Marketingcommunicatie Samenvatting
Alle Artikelen & Weblectures
,Week 1 – Branding
1. Weblecture: De basis van Branding en IMC
De cursus plaatst marketingcommunicatie (MC) binnen het bredere doel van marketing:
het creëren van waarde voor alle betrokken partijen.
• Integrated Marketing Communication (IMC): Het is cruciaal dat alle
communicatie-uitingen op elkaar zijn afgestemd om duidelijkheid, consistentie
en maximale impact te bieden; niet-afgestemde communicatie werkt
verwarrend.
• Wat is een merk?: Volgens de AMA (2020) is een merk een naam, term, ontwerp
of symbool dat een aanbieder onderscheidt van de rest. Essentieel is dat deze
differentiatie plaatsvindt in het hoofd van de consument. Het bierexperiment
van Allison & Uhl (1965) bewijst dit: consumenten beoordeelden de smaak op
basis van het merklabel en niet op het bier zelf.
• Brand Equity (Merkwaarde): Dit is het effect dat merkkennis heeft op de reactie
van de consument op marketingactiviteiten. Het bestaat uit Brand Awareness
(bewustzijn) en Brand Image (de unieke associaties in het geheugen).
• Positioneringstools:
o 3 Productniveaus (Kotler): Het Kernproduct (de ervaring/benefit), het
Tastbare product (fysieke kenmerken zoals de naam/verpakking) en het
Uitgebreide product (extra service zoals garantie).
o USP: De ideale plek waar jouw aanbod en de behoeften van de klant
overlappen, buiten het terrein van de concurrentie.
o Brand Personality: Merken kunnen vijf persoonlijkheden aannemen:
Sincerity, Excitement, Competence, Sophistication en Ruggedness.
o Merkarchitectuur: De structuur van een merkfamilie, variërend van een
Branded House (één naam voor alles, zoals Google) tot een House of
Brands (individuele merken zonder zichtbaar moedermerk, zoals Tide van
P&G).
2. Bhat & Reddy (1998): Symbolische en Functionele Positionering
Dit artikel onderzoekt hoe merken tegemoetkomen aan verschillende menselijke
behoeften.
• Functioneel vs. Symbolisch: Voorheen werd gedacht dat een merk óf
functioneel (praktische problemen oplossen, zoals een Casio horloge) óf
, symbolisch (status en zelfexpressie, zoals een Rolex) moest zijn om verwarring te
voorkomen.
• Belangrijkste bevindingen:
1. Functionaliteit en symboliek zijn twee aparte concepten, niet de
uitersten van één lijn.
2. Consumenten accepteren merken die beide rollen vervullen (bijv. Nike:
functionele sportschoen én symbool voor prestatie).
3. Symboliek is multidimensionaal en bestaat uit Prestige (status/succes)
en Personality Expression (je persoonlijkheid tonen/opvallen).
• Managerieel advies: Merken hoeven niet altijd op dure 'prestige' te mikken;
positioneren op 'persoonlijkheidsuitdrukking' (zoals Dr Pepper of de VW Beetle)
kan een goedkopere en zeer effectieve strategie zijn.
3. Court et al. (2009): De Consumer Decision Journey (CDJ)
De auteurs stellen dat de traditionele marketingtrechter (funnel), waarbij consumenten
steeds meer merken wegstrepen, niet meer voldoet in het digitale tijdperk. Zij
introduceren de circulaire beslissingsreis.
• De vier fasen:
1. Initial Consideration: De kleine groep merken die als eerste in de
consument opkomt bij een aankoopimpuls.
2. Active Evaluation: De consument gaat op onderzoek uit. Hier kan de lijst
met merken juist uitbreiden omdat nieuwe merken het proces
'onderbreken'.
3. Closure: Het moment van aankoop. Veel consumenten beslissen pas in
de winkel; verpakking en schap-positionering zijn hier cruciaal.
4. Postpurchase: De ervaring na de koop bepaalt de mening voor de
volgende keer.
• Verschuiving in invloed: Consumenten zijn machtiger geworden; twee derde van
de contactmomenten (touchpoints) in de evaluatiefase zijn consument-
gedreven (zoals internetrecensies en mond-tot-mondreclame) in plaats van door
het bedrijf gestuurd.
• Twee soorten loyaliteit: Er is een verschil tussen Actieve loyalisten (die het
merk aanbevelen) en Passieve loyalisten (die uit gewoonte blijven maar
openstaan voor concurrenten).
