Maatschappelijke Bestuurskunde
Week 1
Hoorcollege 1
Hoe voelen burgers zich? (Van Meer & Ham, 2022)
- Grotendeels tevreden over eigen leven maar negatiever over de rest
- Slechts klein deel is boos
- Wel bredere gevoelens van machteloosheid
o Burgergroep: ‘meten is weten’, proberen actie te ondernemen
- Er zijn grote verschillen tussen groepen
Kwalitatief goed beleid -> tevredenheid -> meer vertrouwen in de overheid?
Kwaliteit wordt vaak bepaald door relationele aspecten en zichtbaarheid
Relatie kwaliteit en tevredenheid
- Beleid kan ervaren kwaliteit verhogen
- Maar verwachtingen stijgen mee met kwaliteit
Dus: tevredenheid kan dalen ondanks hoge kwaliteit beleid
Er is geen eenduidige relatie tussen tevredenheid in concreet geval en algemeen vertrouwen.
Vertrouwen in de overheid is op lange termijn redelijk stabiel
Maar dit is deels cultureel bepaald.
De rol van sociale media bij maatschappelijke onrust, sociale media kan leiden tot:
- Radicalisering
- Oproepen tot geweld
- Verspreiden van misinformatie
- Echochambers: een omgeving waar je alleen maar meningen hoort die bij jou passen,
geen tegengeluid meer. Hierdoor wordt je gedachtegoed beïnvloed.
Maar sociale media kan ook ten goede zijn door het organiseren van geweldloze
demonstraties en het verdedigen van de democratische rechtstaat.
Negatieve effecten door sociale media kan je tegengaan door als:
- Overheid: gedragscodes en digitale geletterdheid verbeteren
- Bedrijven: modereren van inhoud (risico op censuur), mensenrechtenbeleid,
algoritmes verbeteren om echochambers te vermijden
- Burgerorganisaties: misinformatie bestrijden
Symbolisch beleid= beleid dat het probleem lijkt op te lossen zodat burgers gerustgesteld zijn,
maar eigenlijk lost het niks op.
Dit is niet altijd erg, bijvoorbeeld bij onduidelijkheden over het probleem, de oorzaken, de
doelen en de middelen/instrumenten.
Varianten:
- Maatstaf verlagen: visie van hoe de ideale wereld eruit zou zien
- Perceptie veranderen
- Verschil tussen norm en perceptie weg definiëren: framen
- Simplificeren
- Compliceren: kent zo veel oorzaken waar je niks aan kunt doen
- Niet-manipuleerbaar te maken
- Externaliseren van problemen
, - Probleem veredelen: er zitten positieve kanten aan
- Probleem normaliseren
- Verantwoordelijkheid afschuiven of verdelen
Echt beleid heeft gradaties van falen en succes 3 dimensies van McConnell.
Succes bij 1 dimensie zegt niks over de mate van succes bij een andere dimensie.
Policy as process
- In welke mate lukt het beleidsmakers om beleid er doorheen te krijgen waarbij de
oorspronkelijke doelen en middelen in dat beleid zo goed als intact blijven?
- Wordt het beleid op zon manier gemaakt dat het als legitiem wordt beschouwd
- In welke mate is het gelukt om een duurzame coalitie te bouwen die het beleid steunt
(ipv een ad hoc coalitie)?
- In welke mate is het beleid zo gemaakt dat het vernieuwend en invloedrijk te noemen
is?
- Wordt het beleidsproces gesteund of niet?
Policy as program
- Komt implementatie overeen met de doelen die je wilt bereiken? Wordt er gedaan wat
we wilden doen?
- Levert het beleid ook gewenste uitkomsten op? (verschil tussen doelbereiking (output)
en wat het oplevert voor de maatschappij (outcome)
- Heeft de doelgroep baat bij het beleid?
- In welke mate komt het beleid tegemoet aan criteria die als zeer belangrijk worden
ervaren in een beleidsterrein
- In welke mate wordt het beleid (de doeleinden, waarden en middelen/ instrumenten)
gesteund?
