Examenvragen Bedrijfs-en ondernemingsstrategie
H1: Concept «strategy»
1. Welke zijn de vier ingredienten voor een succesvolle strategie van de onderneming
(opgebouwd rond Figuur 1.1, p. 6-7)
1. Eenvoudige, consistente en LT-doelstellingen
Deze doelstellingen geven richting aan de organisatie, zorgen voor samenhang in beslissingen en vermijden dat
de onderneming haar aandacht versnipperd over te veel initiatieven tegelijk.
2. Diepgaand begrip vd competitieve omgeving
o Inzicht in:
▪ de industrie- en marktstructuur
▪ concurrenten
▪ klanten
▪ externe trends (technologie, regelgeving, globalisering)
→ laat toe om kansen en bedreigingen correct in te schatten
3. Objectieve evaluatie van interne middelen en capaciteiten
o De onderneming moet realistisch inschatten:
▪ wat haar unieke sterktes en zwaktes zijn
▪ welke middelen schaars, moeilijk imiteerbaar en waardevol zijn
o Strategie moet aansluiten bij wat de onderneming kan doen, niet alleen bij wat ze wil doen
4. Effectieve implementatie
o Strategie moet vertaald worden in:
▪ organisatie-structuren
▪ systemen
▪ processen
▪ leiderschap en cultuur
o Een goede strategie zonder uitvoering creëert geen waarde
→ Implementatie zorgt ervoor dat strategische keuzes daadwerkelijk tot resultaten leiden
Opm: deze 4 elementen moeten consistent op elkaar afgestemd zijn
1
, 2. Beschrijf kort de vijf verschillende fasen in de ontwikkeling van het strategisch
management gedurende de voorbije 60 jaar (opgebouwd rond Figuur 1.2, p.10)
→ grote kans voor dit EX!
De visie op strategisch management is in de afgelopen 60j sterk geëvolueerd als reactie op veranderingen in de
economische en competitieve omgeving:
1e fase = financial budgeting (jaren 1950)
- In deze periode lag de nadruk op jaarlijkse budgettering en financiële controle
- De focus was vnl intern en gericht op kostenbeheersing in relatief stabiele markten
2e fase = corporate planning (jaren 1960)
- Ondernemingen begonnen meerjarenplannen op te stellen waarin economische voorspellingen,
groeidoelstellingen en investeringsbeslissingen centraal stonden
- Deze aanpak ging gepaard met sterke diversificatie, maar bleek te rigide in een veranderende
omgeving
3e fase = opkomst strategisch management (jaren 1970 en 1980)
- Door toenemende onzekerheid en internationale concurrentie verschoof de aandacht van planning
naar strategie
- Bedrijven focusten zich op industrie-analyse, concurrentie en strategische positionering om
winstgevendheid te maximaliseren
4e fase = zoektocht naar competitief voordeel (jaren 1990)
- De nadruk verschoof van externe marktfactoren naar interne middelen en capaciteiten
- Ondernemingen probeerden duurzame concurrentievoordelen te creëren en streefden expliciet naar
maximalisatie van aandeelhouderswaarde
5e fase = strategisch management in turbulente tijden (jaren 2000 - heden)
- Focus op flexibiliteit, strategische innovatie en aanpassingsvermogen
- Thema’s zoals:
o strategische allianties
o digitalisering
o duurzaamheid
o stakeholdermanagement
→ zijn relevanter geworden; hebben meer betekenis gekregen
2
, 3. Verschil tussen corporate strategy en business strategy (opgebouwd rond Figuur 1.4, p. 12)
Het onderscheid tss corporate strategy en business strategy heeft betrekking op verschillende niveaus van
strategische besluitvorming:
Corporate strategy:
Bepaalt de scope vd onderneming
→ Houdt zich bezig met de vraag:
‘In welke sectoren, markten en activiteiten wilt de onderneming actief zijn?’
- Beslissingen over:
o Diversificatie
o Verticale integratie
o Fusies en overnames
o Allocatie van middelen tss business units
DUS
Beantwoord vraag: ‘Waar concurreren we?’
Business strategy = competitieve strategie
Doel = competitief voordeel realiseren tov rivalen dmv:
- Kostenleiderschap
- Differentiatie
- Focus
→ Houdt zich bezig met de vraag:
‘Hoe concurreert de onderneming binnen een specifieke markt of industrie?’
DUS
Beantwoord vraag: ‘Hoe concurreren we?’
3
, 4. Leg het verschil uit tussen strategie als ‘positioning’ en strategie als ‘direction’ (opgebouwd
rond Figuur 1.5, p. 13)
Strategie als positioning:
Richt zich op de huidige competitieve positie vd onderneming
→ Nadruk ligt op keuze van markten, klanten-en producten, en op de manier waarop de onderneming zich
onderscheidt van haar concurrenten
Deze benadering is sterk verbonden met industrie-analyse en concurrentiestrategieën
Strategie als direction:
Richt zich op de toekomst vd onderneming
→ Nadruk op visie, missie en LT-doelstellingen
Deze benadering is vooral !! in een onzekere en dynamische omgeving, omdat zij richting en samenhang biedt
wnnr concrete plannen moeilijk voorspelbaar zijn
Beide perspectieven zijn noodzakelijk:
- Positioning bepaalt waar de onderneming vandaag staat
- Direction geeft aan waar zij in de toekomst naartoe wil
4
H1: Concept «strategy»
1. Welke zijn de vier ingredienten voor een succesvolle strategie van de onderneming
(opgebouwd rond Figuur 1.1, p. 6-7)
1. Eenvoudige, consistente en LT-doelstellingen
Deze doelstellingen geven richting aan de organisatie, zorgen voor samenhang in beslissingen en vermijden dat
de onderneming haar aandacht versnipperd over te veel initiatieven tegelijk.