Alle Artikelen & Weblectures
,Week 1 – Branding
1. Weblecture: De basis van Branding en IMC
De cursus plaatst marketingcommunicatie (MC) binnen het bredere doel van marketing:
het creëren van waarde voor alle betrokken partijen.
• Integrated Marketing Communication (IMC): Het is cruciaal dat alle
communicatie-uitingen op elkaar zijn afgestemd om duidelijkheid, consistentie
en maximale impact te bieden; niet-afgestemde communicatie werkt
verwarrend.
• Wat is een merk?: Volgens de AMA (2020) is een merk een naam, term, ontwerp
of symbool dat een aanbieder onderscheidt van de rest. Essentieel is dat deze
differentiatie plaatsvindt in het hoofd van de consument. Het bierexperiment
van Allison & Uhl (1965) bewijst dit: consumenten beoordeelden de smaak op
basis van het merklabel en niet op het bier zelf.
• Brand Equity (Merkwaarde): Dit is het effect dat merkkennis heeft op de reactie
van de consument op marketingactiviteiten. Het bestaat uit Brand Awareness
(bewustzijn) en Brand Image (de unieke associaties in het geheugen).
• Positioneringstools:
o 3 Productniveaus (Kotler): Het Kernproduct (de ervaring/benefit), het
Tastbare product (fysieke kenmerken zoals de naam/verpakking) en het
Uitgebreide product (extra service zoals garantie).
o USP: De ideale plek waar jouw aanbod en de behoeften van de klant
overlappen, buiten het terrein van de concurrentie.
o Brand Personality: Merken kunnen vijf persoonlijkheden aannemen:
Sincerity, Excitement, Competence, Sophistication en Ruggedness.
o Merkarchitectuur: De structuur van een merkfamilie, variërend van een
Branded House (één naam voor alles, zoals Google) tot een House of
Brands (individuele merken zonder zichtbaar moedermerk, zoals Tide van
P&G).
2. Bhat & Reddy (1998): Symbolische en Functionele Positionering
Dit artikel onderzoekt hoe merken tegemoetkomen aan verschillende menselijke
behoeften.
• Functioneel vs. Symbolisch: Voorheen werd gedacht dat een merk óf
functioneel (praktische problemen oplossen, zoals een Casio horloge) óf
, symbolisch (status en zelfexpressie, zoals een Rolex) moest zijn om verwarring te
voorkomen.
• Belangrijkste bevindingen:
1. Functionaliteit en symboliek zijn twee aparte concepten, niet de
uitersten van één lijn.
2. Consumenten accepteren merken die beide rollen vervullen (bijv. Nike:
functionele sportschoen én symbool voor prestatie).
3. Symboliek is multidimensionaal en bestaat uit Prestige (status/succes)
en Personality Expression (je persoonlijkheid tonen/opvallen).
• Managerieel advies: Merken hoeven niet altijd op dure 'prestige' te mikken;
positioneren op 'persoonlijkheidsuitdrukking' (zoals Dr Pepper of de VW Beetle)
kan een goedkopere en zeer effectieve strategie zijn.
3. Court et al. (2009): De Consumer Decision Journey (CDJ)
De auteurs stellen dat de traditionele marketingtrechter (funnel), waarbij consumenten
steeds meer merken wegstrepen, niet meer voldoet in het digitale tijdperk. Zij
introduceren de circulaire beslissingsreis.
• De vier fasen:
1. Initial Consideration: De kleine groep merken die als eerste in de
consument opkomt bij een aankoopimpuls.
2. Active Evaluation: De consument gaat op onderzoek uit. Hier kan de lijst
met merken juist uitbreiden omdat nieuwe merken het proces
'onderbreken'.
3. Closure: Het moment van aankoop. Veel consumenten beslissen pas in
de winkel; verpakking en schap-positionering zijn hier cruciaal.
4. Postpurchase: De ervaring na de koop bepaalt de mening voor de
volgende keer.
• Verschuiving in invloed: Consumenten zijn machtiger geworden; twee derde van
de contactmomenten (touchpoints) in de evaluatiefase zijn consument-
gedreven (zoals internetrecensies en mond-tot-mondreclame) in plaats van door
het bedrijf gestuurd.
• Twee soorten loyaliteit: Er is een verschil tussen Actieve loyalisten (die het
merk aanbevelen) en Passieve loyalisten (die uit gewoonte blijven maar
openstaan voor concurrenten).