Policy as politics:
- Worden de kansen om herkozen te worden vergroot of neemt de reputatie van de
regering/ de leiders toe?
- In welke mate zijn de besluitvormers in staat om de overheidsagenda te managen en
om lekker soepel te besturen
- In welke mate zijn de politici/ besluitvormers in staat om de normen en waarden van
de regering te ondersteunen via en bestendig in beleid?
Hoorcollege 2: rechtvaardigheidsgevoelens
Rechtvaardigheidsargumenten (Jenkins et al., 2016)
- Distributie: zijn de lasten/baten eerlijk verdeeld?
o Vraag: waar zitten de onrechtvaardigheden? Wie wordt er zwaarder getroffen?
- Herkenning: zie je bepaalde groepen? Worden zij erkend, herkend, gerespecteerd?
(Voldoende (h)erkenning van actoren)
o Vraag: Wie wordt er genegeerd? Kan ook kennis of expertise zijn
- Procedureel: besluitvormingsprocedure, in welke mate hebben mensen hier toegang
tot?
o Vraag: Is het besluitvormingsproces eerlijk verlopen?
- Restorative: herstellen van onrecht, proactief of reactief. Je weet dat er een besluit aan
gaat komen en dit is alleen maar goed voor een bepaalde groep. Combinatie van alle
drie
, o Vraag: Gaat over het proactief of reactief repareren van schade op
bovenstaande drie gebieden
In de praktijk is het lastig om te herkennen, niet altijd zo duidelijk dat iets onrechtvaardig is.
Het is vaak meer impliciet want dit is meer spreektaal, er gaat meer emotie achter.
Bijvoorbeeld: boeren worden harder getroffen dan andere groepen.
Energy Justice Framework (Van Uffelen, 2024) = een framework die gebruikt wordt om vast
te stellen wat er (on)rechtvaardig is in de huidige inrichting van energieopwekking en
verbruik omdat een just transition bereikt kan worden als men gaat verduurzamen.
Er is nog een rechtvaardigheidsargument: Cosmopolitan
Dit kan gebruikt worden voor de:
- Conceptualisering
- Analysering
- Besluitvorming
Just transition: het aanpakken van de klimaatsverandering kan negatief uitpakken voor
bepaalde groepen. Dus just transition is juist:
= Greening the economy in a way that is as fair and inclusive as possible to everyone
concerned, creating decent work opportunities and leaving no one behind
Dus rechtvaardigheid meenemen
Deze term komt oorspronkelijkheid uit kool- en mijnbouwindustrie uitbreiding naar
agrarische sector (intensieve veeteelt) maar:
- Agricultural exceptionalism: het heeft een bijzondere status want het is zo cruciaal
voor het land
- Mensen willen graag eten wat ze willen eten en de overheid heeft daar niks over te
zeggen.
Maar wordt het op dit moment door boeren als rechtvaardig ervaren?
Nee voorlopige resultaten boerenprotest onderzoek laten zien dat het stikstofbeleid als
oneerlijk wordt ervaren.
- Distributief: stikstofbeleid wordt als oneerlijk gezien omdat landbouw harder wordt
getroffen dan andere sectoren zoals wonen en werken
- Procedureel: een uitkoopregeling moet samen met boeren worden opgezet
, - Herkenning: LNV komt met een beleid waarbij de kennis van boeren niet is
meegenomen
- Restorative: geen argumenten gezien.
Interconnectedness: het feit dat een plan van boeren als onuitvoerbaar wordt gezien, leidt
ertoe dat men niet meer samen aan tafel wil.
De rechtvaardigheidsargumenten in het Energy Justice Framework en het Environmental
Justice Framework, zijn algemeen geldende rechtvaardigheidsargumenten. Deze argumenten
kunnen dus op een breed scala aan cases worden toegepast.
Meer & Ham, 2022
- Ontstaan van het beeld ‘boze burger’
o Na de moord op Pim Fortuyn in 2002 en het electorale succes van zijn partij
ontstond het publieke beeld van de ‘boze burger’. Dit werd versterkt door
media en opiniemakers.
