiseren
Rollenspelletje maken tijdens de lied. Bv. de ene kl is haantje Ku, andere kl is
kipje Tok. (goed vr liedjes met personages)
Werken met klanken vanuit de tekst
Klanken zoeken die bij lied passen. Deze klinken voor of na het lied, NIET
tijdens.
Wnr kls geluiden maken altijd dirigeren met eigen lichaam, prenten of
materiaal.
Verdiepende spelvorm: fouten zingen
Laat de kls fouten verbeteren van een ‘verstrooide’ LK. Altijd verwoorden wat
het juiste is.
3
Muziek S1 OKO2A
MUZIEK
BSLK: SPELEN MET EEN THEMALIED
Spelen = essentieel voor kls
Deze bslk is meer dan enkel zingen, ook verdiepen a.d.h.v. spelvormen
Makkelijk te integreren als rode draad in thema (eerst aanbrengen, dan mee
spelen)
Organisatie
Duur: 25à30 minuten, tussendoor 10 minuten
Klassikaal
Onthaalkring of open ruimte bv. bewegingszaal
Planning: dagelijks als ‘rode draad’ door de week
Opbouw
1) Basisversie van lied leren kennen
OK: themalied aanbrengen JK: doelied aanbrengen
Verdiepende spelvorm = vereiste dat de kls het lied zelfstandig kunnen zingen.
Basis spelvorm= kan tijdens aanleren van het lied bv. luid bewegen als olifant of
stil zoals een muis wnr KL zingt.
Invalshoeken:
1. Muzikale bouwstenen
2. Tekst
3. Bewegingsvorm: organisatie, houding, motoriek
4. Instrumenten en materialen
1.Muzikale bouwstenen
Dynamiek
Hard of zacht bewegen.
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf hard of zacht
Ritme en maat
Kls bewegen ritmisch tijdens zingen.
Variatie: beweging, slagvlak, instrument, …
Ritmische improvisatie voor en/of na het lied
Een kl een muziekinstrument laten hanteren vlak voor of na het lied (start en
stop leren herkennen)
Tempo
1
, Lonne Verhulst
Muziek S1 OKO2A
Kls bewegen snel of traag
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf snel of traag
Klankkleur
= de karakteristieke eigenschap van een geluid waardoor het zich onderscheidt
van een ander
Gehoorspel koppelen aan het lied: herkennen van verschillen in klankkleur
van bv. stemmen of instrumenten.
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf als een personage bv.: heks, reus, elfje,
…
Verdiepende spelvorm: gebruik van instrument tijdens het lied bv. strofes
verdelen per groepje kinderen die het zelfde instrument hebben. Eerste 2
zinnen kls met belletjes, dan kls met de handtrom, …
Melodie
Melodische improvisatie voor en/of na het lied (NIET tijdens lied)
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf op klanklettergrepen bv.: we spelen het
lied nu samen op de fluit (fluit imiteren met handen) ‘du du du’
Vorm
Kls ervaren de lengte van het volledige lied
Kls doen ‘iets’ gedurende het lied, aan einde is er opdracht bv. zakdoekje
leggen.
Kls ervaren de lengte van de muzikale zinnen via bewegingen en/of prenten
Werken met kleinere tijdsbogen in lied: beweging duurt even lang als
muzikale zin. (je kan zinnen visueel voorstellen op prenten)
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf + ervaren vorm via dynamiekspel
Zinnen of stukken verdelen en dan op bepaalde stukken zingen bv.: eerst
zacht zingen, dan hard zingen. (helft van lied, verschillende zinnnen, in vier
stukken, kl is dirgent, …) ,
Verdiepende spelvorm: kls zingen zelf + ervaren vorm via wisselzang
Verdiepende spelvorm: inwendig zingen
De kls bepaalde stukken enkel ‘ in hun hoofd’ laten zingen, niet luid op.
Verdiepende spelvorm: rondovorm A B A C A D A ….
Refrein (A) telkens afwisselen met strofe (B, C, D, …)
2
, Lonne Verhulst
Muziek S1 OKO2A
Klankrichting
Een kl verstopt zich terwijl de andere kls met hun ogen dicht het lied zingen,
aan het einde van het lied zegt de kl iets of maakt hij geluid. De andere kls
moeten wijzen en raden vanuit welke richting het geluid komt. Vervolgens
ogen open om te controleren
2.Tekst
Tekstimprovisatie
Een of enkele woorden worden aangepast en soms ter gevolg de beweging
ook.
Tekst dramatiseren
Rollenspelletje maken tijdens de lied. Bv. de ene kl is haantje Ku, andere kl is
kipje Tok. (goed vr liedjes met personages)
Werken met klanken vanuit de tekst
Klanken zoeken die bij lied passen. Deze klinken voor of na het lied, NIET
tijdens.
Wnr kls geluiden maken altijd dirigeren met eigen lichaam, prenten of
materiaal.
Verdiepende spelvorm: fouten zingen
Laat de kls fouten verbeteren van een ‘verstrooide’ LK. Altijd verwoorden wat
het juiste is.
3