2. Diepgaand begrip vd competitieve omgeving
o Inzicht in:
▪ de industrie- en marktstructuur
▪ concurrenten
▪ klanten
▪ externe trends (technologie, regelgeving, globalisering)
→ laat toe om kansen en bedreigingen correct in te schatten
3. Objectieve evaluatie van interne middelen en capaciteiten
o De onderneming moet realistisch inschatten:
▪ wat haar unieke sterktes en zwaktes zijn
▪ welke middelen schaars, moeilijk imiteerbaar en waardevol zijn
o Strategie moet aansluiten bij wat de onderneming kan doen, niet alleen bij wat ze wil doen
4. Effectieve implementatie
o Strategie moet vertaald worden in:
▪ organisatie-structuren
▪ systemen
▪ processen
▪ leiderschap en cultuur
o Een goede strategie zonder uitvoering creëert geen waarde
→ Implementatie zorgt ervoor dat strategische keuzes daadwerkelijk tot resultaten leiden
Opm: deze 4 elementen moeten consistent op elkaar afgestemd zijn
1
, 2. Beschrijf kort de vijf verschillende fasen in de ontwikkeling van het strategisch
management gedurende de voorbije 60 jaar (opgebouwd rond Figuur 1.2, p.10)
→ grote kans voor dit EX!
De visie op strategisch management is in de afgelopen 60j sterk geëvolueerd als reactie op veranderingen in de
economische en competitieve omgeving:
1e fase = financial budgeting (jaren 1950)
- In deze periode lag de nadruk op jaarlijkse budgettering en financiële controle
- De focus was vnl intern en gericht op kostenbeheersing in relatief stabiele markten
2e fase = corporate planning (jaren 1960)
- Ondernemingen begonnen meerjarenplannen op te stellen waarin economische voorspellingen,
groeidoelstellingen en investeringsbeslissingen centraal stonden
- Deze aanpak ging gepaard met sterke diversificatie, maar bleek te rigide in een veranderende
omgeving
3e fase = opkomst strategisch management (jaren 1970 en 1980)
- Door toenemende onzekerheid en internationale concurrentie verschoof de aandacht van planning
naar strategie
- Bedrijven focusten zich op industrie-analyse, concurrentie en strategische positionering om
winstgevendheid te maximaliseren
4e fase = zoektocht naar competitief voordeel (jaren 1990)
- De nadruk verschoof van externe marktfactoren naar interne middelen en capaciteiten
- Ondernemingen probeerden duurzame concurrentievoordelen te creëren en streefden expliciet naar
maximalisatie van aandeelhouderswaarde
5e fase = strategisch management in turbulente tijden (jaren 2000 - heden)
- Focus op flexibiliteit, strategische innovatie en aanpassingsvermogen
- Thema’s zoals:
o strategische allianties
o digitalisering
o duurzaamheid
o stakeholdermanagement
→ zijn relevanter geworden; hebben meer betekenis gekregen
2
, 3. Verschil tussen corporate strategy en business strategy (opgebouwd rond Figuur 1.4, p. 12)
Het onderscheid tss corporate strategy en business strategy heeft betrekking op verschillende niveaus van
strategische besluitvorming:
Corporate strategy:
Bepaalt de scope vd onderneming
→ Houdt zich bezig met de vraag:
‘In welke sectoren, markten en activiteiten wilt de onderneming actief zijn?’
- Beslissingen over:
o Diversificatie
o Verticale integratie
o Fusies en overnames
o Allocatie van middelen tss business units
DUS
Beantwoord vraag: ‘Waar concurreren we?’
Business strategy = competitieve strategie
Doel = competitief voordeel realiseren tov rivalen dmv:
- Kostenleiderschap
- Differentiatie
- Focus
→ Houdt zich bezig met de vraag:
‘Hoe concurreert de onderneming binnen een specifieke markt of industrie?’
DUS
Beantwoord vraag: ‘Hoe concurreren we?’
3
, 4. Leg het verschil uit tussen strategie als ‘positioning’ en strategie als ‘direction’ (opgebouwd
rond Figuur 1.5, p. 13)
Strategie als positioning:
Richt zich op de huidige competitieve positie vd onderneming
→ Nadruk ligt op keuze van markten, klanten-en producten, en op de manier waarop de onderneming zich
onderscheidt van haar concurrenten
Deze benadering is sterk verbonden met industrie-analyse en concurrentiestrategieën
Strategie als direction:
Richt zich op de toekomst vd onderneming
→ Nadruk op visie, missie en LT-doelstellingen
Deze benadering is vooral !! in een onzekere en dynamische omgeving, omdat zij richting en samenhang biedt
wnnr concrete plannen moeilijk voorspelbaar zijn
Beide perspectieven zijn noodzakelijk:
- Positioning bepaalt waar de onderneming vandaag staat
- Direction geeft aan waar zij in de toekomst naartoe wil
4