- Eerste reacties en interpretaties
o Opinieanalyses spraken van een opstand of revolte, met verwijzingen naar
onvrede over immigratie, globalisering en een politieke elite die burgers
negeert.
- Rol van wetenschappelijk onderzoek (SCP)
o Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht deze ontwikkelingen
systematisch. Het SCP vond geen bewijs voor een algemene revolutionaire
stemming onder Nederlanders.
- Bevindingen over onbehagen
o Nederlanders zijn doorgaans tevreden over hun eigen leven, maar
hebben onbehagen over de samenleving als geheel. Dit patroon is relatief
stabiel over langere tijd.
o Onbehagen komt vooral tot uiting in zorgen over samenleven, veiligheid, zorg,
economie, politieke besluitvorming en immigratie.
- Boosheid versus andere emoties
o Onderzoek laat zien dat veel respondenten eerder ergernis, frustratie en
machteloosheid voelen dan pure boosheid. Boosheid blijkt gekoppeld aan het
aanwijzen van schuldigen, zoals de politiek, maar is minder dominant dan
verondersteld.
- Politieke betrokkenheid van ‘boze burgers’
o Mensen met relatief sterke negativiteit ten opzichte van politiek zijn vaak juist
politiek en maatschappelijk betrokken. Ze stemmen relatief vaker en
participeren in debatten; ze zijn niet noodzakelijk politiek afgehaakt.
- Groot beeld versus enkel groep
o De specifieke groep die als ‘boze burger’ wordt bestempeld vormt slechts een
klein deel van de totale bevolking met onbehagen.
- Context van protest en democratie
o Protesten en uitingen van onvrede zijn volgens onderzoekers geen nieuw of
uniek fenomeen. Ze horen bij democratische samenlevingen en hoeven niet te
wijzen op een bijdrage tot een fundamentele crisis.
McConnell Boek
Kernvraag: Wat betekent beleidssucces en hoe kan het systematisch worden geanalyseerd?
Centrale uitgangspunten
- Beleidssucces is geen puur objectief feit, maar ook niet louter interpretatie.
Week 1
Hoorcollege 1
Hoe voelen burgers zich? (Van Meer & Ham, 2022)
- Grotendeels tevreden over eigen leven maar negatiever over de rest
- Slechts klein deel is boos
- Wel bredere gevoelens van machteloosheid
o Burgergroep: ‘meten is weten’, proberen actie te ondernemen
- Er zijn grote verschillen tussen groepen
Kwalitatief goed beleid -> tevredenheid -> meer vertrouwen in de overheid?
Kwaliteit wordt vaak bepaald door relationele aspecten en zichtbaarheid
Relatie kwaliteit en tevredenheid
- Beleid kan ervaren kwaliteit verhogen
- Maar verwachtingen stijgen mee met kwaliteit
Dus: tevredenheid kan dalen ondanks hoge kwaliteit beleid
Er is geen eenduidige relatie tussen tevredenheid in concreet geval en algemeen vertrouwen.
Vertrouwen in de overheid is op lange termijn redelijk stabiel
Maar dit is deels cultureel bepaald.
De rol van sociale media bij maatschappelijke onrust, sociale media kan leiden tot:
- Radicalisering
- Oproepen tot geweld
- Verspreiden van misinformatie
- Echochambers: een omgeving waar je alleen maar meningen hoort die bij jou passen,
geen tegengeluid meer. Hierdoor wordt je gedachtegoed beïnvloed.
Maar sociale media kan ook ten goede zijn door het organiseren van geweldloze
demonstraties en het verdedigen van de democratische rechtstaat.
Negatieve effecten door sociale media kan je tegengaan door als:
- Overheid: gedragscodes en digitale geletterdheid verbeteren
- Bedrijven: modereren van inhoud (risico op censuur), mensenrechtenbeleid,
algoritmes verbeteren om echochambers te vermijden
- Burgerorganisaties: misinformatie bestrijden
Symbolisch beleid= beleid dat het probleem lijkt op te lossen zodat burgers gerustgesteld zijn,
maar eigenlijk lost het niks op.
Dit is niet altijd erg, bijvoorbeeld bij onduidelijkheden over het probleem, de oorzaken, de
doelen en de middelen/instrumenten.
Varianten:
- Maatstaf verlagen: visie van hoe de ideale wereld eruit zou zien
- Perceptie veranderen
- Verschil tussen norm en perceptie weg definiëren: framen
- Simplificeren
- Compliceren: kent zo veel oorzaken waar je niks aan kunt doen
- Niet-manipuleerbaar te maken
- Externaliseren van problemen
, - Probleem veredelen: er zitten positieve kanten aan
- Probleem normaliseren
- Verantwoordelijkheid afschuiven of verdelen
Echt beleid heeft gradaties van falen en succes 3 dimensies van McConnell.
Succes bij 1 dimensie zegt niks over de mate van succes bij een andere dimensie.
Policy as process
- In welke mate lukt het beleidsmakers om beleid er doorheen te krijgen waarbij de
oorspronkelijke doelen en middelen in dat beleid zo goed als intact blijven?
- Wordt het beleid op zon manier gemaakt dat het als legitiem wordt beschouwd
- In welke mate is het gelukt om een duurzame coalitie te bouwen die het beleid steunt
(ipv een ad hoc coalitie)?
- In welke mate is het beleid zo gemaakt dat het vernieuwend en invloedrijk te noemen
is?
- Wordt het beleidsproces gesteund of niet?
Policy as program
- Komt implementatie overeen met de doelen die je wilt bereiken? Wordt er gedaan wat
we wilden doen?
- Levert het beleid ook gewenste uitkomsten op? (verschil tussen doelbereiking (output)
en wat het oplevert voor de maatschappij (outcome)
- Heeft de doelgroep baat bij het beleid?
- In welke mate komt het beleid tegemoet aan criteria die als zeer belangrijk worden
ervaren in een beleidsterrein
- In welke mate wordt het beleid (de doeleinden, waarden en middelen/ instrumenten)
gesteund?
Policy as politics:
- Worden de kansen om herkozen te worden vergroot of neemt de reputatie van de
regering/ de leiders toe?
- In welke mate zijn de besluitvormers in staat om de overheidsagenda te managen en
om lekker soepel te besturen
- In welke mate zijn de politici/ besluitvormers in staat om de normen en waarden van
de regering te ondersteunen via en bestendig in beleid?
Hoorcollege 2: rechtvaardigheidsgevoelens
Rechtvaardigheidsargumenten (Jenkins et al., 2016)
- Distributie: zijn de lasten/baten eerlijk verdeeld?
o Vraag: waar zitten de onrechtvaardigheden? Wie wordt er zwaarder getroffen?
- Herkenning: zie je bepaalde groepen? Worden zij erkend, herkend, gerespecteerd?
(Voldoende (h)erkenning van actoren)
o Vraag: Wie wordt er genegeerd? Kan ook kennis of expertise zijn
- Procedureel: besluitvormingsprocedure, in welke mate hebben mensen hier toegang
tot?
o Vraag: Is het besluitvormingsproces eerlijk verlopen?
- Restorative: herstellen van onrecht, proactief of reactief. Je weet dat er een besluit aan
gaat komen en dit is alleen maar goed voor een bepaalde groep. Combinatie van alle
drie
, o Vraag: Gaat over het proactief of reactief repareren van schade op
bovenstaande drie gebieden
In de praktijk is het lastig om te herkennen, niet altijd zo duidelijk dat iets onrechtvaardig is.
Het is vaak meer impliciet want dit is meer spreektaal, er gaat meer emotie achter.
Bijvoorbeeld: boeren worden harder getroffen dan andere groepen.
Energy Justice Framework (Van Uffelen, 2024) = een framework die gebruikt wordt om vast
te stellen wat er (on)rechtvaardig is in de huidige inrichting van energieopwekking en
verbruik omdat een just transition bereikt kan worden als men gaat verduurzamen.
Er is nog een rechtvaardigheidsargument: Cosmopolitan
Dit kan gebruikt worden voor de:
- Conceptualisering
- Analysering
- Besluitvorming
Just transition: het aanpakken van de klimaatsverandering kan negatief uitpakken voor
bepaalde groepen. Dus just transition is juist:
= Greening the economy in a way that is as fair and inclusive as possible to everyone
concerned, creating decent work opportunities and leaving no one behind
Dus rechtvaardigheid meenemen
Deze term komt oorspronkelijkheid uit kool- en mijnbouwindustrie uitbreiding naar
agrarische sector (intensieve veeteelt) maar:
- Agricultural exceptionalism: het heeft een bijzondere status want het is zo cruciaal
voor het land
- Mensen willen graag eten wat ze willen eten en de overheid heeft daar niks over te
zeggen.
Maar wordt het op dit moment door boeren als rechtvaardig ervaren?
Nee voorlopige resultaten boerenprotest onderzoek laten zien dat het stikstofbeleid als
oneerlijk wordt ervaren.
- Distributief: stikstofbeleid wordt als oneerlijk gezien omdat landbouw harder wordt
getroffen dan andere sectoren zoals wonen en werken
- Procedureel: een uitkoopregeling moet samen met boeren worden opgezet
, - Herkenning: LNV komt met een beleid waarbij de kennis van boeren niet is
meegenomen
- Restorative: geen argumenten gezien.
Interconnectedness: het feit dat een plan van boeren als onuitvoerbaar wordt gezien, leidt
ertoe dat men niet meer samen aan tafel wil.
De rechtvaardigheidsargumenten in het Energy Justice Framework en het Environmental
Justice Framework, zijn algemeen geldende rechtvaardigheidsargumenten. Deze argumenten
kunnen dus op een breed scala aan cases worden toegepast.
Meer & Ham, 2022
- Ontstaan van het beeld ‘boze burger’
o Na de moord op Pim Fortuyn in 2002 en het electorale succes van zijn partij
ontstond het publieke beeld van de ‘boze burger’. Dit werd versterkt door
media en opiniemakers.
- Eerste reacties en interpretaties
o Opinieanalyses spraken van een opstand of revolte, met verwijzingen naar
onvrede over immigratie, globalisering en een politieke elite die burgers
negeert.
- Rol van wetenschappelijk onderzoek (SCP)
o Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht deze ontwikkelingen
systematisch. Het SCP vond geen bewijs voor een algemene revolutionaire
stemming onder Nederlanders.
- Bevindingen over onbehagen
o Nederlanders zijn doorgaans tevreden over hun eigen leven, maar
hebben onbehagen over de samenleving als geheel. Dit patroon is relatief
stabiel over langere tijd.
o Onbehagen komt vooral tot uiting in zorgen over samenleven, veiligheid, zorg,
economie, politieke besluitvorming en immigratie.
- Boosheid versus andere emoties
o Onderzoek laat zien dat veel respondenten eerder ergernis, frustratie en
machteloosheid voelen dan pure boosheid. Boosheid blijkt gekoppeld aan het
aanwijzen van schuldigen, zoals de politiek, maar is minder dominant dan
verondersteld.
- Politieke betrokkenheid van ‘boze burgers’
o Mensen met relatief sterke negativiteit ten opzichte van politiek zijn vaak juist
politiek en maatschappelijk betrokken. Ze stemmen relatief vaker en
participeren in debatten; ze zijn niet noodzakelijk politiek afgehaakt.
- Groot beeld versus enkel groep
o De specifieke groep die als ‘boze burger’ wordt bestempeld vormt slechts een
klein deel van de totale bevolking met onbehagen.
- Context van protest en democratie
o Protesten en uitingen van onvrede zijn volgens onderzoekers geen nieuw of
uniek fenomeen. Ze horen bij democratische samenlevingen en hoeven niet te
wijzen op een bijdrage tot een fundamentele crisis.
McConnell Boek
Kernvraag: Wat betekent beleidssucces en hoe kan het systematisch worden geanalyseerd?
Centrale uitgangspunten
- Beleidssucces is geen puur objectief feit, maar ook niet louter interpretatie.